Specialist Gepubliceerd op

“Relationele en seksuele vorming is de taak van élke leraar”

2 reacties

Log in om te bewaren.

Delen

“Relationele en seksuele vorming (RSV) zit verankerd in de vakoverschrijdende eindtermen (VOETen). Toch kan je helaas nog steeds afstuderen uit het secundair onderwijs zonder over RSV te hebben gehoord”, zegt Lies Verhetsel, beleidswerker jongeren bij Sensoa. Waar loopt het mis?

Lies Verhetsel

Zit relationele en seksuele vorming (RSV) op zijn plaats in de (VOETen)?

Lies Verhetsel (beleidsmedewerker jongeren bij Sensoa): “Ja. Als je als school of leraar écht werk wil maken van RSV, dan bieden die VOETen heel veel ruimte en kansen. In de vakgebonden eindtermen, zoals bij natuurwetenschappen, ben je meer gebonden aan het biologische aspect van de voortplanting. Het probleem van de VOETen is dat scholen geen plan hebben voor RSV over de vakken, leraren en leerjaren heen. Leraren weten meestal niet wat hun collega’s al hebben gegeven. Scholen hebben ook niet de tools om een schoolbreed plan op te stellen rond RSV.”

“Bovendien baseren de meeste leraren zich niet op de eindtermen, maar op de leerplannen. Die verschillen per inrichtende macht. RSV komt dan vaak terecht in moraal of godsdienst. En op de godsdienstles heeft de onderwijsinspectie heel weinig zicht, want religieuze instanties als het bisdom of de moslimexecutieve organiseren die. De godsdienst- of moraalleraar krijgt bovendien weinig wetenschappelijk onderbouwde ondersteuning. RSV dreigt zo een religieuze kleur te krijgen.”
 

Is een apart vak RSV de oplossing?

Lies Verhetsel: “Nee, want alle leraren moeten zich bewust zijn van de seksuele ontwikkelingen van hun leerlingen. En moeten beseffen dat ze daar een rol in te spelen hebben. Het probleem is veeleer dat de richtlijnen voor RSV te vrijblijvend zijn. Daarnaast is het niet zo makkelijk voor leraren om op maat van de leerlingen werken. Want het ene jaar zijn er 10 leerlingen klaar voor de uitleg over hoe je een condoom gebruikt, en het jaar daarna zijn die dat beu. Maar ondertussen zijn er 10 andere die denken aan een eerste keer seks. Herhalen en vertrekken vanuit de vragen van de leerlingen is daarom erg belangrijk. ”

“Vlaanderen is gelukkig zeer open om met jongeren over seksualiteit te spreken. En de VOETen laten toe dat scholen hun eigen accenten leggen. Het voordeel is: als je meer tienerzwangerschappen of homofobie hebt, kan je daar meer de nadruk op leggen. Maar dat geldt niet het voor omgekeerde: ‘Wij praten niet over homoseksualiteit, want wij hebben geen homofobie op school.’ Wees gerust dat er in die scholen net wél een probleem is (lacht).”
 

Voelen de leraren zich sterk genoeg om RSV te geven?

Lies Verhetsel: “We nemen veel te vlug aan dat leraren van nature makkelijk over relaties en seksualiteit kunnen praten en dat ze daar veel visie over hebben. Maar die moet je ontwikkelen als leraar. Zeker omdat er in de klas veel gevoelig ligt: jongeren met een trauma (zeker in OKAN), holebi-jongeren, leerlingen die met gendervragen zitten. Maar ook bij de gemiddelde jongere kan je niet alles makkelijk bespreken, nog los van de culturele gevoeligheden.”

“We merken dat er een grote diversiteit is op vlak van RSV. Sommige scholen zijn erg goed bezig, andere geloven niet dat RSV hun taak is. Ook wordt soms ronduit foute informatie verspreid. Je kan je als leraar vormen bij Sensoa of andere nascholingscentra. Maar het is nog beter om RSV op te nemen in de lerarenopleiding. Zo overwinnen leraren-in-opleiding hun koudwatervrees. Ervaren ze hoe plezant het is met jongeren over relaties en seksualiteit te praten. En weten ze waar ze zich moeten informeren.”


