Gepubliceerd op
Specialist

“In de klas krijgen álle leerlingen inspraak, niet enkel de mondigste”

Je leerlingen inspraak geven in wat er in de klas gebeurt? Veel leraren hebben nog wat koudwatervrees. “Begin klein, toon dat je oprecht geïnteresseerd bent in je leerlingen én houd de regie in handen”. Die succesrecepten puren Koen Defour en Vanessa Badisco (Arteveldehogeschool) uit hun onderzoek ‘Participatie in de klas’.

Koen Defour – onderzoeker Arteveldehogeschool

Koen Defour – onderzoeker Arteveldehogeschool: “Veel leraren associëren participatie met de controle afgeven”

Veel scholen hebben al een leerlingenraad. Waarom pleiten jullie ook voor inspraak in de klas?

Koen Defour: “Leerlingen laten opgroeien tot kritische wereldburgers is een taak van onderwijs. De school is een democratische gemeenschap waarin leerlingen oefenen voor later. Leerlingen krijgen nu vooral inspraak in leerlingenraden en andere organen over het schoolklimaat.”

“Heel belangrijk, maar ze spenderen zoveel uren in de klas. Daar wordt heel veel van hen verwacht en daar willen leerlingen iets over te zeggen hebben. Bovendien nemen in leerlingenraden vooral de mondigste en meest gemotiveerde leerlingen het voortouw. Op klasniveau kunnen leraren iedereen betrekken en een stem geven.”
 

Hoe begin je eraan?

Vanessa Badisco: “Alle leerlingen willen betrokken worden, maar als leraar moet je met hen eerst afstemmen waarover. De ene klas wil mee nadenken over de leerinhouden, de andere klas zegt ‘daar wordt de leraar voor betaald’. Zij willen inspraak over regels en afspraken. Op basis van onze onderzoeksresultaten maakten we een praktische toolbox. Daarin vinden leraren inspraakmethodes over leerklimaat, leefklimaat, feedback en evaluatie. Niet elke leerling is dolenthousiast om over alles mee te denken.

“Voor de meeste leerlingen is inspraak krijgen nieuw. Mogen we mee denken over evaluatie, regels … ? Mag ik misschien zelf mijn straf bedenken? Dat moet groeien. Ook bij leraren trouwens. Je leerlingen voor het eerst inspraak geven, is best spannend. Je moet een stukje loslaten én je weet vooraf niet wat de uitkomst van het proces zal zijn.”
 

Hoe zorg je ervoor dat het toch goed afloopt?

Koen Defour: “Ook al is de wens naar participatie heel divers, er zijn 2 randvoorwaarden die altijd vervuld moeten zijn. De eerste is ‘betrokkenheid’. Is de leraar echt geïnteresseerd in de mening van de leerlingen? Als dat niet zo is, komt hij of zij gekunsteld over. Bij veel klassen staat bovenaan: voelen we ons welkom in de klas, is er interesse van de leraar in mij als persoon? Zolang leerlingen dat niet voelen, heeft inspraak geven geen zin.”


Leerlingen doen meer moeite voor een vak als de leraar naar hen luistert

Vanessa Badisco - onderzoeker Arteveldehogeschool

“De tweede succesfactor is ‘structuur’: veel leraren associëren participatie in de klas met de controle afgeven, maar structuur bieden is net heel belangrijk. Leraren moeten zoveel mogelijk begeleiden en verduidelijken wat ze van leerlingen verwachten. Leerlingen gruwelen van de chaos en het rumoer die anders ontstaan. De leraar is nog altijd ‘in charge’. Inspraak geven en je klasmanagement op orde houden, sluiten elkaar niet uit.”

“Begin klein. Bereid je goed voor. Je weet de uitkomst niet, maar wel hoe je het gaat aanpakken. Daardoor loopt het proces vaak goed. Kies geen methode die ver uit je comfortzone ligt: kies wat net iets verder gaat dan wat je gewoon bent. De ‘motivatie-meter’ bijvoorbeeld bevraagt je leerlingen over hun (leer)motivatie op een zeer gestructureerde manier.”

“Als de leerlingen enthousiast zijn, neemt de motivatie van leraren toe. Na een tijdje krijgen ze het gevoel dat ze samen iets creëren. Het niveau van ‘samen onderwijs maken’ bereiken, is mooi, maar niet altijd gemakkelijk. Veel hangt af van de klas.”
 

Bestaat er participatie voor ‘beginners’ en ‘gevorderden’?

Vanessa Badisco: “Leraren die nog wat aarzelen, kiezen eerst voor een methode waarbij ze de touwtjes in handen houden en evolueren daarna verder als ze dat willen. Bij de tools waarbij leerlingen inspraak krijgen over de manier van evalueren of straffen en belonen in de klas bijvoorbeeld is de uitkomst minder voorspelbaar. Daarnaast gebruiken we de participatiegraden van Hart zodat leraren bewust en planmatig kunnen kiezen. De leraar zegt: ‘ik doe een bevraging omdat ik wil weten wat jullie belangrijk vinden, ik bekijk thuis de resultaten en ik laat weten wat ik ermee zal doen’. Dat is een lagere participatiegraad dan ‘we bekijken samen de resultaten en beslissen samen’. Maar beide zijn oké.”

