Vlaanderen
Klasse.be

Specialist

“Als school mag je zoekend zijn in LGBTQI+” 

  • 8 april 2024
  • 8 minuten lezen

Van je school een veilige plek maken zodat álle leerlingen en leraren zich welkom en veilig voelen? Kaj Poelman en Els Verbeelen van het Vlaams advies- en vormingscentrum Kliq vertellen hoe LGBTQI+ geen lege letters blijven op jouw school. 

Kaj Poelman en Els Verbeelen van Kliq
Kaj Poelman: “Elke school wil dat alle leerlingen en leraren er zich goed en veilig voelen, toch?”

Een LGBTQI+-inclusief beleid, heeft elke school dat nodig?

Kaj Poelman, beleidsmedewerker expertisecentrum Kliq: “Eigenlijk is een apart LGBTQI+-beleid helemaal niet nodig. Een LGBTQI+-inclusief schoolklimaat is het doel. Op school aandacht hebben voor LGBTQI+-leerlingen, is even belangrijk als werk maken van een antipestbeleid of een werkgroep ‘veilig schoolklimaat’. Je wil dat iedereen – elke leerling én leraar – zichzelf kan zijn, zich goed en veilig voelt op school.”   

“Velen denken bij LGBTQI+-inclusiviteit aan genderneutrale toiletten, de regenboogvlag of de toevoeging van voornaamwoorden. Maar dit zijn maar heel specifieke dingen die deel uitmaken van de grote zoektocht naar inclusiviteit op school. Foto’s gebruiken die de diversiteit van onze maatschappij weerspiegelen, oog hebben voor diverse gezinnen en je als school afvragen of alle richtingen, ateliers of activiteiten even toegankelijk zijn voor álle leerlingen horen daar ook bij.”

De zichtbaarheid van LGBTQI+ vergroot. Toch verbetert de situatie voor LBGTQI+-leerlingen niet. Hoe verklaar je dat?  

Els Verbeelen: Onderzoek van çavaria over LGBTQI+ in secundair onderwijs wijst uit dat 60,4% van de LGBTQI+-leerlingen zich onveilig voelt op school. Toch besteden steeds meer scholen aandacht aan het LGBTQI+-thema en experimenteren ze met taal, extra kleedruimtes en acties zoals Paars en Dag van de ouder. Maar vaak hangt het af van een enthousiaste leerlingenraad die Paars organiseert, een trans leerling die uit de kast komt en vraagt naar aanpassingen in de toiletten, de leraar die een film programmeert rond LGBTQI+ …”

Welke ingrepen zijn zinvol en welke doe je beter niet? 

Kaj Poelman: “Scholen een passe-partout voorschotelen voor LGBTQI+-personen? Zo werkt het niet. Even met een inclusieve bril op nagaan hoe je nu al rekening houdt op school met diversiteit, is een goede start: het leerplan onder de loep nemen, nagaan of de cursus ook opdrachten bevat met een koppel van hetzelfde geslacht of waar de vrouw meer verdient dan de man, checken of de schoolbib gender- en LGBTQI+-inclusieve boeken aanbiedt …”

Groepen indelen op basis van geslacht of andere identiteitskenmerken? Als je dat van plan bent, sta dan even stil of er leerlingen uit die groep aan het worstelen zijn met hun identiteit. Want die leerlingen kunnen zich uitgesloten voelen. Door je klasgroep bijvoorbeeld in te delen volgens hoe je leerlingen naar school komen, betrek je iedereen.”

“We zien veel leraren en directeurs die – bovenop de hoge werkdruk – heel betrokken zijn bij het LGBTQI+-thema, maar ook schrik hebben om fouten te maken. Geef je school wat respijt. Neem tijd om te groeien, om je leerlingenraad en enkele LGBTQI+-jongeren te bevragen. Alles in 1 keer aanpassen is niet nodig. Fouten maken mag, zolang we er maar uit blijven leren. Iemand die intern of extern LGBTQI+-deskundig is? Interessant om zo’n profiel dichtbij te hebben waarop je een beroep kan doen.” 

Sommigen vinden dat we ‘jongens en meisjes’ beter niet meer gebruiken, hoe zien jullie dat?

