Vlaanderen
Klasse.be

Schooltips

Hoe hou je 55+’ers op school bevlogen?

  • 26 oktober 2021
  • 12 minuten lezen

Bijna 1 op de 6 leraren is 55+. Wat houdt ze bevlogen voor de klas? En hoe zet je ze duurzaam in in een tijd van lerarentekort? Marleen Borzée (UCLL) deed onderzoek. Samen met Marijke (60), leraar Engels, en haar directeur Walter (58) van het Heilig-Hartinstituut in Heverlee bekijkt ze de 5 krachtbronnen voor blijvende werkgoesting. En die houden ook andere leraren aan boord.


Marijke Gyns, Walter D'Hoore en Marleen Borzée
Marleen Borzée (rechts): “In tijden van lerarentekort is duurzame inzetbaarheid van iedereen, ook 55+’ers, extra belangrijk.”

1. Laat senior-leraren actief richting geven aan hun job

Marijke Gyns: “Ik heb de afgelopen 40 jaar altijd kansen gekregen om mijn job bij te sturen in functie van mijn privésituatie, mijn energie en interesses. Na 20 jaar heb ik bijvoorbeeld zelf gevraagd om geen Nederlands meer te geven en me toe te spitsen op Engels. Ik coördineer ook die vakwerkgroep. Leidinggeven en organiseren doe ik graag.”

“Ik wil ook mijn passie overdragen. Daarom werd ik mentor van starters. In onze school zijn bovendien veel werkgroepen. Nu zit ik in een nieuwe werkgroep die de invoering van het 4-lademodel in de eerste graad voorbereidt. Het doet deugd dat ik iets kan bijdragen.”

“29 jaar lang was ik klastitularis. Tot ik voelde dat ik er geen energie meer uit haalde. Ik ben blij dat ik altijd voor de klas ben blijven staan en lang geleden niet ingegaan ben op de vraag om in de graadcoördinatie te stappen. Les geven is mijn passie.”

Walter D’Hoore: “Elk schooljaar kunnen al onze leraren – jong en oud – hun desiderataformulier invullen: welke vakken willen ze graag geven in welke jaren? Zo krijgen ze een stukje controle over de opdracht die ze zien zitten. Tegelijk kunnen ze aangeven wat voor hen het ideale lessenrooster is. Meestal is dat ook gekoppeld aan eventuele verlofaanvragen.”

“In het ideale geval krijgt iedereen 100% wat hij wil, maar dat is in de praktijk natuurlijk niet zo, en dan moeten je keuzes maken. Daarbij speelt anciënniteit een rol, niet als enige en doorslaggevende factor, maar dat kan betekenen dat zij als eerste hun keuze krijgen.”

“De onmogelijke vragen zijn zeer zeldzaam, mensen houden echt wel rekening met de contextgegevens, met de collega’s en het feit dat iedereen wel een beetje zijn deel moet doen. Waar dat niet zo is, sturen we bij en dat werkt. Toezichten verdelen we evenredig, maar 55+’ers moeten bv. geen extra vakantieprestaties doen.”

“Het gebrek aan flexibiliteit in de lerarenjob, dat er heel weinig tussenniveaus bestaan, is een pijnpunt. Het zou goed zijn als mensen op het einde van hun loopbaan, (deels) vrijgesteld kunnen worden van hun lesopdracht om andere taken te doen, bv. jongere collega’s coachen. Maar die middelen en dat kader zijn er niet voldoende.”

Marleen Borzée: “Als 55+’ers actief kunnen blijven zoeken naar de match tussen hun werk en zichzelf, als ze zelf het initiatief kunnen nemen om (kleine) aanpassingen te doen in hun job en als de school hen die ruimte geeft, blijven ze gemotiveerd. Marijke heeft die kansen om haar job zelf te ‘craften’ genomen, en ze waren er ook.”

“We zien 3 soorten van jobcrafting. Walter en Marijke leggen de nadruk op de benutinitiatieven: eigen expertise en talenten optimaal inzetten, kiezen wat energie geeft. Uit het onderzoek blijkt dat jobcrafting ook op 2 andere manieren kan. Via ontwikkelinitiatieven blijven mensen bevlogen omdat ze nieuwe uitdagingen kunnen aangaan; ontzie-initiatieven zijn vooral gericht op de werkbelasting verlagen, fysiek, mentaal en emotioneel (keuzes in het lessenrooster of klasgroepen, minder uitstappen, werkgroepen of toezichten …)”.

“Ik merk dat HR en directies bij senior-leraren vaak in de eerste plaats aan ontzie-initiatieven denken. Ook heel wat bevlogen 55+’ers in ons onderzoek gaan deeltijds werken om hun energie te kunnen doseren. Wij pleiten heel erg dat er ook benut- en ontwikkelinitiatieven zijn. Blijven bijleren zorgt immers ook voor drive.”

“Directeurs proberen senior-leraren te ontzien, maar vergeten dat expertise inzetten en blijven bijleren ook energie geven”

Marleen Borzée

“Dat vraagt van scholen een meer gedifferentieerd personeelsbeleid en een zicht op de leeftijdspiramide van hun team. Want in elke levensfase – niet alleen bij 55+’ers – zijn er andere behoeften, andere persoonlijke en werkgerelateerde energiebronnen. En iedereen wil haalbaar en zinvol werk en waardering. Zeker in tijden van lerarentekort is duurzame inzetbaarheid van iedereen extra belangrijk.”

“Dat doe je door naar mogelijkheden te zoeken voor jobcrafting met een open, waarderende kijk. Ga in gesprek met je personeel, kijk wat hen drijft en maak samen haalbare keuzes in de eigen schoolcontext. Scholengroepen bieden misschien meer opties voor taakdifferentiatie.”


leraar Marijke Gyns
Marijke Gyns: “Het zalige aan mijn leeftijd? Ik hoef me niet meer te bewijzen.”

2. Help senior-leraren om hun energie te doseren

Marijke Gyns: “Het is me eigenlijk nooit gelukt om mijn energie te doseren en mijn grenzen te bewaken. Wat me helpt, is dat ik nu halftijds werk. Ik werk veel voor school in mijn vrije tijd en ik word daar ook blij en nog meer gemotiveerd van.”

“Een huisgezin runnen en tegelijk gepassioneerd proberen mee te gaan met alles wat vernieuwt in onderwijs, zorgt voor stress. Ik kan dat nu minder aan. Ik heb niet altijd de energie meer en soms frustreert dat me.”

“Ik blijf wel energie halen uit iets nieuws uitproberen in de klas, toffe gesprekken met collega’s en starters, de ICT-hulp van jongere collega’s … Laat me vooral mijn ding doen in de klas en ik ben de gelukkigste mens. De toenemende leerplanlast, de eisen rond evaluaties, vergaderen … ben ik wel beu. Evenals het stemmetje dat elke vakantie, elk weekend, weer zegt: ‘er is nog werk’.”

Walter D’Hoore: “37% van onze mensen werkt deeltijds en doet toch veel meer. Dat is een kracht voor de school, maar tegelijk een valkuil, een systeemfout. Ik hoor fulltime-collega’s terecht opmerken dat zij niet die extra mile kunnen lopen die deeltijdse wel kunnen doen.”

“Mensen helpen om hun energie te doseren is niet makkelijk. Wij stimuleren wel dat collega’s samenwerken en het warm water niet altijd opnieuw moeten uitvinden. Middagvergaderingen hebben we afgebouwd en zuivere infovergaderingen doen we sinds corona digitaal: een opname die ze thuis kunnen bekijken op het moment dat het voor hen past.”

Marleen Borzée: “Vitaliteit, je gezond, fit en energiek voelen is de eerste component en meteen de basisvoorwaarde van bevlogenheid. De helft van de bevlogen seniors in ons onderzoek kende een tijdelijke terugval van energie in hun loopbaan (ziekte, burn-out) omdat de passie te intens was. Ze leerden daaruit hun grenzen te bewaken, dat je het niet volhoudt als je enkel gepassioneerd bezig bent.”

“Bevlogenheid is een gedoseerde, harmonieuze passie”

Marleen Borzée

“55+’ers zijn sneller moe en krijgen meer fysieke klachten. Het geronbrein heeft immers ook meer tijd nodig voor een aantal executieve vaardigheden zoals multitasking, plannen en kortetermijngeheugen. Dat vraagt extra inspanning en recup.”

“Als 55+’ers afhaken, is dat bijna altijd door gebrek aan vitaliteit. Het schoolbeleid kan daarop inspelen door overleg en collegiale samenwerking te stimuleren, door de digitale beschikbaarheid af te bakenen en avondmeetings te beperken, door spiegelende gesprekken over wat energie geeft en vraagt, over hoe werk werkbaar blijft.”

3. Laat seniors het verschil maken voor anderen

Marijke Gyns: “Onderwijs is meer dan leerstof overbrengen. Het is jonge mensen waarden bijbrengen, vormen in het leven. Dat is de essentie van leraar zijn. Dat ik daartoe mijn steentje kan bijdragen, daar ben ik fier op. Als klastitularis heb ik altijd een heel speciale band gevoeld met ‘mijn leerlingen’. Ik hoop dat ik voor hen het verschil heb kunnen maken.”

“Soms zie ik ze naar mij kijken: ‘Gij zijt precies mijn oma’. En dan denk ik: dat is oké. Door onze leeftijd en ervaring brengen we vaak meer rust en structuur. Dat komt bij jonge mensen goed van pas.”

“En voor mij is onderwijs ook werken in team, je ervaring doorgeven, betekenisvol zijn voor elkaar. Ik voel dat ook starters veel hebben aan mijn ervaring als mentor.”

Walter D’Hoore: “Ik zeg het tegen elke leraar die bij ons start: als je dit graag doet, is leraar het mooiste beroep wat er is. Als je je passie voor je vak kan doorgeven aan anderen. We hebben veel 55+’ers die dat goed kunnen. Het is ook heel fijn voor jongeren om die passie te voelen, en de energie die een senior in hem of haar steekt. Dat is ook heel gezond. De figuur van een senior-leraar is voor het onderwijsproces uitermate belangrijk.”

“Verschillende generaties leraren zorgen voor een variëteit aan leerstijlen, didactische methoden. Dat is goed voor de leerlingen en maakt je school rijk. Als die generaties met elkaar samenwerken, leren ze ook van elkaar.”

Marleen Borzée: “Een tweede component die mensen bevlogen houdt, is ‘toewijding’: mijn werk is nuttig, zinvol, inspirerend en uitdagend. Bevlogen 55+’ers delen niet enkel hun vak, maar ook levenswijsheid in de klas. Ze blijven zoeken hoe ze het verschil kunnen blijven maken voor leerlingen, ouders, collega’s.“

“Directies melden ook dat 55+’ers vaak rust en relativering in het team brengen. Dat is dan de positieve zijde van het geronbrein: een sterk ontwikkeld vermogen om problemen op te lossen op basis van een rijk interpretatiekader en associaties door allerlei levens-ervaringen. Dat brein zorgt er ook voor dat je op een langere termijn, breder en dieper kan kijken en ook milder wordt.”

“Door hun geronbrein multitasken 55+’ers minder vlot, maar het laat hen wel vlot problemen oplossen en langetermijndenken”

Marleen Borzée

“Blijf de waarden van de school, de missie expliciteren. Zo kunnen leraren zich erin herkennen, zich ermee identificeren en ervoor gaan. Eigen aan een landingsbaan is dat seniors iets willen nalaten voor de volgende generatie. Speel hun meerwaarde uit: geef hen de ruimte om door te geven, hun materialen, inzichten en tips, hun trukendoos op school te delen. Veranker hun expertise. Dat kan via gedeeld leiderschap of intervisies. En zorg op het einde voor een mooi ritueel: vier de steen die ze op school verlegd hebben.”


directeur Walter D'Hoore
Walter D’Hoore: “Verschillende generaties zorgen voor een variëteit aan leerstijlen.”

4. Ondersteun de veerkracht van senior-leraren bij veranderingen

Marijke Gyns: “Ik leef niet graag op automatische piloot. Een nieuwe uitdaging en een vernieuwing passen daar wel in. Al vind ik het tempo van de vernieuwingen te hoog. En soms weet je stilaan ook uit ervaring wat niet gaat lukken. Ik word dan sceptisch en soms is het dan moeilijk om gemotiveerd te blijven.”

“Het vooruitzicht van de komst van de laptops in de klas heeft me vorig schooljaar veel stress bezorgd, maar nu voel ik hoe ze mij ondersteunen in het differentiëren. Ik ben dus blij dat ze er zijn. Ik wil ook niet dat mijn leerlingen denken dat ik het oudje ben dat niet mee is. Ik stel wel mijn grenzen, opdrachten in Teams, Flipgrid, Screencast-O-matic … ken ik intussen, maar in de nieuwigheden van Bookwidgets ga ik mij niet meer verdiepen.”

“Ik zit in de eerste graad in een heel positief team. Natuurlijk zeuren we wel eens en de druk kan heel hoog zijn, maar dat team blijft ervoor gaan. Samenwerken helpt me om met een aantal vernieuwingen aan de slag te gaan.”

Walter D’Hoore: “Onderwijsvernieuwingen vragen veel energie, op veel niveaus.

Ik kan me wel inbeelden dat leraren met enige ervaring er wat meewarig naar kijken, maar toch moeten we allemaal ons best doen om het uit te rollen.”

“Een fantastische revolutie vind ik wel die van de didactische middelen de laatste 20-25 jaar. Er was veel weerstand toen de smartboards in de klas kwamen, maar 3 jaar later waren leraren ontevreden omdat er nog klassen waren zonder smartboard. Voor het laptopproject is er een traject met bv. geschreven handleidingen, interne nascholingen en een direct aanspreekpunt voor alle huis-, tuin- en keukenvragen.”

Marleen Borzée: “Het derde kenmerk van bevlogenheid is ‘absorptie’: ergens op een plezierige manier in opgaan, bezield zijn, een intrinsieke drive voelen. Het is die gedrevenheid die seniors de veerkracht geeft om op een actieve manier met problemen om te gaan, om bij te leren, de groeimindset te houden bij veranderingen. Ze willen mee evolueren niet out/oud worden.”

“Het geronbrein zorgt ervoor dat seniors bij veranderingen de kunst verstaan om (nieuwe) taakeisen in een breder perspectief te zien (‘het komt wel goed, de wereld vergaat niet, alles is relatief’). Anderzijds worden nieuwe paden in dat geronbrein moeilijker gevormd, dat vraagt meer energie en kan zorgen voor rigiditeit en weerstand bij verandering.

“Bevlogen ouderen zoeken bij vernieuwingen spontaan de middenweg”

Marleen Borzée

“Zorg bij veranderingen voor voldoende ondersteuning en tijd voor verwerking en aanpassing, voor co-teaching, kennisdelen door collega’s en nascholing op maat. Expliciteer ook het nut en de meerwaarde van veranderingen (bv. ICT, Zill, zelfsturingswerkvormen …), dat is een belangrijke motivator. Zo blijven seniors duurzaam inzetbaar en houden ze er goesting in.”


Marleen Borzée
Marleen Borzée: “Actief luisteren als schoolleider is de meest essentiële vorm van bevestiging.”

5. Erken de ervaring en expertise van seniors

Marijke Gyns: “Het is zalig om te voelen dat je erkend wordt in je ervaring: collega’s die me raad vragen of een nieuwe werkgroep die zegt: we willen je er graag bij. Of een leerling die na een experiment in de klas komt zeggen: ‘Mevrouw, dat was tof.’”

“Van de directie, heel eerlijk, voel ik dat veel minder. Als je ouder bent, heb je het gevoel dat je inzet als vanzelfsprekend gezien wordt. Ik zeg daarom niet dat ze mij niet waarderen. Voor hen is het waarschijnlijk handig dat ze mensen verantwoordelijkheid kunnen geven en weten dat het allemaal wel goed komt.”

“Ik heb in heel mijn carrière één functioneringsgesprek gehad en nu staat er voor mijn pensioen een exitgesprek gepland. Dat komt veel te laat. Ik denk dat de directie soms wel meer in gesprek zou moeten proberen te gaan.”

“Als je voelt dat mensen je erkennen, geeft dat rust en vertrouwen. Het is een geweldig gevoel dat ik me niet meer hoef te bewijzen.”

Walter D’Hoore: “Het is nog niet zo lang dat wij veel 55+’ers in dienst hebben, we zijn ons daar nog niet genoeg van bewust. In onze school is dat 23%. Het is niet zo makkelijk om hen de extra aandacht te geven die ze verdienen. Ik heb het gevoel dat we de laatste 4-5 jaar veel meer tijd moeten steken in onze starters. De tijd heb je natuurlijk maar één keer en kan je niet aan 55+’ers geven.”

“Ik hoor dat veel directies worstelen met functioneringsgesprekken vanwege tijdsgebrek. Mogelijk zorgt de aangepaste regelgeving voor wat versoepeling waardoor er meer tijd komt en die gesprekken ook waarderend kunnen zijn. Daar moeten we in de toekomst alvast op inzetten.”

Marleen Borzée: “Een bevlogen senior in het onderzoek zei: ‘Ik ben meer waard dan vroeger.’ Dat vertrouwen in eigen kunnen is een belangrijke energiebron. Marijke heeft niet het gevoel dat ze zich nog moeten bewijzen. Ze genieten ervan om te adviseren en inspireren.”

“Die erkenning voelen bevlogen seniors op veel manieren: via de leerlingen (niet enkel vanuit het vak, maar ook de levenservaring’), ouders (vooral in de basisschool), team (voor het doorgeven van trukendoos en inzichten).”

“Waardering en vertrouwen krijgen van een leidinggevende is erg belangrijk om bevlogen te blijven. Dat doe je via het informele personeelsbeleid: warme betrokkenheid tonen, weten wat mensen bezighoudt, dat zien, erkennen en ondersteunen. Een lach, een knikje, een vraag, een attentie, een dankjewel, een pluim, een beterschapswens … Ik word gezien en gehoord als mens in mijn rol. Die waarderende insteek geeft hen vleugels.

“Toon zichtbare betrokkenheid in kleine dingen onderweg, weet wat je mensen bezighoudt en toon hen dat je hen ook ziet als mens in hun rol. Dat geeft vleugels”

Marleen Borzée

“Daarnaast pleiten we voor een meer formeel proactief personeelsbeleid waarbij de senior expliciet wordt uitgenodigd voor een (einde)loopbaangesprek vanuit waarderend perspectief. Dat is geen functionerings- of evaluatiegesprek.”

“Zo’n gesprek gaat over: waar sta je in je kracht, welk talent zou je nog meer willen tonen (absorptie); wat geeft je energie en wat kunnen we doen om je energie optimaal te houden (vitaliteit); en wat geeft je zin, welke steen wil je nog verleggen in onze school (toewijding)? Actief luisteren als schoolleider is de meest essentiële vorm van bevestiging.”

“Hoe kan je zo’n gesprek haalbaar maken in een organisatie? Doe zo’n gesprek om de 3 jaar, schakel het middenkader of een coach in, het kan ook een groepsgesprek zijn of je vraagt ze om constructieve voorstellen op papier te zetten. We merken ook dat een bevlogen schoolleider heel besmettelijk kan werken. En dat geldt niet alleen voor 55+’ers.”

Marleen Borzée, Ine Bogaerts en Caroline Vancraeyveldt (UCLL) deden kwalitatief waarderend praktijk onderzoek naar ‘Bevlogen blijven werken als 55+’er in het onderwijs!’ Er is een navormings- en ontmoetingsdag op donderdag 2 december in UCLL. Info en inschrijving. Download hier het e-book.

Michel Van Laere

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


M

Meester Pol

28 oktober 2021

En weer gaat het over het middelbaar. Ik geef 34 jaar les in het zesde leerjaar, het merendeel zonder parallelklas en met soms tot 28 lln. ; een andere wereld. Misschien toch eens iets anders doen 'voor de uitdaging'....

Reageren
M

Marleen

29 oktober 2021

Dag Pol,
De personen in dit gesprek zijn puur exemplarisch. Het konden even goed mensen uit de lagere school zijn. Het onderzoek bevroeg evenveel leraren en directies uit het basis- als uit het secundair onderwijs. De besproken conclusies gelden dus voor beiden. Dank voor je reactie.

Reageren
J

Juf Mieke

8 november 2021

Ik zou als 57-jarige graag een VVP55+ aanvragen zonder motivering maar zie dat dit verlof een negatieve invloed kan hebben op de berekening v mijn pensioen dat ingaat op 63-jarige leeftijd. Wanneer zullen de pensioengevolgen duidelijk zijn?

Reageren

Laat een reactie achter