Gepubliceerd op
Verhaal

Kennis primeert, maar dat vinden leerlingen op een college niet verkeerd

“Wij willen sterke denkers maximaal uitdagen”, stelt directeur Koen Seynaeve. Zijn school, het Lodewijkscollege in Brugge, zoekt daarbij de balans tussen doceren en coöperatieve werkvormen, tussen traditie en vernieuwing.

Directeur Koen Seynaeve

Koen Seynaeve: “De gretige jongeren die in onze school instromen, willen elk lesuur bijleren en inzichten sprokkelen. Als we ons beperken tot eindtermen of voorgeschreven lestabellen zitten we met verveelde leerlingen. Zij vragen een stevige hap kennis om later zelf te creëren.”

“Die schotelen we ze voor: via kennisoverdracht naar creatief omspringen met de leerstof, een leerlijn van het eerste tot het zesde jaar. Hoe meer kennis leerlingen verwerven, hoe rijker want daaraan kunnen ze meer inzichten koppelen. Om die te verwerven, moet je een batterij aan technieken gebruiken: doceren, onderzoek in groep of individueel en activerende werkvormen in de klas. Dat lukt alleen als zowel je infrastructuur als je leraren mee zijn.”
 

Lokalen en leraren uitrekken

Koen Seynaeve: “Doceren kan in klassieke lokalen, leerstof verwerken in onze bibliotheek of studiezaal. Maar coöperatief leren vraagt flexibele, grote ruimtes. Een nieuwbouw vult binnenkort die leemte. Leerlingen werken er in groepjes van 4 tot 6 met laptops. Met 1 druk op het toetsenbord projecteren leraren de schermen vooraan in de klas. Onze oudste leerlingen zijn zeer enthousiast over onderzoekend leren omdat het autonomie en samenwerken verbindt.”

“Je infrastructuur flexibel maken is 1 ding, sleutelen aan een muurvast lerarenstatuut is moeilijker. Maar toch: ze flexibeler oproepen tussen 8.30 uur en 18 uur, schept wel kansen. Leraren draaien dan evenveel lesuren, maar in hun uurroosters ontstaan gaten waarin leerlingen autonoom werken. Zo maak je leerstof via instructie, oefening en experiment levensecht.”

Speelplaats van het Sint-Lodewijkscollege in Brugge

Koen Seynaeve – Directeur Sint-Lodewijkscollege: “Met een uitgerekte schoolopdracht werk je écht aan gelijke onderwijskansen voor alle leerlingen”

“Dat een nieuwsgierige wetenschapper in spe tussen 2 lesblokken naar een laboklas trekt om te experimenteren, is een droom. Eerst om proefjes te doen met instructiefiches, later met zelfgeformuleerde parameters. Of leerlingen die muziek spelen in onze akoestische cellen en hun nummers opnemen. Zo creëer je binnen de schoolmuren ruimte voor creativiteit. Echt inzetten op zelfsturing vraagt wel dat er altijd leraren zijn om leerlingen te begeleiden: tijdens het lesgeven, tijdens het blokken, maar ook wanneer ze leerstof inoefenen of experimenteren.”

“Leraren zwijgen betekenisvol als ik uitleg dat je met een uitgerekte schoolopdracht sterkere leerkansen schept. Nu stopt het belsignaal abrupt een wiskundeles en stuurt de leraar de 3 laatste oefeningen mee naar huis. Daar krijgen sommige leerlingen alle steun, andere zitten op hun eentje te brokkelen. Als alles tussen 8.30 uur en 18 uur kan, onder begeleiding van professionals, werk je écht aan gelijke onderwijskansen voor alle leerlingen. Bovendien is thuis dan écht thuis.”
 

