Specialist Gepubliceerd op

Waarom leraren strenger zijn voor jongens

Reageer

Log in om te bewaren.

Delen

Els ConsuergaHoewel leraren meisjes en jongens dezelfde kansen willen geven, legde genderspecialist Els Consuegra (VUB) met haar camera toch opvallende verschillen vast in de klas. Jongens krijgen veel meer op hun kop, terwijl ze echt niet zo vaak stouter zijn. “Er zitten keiharde stereotypen in ons hoofd.”
 
Els Consuegra turfde hoe vaak jongens en meisjes tijdens de les met hun buur kletsen, antwoorden roepen, naar buiten staren of met spullen rommelen … Wat bleek: jongens en meisjes praten even vaak met hun buur, alle andere vormen van ‘storend’ gedrag stelden jongens net iets vaker. Maar leraren tikten hen wel 3 keer zo vaak op de vingers. Onredelijk veel. Meisjes kwamen met hetzelfde gedrag wel weg.
 

Hoe komt het dat leraren onbewust strenger zijn voor jongens?

Els Consuegra: “Tijdens de les zijn leraren met zoveel dingen tegelijk bezig dat ze vliegensvlug moeten beslissen bij onrust in de klas. Op dat moment vallen ze sneller terug op stereotypen. Bij kleuters al linken we stout en stoer gedrag aan jongens, braaf gedrag aan meisjes. Media en opvoeding bevestigen dat beeld voortdurend. Logisch dus dat leraren – zowel mannen als vrouwen – die kabaal horen wanneer ze op het bord schrijven, intuïtief denken dat de jongens de les boycotten.”
 

Werkt het ook omgekeerd: krijgen meisjes meer bevestiging, meer kansen om uit te blinken?

Els Consuegra: “Het zit complex in elkaar. We hebben de klassen tijdens ons onderzoek verdeeld in een controlegroep waar we de interacties tussen leerlingen en leraren hun gang lieten gaan en een experimentele groep waar we tijdens het schooljaar ingrepen. Het viel op dat een aantal meisjes vanaf september heel vaak het woord kregen. In beide groepen.”

“In de controlegroep, waar we gewoon toekeken, gaven leraren die meisjes positieve feedback. Dat inspireerde hen om hun positie te versterken. Ze kwamen nog meer aan het woord, vingen nog meer complimenten. Aan het einde van het jaar riepen ze de antwoorden zonder hun hand op te steken. Leraren lieten dat toe en bleven de meisjes nog altijd bevestigen. Terwijl ze dat gedrag bij jongens als storend registreerden.”
 

En in de andere groep, waar je ingreep en leraren toonde dat ze onredelijk streng zijn voor jongens?

Els Consuegra: “Daar groeide de dominantie van de meisjes niet tijdens het jaar. Maar door jongens en meisjes bewuster even rechtvaardig te bestraffen en te bevestigen, haakten leerlingen verrassend genoeg wel vaker af. Een van onze hypothesen is dat de revolte bij die enthousiaste groep meisjes startte. Minder berispingen en meer positieve feedback voelen de meisjes misschien niet als een privilege maar als een logische zaak, een verworven recht. Toen ze dat kwijtspeelden, reageerden ze door minder aandachtig te zijn.”


Minder berispingen en meer positieve feedback voelen meisjes aan als een logische zaak, een verworven recht

Els Consuegra - Docent lerarenopleiding VUB

“Jongens begonnen de lessen daarna ook te storen. Toen de leraren ze niet langer drie keer zo vaak aanpakten en vaker waardeerden, kregen ze het idee dat leraren alles wel door de vingers zouden zien. Dat leraren strenger zijn voor jongens, zit dus zeker ook als stereotype in de hoofden van de leerlingen.”
 

Als jongens vanaf de kleuterklas strenger aangepakt worden, is het dan logisch dat ze het minder goed doen op school?

Els Consuegra: “Jongens krijgen op school vaker op hun kop en concluderen daaruit soms dat het geen verschil maakt of ze zich goed of slecht gedragen. Ze riskeren sowieso een berisping. Zo gaat het van kwaad naar erger: hoe meer negatieve feedback, hoe meer ze lessen storen. Dat verkleint hun leerkansen en vergroot het risico dat ze blijven zitten of afhaken zonder diploma. Dat leraren en leerlingen in de klas niet losbreken uit de stereotypen over jongens en meisjes is niet de enige, maar zeker een van de verklaringen waarom jongens het minder goed doen op school.”
 

Reageerden leraren verrast op de beelden die toonden dat ze jongens strenger behandelen?

Els Consuegra: “Die opnames gaven de leraren een nieuw perspectief op hun lessen. Sommige leraren beseften door de beelden dat ze onbewust strenger waren voor jongens. ‘Oei, hier was ik hard voor die jongen, terwijl hij niets uitstak’, of ‘die meisjes achteraan werkten echt niet mee. Dat had ik tijdens de les totaal niet door’.”

“Maar opvallend: een andere helft van de leraren bleef alleen zien wat ze ook in de klas opgemerkt hadden. Zelfs als de camera meisjes close in beeld nam die niet met de les bezig waren, zagen de leraren alleen de jongen achteraan met zijn buurman babbelen. Een soort onbewuste blindheid stuurt hun blik zo sterk dat zelfs een nieuw cameraperspectief op hun lessen hun vooroordelen niet kan bijstellen. Onbewust, want alle leraren geven aan dat ze hun best doen om rechtvaardig te zijn en jongens en meisjes evenveel kansen te geven. Daaraan lag het dus niet. De genderpatronen zijn gewoon soms sterker dan goede intenties.”
 

Hoe kunnen leraren met je onderzoeksresultaten aan de slag?

Els Consuegra: “Het is belangrijk dat leraren weten dat ze onbewust misschien anders reageren op meisjes en jongens. Alleen als ze dat durven inzien, kunnen ze overwegen om hun stijl aan te passen. Leraren die dat doen, moeten wel blijven controleren hoe hun leerlingen reageren, want dat kan je niet altijd makkelijk voorspellen. Als leerlingen vaker positieve feedback krijgen, zijn ze over het algemeen aandachtiger en succesvoller op school.”

“En toch haakten leerlingen in mijn onderzoek soms af, toen de positieve feedback en de berispingen fairder, correcter verdeeld werden, los van de genderstereotypen. Dat kan aan de tijdsduur van onze metingen en het experiment liggen. Ik volgde de leraren en hun leerlingen slechts een jaar. Terwijl je nieuwe methodes tijd moet geven. Innovatie zorgt vaak eerst voor een beetje frustratie, je moet door wat turbulentie. Maar als leraren leerlingen consequent rechtvaardiger aanpakken, in basis- en secundair, gaan leerlingen daar wellicht wel in mee. En zullen ze niet langer onwennig reageren als jongens en meisjes op hetzelfde gedrag dezelfde reactie krijgen.”