Niet elke leraar praat van nature makkelijk over relaties en seksualiteit

Lies Verhetsel - beleidswerker jongeren bij Sensoa

Leraren die RSV geven zijn vaak vrijwilligers.

Lies Verhetsel: “En dat is prima. Maar niet als het Chinese vrijwilligers zijn. Want een leraar die compleet gecrispeerd over seksualiteit komt spreken, doet meer kwaad dan goed. Dat geeft de leerlingen het gevoel dat seksualiteit nog niets voor hen is. Terwijl jongeren informeren over hun seksualiteit en hun eigen grenzen aanleren in een positief verhaal moet zitten, niet in een verhaal van gevaren en problemen.”

“En dan moet de godsdienstleraar het maar oplossen. Dat was niet de bedoeling van de VOETen. Wel dat RSV in alle vakken aan bod kon komen. Maar je kan helaas nog steeds afstuderen uit het secundair onderwijs zonder over RSV te hebben gehoord. Dan heb je wellicht enkel het reproductieve verhaal gehoord: over de baarmoeder en de menstruatiecyclus.”
 

Hoe staat het met RSV in de basisschool?

Lies Verhetsel: “In de basisschool behandel je niet de seksuele verlangens, en ga je niet uitgebreid in op soa’s of condooms. Maar wel bijvoorbeeld op welke rollen meisjes en jongens in de maatschappij krijgen, of ze dezelfde dingen mogen doen. Het is heel belangrijk dat kinderen daar van jongs af aan over leren nadenken. En dat ze hun eigen grenzen leren aangeven en de grenzen van anderen leren herkennen.”

“RSV betekent dat je de seksuele ontwikkeling van kinderen begeleidt. Al van bij de kleuters en zelfs baby’s: zo ontwikkelen baby’s intimiteit en een gezonde hechting doordat je hen knuffelt. Probleem is dat in de lagere school RSV nog veel minder in de ontwikkelingsdoelen zit, en dus ook veel minder in het schoolbeleid. In de kleuterschool zijn gelukkig steeds meer leraren met gender bezig. Roze voor meisjes, blauw voor jongens, dat verdwijnt daar stilaan.”

“De Wereldgezondheidsorganisatie heeft richtlijnen over wat kinderen vanaf 0 jaar moeten leren over RSV. Die helpen wij vertalen naar de Vlaamse scholen. Er bestaat al een raamwerk seksualiteit en beleid, dat je helpt nadenken over zaken als: we gaan op bosklas, mogen jongens en meisjes samen slapen? Maar een stappenplan voor RSV ontbreekt vooralsnog in de lagere school.”
 

Zijn de lessen RSV in het secundair te technisch?

Lies Verhetsel: “Jawel. We praten te veel over seks, te weinig over seksualiteit. Jongeren willen graag meer weten over intimiteit, lichamelijkheid, je grenzen stellen, maar ook over plezier beleven aan seks. En de ‘R’ in RSV blijft vaak onderbelicht. Je moet het verhaal over seks inbedden in een veel breder verhaal van relaties. Hoe bouw je die op, maar ook: hoe breek je die af met respect voor elkaars gevoelens? Als jongeren daar nooit over hebben kunnen praten, hoe moeten ze dat dan aanpakken?”

“Je mag seksualiteit niet problematiseren. Nu spreken leraren over anticonceptie soms vanuit het idee: ‘Word vooral niet zwanger!’ Terwijl jongeren in beroepsopleidingen soms op achttien gaan werken, samenwonen en aan kinderen denken. Praat dus ook over hoe je wél zwanger kan worden. Zo praat je automatisch ook over hoe je zwangerschap kan voorkomen. Maar kleed je het in een veel positiever verhaal in. Leer je jongeren de juiste, gezonde beslissing te nemen. En leg je ook veel makkelijker de brug naar praten over hoe te bouwen aan een goeie relatie. En daar zitten mooie lessen onder, zonder dat je leerlingen dat als een les ervaren.”

Ga als leraar, zorgcoördinator, CLB-medewerker … aan de slag met het Sensoa Vlaggensysteem voor onderwijs dat topics uit de schoolpraktijk bespreekt. De methodiek helpt seksueel (grensoverschrijdend) gedrag in te schatten en er gepast op te reageren. Via www.vlaggensysteem.be vind je een overzicht van alle info, materialen en vormingen over het Sensoa Vlaggensysteem.