Els Verbeelen: “‘Jongens en meisjes, het is deze kant op.’ Of: ‘Ik zoek een paar sterke jongens om de tafels te verplaatsen.’ Zoiets is snel en zonder slechte intentie gezegd. Ook hier is het goed om erbij stil te staan dat je, als je ‘jongens en meisjes’ gebruikt, bepaalde leerlingen het gevoel kan geven dat ze er niet bij horen. Met ‘kom kinderen’ of ‘kom, we zijn ervandoor’ bereik je hetzelfde resultaat.” 

Els Verbeelen: “Ook in je schriftelijke communicatie kan je kiezen voor genderbewuste taal zoals ouder, lief of partner, leerling. En beroepen kan je genderneutraal benoemen: schoonmaakhulp, administratief bediende … Zo voelt iedereen zich aangesproken. Maar het blijft zoeken. Zo vinden we nog steeds geen alternatief voor ‘juf’ of ‘meester’. De neutrale term is ook vaak de mannelijke term, zoals leraar en directeur. Een mogelijke oplossing? Beroepen in paarvormen benoemen: loodgieter/loodgietster, chirurg/chirurge …”

Els Verbeelen van Kliq
Els Verbeelen: “Toiletten of verkleedruimtes op zich kunnen niet onveilig zijn. Het zijn de gebruikers en de sfeer op school die een plek onveilig maken.”

De non-binaire groep groeit opvallend. Hoe hou je daarmee het best rekening?  

Kaj Poelman: “De meeste leerlingen identificeren zich met ‘of meisje’ of ‘jongen’. Maar het aandeel non-binaire leerlingen stijgt. Bij de schoolklimaatenquête van 2017 identificeerde 15% zich als non-binair, in 2022 was dat 22%. Die botsen uiteraard met het binaire model ‘m/v’. Voor hun identiteitskaart bijvoorbeeld is er geen alternatieve optie.”  

“In een maatschappij die binair is ingedeeld, kan je als school die opsplitsing niet veranderen. Je kan wel voorstellen om de voornaamwoorden die/hen/hun, hij/hem/zijn en zij/haar/haar te gebruiken. Met een link achter die termen over genderidentiteit, zet je mensen aan het denken. En misschien kunnen leerlingen hun roepnaam gebruiken op Smartschool en op toetsen?”

Sommige LGBTQI+’ers voelen zich onveilig in kleedkamers. Hoe los je dat op? 

Els Verbeelen: “Weinig leerlingen beleven kleedkamers als een comfortabele en veilige ruimte. Zeker in de puberteit. Er is ook de schrik dat iemand hen filmt. Maar het zijn de gebruikers, je leerlingen en leraren, en de sfeer op school die ervoor zorgen dat een plek onveilig voelt. Dus grijp onveiligheid als een momentum om na te gaan of er nog plaatsen op school dat gevoel oproepen en hoe dat komt. Ga met je leerlingen in debat. Stel de vraag of iedereen recht heeft om op een veilige manier de kleedkamer te gebruiken.”  

Probeer alle stemmen te horen, maar trap niet in de valkuil dat een meerderheid bepaalt wat een minderheid al dan niet mag of moet doen. Wijs leerlingen er ook op hoe ze als omstaander kunnen tussenkomen of ingrijpen als ze getuige zijn van ongewenst gedrag. Zo helpen zij ook pesterijen opvangen en vermijden.” 

Stel dat elke school een potje geld krijgt om een nieuw wc-blok te plaatsen. Hoe ziet dat er idealiter uit?

Kaj Poelman: “Wij stellen een inclusieve toiletruimte voor die voor iedereen, ook rolstoelgebruikers, toegankelijk is. De urinoirs zitten in eenvoudig afsluitbare toilethokjes. In de gemeenschappelijke ruimte of in elk toilethokje vind je een box/dispenser met menstruatieproducten. In elk toilet staat een vuilbakje en is een wasbak. Er is neutrale signalisatie en termen zoals wc, urinoir, verschoonkamer zijn standaard. Onze suggesties bundelen we ook in mini-bouwplannen.

Genderinclusieve toiletten zijn niet de norm. Waarom zou je ze op school overwegen?  

Els Verbeelen: “Ook papa’s, grootvaders … kunnen hun (klein-)dochters begeleiden in het toilet. Trans, intersekse en non-binaire leerlingen en leraren hoeven geen ongemakkelijke keuze te maken. En scholen met een kleine toiletcapaciteit kunnen er de wachtrijen mee verminderen. Bezorgd of genderinclusieve toiletten voldoende veilig voelen voor leerlingen die onzeker zijn over hun identiteit? Bij twijfel vind je net bij hen het antwoord. Extra (tijdelijke) privacy kunnen ze mogelijks vinden in het lerarentoilet?” 

