Gepubliceerd op
Zo doen zij het

Leraar in de gesloten jeugdinstelling: “Zeg nooit dat je begrijpt wat ze doormaken”

Klasse-redacteur en gedetacheerde leraar Seppe trekt naar Everberg en praat er met leraar Stijn. Hoe geef je les aan jongeren die gestrand zijn?

 
Je bent 16 en je hebt het flink verprutst. Opgepakt en de combi in. Je vrijheid kwijt en niemand die zegt: ‘Komt wel goed’. Ik kijk naar het hek van de gesloten jeugdinstelling de Grubbe in Everberg en probeer het me voor te stellen. Het lukt me niet.


Stijn laat me binnen. Tijdens zijn opleiding sociaal-cultureel werk liep hij stage in gevangenissen: vorming voor cipiers en gedetineerden. De trigger om een master criminologie te halen en de lerarenopleiding af te werken. Dan 10 jaar als opvoeder en contextbegeleider in leefgroepen met jongeren tussen 4 en 16, en nu leraar in de Grubbe. Voor jongeren die allesbehalve kozen om op die plek zijn. En ik vraag het me af: van ‘we sluiten je op’ naar ‘ik ga je iets bijleren’: is dat geen onoverkomelijke kloof?

Leraar in de gesloten jeugdinstelling opent de deur

Stijn: “Als je hier werkt, aanvaard je dat het af en toe fout loopt.”

Stijn: “Je verwacht het misschien niet, maar veel jongens zijn blij met het strakke dagritme dat we hier opleggen. Geen gsm, op tijd voor het ontbijt en les om kwart over negen. 4 uur per dag zitten ze in de klas. Verplicht, maar het alternatief is alleen op je kamer. Dan is de keuze snel gemaakt.”

“Natuurlijk kan je niet verwachten dat ze je meteen als hun leraar aanvaarden. Hun wantrouwen tegenover gezag is groot. Door aanvaringen op school of met de politie denken ze snel dat iedereen het op hen gemunt heeft. We grijpen elke kans om onze leerlingen te laten voelen dat we niemand opgeven. Dat het niet onze job is om ze verder de put in te duwen. Beetje bij beetje beseffen ze dat. En tegelijk moet je ook op je strepen blijven staan: een boeiend evenwicht.”

Lege stoelen en open vragen

Toen ik zelf nog les gaf, vroeg ik me soms af waar ze gebleven waren. De leerling die van school gegooid werd na de zoveelste schorsing. Het meisje dat steeds weer te laat kwam of spijbelde, tot ze uiteindelijk niet meer kwam opdagen. Of de jongen die na school plots opgepakt werd. Nooit verwacht dat net hij tot over zijn oren in de drugshandel zat. Hun lege stoel keek me vragend aan, maar ik ging nooit op zoek. Nu ik hier zit, knaagt het. Had ik toen meer moeten doen?


Stijn: “Ik begrijp dat het voor de school ergens stopt. We zien hier jongens van alle slag. Hun schooltraject zit vaak al een tijdje in het slop, sommigen weten amper nog hoe een school er aan de binnenkant uitziet. Cruciaal dat we ze opnieuw tot leren brengen.”

“Daarnaast heeft ons lerarenteam een belangrijke adviserende functie. Everberg is een oriëntatiecentrum. De jeugdrechter plaatst jongens, wij observeren en maken een inschatting. Hoe groot is de kans op recidive? Hoort deze jongen in een gesloten instelling thuis, of keert hij beter zo snel mogelijk terug naar zijn normale context? Opvoeders, leraren, contextwerkers en trajectcoördinatoren overleggen multidisciplinair en spreken een advies uit.”

“Langer dan 2 maanden vangen we geen enkele jongen op. Dat geeft ons erg weinig tijd om tot ze door te dringen. En die korte verblijven schudden de klasgroepen – 6 jongens per klas – ook constant door elkaar. Met niveauverschillen kunnen we bij de klasindeling dus weinig rekening houden. De aso’er die zijn schoolcarrière en zijn drugshandeltje netjes op orde had, zit samen met een jongen die het na 2 jaar in de B‑stroom voor bekeken hield.”

Leraar Stijn geeft les aan zijn leerlingen in de gesloten jeugdinstelling

Stijn: “De aso’er die zijn schoolcarrière en zijn drugshandeltje netjes op orde had, zit samen met een jongen die het na 2 jaar in de B‑stroom voor bekeken hield.”

Rooie oortjes en tienervaders

Onderlinge niveauverschillen zijn in het gewone onderwijs vaak al gigantisch. Terwijl de ene leerling als een sneltrein door de leerstof dendert, moet je anderen bij de hand nemen voor een paar wankele stapjes. Deze jongens zijn qua ontwikkeling soms lichtjaren van elkaar verwijderd. Kan je in die context wel lesgeven? En loert de verveling – net als in de echte gevangenis – niet om de hoek?


Stijn: “In de ideale wereld kan elke leerling individueel werken aan materiaal op zijn niveau zodat hij op zijn school de rol niet moet lossen. In de praktijk zijn we al blij als er nog een band met de school is. Als de jongens met onze steun relevante leerstof kunnen verwerken om hun achterstand te beperken. Met 4 uur les is hun dag al goed gevuld. Elke week werken we rond een ander thema. We ontwikkelden 8 lespakketten rond de 8 levensdomeinen waarop we de jongens moeten evalueren. En aangezien niemand langer dan 8 weken blijft, vallen we bij onze leerlingen niet in herhaling.”

