Verhaal Dit artikel behoort tot de reeks Holebi en transgender Gepubliceerd op

Transgender op school: “Hier waren we niet op voorbereid”

Reageer

Log in om te bewaren.

Delen

“Het eerste middelbaar was het ergste jaar uit mijn leven”, zegt Yordan (17), een transgenderjongere. “Ze noemden mij vies.” Specialist Steven De Baerdemaecker begeleidt scholen, gezinnen en jongeren in omgaan met transgender. Bekijk de video met tips en verhalen.

De school was hier helemaal niet op voorbereid

Katrien Choueiri - Adjunct-directeur, atheneum GO! De Pinte

Transgender op school

De druk van leeftijdsgenoten, het schoolreglement dat lang haar voor jongens verbiedt, de kleedkamer en toiletten waar ze zich niet op hun plaats voelen: voor jongens die zich meisje voelen of omgekeerd is de schoolomgeving doorgaans zeer vijandig. Bovendien bestaat er voor scholen nog heel weinig informatie over transgender leerlingen.

Wat moet je weten?

  • Wanneer een jongetje in de basisschool zich als een meisje voelt en bijvoorbeeld liever jurkjes draagt, blijft dat niet per se zo. 80 procent van de kinderen die zich aanmelden bij een genderteam (team van medische specialisten) blijkt zich later toch met zijn of haar lichaam te verzoenen.
  • Elk kind vertoont wel eens een poos gedrag dat niet bij het geslacht past. Daar is niks mis mee. Wanneer een leerling permanent, langdurig en op meerdere vlakken aangeeft dat hij of zij zich geen jongen of meisje voelt én daaronder lijdt, verwijs je ouders het best door naar het kinderteam van het UZ Gent en naar transgenderinfo.be. Jongeren wijs je ook de weg naar T-jong.
  • Een volledige genderswitch voor het begin van de puberteit wordt afgeraden. Te snel grote veranderingen toelaten is niet ideaal, omdat ze moeilijk terug te draaien zijn. Zoek met ouders, gespecialiseerde begeleiders en kind naar een middenweg.

Hoe ga je ermee om?

  • Bespreek wat de gevolgen kunnen zijn van zijn of haar gedrag, uiterlijk en kleding. Leg uit dat het negatieve reacties uit de omgeving kan opleveren en dat het daarom goed is om soms voorzichtig te zijn.
  • Straf een kind niet omdat het zich mannelijker of vrouwelijker gedraagt dan wat je verwacht. Dit kan kinderen onzeker en beschaamd maken. Het kind zal sowieso al veel druk ervaren om zich ‘normaal’ te gedragen.
  • Maak goede afspraken: welke kleedkamer gebruikt de leerling? Welk toilet? Slaapt de leerling tijdens de schoolreis bij de jongens of de meisjes? Verandert de foto op de schoolpas? Welke naam staat er op de klaslijst, het diploma?
  • Spreek je de leerling met hij of zij aan? Pols bij de leerling, de ouders en de eventuele professionele begeleiding naar de beste aanspreking.
  • Heb ook oog voor de vrienden, de klasgenoten, de broers of zussen in de school. Ook zij kunnen zich onwennig voelen bij de situatie.