Vlaanderen
Klasse.be

Zo doen zij het

Spreekkansen in de kleuterklas

  • 13 oktober 2026
  • 8 minuten lezen

Met de chronometer in de hand bracht basisschool De Krekel de spreekkansen in de kleuterklas in kaart. Confronterend: sommige kinderen spraken op een uur maar een tiental seconden. Met eenvoudige ingrepen keerden Lien en haar collega’s die situatie om.

“Ik droom dat ik in de vakantie met mijn kinderen ga fietsen”, vertelt juf Lien aan haar derde kleuterklas. “We zitten op mijn longtailfiets, zo’n lange fiets, en we gaan samen een ijsje eten.” Ze noteert haar droom in een wolk. “Straks wil ik weten wat jullie vakantiedroom is.”

De kinderen in de cirkel luisteren geboeid. “Een pro­actieve cirkel is een ideale plek om spreekkansen te creëren in de kleuterklas”, vertelt Lien. “Prikkelende momenten, zoals een schoolreis, Moederdag of het weekend grijpen we van de eerste kleuterklas tot het zesde leerjaar aan om alle kinderen kort, maar heel gericht aan het woord te laten.”

“Mijn groep is heel divers. Sommige kleuters zijn erg taalvaardig, andere beheersen het Nederlands nog niet zo goed. Ik heb kinderen met uiteenlopende (taal)problematieken of spreekangst. Zo’n droom vertellen over de toekomst is voor hen erg moeilijk.”

Spreekkansen in de kleuterklas: juf Lien stimuleert kleuters om hun vakantiedroom in volzinnen te vertellen.
Lien Verraes, leraar derde kleuterklas: “Met denk-doe vermijden we dat sommige kinderen lange verhalen vertellen en anderen geen kans krijgen.”

Spreken in volzinnen

“Daarom modelleer ik zelf eerst hoe ze hun droom kunnen formuleren. Vanaf de eerste kleuterklas maken we er een punt van dat ze spreken in volzinnen. Zeggen kinderen bijvoorbeeld ‘ikke plassen’, dan zeggen we de zin woord voor woord voor: ‘Juf, mag ik alstublieft gaan plassen?’ We tonen expliciet hoe ze hulp moeten vragen: ‘Juf, ik heb een probleem, kan je me helpen?’ Zelfs ruzies zijn oefenkansen om een gevoel te verwoorden in zinnen. Niet belerend, maar op hun niveau en met het doel om het conflict op te lossen.”

Lien heeft foto’s mee om de verbeelding te stimuleren: een kind dat speelt op het strand, een gezin dat een ijsje eet, een speeltuin, een kamperende familie aan een riviertje … Gericht duidt ze kinderen aan. Die beschrijven in een zin wat ze op de foto’s zien. De meest mondige delen meteen enthousiast hun vakantieplannen. Lien komt vriendelijk, maar kordaat tussen. “Nu nog niet. Straks mogen jullie allemaal één vakantiedroom vertellen.”

Denk-doe

“Doe allemaal je ogen toe”, zegt Lien. “Eerst nadenken: wat is mijn droom en hoe ga ik die vertellen?” Een halve minuut lang kan je een speld horen vallen. “Die tijd hebben sommige kleuters nodig om op de woorden te komen en hun antwoord to the point te krijgen”, legt Lien uit. “Die ‘denk-doe-methodiek’ passen we heel vaak toe om spreekkansen in de kleuterklas te stimuleren. Zo vermijden we dat ze impulsief lange verhalen vertellen en anderen geen kans krijgen.”

Vervolgens vertellen alle kleuters in enkele zinnen hun droom. Lien noteert ze in haar droomwolk. De ene formuleert het wat vlotter dan de andere, maar allemaal krijgen ze de tijd om hun droom te schetsen. Soms zegt ze de zin nog eens voor. “Ik droom dat ik …” Soms vraagt ze wat door. Kleuters met vijf dromen blokt ze af. Wie nog wil nadenken, mag even overslaan, maar wordt niet vergeten.

