Vlaanderen
Klasse.be

Zo doen zij het

Zo maximaliseer je leeskansen voor elk kind

  • 13 oktober 2026
  • 8 minuten lezen

“Nooit durven denken dat kleine aanpassingen zoveel impact hebben voor een sterke leesstart.” Juf Kathleen en zorgjuf Tiffany zetten in op maximale leeskansen van bij de start. Leesexpert Astrid Geudens tipt hoe ook jij het verschil maakt.

De eerste bel gaat in De Puzzel in Vorst, op een boogscheut van Brussel-Zuid. Juf Kathleen van het eerste leerjaar neemt haar klas mee om de dag te starten. Intussen pikt zorgjuf Tiffany onopvallend enkele kinderen uit de rij. Terwijl hun klasgenootjes naar boven gaan en hun plekje zoeken, vliegen Ezrah en Hind er al in.

“We verkennen snel de nieuwe letter of het nieuwe woordtype dat vandaag aan bod komt. Zo zijn ze goed voorbereid om de leesles te volgen”, licht Tiffany toe, terwijl ze naar haar lokaal wandelt, 2 ukjes met grote boekentassen in haar spoor. “Preteaching kan kort en heel gericht. Op die manier hoeven deze kinderen geen lestijd in te leveren. Anders graaf je een nieuwe put, telkens je een gat in hun kennis vult.”

Intussen start Kathleen haar leerlingen op. ‘Als je materiaal op de bank ligt, weet je wat je moet doen’: wie klaar zit, neemt een leesboekje en begint alvast te lezen. “Een eenvoudige ingreep met een groot effect om leeskansen te maximaliseren”, fluistert Kathleen. “Eens die gewoonte er is, tover je wachtmomenten om in kostbare leestijd. En de stilte brengt hen alvast tot rust. Zodat ze straks met de juiste focus aan de leesles kunnen beginnen. Want dat wordt hard werken.” 

Hind en Ezrah sluiten samen met Tiffany aan bij de klas. “Hier heeft geen enkel kind het Nederlands als thuistaal. Sommige leerlingen komen dit schooljaar zelfs voor het eerst in contact met de taal. Wat betekent dat veel kinderen de woorden niet enkel leren lezen, maar ook nog leren kennen. Ze moeten dus niet enkel de koppeling maken van letters met klanken, maar ook met betekenis. Daarom zetten we onze zorguren vaak in tijdens deze lessen.”

Hoe maximaliseer je le(e)stijd?

Astrid Geudens, Thomas More, deelt 4 tips.

  • Investeer in routines. Hoe starten we de les, welk materiaal heb je nodig, hoe wissel je tussen activiteiten, hoe werk je in duo’s en wat doe je als je klaar bent? Oefen die routines expliciet in en houd ze herkenbaar. Een investering die oplevert: minder wachttijd en onrust, leerlingen die zelfstandiger zijn en dus meer effectieve leestijd voor elk kind. 
  • Maak de opbouw van je leeslessen voorspelbaar. Als jij en je leerlingen weten volgens welke vaste stappen een leesles verloopt, hebben ze meer bandbreedte vrij om nieuwe kennis te verwerven. En kan jij focussen op de inhoud. 
  • Kies voor ik-wij-jullie-jij. Bouw zelfstandigheid stap voor stap op.  Maak bewuste keuzes, bied je leerlingen de ondersteuning die ze nodig hebben en geef tegelijk voldoende kansen om zelfstandig te lezen. Voor-koor-door is prima voor nieuwe leefstof. Bij leerstof van de voorbije dagen lees je meteen koor-door. Zo kun je beter monitoren hoe leerlingen lezen en waar het nog moeilijk gaat.
  • Bewaak de actieve leestijd bij zelfstandig werk. Mikken de werkblaadjes op extra inoefening van het leesdoel? Of gaat het om een aanvullende toepassing in een betekenisvolle context? Hou het doel van je leesactiviteit én de actieve leestijd van elk kind in de gaten. En kies dus voor werkvormen en materiaal waarbij leerlingen zoveel mogelijk zelf lezen, zoals duolezen van woorden en korte tekstjes. 
Juf Kathleen maximaliseert de leeskansen door voor te lezen
Juf Kathleen, eerste leerjaar: “Vroeger las ik telkens 3 tot 4 woorden en liet ik de kinderen herhalen. Nu maken we dat rijtje langer, bewust.”