Zuurstof voor leraren

Koen Seynaeve: “Aan onze leraren om de weg te wijzen naar kennis. Daarom zetten we ze in op hun expertise. Dat we een grote school zijn, speelt in ons voordeel. We puzzelen een opdracht niet vol met uren fysica, biologie en chemie. Nee, 100 procent scheikunde voor een leraar die daarin is opgeleid. Idem voor alle andere vakken. Zuivere wiskunde ligt door het lerarentekort het moeilijkst.”

“Om onze leraren te laten groeien, nemen we deel aan Key Action 1-trainingen. Elk jaar sturen we 9 leraren voor 1 week naar het buitenland. Daar duiken ze veel dieper in bijvoorbeeld nieuwe werkvormen dan bij een middagsessie. 9 leraren opvangen vraagt veel van een school, maar de trainingen zijn het meer dan waard. We sturen leerlingen met taken naar de studiezaal of leraren ruilen lessen met collega’s. Leren van het buitenland zit al 30 jaar in ons DNA. Het pompt zuurstof in de hoofden van leraren. Activerende werkvormen pikten we al in de jaren 90 op in Engeland.”
 

Kop in de wind

Koen Seynaeve: “Internationale inzichten nemen we mee tot op de klasvloer. Ook een college staat niet stil. Soms rijden we met onze kop in de wind. Over CLIL hebben we geen seconde getwijfeld. Het geeft onze leerlingen extra taalprikkels en dwingt onze leraren om na te denken over hun aanpak, cursus en leerstrategieën: hoe breng ik leerlingen naar de volgende stap in hun leerproces, in een taal die ze niet of slechts deels beheersen?”

“CLIL zet leraren scherp. Eerst voelen ze schroom over de finesses in vraagstelling en het academische taalgebruik. Maar meestal zijn ze te bescheiden. Leraren beheersen hun vak tot in de puntjes. Dan lukt lesgeven ook in het Engels of Frans. Om onze leraren te ondersteunen, haalden we buitenlandse experten naar school die een week lang inzichten boden en roosterden we hen vrij om samen CLIL-cursussen uit te schrijven.”


Digitalisering mag onderwijs niet verschralen, maar moet leraren helpen om hun steeds zwaarder job in diversere klasgroepen vol te houden

Koen Seynaeve - Directeur Sint-Lodewijkscollege

“Soms kijken we naar vernieuwing vanop de tweede rij. Gaan we niet mee, of schoorvoetend. STEM bijvoorbeeld. Wiskunde (M), wetenschap (S) en onderzoekend leren (E) kunnen we perfect op hoog niveau aanbieden. Doen we ook. Maar toch blijft STEM volgens mij het voorrecht van tso-scholen. Alleen daar zit de échte materialenkennis voor techniek (T). Niettemin bieden ook wij STEM aan omdat we sterk geloven in de kracht van onderzoeksvaardigheden. Bovendien dwingt marketing ons om mee op de kar te springen.”

“Digitaliseren deden we ook behoedzaam. We zochten eerst uit hoe we pc’s zinvol integreren in de lessen. Niet om notities te vervangen: een PowerPoint-presentatie is geen cursus. Wel om actieve werkvormen te verrijken, om te differentiëren; om digitale examens af te nemen, waarbij open vragen niet mogen wijken voor multiple choice. Digitalisering mag onderwijs niet verschralen, maar moet leraren helpen om hun steeds zwaarder job in diversere klasgroepen vol te houden. Dat geldt voor alle innovatie: alleen als ze de lesinhoud naar een hoger niveau tilt, zetten we de deur open.”
 

School is niet saai

Koen Seynaeve: “Leerlingen zitten 6 jaar op onze schoolbanken. Graag naar school komen is een must. Via middagactiviteiten en internationale uitwisselingen zetten we daarop in. Met feesturen ook. School moet niet saai zijn, wel de blik van jongeren op alle manieren verruimen. Aso is geen tunnel: leerlingen komen op school en daarbuiten in contact met verschillende jongerenculturen en interesses. Maar in de lessen primeert intellectuele uitdaging. En daar leggen we de lat een stuk hoger, in alle richtingen.”