“Ik ben blij dat ze uiteindelijk allemaal een droom geschetst hebben”, blikt Lien tevreden terug. “Ook al was het soms maar een herhaling van de droom van een andere kleuter. Week na week voel ik de spreekdurf toenemen. Daar zit de kracht van herhaling.”

Spreekkansen in de kleuterklas: kleuters oefenen taal en communicatie tijdens een gezamenlijke activiteit.
Lien Verraes, leraar derde kleuterklas: “Tijdens ‘de draaimolen’ lokken we zo veel mogelijk spreekkansen uit.”

Draaimolen vol spreekkansen

Tijd om uit te zwermen. “In onze ‘draaimolen’ werken de kleuters deze week in kleine groepjes aan vijf piratenopdrachten”, zegt Lien. “Elke dag maken ze één opdracht. Het concept lokt veel taal uit. Ze luisteren naar de instructies, bepalen wat ze nodig hebben en verzamelen het materiaal. Ze denken eerst zelf na over de aanpak, raadplegen een vriendje bij vragen of problemen en pas als dat niet volstaat mij als leraar.”

De kinderen vliegen enthousiast naar hun opdrachten: een bingo waarmee ze door te rijmen edelstenen kunnen verdienen, een opdracht om met een stappenplan vol woordenschat over de zee een boot te tekenen, een schat- en weegonderzoek van diverse piratenspullen …

Twee kleuters nemen het tegen elkaar op in een spelletje Zeeslag, waarbij ze elkaars edelstenen moeten roven. Het concept is best complex. De stenen liggen verspreid over een matrix met kleuren en cijfers. Lien komt even kijken hoe het loopt. “Heb jij een schat op rood vier?” klinkt het. Met frisse tegenzin geeft een meisje haar edelsteen af.

“Nederlands is haar derde taal”, fluistert Lien. “Tijdens een preteachingmoment oefende mijn collega al eens in een klein groepje, met een expliciete focus op de vraagstelling en hoe je de matrix gebruikt. Dankzij die voorsprong speelt ze nu vlot mee.” Subtiel stuurt Lien het schot van het meisje wat bij. Even later verovert ze breed glimlachend een steen.

Lien grijpt voortdurend kansen om een-op-eengesprekjes te voeren. Het Vaderdagcadeau was een zelfgemaakt spelletje Zeeslag. “Hoe was het zondag?”, vraagt ze. “Ik moest het maandag geven”, antwoordt een jongen. “Ik ben gescheiden.” Lien corrigeert subtiel. “Juist, je ouders zijn gescheiden. En was je papa blij?”

“Ik kom soms handen tekort”, geeft Lien aan. “Daarom investeren we waar het kan in teamteaching. Met z’n tweeën lokken we tijdens de draaimolen zo veel mogelijk spreekkansen uit.”

Spreekkansen in de kleuterklas: kleuters onderzoeken en bouwen samen een vlot met verschillende materialen.
Lien Verraes, leraar derde kleuterklas: “Eerst maak ik ze nieuwsgierig met een papieren vlot. Daarna zoeken ze zelf uit wat wél blijft drijven.”

Vlot naar de overkant

De grootste uitdaging bevindt zich in een apart lokaal met een grote waterbak. De kleuters bouwen er aan een piratenvlot dat geroofde edelstenen veilig van de ene naar de andere kant moet vervoeren.

Er ligt heel wat materiaal: papier, kurken, touw, elastiekjes, houten stokjes … “In het begin van de week maakte ik de klas nieuwsgierig met mijn eigen papieren vlot”, vertelt Lien. “De kinderen riepen meteen dat het niet bleef drijven. Een eerste groepje mocht dan onderzoeken wat misschien wel werkt. Zo gaat het dag na dag verder.”

Na tien minuten komt iedereen weer samen in de kring om een nieuw vlot te testen. Gespannen kijken de kleuters toe hoe het geladen wordt met edelstenen. Lien vraagt de kleuters om hun hypothese te formuleren. Blijft het drijven of zal het zinken? De groep heeft er vertrouwen in.

