Verhaal Gepubliceerd op

“Zeg niet te snel: ‘Kansarme ouders zijn niet geïnteresseerd'”

21 reacties

Log in om te bewaren.

Delen

De meeste leraren komen zelf uit een middenklassegezin. Juf Sarah niet. Thuis hadden ze het niet breed en ze maakte het allemaal mee: de scheiding van haar ouders, het overlijden van haar vader, schulden en deurwaarders… Ondanks alles maakte Sarah de overstap van het beroepsonderwijs en werd ze kleuterjuf. “Het leverde me enkele speciale antennes op waarmee ik kijk naar kleuters.”

“Mama was huismoeder met 4 kinderen ten laste, papa was chauffeur en zelden thuis. In het begin van de maand ging het nog goed. Het was nooit feest, maar we konden gezond en uitgebreid eten. De derde en vierde week was het rekenen en tellen en stond ons gezin in overlevingsmodus. Hoe konden we rondkomen?”

“Als het geld veel te vroeg op was, kon er niets meer. Stress dus. Je bespaart op alles. Een maand lang heb ik met een gebroken pink rondgelopen. Het weinige soepgeld op school konden we niet betalen. Ook de kleurpotloden niet die mijn zus in het secundair nodig had. ‘Ga er toch kopen’, had de leraar boos gezegd. Je antwoordt dan niet dat je dat geld niet hebt.”


Je krijgt het gevoel dat je de dommerik bent, het kneusje van de klas

Sarah Bâton - kleuterjuf

“Op mijn elfde scheidden mijn ouders. Mama moest zonder diploma plots aan de slag. Haar nieuwe relatie liep ook op de klippen: partnergeweld. Ik heb me in het middelbaar nooit goed gevoeld. Terwijl mijn klasgenoten op school broodjes en soep kochten, kon ik niets kopen. Ik vertelde daar niet veel over.”

“Ik was ook niet goed met wiskunde en taal en thuis kon niemand me helpen. Je krijgt dan het gevoel dat je de dommerik bent, het kneusje van de klas. Ik ben er heel onzeker van geworden en heb er een laag zelfbeeld aan overgehouden.”

“Wat ik wel fijn vond is dat klasgenoten met al hun problemen naar mij kwamen. Ze vonden dat ik goed kon luisteren en praten. Als ik dan hun problemen hoorden, moest ik soms denken: ‘Moet je me daar nu mee lastig vallen, zijn dat nu jouw ‘grote’ problemen?’. Maar praten luchtte hen op.”

“Papa is dan gestorven met schulden uit zijn nieuwe relatie. Hoe moest dat nu weer? Dankzij mijn oudere zus ben ik toch gaan voortstuderen. Ze vond dat ik een diploma moest hebben. Ik volgde ‘kinderzorg’ en zou voor kleuterjuf gaan. Ik wist helemaal niet hoe ik aan die cursussen moest beginnen. Mijn zus steunde mij, ook financieel.”

Juf Sarah met kinderboek

Juf Sarah: “Soms zijn het de kinderen die niet echt knuffelbaar zijn die een knuffel nodig hebben”

“Ik heb het als startende leraar heel moeilijk gehad. Mijn onzekerheid speelde me parten: ben ik wel goed genoeg, doe ik het wel goed genoeg? Tegelijk had ik speciale antennetjes ontwikkeld: in elke klas zitten kinderen die het thuis moeilijk hebben.”

“Collega’s waar ik toen mee samenwerkte hoorde ik te snel oordelen: ‘Die ouders maken geen tijd voor hun kinderen, ze zijn niet uit hun bed geraakt, de school interesseert hen niet’. Mijn maag krimpt dan. Ik weet dat in gezinnen vaak andere dingen aan de orde zijn vanaf de derde week van de maand.”

“Ik vind het erg belangrijk dat kinderen het zelfvertrouwen hebben dat ik niet heb. Ik wil ook proberen de juf te zijn die ik vroeger misschien wat te weinig heb gehad. Die laat voelen: je mag zijn wie je bent, ik ben er voor jou: vertel maar. Sommige kinderen hebben gewoon eens een knuffel nodig. Soms zijn het precies die kinderen die niet echt knuffelbaar zijn, waar we zelfs als leraar wel eens onze neus voor ophalen.”

“Het is gek. Ik heb heel weinig zelfvertrouwen, maar tegen het oudercontact kijk ik niet op. Dat doe ik heel graag. Het zijn superbelangrijke momenten om te voelen in welk gezin een kind opgroeit.”

“Ik probeer alvast niet te snel te oordelen. Elke situatie is zo anders. Op die manier wil ik in mijn beroep staan en als jonge juf het perspectief van oudere collega’s helpen verbreden. Het is niet makkelijk. Je loopt ook niet te koop met je eigen achtergrond. Maar het is wel hoe ik als leraar wil zijn.”
 

Kinderarmoede: 6 adviezen van Sarah

  1. Kijk goed, wees heel alert voor kleine signalen die kunnen wijzen op armoede: heen-en-weerschriftje nooit ingevuld, nooit fruit bij…
  2. Geef ouders veel kansen om met jou te praten, hou de drempel laag. Als je hun vertrouwen wint, praten ze ook makkelijker over een moeilijker probleem.
  3. Oordeel niet te snel: ‘Die ouders zijn lui, ze maken geen tijd voor hun kind’. Soms zijn er andere dingen meer prioritair in een huisgezin dan huiswerk begeleiden of knutselmateriaal zoeken.
  4. Praat met ouders over de talenten van hun kind. Zo maak je de communicatie positief en de sfeer en relatie prettig.
  5. Laat armoede als onderwerp in je les sluipen. Laat kinderen voelen dat niet iedereen het thuis even makkelijk heeft. Dat kan al van in de kleuterklas.
  6. Werk samen. Zien collega’s, de zorgjuf, de CLB-medewerker hetzelfde?

 

logo Kleine kinderen grote kansen

Deze tekst kwam tot stand binnen het project Kleine Kinderen Grote Kansen. Het project wil bijdragen om kinderarmoede en sociale ongelijkheid in Vlaanderen te doorbreken. Meer info op www.grotekansen.be