“Die 8 domeinen zijn relevant voor elke jongere. Persoonlijke keuzes, de waarde van een gemeenschap, zelfontwikkeling. Wat geluk is. ‘Een dikke villa om te chillen, meneer’. Maar wat ze echt willen: geen geldzorgen en een huis dat ook een thuis is. Net als iedereen. Mijn favoriete thema is relaties. Die gasten zetten meteen een grote mond op, maar ze weten vaak erg weinig. Heerlijk als ze stilvallen en 6 stoere kerels met rode oortjes zitten te luisteren.”

“Omdat die thema’s zo dicht aansluiten bij hun leefwereld, waag je je soms in een mijnenveld. Voor een jongen die na een korte relatie vader dreigt te worden kom je plots erg dichtbij. Maar je maakt moeilijke issues wel bespreekbaar. Of we zetten in op ervaringsleren, zoals een hindernissenparcours in de sporthal dat enkel lukt als ze samenwerken. Dankzij die oefening vinden ze de woorden om te praten over vertrouwen, over groepsdynamiek en de rol die zij daarin spelen. En uit die gesprekken groeit inzicht.”

Leraar Stijn wandelt over het domein van gesloten jeugdinstelling de Grubbe in Everberg

Stijn: “Wat ze echt willen: geen geldzorgen en een huis dat ook een thuis is. Net als iedereen.”

Springkastelen en agressie

We kijken naar buiten. Op de binnenplaats staat een springkasteel, want net vandaag is het sportdag. Ik zie kinderen die plezier hebben, geen ‘badass’ gangsters die hun street credibility in de markt zetten. Maar wie hier belandt, heeft ernstige feiten op zijn kerfstok. Delicten waar je als volwassene minimaal 5 jaar voor krijgt. Vaak diefstal en drugsfeiten, soms ook afpersing, slagen en verwondingen. Of (poging tot) moord. Zou ik me veilig kunnen voelen met deze jongens in mijn klas?


Stijn: “Als je hier werkt, aanvaard je dat het af en toe fout loopt. Man of vrouw, weinig jaren op de teller of veel ervaring: iedereen kan op agressie botsen. Als dat uit de hand loopt, neemt een opvoeder of een andere leraar het meteen van je over. Ze halen de leerling uit de klas, geven hem de tijd om af te koelen op zijn kamer en gaan in gesprek. Wat was de oorzaak? Hoe herstel je dit? En hoe kunnen we dat in de toekomst vermijden? Pas na een oprecht herstelgesprek – we hanteren de LSCI-methode – komt die leerling de klas weer in.”

“De klas is geen strafkamp. En commandanten die een schrikbewind willen voeren, gaan hier genadeloos onderuit. Voorspelbaarheid is de sleutel, net als in elke andere klas. Zeg wat je doet en doe wat je zegt. ‘Nog 1 keer en dan zet ik je écht buiten’: een gevaarlijke uitspraak als je die niet hard maakt. Jij bent de leraar, en jij hebt de touwtjes in handen. Net als de regisseur van een toneelstuk bepaal je het verloop van de scène. Daarbinnen kan veel. Zeer veel. Dansen op een slappe koord, die evenwichtsoefening tussen afstand en nabijheid. Maar zeker herkenbaar voor elke leraar.”

Leraar Stijn geeft les aan zijn leerlingen in de gesloten jeugdinstelling

Stijn: “Ik heb veel aan mijn collega’s. We luchten ons hart bij elkaar. En we putten moed uit de successen die we wél boeken.”

Kleine successen en sterke collega’s

Hoe ik naar huis huppelde als mijn klas vol overgave op een creatieve opdracht vloog. Of hoe ik met een warm gevoel de klas uitstapte omdat ik net de juiste woorden vond om een leerling weer moed in te spreken. Op lastige momenten legde ik die successen in de weegschaal. Maar hoe blijf je gemotiveerd als een jongen al voor de derde keer voor de poort staat? Als je niet doordringt, wat je ook probeert?


“Dat kan best zwaar zijn”, geeft Stijn toe. “Soms zou je er moedeloos van worden, en tegelijk besef je hoe lastig het voor die jongeren is om de negatieve spiraal te doorbreken. Ik heb veel aan mijn collega’s. We luchten ons hart bij elkaar. Over die ene leerling die onder je huid kroop of je les om zeep hielp. En we putten moed uit de successen die we wél boeken. De leerling die zijn nieuwsgierigheid terugvindt en zin heeft om iets bij te leren. De jongen die voor het eerst in het Nederlands een vraag aan je stelt. En die gast die zich hier op zijn kerstexamens smijt en achteraf laat weten dat hij geslaagd is.”

“Als ik in naam van onze jongens iets mag zeggen? Luister naar wat ze écht willen vertellen. Probeer door moeilijk gedrag heen te kijken, ook als het je persoonlijk raakt. Mensen hebben altijd een reden om te doen wat ze doen. Altijd. Zoek de oorzaak, vraag ernaar. Deze jongeren hebben heel vaak vanaf hun geboorte tegenslag na tegenslag moeten verwerken. Jij en ik komen uit een milieu waar je dat amper meemaakt. Zeg nooit: ik begrijp wat je meemaakt. Want dat is niet zo. Maar net als elke jongere hebben deze jongens dromen in hun leven. En als we af en toe een steentje kunnen verleggen om hun leven weer op de rails te krijgen, is dat heel wat.”

 

Klasse Magazine = cadeau aan jezelf *

  • 4 kwaliteitsnummers met inspiratie van leraren en experts.
  • Fraai ondersteunend materiaal (kalender, poster, ...)
  • Je Lerarenkaart 2021 valt gewoon in je brievenbus.
*Betaal vóór 3 november en krijg je Lerarenkaart 2021 thuisbezorgd.