Duiding Dit artikel behoort tot de reeks Meertaligheid Gepubliceerd op

Meertaligheid als talent, niet als probleem

3 reacties

Log in om te bewaren.

Delen

Als de school de thuistaal van meertalige leerlingen positief benadert, verhogen hun schoolprestaties. Naar de televisie kijken in het Nederlands helpt dan weer niet. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Meertaligheid als realiteit op school’. 3 conclusies.
 

  1. Meertalige leerlingen spreken vaker Nederlands dan gedacht

  2. Meertalige leerlingen gebruiken verschillende talen door elkaar, afhankelijk van de context of de gesprekpartners. Bijgevolg is er geen strikt onderscheid tussen thuistaal en schooltaal. Meertalige leerlingen spreken met ouders, broers en zussen vaker Nederlands dan op school wordt gedacht. Ze gebruiken ook regelmatig Nederlandstalige media en kiezen ervoor om te rekenen, te lezen of te schrijven in het Nederlands. Anderzijds spreken ze op school vaak andere talen dan het Nederlands.
     

  3. Thuistaal positief benaderen verhoogt schoolprestaties

  4. Als meertalige leerlingen gemotiveerd zijn, verhogen – net zoals bij eentalige leerlingen – hun schoolprestaties. Als de school hun thuista(a)len positief benadert, voelen ze zich beter en hebben ze een positief zelfbeeld. Dat verhoogt hun motivatie. Taal en identiteit hangen immers sterk samen.
     

  5. Televisie kijken in het Nederlands helpt niet

  6. Enkele factoren waarvan vaak gedacht wordt dat ze samenhangen met schoolprestaties, spelen een beperkte rol:

    • Meer televisie kijken in het Nederlands hangt niet noodzakelijk samen met betere onderwijsprestaties.
    • De taal die kinderen met hun vader spreken zou bepalender zijn voor hun onderwijsprestaties dan de taal die ze met hun moeder spreken.
    • Leesvaardigheid Nederlands, begrip in de andere taal en – in beperkte mate – taalgebruik op de speelplaats bepalen meer de schoolprestaties van meertalige leerlingen. Vooral de leerlingen die altijd een andere taal op de speelplaats spreken, presteren zwakker dan zij die altijd Nederlands spreken.

 


 

Wat kunnen scholen doen?

De onderzoekers formuleren enkele aanbevelingen.

  • Bekijk meertaligheid anders. Beschouw de meertaligheid van leerlingen als een talent of handig hulpmiddel en niet als een probleem.
  • Meet nauwkeurig hoeveel en welke leerlingen meertalig zijn. Op die manier kan je een efficiënt talenbeleid uitbouwen en je leraren professionaliseren om om te gaan met meertaligheid.
  • Schuif de discussie over taalbaden Nederlands versus meertalig onderwijs aan de kant en kies voor ‘functioneel veeltalig leren’ waarbij je de talenkennis van je leerlingen benut om hun taalvaardigheid Nederlands te ontwikkelen. De thuistaal erkennen en een plaats geven, is daarbij al een eerste stap in de goede richting.
  • Bied leraren nascholing aan en concrete didactische instrumenten aan, zoals het taalpaspoort. Dat is een een tool waarmee leerlingen visueel kunnen aangeven welke talen ze met wie spreken in welke context. Op die manier krijgen leraren een gedetailleerd en genuanceerd beeld van het taalgebruik van hun leerlingen.

 

Het MARS-onderzoek liep van 1 juli 2013 tot en met 30 juni 2015 en werd gevoerd onder leiding van prof. dr. Piet Van Avermaet van de Universiteit Gent in samenwerking met de Vrije Universiteit Brussel.

Ze bestudeerden de verbanden tussen meertaligheid en onderwijsprestaties en de ideeën die daarover leven op school. Daarvoor onderzochten ze de prestaties van vierdejaars uit 212 basisscholen uit Brussel, Gent en de Limburgse mijngemeenten en vroegen ze naar de ervaringen en overtuigingen van leerlingen, leraren en schoolleiders uit basis- en secundair onderwijs.

Je kan de volledige studie gratis downloaden. Of je leest de samenvatting (10 p.).