“De participatiegraad bepaal je meteen bij de voorbereiding. Als zelf met de voorstellen aan de slag gaan in je comfortzone ligt, doe het dan zo. Het is veel nefaster eraan te beginnen en vast te stellen dat je de voorstellen van de leerlingen niet wil of kan waarmaken. Wees vooraf duidelijk tegenover de leerlingen over wat er met hun voorstellen zal gebeuren. Dat appreciëren ze.”

“Terugkoppelen is erg belangrijk. Als leerlingen in leerlingenraden hun mening geven en de school doet er niets mee, creëer je schijnparticipatie. Dat wil je niet, ook niet in je klas. Kom op de voorstellen van je leerlingen terug in de klas. Als je een aantal dingen niet kan doen, leg uit waarom en zoek opnieuw afstemming.”

Vanessa Badisco – onderzoeker Arteveldehogeschool

Vanessa Badisco – onderzoeker Arteveldehogeschool: “Zonder participatie op schoolniveau creëren leraren participatie-eilandjes in hun klas”

Welk effect heeft inspraak krijgen in de klas op leerlingen?

Vanessa Badisco: “Uit een nulmeting bij de start van ons onderzoek bleek dat de deelnemende scholen al hoog scoorden voor welbevinden en motivatie. Veel winst viel daar niet meer te boeken. Maar in de focusgesprekken vertelden leerlingen toch dat ze zich beter voelen in de klas nadat ze inspraak kregen over wat daar gebeurt. Ze ervaren dat ze meer te zeggen hebben en dat er meer naar hen wordt geluisterd. Bovendien neemt hun wil om meer te investeren in een vak in de klas toe omdat de leraar moeite doet om inspraak te geven.”

“Ook qua leerinhouden – zelfs als ze wiskunde nog steeds niet fijn vinden – doen ze meer moeite omdat de leraar luistert naar hun mening. Leerlingen voelen zich meer betrokken. Leerlingen appreciëren heel erg dat leraren inspraak proberen te geven. Zelfs als het misloopt: ze zetten zich daarover, ook in moeilijke klassen.”
 

Zijn leraren even enthousiast?

Koen Defour: “De leraren die deelnamen aan ons praktijkgericht onderzoek merkten een positief effect op hun relatie met de leerlingen. Ze waren meer gemotiveerd om inspraak te geven en vonden de respons van leerlingen heel fijn: de leerlingen houden hen een spiegel voor. Ze getuigen van een fijnere dynamiek in de klas, zelfs de meer kritische leraren. Ze kregen het gevoel dat ze samen onderwijs maakten.”
 

Hoe veranker je participatie in de klas op schoolniveau?

Vanessa Badisco: “Leraren proberen participatie in de klas enthousiast uit, maar om vol te houden, moet participatie ingebed zijn in de schoolcultuur. Als leraren zelf weinig inspraak ervaren en er is geen participatie op schoolniveau, creëren ze een participatie-eilandje in hun klas. Als het schoolklimaat hen stimuleert en de collega’s tonen interesse, houden ze vol.

“In sommige scholen wordt de personeelsvergadering participatief aangepakt. Of de school zorgt ervoor dat leraren kunnen overleggen met collega’s die met hetzelfde bezig zijn: in klassen waar participatie niet vanzelfsprekend is, worden participatie-initiatieven verdeeld onder een groepje collega’s die elkaar steunen. Dat werkt motiverend. Of de school voorziet opleidingen zodat de kennis van leraren over participatie toeneemt.”

“Leraren moeten participatie voelen in alle aspecten van de school. Als dat niet het geval is, zullen ze het niet snel zelf proberen. Dan komt het erbovenop. Maar als ze kunnen samenwerken om dingen uit te proberen en steun van de directeur en collega’s krijgen, ontdekken ze dat inspraak geven de motivatie en het welbevinden bij hun leerlingen en henzelf een boost geeft.”
 

Onderzoekers Arteveldehogeschool

Zelf aan de slag met de toolbox ‘Participatie in de klas – Par.k’

Het praktijkgericht onderzoek resulteerde in een praktische toolbox waarin alle onderzoeksresultaten werden verwerkt. Eerst doe je als leraar een zelftest die peilt in hoever jij je leerlingen betrekt en welke structuur en zelfstandigheid je hen biedt. Op basis daarvan word je naar de thematisch geordende tools geleid: leefklimaat (klassituatie, regels, samenwerken), leerklimaat en feedback (evaluatie, leraar, leerling). Op elke tool staan enkele parameters: de tijd die een tool vraagt, welke klasschikking nodig is en of de tool leraar- of leerlinggestuurd is.

Lees het volledige onderzoek: Vanessa Badisco, Koen Defour en Burhan Karanfil, ‘Participatie in de klas’, mei 2019 of vraag een vorming aan.

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 58.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...