De makers leggen hun aanpak uit. Lien stelt gerichte vragen. Ze vertellen hoe ze de kurken gebruikten in plaats van papier. Elastiekjes houden die bij elkaar. Dat werkt beter dan het touw bij een vorig vlot.

De edelstenen bereiken zonder waterschade de overkant, maar er is nog een probleem. Het vlot hangt wat scheef. “Hoe kunnen we dat oplossen?” vraagt Lien. Na wat brainstormwerk mag morgen een nieuw groepje experimenteren.

Spreekkansen in de kleuterklas: juf Lien leest een verhaal voor en stimuleert kleuters om het vervolg te vertellen.
Lien Verraes, leraar derde kleuterklas: “Kleuters formuleren hun zinnen beter en drukken duidelijker hun behoeften en emoties uit.”

Instructiekring

Na de speeltijd duikt Lien met haar klas in een spannend verhaal. Ze geeft de kleuters meteen een duidelijke instructie mee. “Ik ga een verhaal vertellen. Op een bepaald moment stop ik. Aan jullie om te voorspellen hoe het verder gaat.”

“We streven naar 3 instructiekringen per dag rond taal, wetenschap of wiskunde”, vertelt Lien. “In een activiteit van 10 minuten stellen we een expliciet doel voorop. Dat formuleren we samen met de kleuters. Centraal staat het principe ‘ik – wij – jullie – jij’. Ik zeg eerst zelf wat we gaan doen. Daarna doen we dat samen. Vervolgens vertel je het aan een partner en dan kan je alleen aan de slag.”

In kleine stukjes leest Lien voor hoe een walvis en een piraat vriendschap sluiten. Elke ochtend voor het licht wordt, spreken ze af. Daglicht vermijden ze, want walvisjagers liggen op de loer. Op een dag komt de piraat niet opdagen. De walvis wacht te lang en wordt opgemerkt door een walvisjager.

Lien stopt met lezen. “Wat moeten we ook weer doen?” De kleuters formuleren samen nog eens heel expliciet het doel terwijl Lien het op het bord noteert. Met haar vinger wijst ze de woorden aan. “Ik kan … een verhaal … verder … vertellen.”

“Ik hou van een mooi einde”, voegt ze er nog aan toe. “Nu is het aan jullie.” Alle kinderen doen de ogen dicht en denken even na. Dan stuurt Lien ze weg om te overleggen met hun ‘schoudermaatje’. Om de beurt stellen de kleuters elkaar de vraag: “Hoe gaat het verhaal verder?”

Bliksembeurten

Na enkele minuten roept Lien iedereen weer bij elkaar voor een uitwisseling. Ze houdt de regie strak in handen. Uit een potje trekt ze stokjes met namen. “Dankzij die ‘bliksembeurten’ weten de kleuters niet wie zal moeten spreken. Zo blijven ze alert en denken ze allemaal na over een formulering. Het helpt mij ook om onbewust niet alleen de meest assertieve kinderen aan het woord te laten.”

De verhalen eindigen altijd mooi, al geldt dat niet voor de walvisjager. De piraat laat hem net op tijd tot op de bodem van de zee zinken. De walvis vindt tussendoor nog een grote schat. “Is dat een goed einde?” vraagt Lien aan de groep. Die knikt instemmend.

Het lokaal loopt leeg, Lien blikt terug: “Na twee schooljaren experimenteren met onze nieuwe aanpak merken we al een groot verschil. De kleuters formuleren hun zinnen beter, drukken duidelijker hun behoeften en emoties uit en vooral, ze durven veel meer.

Dankzij de vele oefenkansen zie je kinderen die het moeilijker hebben, openbloeien. Gaandeweg voelen ze dat wat zij te vertellen hebben, ook waardevol is. Een boost voor hun taalvaardigheid én voor hun eigenwaarde.”

Piet Creten

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter