Gepubliceerd op
Zo doen zij het

Tafels oefenen in de turnzaal

“‘Yes, tafels’, roepen die van mijn klas als ik ze tafels meegeef als huiswerk”, vertelt Bert Buelens, leraar in het tweede leerjaar in GBS Haacht, afdeling Wespelaar. Hij combineert wiskunde-oefeningen met beweging. “Als kinderen bewegen, maken hun hersenen stoffen aan waardoor informatie sneller wordt opgeslagen.”

{copyright}

“Het verschil zit in de kapstokken waaraan ik mijn oefeningen ophang. Ze oefenen thuis hun tafels met een kaartspel of met jongleerballetjes. Of ze oefenen hun tafels thuis op de trap.

“Ik haal mijn inspiratie uit mijn voetbaltrainingen. Ik zie daar dat kinderen die bewegen veel plezier beleven én snel leren: hun balbehandeling gaat vlotter en ze zien sneller de ruimtes.”

{copyright}

“1 keer per week doen we de oefeningen op school. Dan geef ik rekenen in de turnzaal. De leerlingen leggen per 2 een parcours af vol oefeningen. Daar zitten heel wat kaartspelletjes bij uit de Eurekamethode, maar ik geef ze ook een Senseball, een balletje aan een koordje met handvat. Daarmee oefenen ze in duo synchroon hun tafels. De ene voet tikt tegen de bal en daarna roepen ze een veelvoud. Als de andere voet tegen de bal tikt, moeten ze het volgende veelvoud roepen.

Hersenen slaan sneller info op

Een ander groepje loopt de trap op en af terwijl ze hun tafels van voor naar achter en weer terug automatiseren. Ze maken er vanzelf een spelletje van en doen het om het snelst. Anderen oefenen hun bewerkingen terwijl ze voorwaarts en achterwaarts tussen kegels springen.”

klasse_wiskundeklas_07

“Kinderen die bewegen, leren sneller. Hun hersenen maken dan stoffen aan waardoor informatie sneller wordt opgeslagen. Ook kennis en vaardigheden automatiseren lukt vlotter omdat je het werkgeheugen van kinderen zwaar belast als je ze 2 taken tegelijkertijd geeft.

Als je het werkgeheugen belast, dan kan het kind moeilijker nadenken en leert het automatiseren. Zo leert het iets aan wat het nooit meer vergeet en automatisch toepast. Denk aan leren fietsen en zwemmen, maar ook aan onthoudwoorden, leesstrategieën, bewerkingen in wiskunde.”

klasse_wiskundeklas_06

“Ik merk ook dat de algemene focus hoger ligt dan in de klas. In mijn ‘gewone’ lessen roepen ze al te snel: ‘Meester, ik ben klaar.’ Terwijl ze in deze les blijven doorgaan, het oefenen is fun en stopt nooit. Ze zitten na 2 minuten al in de flow. De les raast echt elke keer voorbij.”

Impact van emotie op leren

“Terwijl ik door de turnzaal wandel, zie ik meteen wie problemen heeft met sommige bewerkingen. Een kind vertraagt of staat te twijfelen of loopt op me af met vragen. In een gewone klasopstelling, merk je soms pas in het werkboek dat ze iets niet begrijpen, zeker van kinderen die geen hulp durven te vragen. Sommige leerlingen vinden zelf al spelletjes uit. En je mag ook als leraar niet bang zijn om te experimenteren. Als iets niet lukt, dan doen we dat de volgende keer anders.”

“Bert koppelt graag kinderen die verder staan aan wie nog meer werk aan de winkel heeft voor wiskunde”, zegt zorgcoördinator Christel van Hove (45). “Zo leren ze van elkaar. Kinderen die wiskunde in de werkboeken totaal niet vatten, kunnen in een echte ruimte vaak veel beter aan de slag met cijfers. En ze bloeien open. Hier punten op geven? Dat gaat niet. Maar zijn die punten nodig? Punten hebben een zware impact op de emoties van kinderen. En emotie heeft op haar beurt een grote impact op leren.”

“Ik heb liever dat kinderen zich veilig voelen en fouten durven te maken, dan dat ik via punten hun progressie moet meten”, vult Bert aan. “Want ik voel, zie en hoor dat ze groeien.”

{copyright}

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 51.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...