Klastips Gepubliceerd op

Met deze 6 leerstrategieën leren je leerlingen beter

1 reactie

Log in om te bewaren.

Delen

Een leerstrategie is de manier waarop je leerlingen het leren aanpakken, zodat ze makkelijker hun leerdoel bereiken. Maar welke werken écht? Onderwijsonderzoekers Tim Surma en Kristel Vanhoyweghen geven uitleg bij 6 leerstrategieën die effectief zijn en die je bij alle leeftijden kan inzetten.
 

  1. Spreid leer- en oefenmomenten in de tijd

  2. Hoe werkt het?

    Surma: Laat je leerlingen de leerstof verspreid oefenen en instuderen. Dat heeft een beter effect op hun langetermijngeheugen dan ‘blokken’. 3 keer een uur studeren aan een onderwerp verspreid over een week is beter dan 1 keer 3 uur studeren op dezelfde dag.

    Leerlingen moeten leerstof herhalen, maar het liefst niet onmiddellijk na de les. Want dan herkennen ze nog te makkelijk de geziene leerstof. Dan moeten ze zich minder inspannen om te leren, en leren ze minder effectief.

    Wanneer werkt het?

    Vanhoyweghen: Deze strategie werkt voor alle leeftijden. Je kan woordenschat studeren of begrippen uit de wiskunde of vaardigheden zoals muziek. Het is makkelijk te integreren, ook al bundelen handboeken oefeningen vaak per onderwerp.

    Je plant als leraar het best vooruit en voegt herhalingsoefeningen op gepaste tijdstippen toe. Zo counter je het uitstelgedrag van je leerlingen.
     


     

  3. Laat informatie actief ophalen uit het langetermijngeheugen

  4. Hoe werkt het?

    Surma: Leerlingen herlezen vaak leerstof om die in hun hoofd te krijgen. Effectiever is dat ze die opgeslagen leerstof uit hun geheugen ophalen door bijvoorbeeld oefentesten of zelftests in te vullen. Zo veranker je die informatie sterker. En herinneren je leerlingen zich die leerstof later gemakkelijker.

    Je kan altijd oefenvragen voorzien of quizjes afnemen, al dan niet digitaal. Voorzie passende feedback bij die oefentests, en zet ze niet op punten.
    Of kies voor zelfgemaakte flashcards. Schrijf op de ene zijde een vraag of vreemd woord en op de andere het antwoord of de vertaling.

    Je kan je leerlingen ook beter leren noteren aan de hand van de Cornell-methode. Dan deel je een pagina in in 4 stroken. Bovenaan noteer je het onderwerp. Links de kernwoorden, rechts je notities bij die kernwoorden. En onderaan noteer je de samenvatting van de les in enkele regels.

    Wanneer werkt het?

    Vanhoyweghen: Je leerlingen kunnen deze strategie voor alle vormen van kennis en vaardigheden inzetten. Leerlingen vullen die testen misschien niet graag in, toch tonen honderden experimenten dat ze zo beter leren en onthouden. Oefentests werken zelfs wanneer het format verschilt van de eindtest.
     


    Onderwijsonderzoekers Tim Surma en Kristel Vanhoyweghen
  5. Laat je leerlingen de leerstof actief verwerken

  6. Hoe werkt het?

    Surma: Maak de leerstof lastiger voor je leerlingen. Leerlingen aan wie je vragen voorlegt als “Waarom werkt dit?” of “Wat is de verklaring hiervoor?” leren beter. Laat leerlingen leerinhouden samenvatten en parafraseren zonder dat ze naar hun bronnen kijken.

    Laat hen verschillen of gelijkenissen zoeken. Wel opletten dat hun eigen uitleg en hoe ze een lesonderwerp verwoorden klopt: leerlingen moeten zichzelf ook controleren op de juistheid.

    Wanneer werkt het?

    Vanhoyweghen: Deze aanpak werkt vooral bij feitelijke informatie – en dan nog voornamelijk bij onderwerpen waarover je leerlingen al voldoende voorkennis hebben. Die voorkennis laat je leerlingen toe om meer passende verklaringen te zoeken waarom een feit waar is.
     


     

  7. Combineer woord met beeld

  8. Hoe werkt het?

    Surma: Als je leerlingen de informatie via meerdere kanalen (woord en beeld) ontvangen, hebben ze verschillende manieren om zich later de informatie te herinneren. De woorden kunnen gesproken of geschreven zijn, de beelden kunnen foto’s, grafieken, kaarten, animaties of (interactieve) video’s zijn.

    Laat je leerlingen tijdens het leren op zoek gaan naar beelden die een aanvulling kunnen betekenen op jouw woorden of de woorden in het handboek. Neem voldoende tijd om woorden én beelden tegelijk te presenteren in kleine, behapbare onderdelen.

    Sommige opdrachten, die je leerlingen verplichten om informatie te visualiseren in de vorm van een tijdlijn, schema of infographic, ondersteunen die leerstrategie.

    Wanneer werkt het?

    Vanhoyweghen: Bied je leerlingen rijke informatie aan met woord en beeld. Dat bevordert het leren. Maar gebruik geen irrelevante multimedia. Bekijk in dat opzicht de richtlijnen voor multimediaal leren van Mayer.
     


     

  9. Wissel de volgorde van de leerinhouden of oefeningen af tijdens het studeren

  10. Hoe werkt het?

    Surma: Laat je leerlingen oefentypes afwisselen. Die strategie heet ‘interleaving’. Zo maak je bijvoorbeeld oefeningen over volumes van balk, bol en cilinder door elkaar.

    Voor leerlingen voelt dit veel moeilijker aan dan lang aan één stuk hetzelfde te studeren. Het leereffect op lange termijn is groot.

    Nadat je een bepaald probleem of onderwerp hebt aangebracht, richt de eerste oefening zich op die leerinhouden.

    De volgende oefeningen vermeng je met oefeningen van eerdere lessen. Daardoor lijkt de oefentijd langer. Maar op termijn zullen de prestaties van je leerlingen verbeteren.

    Wanneer werkt het?

    Vanhoyweghen: Gebruik deze strategie wanneer oefentypes of leerinhouden uiterlijk gelijkaardig lijken. Geblokt oefenen of studeren blijft aangewezen als je lesinhouden weinig gemeenschappelijk hebben.
     


     

  11. Toon voorbeelden en geef je leerlingen uitgewerkte problemen en handleidingen met daarin de juiste oplossingsstrategieën

Hoe werkt het?

Surma: Geef voorbeelden. En expliciteer daarbij hardop je denkstappen. Demonstreer het proces aan het bord. Je toont een geschreven oplossing en laat half-uitgewerkte voorbeelden aanvullen. Na een tijdje automatiseren en imiteren je leerlingen die denkpatronen.

Wanneer werkt het?

Vanhoyweghen: Bij wiskunde, wetenschap, lees- en schrijfvaardigheden kan je ‘modelleren’. De leraar doet dan het gewenste gedrag of de gewenste methode voor. Ook uitgewerkte voorbeelden tonen is succesvol. Die ondersteuning is vooral nuttig voor ‘beginners’.
 


Dit artikel kwam tot stand met medewerking van dr. G. Camp en Prof. P.A. Kirschner (Welteninstituut, Open Universiteit)