Gepubliceerd op
Gesprekstips

Racistische uitspraken bij kinderen: hoe reageer je?

Ook jonge kinderen doen soms racistische uitspraken, vaak over huidskleur. “Ook al zijn die niet kwetsend bedoeld, laat ze niet passeren”, zeggen lerarenopleider Eva Dierickx en werkplekbegeleider in de lerarenopleiding Joyce Loir. Hoe pak je dat aan? 5 inzichten en tips voor kleuter- en lager onderwijs.

racistische uitspraken bij kinderen

Joyce Loir en Eva Dierickx: “Zegt een kind iets kwetsends, grijp dat aan als een leerkans.”

racistische-uitspraken-bij-kinderen

STELLING 1

“Jonge kinderen zijn kleurenblind”

NIET WAAR


Eva: “Dat idee leeft heel hard, onterecht. Baby’s zien vanaf 9 maanden al verschillen in huidskleuren. Kinderen vanaf een jaar of 3 associëren die zelfs met beter en slechter, zo blijkt uit experimenteel onderzoek. Aan 5-jarigen werden een zwarte en een witte pop getoond met de vraag ‘Wie is de stoute, wie de brave?’ Kinderen van álle huidskleuren gaven aan dat de zwarte meer straf krijgt, minder goed scoort op school … Alle kinderen hadden een voorkeur voor de witte pop.”

Joyce: “Kinderen zien wel degelijk verschil. Zeker jonge kinderen die opgroeien in een gemengde school en een divers sociaal netwerk hebben, zullen al sneller opmerken ‘Hé, die heeft een andere huidskleur’. En zich sneller afvragen ‘Hoe komt dat?’ Door opmerkingen van oudere kinderen en volwassenen gaan ze schadelijke stereotypen internaliseren, zoals uit het experiment blijkt.”

Eva: “Kleuterleraren zeggen ook zelf vaak – uit goede bedoelingen ‘Voor mij zijn ze allemaal gelijk’. Maar zeg je dat je die etnisch-culturele verschillen niet ziet, dan ontken je een deel van de identiteit van heel wat kinderen. En net in die vormende kleuterjaren kan je het ontstaan van vooroordelen voorkomen en een sterk zelfbeeld helpen opbouwen, door dan al verschillen te benoemen en dat taboe te doorprikken.“
 

TIP 1: Maak verschillen zoals huidskleur bespreekbaar

Achter een ongebreidelde uitspraak als ‘Dat kindje ziet eruit als kaka!’ schuilt de vraag: ‘Waarom ziet dat kindje er anders uit?’. Tracht dus eerst te achterhalen: ‘Vanwaar komt dat, wat jij zegt? Om te kwetsen, of omdat je dat niet begrijpt?’

Geef daarna rustig en eerlijk antwoord: ‘Dat kindje is niet vuil. Dat is zijn huidskleur. Jij hebt een andere huidskleur.’ Leg lagereschoolkinderen gerust ook uit wat melanine is: de stof die je huid een andere kleur geeft en die je beschermt tegen zonlicht.

racistische uitspraken bij kinderen

STELLING 2

“Kinderen die kwetsende dingen zeggen over huidskleur, hebben dat zeker thuis gehoord”

NIET WAAR


Eva: “Veel ouders, die zich absoluut niet vinden in racistische ideeën, schrikken van de reactie van hun kind tijdens zo’n poppen-experiment. ‘Ze zullen het thuis gehoord hebben’, gaat dus niet altijd op. Maar het wijst wel op het belang van thuis en op school te praten over huidskleuren.”

“Zo was er in de VS een lagereschooljuf die een pleister plakte en zei ‘Dat is huidskleur, staat hier op de doos’. De kinderen waren het er niet mee eens. En gelijk hadden ze. Hetzelfde zie je in de kleuterklas, waar het zalmroze kleurpotlood vaak wordt benoemd als ‘huidskleurpotlood’ en ook nog eens het meest gegeerd is.”

“Zulke situaties kan je aangrijpen om kinderen duidelijk te maken ‘Dit is eigenlijk niet oké, hier staan we niet voor’. Je kan ze ook empoweren door te zeggen ‘We gaan hier iets tegen ondernemen’.”

“De juf van de pleister schreef bijvoorbeeld samen met de kinderen een brief aan de fabrikant. Mét resultaat. Zo zien kinderen dat ze effectief iets kunnen veranderen aan sociale onrechtvaardigheid. Een kleine aanpassing in je klas, zoals een potje met allerlei tinten huidskleurpotloden, kan al een verschil maken.”

