Gepubliceerd op
Gesprekstips

Haal meer uit je feedback. 9 tips.

Van instructie tot rapportcommentaren. Overal zitten feedback-kansen. Maar hoe haal je daar meer uit? Centrum voor Ervaringsgericht Onderwijs zet de mogelijke feedbackingrepen op een rijtje.

© Fernando Leon
Illustratie met tijger die feedback geeft
  1. Driesporenbeleid

  2. Feedback bouwt verder op een goede instructie. Betrek leerlingen daarbij met het driesporenbeleid. Laat ze zelf inschatten of ze geen instructie nodig hebben, korte instructie of verlengde instructie.
     

  3. Feed-up

  4. Leg uit wat het doel van een oefening of stukje leerstof is (feed-up). Waar moet je leerling naartoe, wat is het beoogde resultaat (feed-forward)? Dat heeft een groot effect op hun leerprestaties.
     

  5. Voorspellen

  6. Laat je leerlingen zelf vooruitkijken. ‘Wat is het doel van die rekensommen, denk je?’ Niet makkelijk, want ze zijn het niet gewoon om daarover na te denken.
     

  7. Snelle feedback

  8. Feedback moet snel komen. Terugkomen op een toets van vorige maand heeft veel minder effect dan snelle feedback. Zorg dus dat je leerlingen je feedback meteen kunnen verwerken. Geef ze de kans om snel opnieuw te proberen, aan te passen. Of spreek af wanneer ze een nieuwe kans krijgen.
     

  9. Specifieke feedback

  10. Feedback moet klein zijn. En specifiek. Niet: ‘5 op 10, slordige tekst’. Wel: ‘Je verhaal is spannend, maar je tekst mist structuur. Met extra alinea’s en verwijswoorden vang je al veel op’.
     

  11. Mondelinge feedback

  12. Geef veel en vaak feedback. Zet niet alles op papier, dan wordt het een administratieve last. Durf voor mondelinge feedback te kiezen en gebruik je rapportcommentaar om samen te vatten wat je gaf aan feedback.
     
    feedback: illustratie van wortel

  13. Medal and mission

  14. Geef medal and mission-feedback. Zeg wat de leerling goed deed (medaille), vertel daarna waar hij volgende keer moet uitkomen (missie) en via welke tussenstappen. ‘Je maakte veel snelheid, maar je sprongtechniek zit nog niet goed. Op die manier zullen we eraan werken. Het komt wel goed.’
     

  15. Proces

  16. Laat de leerlingen hun eigen vooruitgang zien. Geef feedback niet enkel op taakniveau, maar ook op procesniveau. Leraren basisonderwijs brengen dat allemaal vaak meesterlijk in kaart, met ladders of symbolen waarop leraar en leerling beoordelen. Dat kan ook in het secundair.
     

  17. Les over feedback

  18. Laat leerlingen feedback aan elkaar geven. Nooit met cijfers, altijd met woorden of symbolen. Geef eerst les over feedback, met richtlijnen en voorbeelden. En leer ze dat ze alleen van eerlijke feedback groeien en bijleren. Niet van cijfers.

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 56.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...