“De onduidelijkheid die op veel scholen leeft, is te linken aan het feit dat de onderwijsinspectie lang de arbeidswetgeving toepaste. Die bepaalt dat elke werkgever juridisch verplicht is om aparte toiletten te voorzien voor mannen en vrouwen. Sinds belangengroepen dat aankaartten, krijgen scholen met genderinclusieve toiletten geen negatieve beoordeling meer van de inspectie. Elke school moet voor het lerarenteam volgens de wet wél nog een mannen- en vrouwentoilet aanbieden.”

Kaj Poelman van Kliq
Kaj Poelman: “De traditionele Vader- en Moederdag bieden kansen om te tonen hoe divers gezinnen zijn.”

Wat doe je als inclusieve school met moeder- en vaderdag?

Kaj Poelman: “Sommige scholen kiezen voor ‘Dag van de ouder’. Als je dat overweegt, ga dan stap voor stap met het lerarenteam en bij de ouders na hoe zij daarover denken. Door uit te leggen dat je voor die dag kiest omdat sommige kinderen in een gescheiden gezin leven of een ouder overleden is, creëer je begrip.”  

“Maar ook de traditionele Vader- en Moederdag bieden kansen om te tonen hoe divers gezinnen zijn. Er zijn eenouder-, pleeg-, samengestelde gezinnen … Het kan ook een ideaal moment zijn om het even te hebben over genderrollen. Een make-upkist voor mama en gereedschapskist voor papa, kan dat anders? Wie weet hebben je leerlingen genderneutrale cadeautips? Leerlingen met gescheiden ouders kan je vragen of ze ook voor een plusouder een geschenkje willen maken.”  

Is het een must om als school deel te nemen aan campagnes zoals Paars of IDAHOT? 

Els Verbeelen: “We weten dat LGBTQI+-jongeren die dag fijn vinden, omdat ze merken dat ze ‘erbij horen’. Maar tegelijk kan zo’n dag ook een trigger zijn voor homo-, trans- en LGBTQI+-fobie. Zeker wanneer je leerlingen en ouders niet inlicht waaróm je als school deelneemt aan bijvoorbeeld Paars. Ik herinner me een school waar de regenboogvlag verbrand werd omdat enkele leerlingen door fake news dachten dat dit een pedofiele vlag was.”  

“Vraag dus aan je leraren om de campagne te kaderen. Voeg bij elke aankondiging toe waarom je meedoet als school. Vragen leerlingen zich af waarom de school aandacht besteedt aan LGBTQI+-jongeren maar niet aan hoogbegaafde leerlingen of jongeren die de ramadan volgen? Ook die vragen verdienen een antwoord. Je kan er samen naar op zoek of doorverwijzen.”

Wat als ouders niet akkoord gaan met jullie LGBTQI+-inclusieve aanpak?  

Kaj Poelman: “Ik raad aan om dan te luisteren naar het verhaal van ouders. Soms bots je op een misverstand. Als Liesje thuis zegt ‘morgen móeten we paars dragen’, is dat fout. Vaak helpt het als je uitlegt dat op jouw school elke leerling en leraar zich prettig en veilig moet voelen. Dat je leerlingen maximaal wil laten participeren in onze maatschappij. En die is divers, in al haar facetten.” 

“Scholen vertel ik ook dat het niet hun taak is om de mening van ouders te veranderen. Die kan en mag anders zijn. Zeg hen dat ook: ‘Jouw visie over opvoeding mag anders zijn, we mogen het oneens zijn. Als school vragen we ouders wel om respect te hebben voor onze visie. En die stelt dat geen van onze leerlingen of leraren een stuk van hun identiteit moet achterhouden.’ Zo eindigt het gesprek vaak met wederzijds respect. Weet wie zich in jullie team comfortabel voelt bij zulke gesprekken en verwijs gerust door naar die collega.”


Nog vragen? Bij KLIQ, het Vlaams advies- en vormingscentrum van çavaria, kan je aankloppen voor tips, vorming op maat of trajectbegeleiding.

Cherline De Maeght

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter