Gepubliceerd op
Zo doen zij het

Taalontwikkelend lesgeven: “Open de poort naar taal”

Hoe bied je kwaliteitsvol onderwijs als meer dan de helft van je leerlingen geen Nederlands spreekt thuis? Basisschool Mickey Mouse – De Sleutel in Genk en het Maria Assumptalyceum in Laken illustreren hoe je de taalontwikkeling van je leerlingen stimuleert zonder de lat te laten zakken.

Taalontwikkelend_lesgeven - Karolien Gielen

“Taalontwikkelend lesgeven zit noodgedwongen ingebakken in onze schoolcultuur”, zeggen taalcoaches Karolien Gielen en Luc Bagusat van Basisschool Mickey Mouse / De Sleutel Genk. “Veel kleuters komen voor het eerst met Nederlands in aanraking. Het is in het beste geval de tweede taal. Bovendien speelt kansarmoede een negatieve rol bij taalontwikkeling.”

Karolien Gielen: “De beginsituatie is voor onze leraren niet simpel. Waar ligt het probleem als een leerling de doelstellingen niet haalt: bij de leerstof of de taal? Het duurt veel langer voor we de vinger op de wonde kunnen leggen.”

“Tien jaar geleden startten we met taalontwikkelend lesgeven. De leraren zijn de spil van ons taalbeleid. Wij coachen hen. We bereiden samen lessen voor, observeren in de klas en helpen om bij te sturen.”
 

Wat is de essentie van taalontwikkelend lesgeven?

Karolien Gielen: “We willen dat kinderen zich leren aanpassen aan nieuwe situaties. Het is niet de bedoeling dat een leraar zijn taal vereenvoudigt. Vroeger deden we dat wel. We zoeken daarom voortdurend kansen om taal aan bod te laten komen in de lessen die op zich geen taalfocus hebben.”

Luc Bagusat: “Taalontwikkelend lesgeven betekent dat je tegelijk inzet op 3 cirkels voor een krachtige taalleeromgeving: het welbevinden van leerlingen, betekenisvolle taken met voldoende context en veel interactie.”
 
 

De 3 cirkels van een krachtige leeromgeving: Positief en veilig klasklimaat - Betekenisvolle taken - Ondersteunen door interactie

Waar zit de link tussen welbevinden en taal?

Luc Bagusat: “Leerlingen verwerven taal alleen als ze zich goed voelen in een groep. Een positieve basishouding ten opzichte van de moedertaal van leerlingen is essentieel. Als leerlingen Turks praten om elkaar te helpen, straffen we dat niet meteen af.”

Karolien Gielen: “In het verleden verboden we het gebruik van Turks. Maar wat doet die boodschap met kinderen? Je geeft het idee dat hun taal minderwaardig is. Ze krijgen een negatief zelfbeeld. Dat blokkeert taalverwerving en leren in het algemeen.”

Luc Bagusat: “Mensen moeten zich erkend voelen in hun identiteit opdat ze goed Nederlands kunnen leren. Dat start vanaf de kleuters. In de turnles tel ik soms tot tien in het Turks. De verbazing in de ogen van de kinderen: de meester kan Turks! Kleuters leren zo hoe taal werkt. Of je nu telt in het Nederlands of het Turks, je beoogt hetzelfde, maar de context waarin je kiest voor een taal is anders. Dan draai ik de situatie om. Tel jij nu ‘s in het Nederlands. De poort naar taalverwerving staat wagenwijd open.”

Karolien Gielen: “Door ruimte te scheppen voor de thuistaal hebben kinderen het gevoel dat ze zichzelf mogen zijn. Gek genoeg hoor je daardoor net minder Turks. Nederlands is voor onze leerlingen de taal die bij school hoort.”
 

Betekent welbevinden ook dat je tolerant bent voor taalfouten?

Karolien Gielen: “Nee. Onze leraren zijn getraind in indirecte taalcorrectie. Als een leerling zegt ‘Meester, zet de muziek open’ herhalen we de constructie op de juiste manier. ‘Zal ik de radio aanzetten?’ Onderschat ook de kracht van stiltes niet. Je moet kinderen tijd geven om te zoeken naar de juiste woorden. Als leraar heb je snel de neiging om een zin aan te vullen.”

Luc Bagusat: “Maar je mag wel veeleisend zijn en verwachten dat leerlingen langere zinnen maken. Als een kleuter vraagt ‘Juffrouw pipi?’, vraag dan op een fijne manier wat hij precies wil.”
 

Wat versta je onder betekenisvolle taken?

Luc Bagusat: “In de kleuterschool werken we niet met thema’s, wel vanuit verhalen. We vragen aan de kinderen wat zij daarin zien. Dan kan je inspelen op wat zich aandient. De taal rond het verhaal komt spontaan naar boven. Kinderen nemen de woordenschat zo veel makkelijker op.”

“Sommige kleuters krijgen preteaching. We vertellen ze in een gezellig hoekje het verhaal al op een moment dat de kinderen vrij spel hebben. Zo hebben ze een stapje voor als het in de klas aan bod komt.”

Karolien Gielen: “In de lagere school kan je metend rekenen functioneel maken. Voor Moederdag stellen de kinderen een koekjesmix samen. Ze wegen elk ingrediënt zelf af. Reken maar dat ze dat goed willen doen. Ze helpen elkaar en ik praat met hen als ze vastlopen. De meetkundige begrippen komen zo vaak aan bod dat de kinderen ze verwerven zonder dat we daar expliciet les over geven. Woordenlijstjes stampen doen we nooit. Functionele woordenschat komt vanzelf naar boven.”


Je leert pas een taal wanneer je informatie wil uitwisselen

Luc Bagusat - Basisschool Mickey Mouse - De Sleutel in Genk

Zit daar het belang van de derde cirkel: interactie?

Luc Bagusat: “Betekenisvolle taken zonder interactie leveren geen taalvaardigheid op. Je leert pas taal wanneer je informatie wil uitwisselen. Alleen als de 3 cirkels mooi in elkaar klikken, pakt de mayonaise.”

“Het onthaal bij de kleuters doen we in kleine groepjes, zodat alle kleuters veel praten over hun ervaringen. Of we triggeren de fantasie van de kinderen. We stoppen een voorwerp onder een doek als startpunt voor een verhaal. Dan willen ze weten wat er aan de hand is en ontstaan spontane gesprekken.”

Karolien Gielen: Interactieve werkvormen in de lagere school verplichten kinderen met elkaar in gesprek te gaan over de leerstof. Ze zoeken in groepjes een schat aan de hand van een kaart met instructies over afstanden. Inhoudelijk is dat metend rekenen, maar door de samenwerking oefenen ze hun taal.”
 

Jullie zetten dit jaar extra in op leesvaardigheid. Hoe pakken jullie dat aan?

Luc Bagusat: “In de kleuterschool stimuleren we de ontluikende geletterdheid. Dat kan door een concreet doel mee te geven in de poppenhoek. Er ligt een kookboek op kleuterformaat met foto’s, een recept voor pizza en een beeldend boodschappenlijstje. De kleuters zoeken samen wat ze nodig hebben en gaan naar de winkel.”

Karolien Gielen: “In de lagere school vertrekken we vanuit een grote vraag achter een tekst. In het vijfde leerjaar lezen we bij WO een tekst over de EU. Dat is moeilijke materie. De interessante vraag is waarom de EU bestaat. Dat zoeken de leerlingen samen uit, in de tekst en op het internet. Vroeger lieten we gewoon vraagjes oplossen bij de tekst.”

“Tekstsoorten illustreren we vanuit concrete situaties. De kok van een restaurant heeft een groot probleem. Hij is zijn recept kwijt en hij heeft geen boodschappenlijstje. In het restaurant wachten de klanten. De leerlingen werken dan in groepjes elk rond een andere tekstsoort. Het ene groepje gaat op zoek naar een nieuw recept, een ander verzint een verhaal om de kinderen aan tafel rustig te houden.”
 

Hoe weet je of je aanpak werkt?

Karolien Gielen: “We nemen regelmatig gevalideerde taal- en wiskundetesten af. Vanaf de tweede kleuterklas blijkt dat onze kinderen sterker staan dan vroeger. Binnen de Genkse context scoren we beter dan gemiddeld. We gebruiken die tests vooral als een rapport voor onszelf. Als we merken dat er bij bepaalde onderdelen of groepen problemen zijn, weten we waarop we moeten inzetten. We zijn nog lang niet tevreden.”

Taalontwikkelend_lesgeven - Anki Nauwelaerts

Anki Nauwelaerts: “De afgelopen tien jaar nam het aantal leerlingen met Nederlands als moedertaal sterk af. Dat daagt leraren extra uit.”

“Ook in Maria Assumpta Brussel zijn de tijden veranderd”, zegt leraar Nederlands en taalcoördinator Anki Nauwelaerts. “De afgelopen tien jaar nam het aantal leerlingen met Nederlands als moedertaal sterk af. Dat daagt leraren extra uit om de leerlingen te laten presteren.” We investeren intussen 5 jaar in taalontwikkelend lesgeven.
 

Wat doet een taalcoördinator?

Anki Nauwelaerts: “Ik leid de collega’s op door ze de principes van taalontwikkelend lesgeven aan den lijve te laten ondervinden. Ik geef ze een les in het Spaans en zoek naar manieren om toch te kunnen volgen. Zo voelen ze dat je door voldoende context en taalsteun te bieden en met elkaar in interactie te gaan leerstof beter kan overbrengen. Praktisch ondersteun ik collega’s om met hun lesmateriaal aan de slag te gaan.”
 

Hoe vertaal je die inzichten naar concrete lessen?

Anki Nauwelaerts: “In natuurwetenschappen zitten pittige teksten over chemische reacties. De leesmotivatie bij leerlingen 4 Handel is dan niet torenhoog. De les gaat vlotter als je die leerstof niet meer in tekstvorm aanbiedt, maar dat doen we bewust niet. Leerlingen moeten net veel lezen in het Nederlands.”

“Dus pakken we het anders aan. We laten ze in groepen van drie telkens een andere tekst lezen. Ze verwerken die schematisch in de vorm van een aantrekkelijke affiche met kernwoorden en visuele verbanden. Die affiche gebruiken ze om de tekst aan een andere groep uit te leggen. Uiteindelijk moet iemand willekeurig de tekst van een andere groep kunnen navertellen aan de klas.”

“Die aanpak heet ‘lezen door te schrijven’. Je moet een tekst heel actief en gericht lezen om naar een prikkelend product toe te werken. Laat je de affiche ontwerpen met Canva, lijkt het alsof je grafisch vormgever bent zonder dat je technische bagage nodig hebt.”
 

Zie je dat soort kansen in alle vakken?

Anki Nauwelaerts: “Ja. De les godsdienst bijvoorbeeld kan perfect taliger. Veel van onze moslimleerlingen verwarren Jezus met Mohammed. Vorig jaar vuurden de leerlingen massa’s vragen af op mijn collega. Ik heb toen samen met haar bekeken hoe we de voorkennis van de leerlingen beter konden inzetten. Via Mentimeter vraagt ze wie Jezus is. Alle associaties komen in een woordwolk. Dat geeft meteen een overzicht van aanknopingspunten en mogelijke verwarring over termen als ‘profeet’ of ‘paradijs’.”

“Vervolgens biedt ze extra context met een filmpje over Jezus. Op basis daarvan categoriseren de leerlingen de associaties. Wat hoort bij Jezus, Mohammed of beiden? Daarna lezen ze in groepjes teksten over de Farizeeën en Sadduceeën en brengen ze in kaart wat beide groepen typeert. De lessenreeks eindigt met een toneel waarbij leerlingen een Bijbelverhaal naspelen vanuit het standpunt van een bepaalde groep. Stuk voor stuk talige activiteiten, zonder dat leerlingen dat door hebben.”

“Mijn collega muziek oefent op het benoemen van sfeer in muziek. Dat vinden leerlingen heel moeilijk. Ze grijpen snel terug naar passe-partoutwoorden als ‘mooi’ of ‘saai’. Maar ze missen nuance. Dus geeft ze hun een begrippenkader met tientallen termen om over muziek te praten. Leerlingen oefenen die in met filmmuziek. Is die bijvoorbeeld sprookjesachtig, ingetogen, heldhaftig, mysterieus of futuristisch? Uiteindelijk identificeren ze een emotie bij een tekst, kiezen passende muziek en leggen uit waarom tekst en muziek bij elkaar passen. Dat is voor alle leerlingen zinvol, niet alleen voor leerlingen met taalachterstand.”
 

Hoe ver reiken jullie talige ambities?

Anki Nauwelaerts: “Elk jaar breiden we onze aanpak uit. Lang niet elke les is taalontwikkelend, maar dat hoeft ook niet. Ik merk wel dat veel collega’s bewuster bezig zijn met taal bij hun lesvoorbereiding. We sporen hindernissen op en zoeken manieren om die te nemen. Moeilijke teksten of termen gaan we daarbij niet uit de weg. Die jongeren zijn onze toekomst. Het is toch niet omdat ze drie talen door elkaar in hun hoofd hebben dat ze niet verstandig zijn. Het is onze verantwoordelijkheid om hun capaciteiten te ontwikkelen.”

Praktijkgids begrijpend lezen

Door de digitalisering wordt begrijpen wat je leest steeds belangrijker. Toch gaan de prestaties voor begrijpend lezen er in het basisonderwijs op achteruit. Daarom maakte de Vlaamse Onderwijsraad de praktijkgids ‘Sleutels voor effectief begrijpend lezen’. Die bevat concrete didactische aanpakken, stappenplannen en scenario’s voor een krachtige leesdidactiek in de klas en een schoolbreed leesbeleid. Je kan de praktijkgids gratis downloaden.

Klasse Magazine = cadeau aan jezelf *

  • 4 kwaliteitsnummers met inspiratie van leraren en experts.
  • Fraai ondersteunend materiaal (kalender, poster, ...)
  • Je Lerarenkaart 2020 valt gewoon in je brievenbus.
*Betaal vóór 30 oktober en krijg je Lerarenkaart 2020 thuisbezorgd.