Kathleen opent de leesles op haar bordboek en geeft het lesdoel mee. “De juf eerst”: Kathleen leest een hele rij woorden voor. “Vroeger las ik telkens 3 tot 4 woorden en liet ik de kinderen herhalen. Nu maken we dat rijtje langer, bewust. Zodat kinderen zich niet kunnen herinneren hoe ik elk woord las. Anders onthouden ze gewoon wat ik zeg. Als ze dan hardop de woorden afdreunen, lijkt het misschien alsof ze ijverig lezen, terwijl ze de letters amper actief lezen.”

“‘Ik zie een paar monden die nog niet meebewegen’: al tijdens het modelleren haal ik hier en daar eentje weer bij de les. Het is immers de bedoeling dat leerlingen al een eerste keer actief, maar zachtjes meelezen, ‘met een stille mond’. Zo zien we wie mee is, en wie niet.”

Kathleen loodst haar klas aan een strak tempo doorheen de woordenrijtjes. Voor-koor-door: eerst de juf, dan de klas luidop, en dan in duo’s. “Ook die aanpak stuurden we bij. Vroeger lazen kinderen in groepjes van 3 verder. Maar niet elk kind las altijd actief mee, en de tempoverschillen waren vaak te groot.

Om de leeskansen te maximaliseren lezen we daarom nu in duo’s: een leesboekje ligt in het midden, de ene leerling leest een stukje voor, de buur leest stil mee, verschuift het leeskaartje en geeft feedback. Daarna wisselen ze van rol. Zo stijgen de oefenkansen voor elk kind enorm.” 

Boeken verdwijnen in de boekentas, andere komen schijnbaar vanzelf op de bank. Op aangeven van Kathleen switcht de klas moeiteloos naar de oefenboekjes. Tiffany lacht: “Moeiteloos? Dat lijkt alleen maar zo. In september investeren we heel veel tijd in die routines. Hoe neem je bij de start van de les al een leesboekje, hoe berg je je materiaal op, wat doe je als je klaar bent met de basisoefeningen? Het is altijd uitkijken dat je kinderen op dat vlak niet overschat. Maar met de juiste ondersteuning zijn ze tot heel veel in staat.” 

Hoe benut je de kracht van herhaling?

Astrid Geudens, Thomas More, zet je op weg.

  • Herhaal. Om letters en woorden steeds vlotter te lezen, moet je dagelijks en systematisch oefenen met letters, woorden én met teksten. Samen inoefenen, begeleid duolezen, herhaald duolezen, eventueel daarna ook met software.  
  • Leg de link met spellen. Als leerlingen zelf schrijven en spellen, moeten ze telkens een klank omzetten in een letter en daardoor elk woord grondig verwerken. Zo spellen ze beter én leren ze steeds vlotter lezen.  
  • Plan automatiseringstijd in. Elke dag een extra kwartier voor een automatiseringsroutine bovenop de instructieles maakt een groot verschil. Laat eerder geleerde letters en woordtypen terugkeren, en oefen ook hier weer met letters, woorden én teksten. Varieer in werkvorm, maar waak over leeskansen. Duolezen blijft een krachtige manier om leeskansen te creëren. 
  • Intensiveer waar nodig.  Wie heeft extra ondersteuning nodig? Volg de leesontwikkeling van je leerlingen op de voet en biedt extra (begeleide) oefenkansen: korte preteaching om een letter of woordtype aan te brengen, of een tekst te oefenen die straks aan bod komt. Net als verlengde instructie na de les en systematische interventies om waar nodig hiaten bij te werken. Zorg voor duidelijke afspraken binnen je team zodat die interventies aansluiten bij wat er in de klas gebeurt. 
Zorgjuf Tiffany maximaliseert de leeskansen door leerlingen te ondersteunen tijdens het lezen
Zorgjuf Tiffany: “Leren lezen is een grote stap voor kinderen. Alles begint bij het geloof dat het kan.”

Opperste concentratie bij deze klas zesjarigen, al meer dan een half uur. Eens ze per 2 in hun oefenboek duiken, lopen sommige leerlingen net wat vaker vast terwijl andere al vooruithollen. 

“We differentiëren”, knikt Tiffany. “Maar niet enkel voor wie even moet vertragen. We kijken altijd vooruit. Een tekst mág net te moeilijk zijn. Kinderen die nooit eerder Nederlands hoorden, nemen we net zo goed meteen mee in de leesles. En ja, dat lukt. Al staan we vaker stil bij woorden om ze herhaald te lezen of de betekenis van woorden kort te duiden.”

