Specialist Dit artikel behoort tot de reeks Psychische problemen Gepubliceerd op

“Een leraar is geen therapeut”

1 reactie

Log in om te bewaren.

Delen

Kinder- en jeugdpsychiater Lieve Swinnen ontvangt elke dag kinderen en jongeren met psychische problemen als depressie, angsten, druk gedrag of contactstoornissen. De problemen worden de laatste 10 jaar steeds complexer. Overleg met ouders, scholen en CLB zijn wekelijkse kost. Is de school een wachtzaal voor de psychiater geworden? En wat kunnen leraren doen?

 
Lieve Swinnen

Het lijkt alsof er steeds meer jongeren en kinderen met psychische problemen in de klas zitten. Klopt dat?

Lieve Swinnen: “Ja. Steeds meer kinderen en jongeren hebben een psychiatrische stoornis: ADHD, ASS, maar ook een depressie, angststoornis of dwangmatig gedrag. Uit studies blijkt dat 18 % van de leerlingen behoefte heeft aan enige psychologische begeleiding, zoals een gesprek met een psycholoog. 7 % aan dringende en ernstige begeleiding: ze hebben verschillende gesprekken of een opname nodig.”

“Dat de diagnoses toenemen, komt onder meer door een grotere kennis. Maar er is meer: de maatschappelijke druk op kinderen stijgt. Ze moeten perfect zijn, moeten gelukkig zijn en zich zeker niet vervelen.”


Scholen verwijzen gemakkelijker een leerling door omdat zij last hebben met hem of haar, niet per se omdat die leerling zelf last heeft.

Lieve Swinnen - kinderpsychiater

“Een kind dat onder het klasgemiddelde presteert, is niet goed genoeg. Tegelijkertijd neemt de ondersteuning thuis in een aantal situaties af, onder meer door echt- of vechtscheidingen. Daarom blijft en wordt de school belangrijk voor kinderen en jongeren. Het is vaak de enige neutrale plek waar ze nog kind kunnen zijn. Bovendien zijn vrienden en sociale contacten heel belangrijk voor de veerkracht van een kind.”

Hoe komt het dat veel van die kinderen niet of te laat bij de juiste hulpverleners terechtkomen?

Lieve Swinnen: “Vaak loopt een leerling al een hele tijd rond met zijn of haar problemen. Maar zodra die jongere of zijn ouders bereid zijn om er iets aan te doen, verwachten de school, ouders en het kind zelf onmiddellijk hulp. Dat gaat niet altijd en is ook niet altijd nodig. Als psychiater schat je in hoe dringend het probleem is. Onderneemt een jongere een zelfdodingspoging, dan komt er snel crisisopvang.”

“Een dringend probleem, maar geen crisis? Dan kan de hulp even op zich laten wachten. Hoelang? Dat verschilt regionaal. En wie het hardst roept, krijgt vaak het snelst hulp. Scholen verwijzen gemakkelijker een leerling door omdat zij last hebben met hem of haar, niet per se omdat die leerling zelf last heeft. Niet altijd fair, maar wel de realiteit.”


Steeds meer scholen kiezen ervoor om psychologen of pedagogen in te schakelen voor hun leerlingbegeleiding.

Lieve Swinnen- kinderpsychiater

“Een andere reden waarom kinderen niet of te laat bij de juiste hulpverleners terechtkomen, is dat de school of de ouders niet precies weten wát er net aan de hand is. Ze zijn blij dat ze een hulpverlener vinden die beschikbaar is, maar die heeft niet altijd de expertise die hun kind nodig heeft.”

Wat kan je als leraar doen? Je kan toch geen therapeut spelen?

Lieve Swinnen: “Niemand verwacht van een leraar dat hij therapeut speelt. Dat is zelfs niet wenselijk. Maar een leraar die enkel focust op cognitief leren, dan vliegen we 50 jaar terug in de tijd. Kinderen moeten zich eerst goed in hun vel voelen, voor ze tot leren in staat zijn.”

“De leraar is expert in zijn vak en bouwt aan een goede relatie met de leerlingen. Hij laat leerlingen voelen dat ze bij hem terechtkunnen als er wat scheelt. Hij heeft ook een signaalfunctie. Daarom blijft vorming erg belangrijk. De leerlingenbegeleiding schat in of extra hulp nodig is. Steeds meer scholen kiezen ervoor om psychologen of pedagogen in te schakelen voor hun leerlingenbegeleiding. Een evolutie die noodzakelijk en welkom is.”


De school lost faalangst of pestproblemen het best zelf op.

Lieve Swinnen - kinderpsychiater

Hoe kan een school dat aanpakken?

Lieve Swinnen: “Dat hangt af van het probleem. De school lost faalangst of pestproblemen het best zelf op. Daarnaast signaleert de school ook waar het misloopt. En ten slotte vangt zij de leerling met problemen verder op. Want ook kinderen met psychiatrische stoornissen gaan naar school.”

“Het is goed dat elke school de hulpkaart kent: welke hulp kan je als school inroepen? Een goede samenwerking met het CLB is dan ook noodzakelijk, net als interne en externe protocollen: wat doe je als een leerling een poging tot zelfdoding achter de rug heeft? Wat als een leerling na een lange opname terugkomt?”

“Als psychiater bezorg ik mijn medisch dossier steeds aan het CLB. Zij vertalen de informatie naar de school. Als leraar heb je recht op informatie over het functioneren van die leerling en hoe je daarmee omgaat, als de ouders en de leerling daar toestemming voor geven. Stroomt die informatie niet door, neem dan zelf initiatief en contacteer het CLB of de ziekenhuisschool.”