“Veel ouders en leerlingen kijken vandaag verlekkerd naar wiskunde en wetenschappen, maar andere richtingen verdienen evenveel waardering. Klassieke studies zijn ze nog altijd de perfecte inburgeringscurusus in de westerse cultuur. Alle menselijke gevoelens en gedragingen zitten in de oude verhalen. En leerlingen uit de soms ondergewaardeerde humane wetenschappen excelleren in presentaties en redden vaak het groepsproject waarin zesdejaars uit alle richtingen samenwerken, dit jaar rond geestelijke gezondheid.”
 

Niveau daalt, controle stijgt

Koen Seynaeve: “Het secundair onderwijs moet geen kant-en-klare apothekers of architecten afleveren. Wel: Bildung vooropstellen als opvoedingsideaal. Een brede vorming zowel intellectueel, cultureel, moreel als levensbeschouwelijk. Daarmee helpen we leerlingen om later elke nieuwe situatie te interpreteren en er een antwoord op te bieden. Onderwijs slaagt als elke school maximaal het talent van haar leerlingen aanspreekt. De ene school de abstracte denkers, de andere school de handige doeners.”

Directeur Koen Seynaeve

Koen Seynaeve – Directeur Sint-Lodewijkscollege: “We versnellen graag. Maar een leerling die meer tijd nodig heeft, krijgt die ook”

“De leerstof die we onze leerlingen voorschotelen, is iets lichter dan vroeger. Geen beschuldiging, maar hun basiskennis slinkt. 12-jarigen zijn minder getraind in geheugenwerk, kennen een beetje zinsontleding. De leraar Latijn legt — anders dan vroeger — als eerste de structuur van een taal open. Leerlingen vinden het lastiger om zich te concentreren. Ze verwerken nieuwe leerstof wel, maar integreren die onvoldoende. Afleiding loert overal. Leerlingen doen honderd-en-een dingen.”

“Tegelijkertijd moeten we ze daarom bewonderen. Hoe onze topzwemmers voor dag en dauw baantjes trekken, daarna keihard werken op school en in het weekend nog naar de jeugdbeweging. Ervaren leraren die klagen dat het niveau daalt, wijs ik daarop. Plus: ‘Je doceerde vroeger je leerstof. Nu heb je door activerende werkvormen meer controle op de verwerking ervan. Misschien is het rendement op termijn groter?’”
 

Selectie aan de poort

Koen Seynaeve: “We serveren uitdagend onderwijs. Sommige ouders schrijven hun kind niet in, bang dat het geen 6 jaar het tempo of niveau aankan. Een pijnpunt van het Vlaamse onderwijs: reputatie stuurt de schoolkeuze. Ik ontken dus niet dat we een selectie aan de poort hebben, ons imago houdt sommige ouders en leerlingen weg.”

“Maar er leven daarrond ook misverstanden. We hebben nog nooit iemand geweigerd. En wij zetten in op ondersteuning bij leerproblemen of versnelling. Leerlingen hebben daar meer dan vroeger nood aan. Via UDL (Universal Design of Learning) en individuele leertrajecten werken we op maat. Sommige leerlingen raden we aan om vervroegd te starten aan de universiteit, andere motiveren we om de volledige graad in 1 jaar te doen.”

“Maar wie wat meer tijd nodig heeft, krijgt die ook. We schrapten herexamens en vervingen die door remediëringstrajecten in januari. Schoolboeken tijdens de kerstvakantie, wie valt daarvoor te motiveren? Dan liever samen met de leraar meteen na Nieuwjaar de toenemende complexiteit van een vak onder de knie krijgen. En wie het goed doet, start het tweede semester niet met een tekort, maar met 50 procent. Zo proberen we via oplossingen op maat zo veel mogelijk leerlingen mee te krijgen.”

Waar is mijn
Lerarenkaart?