“Een leesles is altijd zoveel meer dan dat”, pikt Kathleen in. “Net zoals schrijven ook geen geïsoleerde vaardigheid is. Bij dictee schrijven de kinderen niet zomaar woorden op. We lezen zinnen die samen een verhaal vormen. In elke zin zit 1 woord dat ze eerst luidop zeggen, en dan opschrijven. Natuurlijk heeft niet elk kind de bandbreedte om op dat moment de verhaallijn te achterhalen. Maar ook wanneer we spellen, maken we er een punt van om taal in een context aan te bieden.”

“Taal zonder boodschap, dat heeft met lezen weinig te maken ”, besluit Tiffany.  “En omgekeerd vind je taalkansen in elke les. Taal, wiskunde of wereldoriëntatie? Taalverwerving, lezen en spelling komen eigenlijk de hele dag aan bod.” 

Hoe werk je aan techniek én betekenis?

Astrid Geudens, Thomas More, legt uit hoe je dat evenwicht vindt.

  • Leeswoorden zijn geen doelwoorden. Oefen je op het lezen van letters en woorden en ligt de focus nog op decoderen? Dan is woordenschat niet je doel. We maken een onderscheid tussen leeswoorden en doelwoorden. De doelwoorden breng je aan vanuit een rijke context, niet vanuit een leesoefening met woordrijtjes. Uiteraard staat betekenis niet los en kan je onbekende leeswoorden die relevant zijn kort duiden. Maar doe dit bij voorkeur voor of na de leesoefening zodat je het lezen niet voortdurend onderbreekt. 
  • Lezen is meer dan ontcijferen alleen. Lezen is altijd lezen met betekenis. Sta van bij de start stil bij inhoud, geef expliciet instructie over hoe je teksten leest en betekenis hoorbaar maakt met aandacht voor leestekens en een gepast leestempo. 
  • Lezen is inoefenen én toepassen. Voorzie in instructie- en oefenlessen voldoende gerichte oefentijd voor leestechniek. Bied daarnaast leeslessen waarin leerlingen hun leesvaardigheid betekenisvol inzetten en jij modelleert hoe je teksten leest én begrijpt. Verbind die toepassingslessen met focus op techniek én tekstbegrip ook met andere vakken en kennisrijke thema’s, zodat leerlingen tijdens het lezen gebruik kunnen maken van voorkennis die ze eerder opbouwden om de teksten beter te begrijpen. Die kennis kunnen ze dan weer verbreden en verdiepen door teksten te lezen. 
Leerlingen lezen samen en maximaliseren zo hun leeskansen
Juf Kathleen, eerste leerjaar: “We lezen in duo’s: de ene leerling leest voor, de buur verschuift het leeskaartje. Zo stijgen de oefenkansen enorm.”

Kathleen kijkt bewonderend haar klas rond. “Wat hebben jullie weer keihard gewerkt. En superveel bijgeleerd. Dan is het nu tijd om te rekenen.” Terwijl de kinderen hun materiaal nemen voor de volgende les en Tiffany naar een volgende klas vertrekt, blikt ze terug op de weg die Kathleen en zij aflegden.

“Leren lezen is een grote stap voor kinderen. Met onze doelgroep weet je al vóór de eerste schooldag dat de uitdaging enorm is. Alles begint bij het geloof dat het kan. Nadat we met het Leerpunt traject Fit voor lezen: klaar voor de leesSTART onder begeleiding van Thomas More vorig jaar onze aanpak bijstuurden, stegen de cijfers op de AVI-toetsen voor het eerst. Toen dachten we: fijn, we hebben een sterke klas dit jaar. Tot we het jaar erna wéér een stijging zagen. En stilaan durfden geloven: wat we hier doen, werkt.” 

 “Kinderen lezen écht sneller, en slagen er steeds beter in om de achterstand die hun thuistaal of hun thuissituatie meebrengt, te overbruggen. Zien dat je als leraar een directe impact hebt op de toekomst van kinderen, geeft zo’n boost dat je niets liever wil dan met je volgende klas nóg beter te doen.” 

Logo minimumdoelen = maximale kansen

Sinds 1 september 2025 gelden nieuwe minimumdoelen voor kinderen in het kleuter- en lager onderwijs. Met meer nadruk op expliciete kennisopbouw en als doel maximale onderwijskansen voor elk kind.

Seppe Goossens

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter