Gepubliceerd op
Specialist

Taalscreening voor kleuters: “Een toets hoeft geen vies woord te zijn”

Voortaan legt elke 5-jarige kleuter tussen 10 oktober en eind november een taalscreening af: de KOALA-test. Onderzoeker Kris Van den Branden (Centrum Taal en Onderwijs, KU Leuven): “Met dit instrument kan je op tijd detecteren welke kleuters extra taalstimulering nodig hebben en er wat aan doen”.

Onderzoeker Kris Van den Branden (Centrum Taal en Onderwijs, KU Leuven)

Kris Van den Branden: “Het CTO ontwikkelde in het verleden al de SALTO-toets, een screeningsinstrument dat scholen op eigen initiatief kunnen inzetten om het taalniveau van leerlingen uit het eerste leerjaar onder de loep te nemen. Op basis van die toetsbatterij werkte onze onderzoeksgroep aan een valabele test voor 5-jarigen: de KOALA-test. In de naam zit niet enkel een verwijzing naar “kleuteronderwijs” (KO) en “luistervaardigheid”, waar de focus op komt te liggen. De koala is ook een geschikte mascotte omwille van het uiteindelijke doel van de test: kleuters helpen klimmen.”

“Een resonansgroep met lerarenopleiders, kleuterleraren, pedagogisch begeleiders, medewerkers van het Departement Onderwijs en andere experten stond ons bij. Vorig schooljaar testten we het nieuwe materiaal uit bij een representatieve groep van bijna 2000 kleuters met uiteenlopende achtergrond en regionale spreiding. Wat gauw duidelijk werd: een copy-paste van de SALTO-toets was ontoereikend. En er doken wel meer hindernissen op.”
 

Hindernis 1: kleuters kunnen niet lezen of schrijven

Kris Van den Branden: “Dat kleuters niet kunnen lezen of schrijven, beperkt je opties bij het testen. En ook spreekvaardigheid evalueren is lastig. Verschillende spreektaken verzamelen, opnemen, daarna scoren: enorm arbeidsintensief als we dat voor elke 5-jarige willen doen. Bovendien heb je ook heel wat kennis en ervaring nodig om spreekvaardigheid efficiënt en objectief te scoren.”

“Gelukkig is op die leeftijd luistervaardigheid een zeer betrouwbare indicator voor algemene taalvaardigheid, blijkt uit onderzoek. Luistervaardigheid is het vertrekpunt voor veel andere vaardigheden. Logisch, want wie instructietaal op school goed vat, begrijpt sneller wat de leraar wil overbrengen. Daarom ligt de focus ook op het Nederlands en niet op andere thuistalen: die zijn zeer waardevol om de algemene taalvaardigheid te versterken. Maar wie de instructietaal op school onvoldoende machtig is, botst vroeg of laat op zijn grenzen.”

 

Hindernis 2: kan je kinderen van 5 betrouwbaar testen?

Kris Van den Branden: “Is een kind van 5 in staat om zich voldoende te concentreren? Bezorg je kleuters niet te veel stress? Vragen waarop we met onze resonansgroep en tijdens de testfase bij bijna 2000 kleuters een antwoord vonden. Als je de aandacht van kleuters wil vangen, moet je voldoende variatie inbouwen. Met vragen en opdrachten die verteerbaar, leuk en motiverend zijn. Sommige vragen uit de SALTO-toetsbatterij bleken al gauw te complex, of niet geschikt.”


In juni speelt het resultaat op de taalscreening van november geen rol meer

“De KOALA-toets bevat 3 soorten vragen: doe-, zoek- en kiesopdrachten. De doe-opdrachten zijn eenvoudige taken, bijvoorbeeld een instructie met werkwoorden en voorzetsels die verwijzen naar beweging en plaats. ‘Ga in de hoepel staan’, ‘Hou de hoepel boven je hoofd’, ‘Rol de hoepel weg’. Je weet meteen of de kleuter de opdracht begrijpt. Hij hoeft zelf geen taal te produceren, je evalueert zuiver op luistervaardigheid. En of die hoepel perfect rolt, doet er niet toe.”

“Bij de zoek- en de kiesopdrachten gebruiken we mooie, kleurrijke prenten. Op een prent met een vertrouwd beeld – kleuters in de knutselhoek, kinderen aan de zandbak – zie je allerlei zaken gebeuren: een kind maakt een zandijsje, de juf troost een klasgenootje dat droevig is. De kleuter zoekt op de prent wat gevraagd wordt en duidt aan. De kiesopdrachten schotelen kleuters enkele opties voor. Hoe voelt de olifant in dit verhaal zich? Opnieuw hoeft de kleuter zelf niets te zeggen, goed luisteren en iets aanduiden op een prent volstaat. Zo kunnen we luistervaardigheid zo zuiver mogelijk evalueren.”
 

Hindernis 3: de omstandigheden beïnvloeden het testresultaat

Kris Van den Branden: “Nog meer dan bij andere doelgroepen moet je de afnamecondities bij jonge kinderen goed in de gaten houden. Om te beginnen: wie neemt de toets af? Dat moet iemand zijn bij wie de kleuters zich goed voelen, iemand die ze kennen. Hun leraar of de zorgleraar dus. We schreven de instructies voor afname van naaldje tot draadje uit. Ook jouw inschatting als kleuterleraar telt. Als een kind van slag is door een conflict op de speelplaats, stel je de test beter uit.”

“Neem de toets niet in de klas af maar in kleine groepjes van 4 à 5 kleuters. Een goed evenwicht tussen rust en vertrouwd gezelschap. Elk kind aan een bankje met een eigen toetsblad: is die toetsomgeving niet stresserend? Ik had daar vooraf ook mijn bedenkingen bij, maar in de testfase zagen we dat kleuters het net leuk vonden om zich al eens ‘echte’ leerlingen te voelen. En dankzij de feedback van de resonansgroep slaagden we erin om de opdrachten motiverend en kleutervriendelijk te maken.”

“Als je de doe-, zoek- en kiesopdrachten allemaal na elkaar afneemt, duurt de test voor de meeste kleuters te lang. Je kan de toetsafname beter in verschillende momenten knippen of spreiden over meer dan 1 dag.”

Onderzoeker Kris Van den Branden (Centrum Taal en Onderwijs, KU Leuven)

”Luistervaardigheid is een erg betrouwbare indicator voor algemene taalvaardigheid”

Hindernis 4: een test is slechts een momentopname

Kris Van den Branden: “In de kleuterklas kunnen onderlinge verschillen erg groot zijn. Kinderen verwerven op die leeftijd op korte tijd enorm veel taal. Wie bijna een jaar ouder dan een klasgenootje is, heeft gemiddeld een grote voorsprong. Daarom adviseren we om de toetsen te spreiden over 2 maanden: wie in de tweede jaarhelft geboren is, toets je pas in november. Je kan niet eindeloos oprekken, want anders verlies je tijd om aan die extra taalstimulering te werken. Toch toetsen we pas vanaf 10 oktober: op die manier geef je kinderen de kans om opnieuw te aarden in hun klasomgeving. Belangrijk, zeker voor kleuters die tijdens de zomer weinig in contact komen met het Nederlands.”

“Veel belangrijker dan die spreiding: het besef dat de taalscreening slechts een deel van je beeldvorming is. Verwerk het toetsresultaat in een breder beeld van het kind. Je kleuters lopen al minstens 5 weken op school rond voor je ze toetst. Gebruik je eigen observaties om het beeld van de KOALA-test verder in te kleuren. Kleuterleraren zijn erg goede voorspellers van de resultaten, ontdekten we. De toets helpt je om je beeld van sommige kleuters te verfijnen. Of je botst eens op een verrassing, omdat je je als leraar iets te sterk baseerde op de spreekvaardigheid van een kleuter. Goed mogelijk dat een kind zich nog niet vlot kan uitdrukken, maar op luistervaardigheid wél goed scoort.”

“De screening geeft je ook een idee waar jouw kleuters staan ten opzichte van andere kleuters in Vlaanderen. We werken met kleurcodes: groen, oranje, rood. Op basis van de testresultaten en samen met de resonansgroep bepaalden we welke score welke kleur verdient. Toetsmateriaal ontwikkelen is niet eenvoudig. Als kleuterleraren dat zelf moeten doen, bestaat het gevaar dat ze de lat te laag of net te hoog leggen. De taalscreening geeft je de kans om verder dan je eigen school te kijken, en ook dat is waardevol.”
 

Hindernis 5: elke test houdt een oordeel in

Kris Van den Branden: De KOALA-test is enkel een screeningsintrument: een hulpmiddel voor schoolteams om kleuters te identificeren die extra taalstimulering verdienen. Zo weet je eind november wie extra stimulering nodig heeft, en kan je als team nadenken over je verdere aanpak tijdens de rest van het schooljaar. Als de klassenraad aan het einde van het schooljaar bekijkt of een kind klaar is voor de overstap naar de lagere school, speelt het resultaat op de taalscreening in november geen rol meer. Intussen heb je al een heel traject afgelegd met die kleuter, en talloze keren kunnen observeren hoe dat kind ervoor staat en zich heeft ontwikkeld. Bovendien is taal lang niet je enige criterium om te beslissen of een kleuter klaar is voor het eerste leerjaar.”


Ik begrijp dat een taalscreening voor kleuters gevoelig ligt bij leraren

“Bestaat het gevaar dat sommige kleuterleraren een kind afschrijven op basis van de KOALA-test? Systematisch onderschatten, enkel weinig uitdagende taalopdrachten voorschotelen en kansen op taalverrijking ontnemen? Zeker. Elk oordeel kan je blik op een kind vernauwen – of dat nu een ASS-label of een taaltest is. Heel belangrijk dat we dat met z’n allen blijven beseffen.”

“Ik begrijp dat een taalscreening voor kleuters gevoelig ligt bij leraren. Het ruikt naar een strenge toetscultuur, en dat staat haaks op de waarden van goed kleuteronderwijs. Maar voor mij gaat dit over kansen bieden. Dan hoeft toetsing geen vies woord te zijn. Met dit instrument kunnen we de kleuters identificeren voor wie we alerter moeten zijn, die we meer ondersteuning moeten bieden dan we op dit moment misschien doen. Door vaker te observeren wat die kleuters begrijpen als je een spel uitlegt of bij routines zoals jasjes aandoen. Door die kleuters de kans te geven om een verhaal vooraf al eens te beluisteren, en vooral door nog veel meer gesprekjes met hen aan te knopen.”

“Verbreed je eigen beeld met de resultaten van de screening en ga als team na hoe je de kwaliteit van je taalstimulering kan opdrijven. Voor de hele klas én voor kinderen met een achterstand in het bijzonder. Want ook dat weten we uit onderzoek: elke dag in de kleuterklas zit tjokvol kansen op rijke talige interactie, en er is nog heel wat groeimarge om die beter te benutten.”
 

Meer over taal stimuleren in de kleuterklas?

  • Kijk binnen in de klas van juf Jelke. Taaldocent Marlies Algoet en prof. Piet Van Avermaet zoeken samen met Jelke uit hoe ze elke kleuter een rijke taalomgeving kunnen bieden.
  • Jonge kleuters zijn een kwart van de schooldag aan het wachten: in de rij, aan de jasjes, bij koek en fruit. Lees hier hoe je ook in routines leerkansen vindt.
  • De KOALA-toets is via Mijn Onderwijs beschikbaar voor elke school uit het basisonderwijs. Op de website van Onderwijs Vlaanderen lees je meer over de extra omkadering die voorzien is voor de afname van de toets en voor taalstimulering in de klas.

Jouw Lerarenkaart 2022 thuis?*

  • 4 kwaliteitsmagazines met inspiratie van leraren en experts
  • Fraai ondersteunend materiaal (kalender, poster, kaartjes ...)
  • Je Lerarenkaart 2022 valt in je brievenbus met het decembernummer
*Betaal vóór 2 november en krijg je Lerarenkaart 2022 thuis (enkel voor rechthebbenden)