Doe het zelf Dit artikel behoort tot de reeks Pas voor de klas Gepubliceerd op

Denk 11 keer na voor je straf uitdeelt

3 reacties

Log in om te bewaren.

Delen

Straffen veroorzaakt vaak boosheid bij leerlingen en is gericht op uitsluiten en isoleren. Denk daarom 11 keer na voor je een straf geeft. En kies voor een herstelgerichte aanpak waar dat kan.

straffen: illustratie van dynamietstaven

Check je straf vooraf met deze 11 criteria

  1. Ik heb eerst de positieve aanpak geprobeerd (gezegd welk concreet positief gedrag ik verwacht, eerst rustig en zacht, daarna hard).
  2. De straf heeft een betekenis voor de leerling (een nota heeft geen zin als de ouders de agenda nooit bekijken).
  3. De leerling weet waar hij in de fout is gegaan, hij kent de afspraken.
  4. De straf is uitvoerbaar (niet: “20 bladzijden straf!”).
  5. De straf houdt verband met het foute gedrag (wie met een blikje gooit, maakt de speelplaats proper).
  6. De straf volgt snel op het ongewenste gedrag. Hoe sneller, hoe groter het effect. Bepaal de strafmaat niet terwijl je boos bent.
  7. De straf heeft een einde: zand erover.
  8. De straf is voorspelbaar: maak op voorhand afspraken.
  9. De straf wordt uitgevoerd en is niet ‘afkoopbaar’ (“Allez, mevrouw”). Anders heeft ze geen effect.
  10. De straf is consequent. Nu eens wel, dan weer niet straffen voor hetzelfde gedrag, verwart.
  11. De straf is mild. Overdreven straffen tonen je boosheid, maar zorgen enkel voor agressie.