“Kinderen zien op school ook dat de meeste leraren wit zijn, bij het onderhoudspersoneel zien ze meer andere huidskleuren. Maar stellen ze daar een vraag over, klinkt het ‘Ssst, dat is onbeleefd!’ Daardoor zouden ze kunnen denken: witte kindjes zijn slimmer, bruine dommer.”

“Door verschillen in huidskleur terloops te benoemen, haal je ze uit de taboesfeer. Hoe jonger je daar met kinderen over praat, hoe makkelijker ze later gesprekken zullen hebben, ook over racisme, etniciteit, protestbewegingen … Maar leg tegelijk de focus ook op gelijkenissen. Want de verschillen bínnen een groep zijn doorgaans groter dan die tússen groepen.”
 

TIP 2: Benoem verschillen en focus op gelijkenissen

Benoem niet enkel verschillen op basis van etnische achtergrond, maar ook verschillen in interesses, voorkeuren, ideeën …

Iedereen vindt het belangrijk dat we lief zijn voor elkaar, dat hebben we gemeenschappelijk. Benoem dat als je de klasregels toelicht.

Veel leraren werken graag – en goedbedoeld – rond het thema ‘anders zijn’. Let op met de focus op andere culturen, want zo zeg je eigenlijk: ‘Die zijn niet zoals wij.’ Probeer van ‘wij-zij-taal’ weg te blijven en focus op wat jullie verbindt. Stel vragen als: ‘Wat is je lievelingseten?’ Wedden dat álle kinderen ‘frietjes’, ‘spaghetti’ of ‘pannenkoeken’ antwoorden?

racistische uitspraken bij kinderen

STELLING 3

“Kinderen horen en zien ook wat je niet zegt en toont”

WAAR


Eva: “Vaak als we het over etniciteit hebben in de klas, spreken we over kinderen met een andere etniciteit dan de onze. We gaan dan verkeerdelijk uit van onze ‘witte’ cultuur als standaardcultuur. Onze etniciteit en huidskleur geeft ons ‘privileges’.”

“Als witte middenklasser moet ik me niet afvragen of mijn dochter zich zal herkennen in de voorleesboekjes. Met haar spreken over racisme of ongelijkheid is een keuze. Het is geen noodzaak om haar te leren omgaan met bijvoorbeeld politiegeweld. Maar veel mensen met een niet-witte huidskleur moeten dat gesprek wél voeren om hun kind daartegen te wapenen.“

“Veel prentenboeken in kleuterklassen gaan nog altijd over witte jongens. Zij zien dus zichzelf vaker terug in verhalen, en ook nog te vaak in stereotiepe beelden. Denk aan het thema ‘Brandweer’ in de kleuterklas. Ze zien die beelden en denken: ik kan dat worden. Maar zien ook kleuters met een niet-witte huidskleur dat zij dat kunnen worden?”

“Ik spreek altijd over spiegels en vensters. Elk kind moet zichzelf enerzijds kunnen herkennen in de klas, in de spiegels die je ze voorhoudt. Duikt Rachida bijvoorbeeld ook op in een vraagstuk bij wiskunde, of zien ze haar enkel als het over ‘anders zijn’ gaat? Anderzijds moet je kinderen een blik op de wereld geven, vensters open zetten. Witte kinderen hebben ook het recht om te kijken naar bijvoorbeeld het interessante leven van zwarte meisjes.”
 

TIP 3: Breid je boekenhoek uit. Haal de wereld naar je klas.

Check je boekenhoek: Hoeveel kinderen met kleur spelen een positieve hoofdrol? Hoeveel meisjes spelen een hoofdrol? Hoeveel zwarte jongens, bruine kinderen met een beperking, kinderen met een andere taal, in armoede … Hoe divers zijn de bio’s die we tonen? Weerspiegelen je klas, de materialen, de boeken die je aanbiedt onze diverse maatschappij?

racistische uitspraken bij kinderen

STELLING 4

“Kleuters zijn te jong om een begrip als racisme te begrijpen”

WAAR


Eva: “Toon kleuters geen zinloos racistisch geweld zoals de beelden van George Floyd. Daar bescherm je ze het best voor. Bij jonge kleuters moet je het ook nog niet hebben over het begrip racisme. Net zoals je het nog niet hebt over seks, maar wel over het lichaam.”

“Zo kan je het concept eerlijkheid wél al vroeg binnenbrengen. ‘Jij bent zwart dus jij kan helemaal geen juf worden’, kan een uitspraak van een kleuter zijn. Dan duid je ‘Bijna alle leraren zijn wit in onze school. Dat is gek hé?! Zwarte kindjes kunnen nochtans ook leraar worden, dus eigenlijk is dat niet eerlijk’.”

Joyce: “Kleuters zijn nog erg op zichzelf gericht in hun kinderspel en beseffen nog niet dat woorden kunnen kwetsen. Reageren is wel belangrijk. Lagereschoolkinderen evolueren van een heel individuele identiteit naar een groepsidentiteit. Tegen hen kan je wel zeggen ‘Je kwetst iemand met jouw uitspraak’. En dat is voor kinderen vaak genoeg om zelf te beseffen: dat is fout.”
 

TIP 4: Benoem (on)gepast gedrag en taalgebruik.

Negeer nooit racistische uitspraken, scheldwoorden, kwetsende stereotypes of onbegrip. Een kleuter zeg je: ‘Dat is lief, dat is niet lief. Dat is een mooi woordje, dat niet.’ Jonge lagereschoolkinderen leg je uit waarom dat gedrag of die uitspraak kwetsend is. Kinderen vanaf het 4de of 5de leerjaar geef je meer achtergrond en context. Leg uit waar racisme vandaan komt: de koloniale geschiedenis, het slavernijverleden …

racistische uitspraken bij kinderen

STELLING 5

“Om te praten over racisme moet je er als leraar voldoende over weten”

WAAR


Joyce: “Veel leraren vinden racisme een moeilijk onderwerp. In een klasgroep met witte en gekleurde kinderen wil je ervoor zorgen dat die laatsten zich ook veilig voelen.”

“Welke woorden mag je wel of niet gebruiken? Is dat ongekend terrein, dan lijkt het soms een slangenkuil. Denk aan het ‘n’-woord dat rechtstreeks verwijst naar de slavernij. Als je in gesprek gaat, is het belangrijk te beseffen waarom woorden kunnen kwetsen.”

“Racisme is sowieso niet een thema waar je een weekje aan werkt. Pak het aan zoals het thema veiligheid, een schooljaar lang. Eerst geef je aan wat veiligheid is, en waarom dat zo belangrijk is. Vervolgens reik je woorden aan: ‘rood, groen …’ Dan oefen je tot kinderen in staat zijn zelfstandig veilig de fiets te nemen.”

“Zo kan je ook een heel jaar door rond racisme werken: pik in op actua, plan het in je lessen in en bespreek de impact van racistische incidenten. Reik woorden aan en speel regelmatig in op wat leerlingen zeggen in de klas. Uiteindelijk zullen ze zelf de reflex hebben om correct gedrag en inclusief taalgebruik te hanteren.”

“En tot slot: het is geen schande om toe te geven dat je in het verleden dingen verkeerd hebt aangepakt of vooroordelen had. Zolang je er maar over reflecteert en als mens leert uit je fouten. Als je daar niet bent, dan heeft het geen zin om over racisme les te geven.”
 

TIP 5: Verdiep jezelf in het onderwerp en reflecteer

Als je een leerinhoud wil overbrengen, dan moet je je daarin verdiepen en daar kennis over hebben. Dat is bij het thema racisme niet anders. De allereerste stap is dus dat je jezelf inleest. Weet waar je het over hebt, wat je ter sprake kan brengen, waar je vragen over kan stellen.

 

Klaar om je te verdiepen? We geven je alvast deze boekentips:

  • Praten over huidskleuren in de klas, Eva Dierickx, Artesis Plantyn hogeschool
  • Zonder wrijving geen glans, Vlaamse Onderwijsraad, Lannoo Campus
  • Onderwijs in een gekleurde samenleving, Orhan Agirdag, Epo
  • Witte onschuld, Gloria Wekker, Aup
  • Queenie, Candice Carty- Williams, Prometheus
  • De vreemdeling, Abdelkader Benali, Prometheus
  • Zwijg allochtoon, Rachida Lamrabet, Epo
  • Waarom ik niet meer met witte mensen over racisme praat, Reni Eddo-Lodge, Polis
  • Dochter van de dekolonisatie, Nadia Nsayi, Epo

 

Inspireert Klasse Magazine jou in 2021-2022?

  • 4 kwaliteitsnummers met inspiratie van leraren en experts.
  • Fraai ondersteunend materiaal: kalender, posters, kaartjes ...
  • Je Lerarenkaart met meer dan 1000 voordelen in je brievenbus.