Gepubliceerd op
Klastips

Evaluatie van leerlingen: klim naar een hoger niveau

Breed evalueren volgt geen strikt stappenplan. Want dat zou haaks staan op het idee dat elke school breed evalueren anders kan invullen. Maar deze klimgrepen helpen je wel naar een hoger evaluatie-level. Grijp ze vast, als individuele leraar of als team.

illustratie van figuurtjes op klimmuur
  1. Evalueer dezelfde doelen op verschillende tijdstippen. Zo leren leerlingen in hun eigen tempo. Wie de doelen bereikt, kan je prikkelen door inzichten in nieuwe contexten te laten toepassen of als expert te laten optreden voor andere leerlingen.
  2.  

  3. Hou – net als de leraar L.O. – rekening met de startcompetenties van je leerlingen. Meet inspanning en groei mee in een correcte waardeschaal. Overleg met leerlingen wanneer iets voor hen een 10 waard is.
  4.  

  5. Leg je vragen eens voor aan een collega van een ander vak. Zo controleer je of je de doelstellingen duidelijk bevraagt. Heldere vragen zijn belangrijk, ook je leerlingen moeten begrijpen welke doelen je precies evalueert. Ook met antwoorden op een toets kan je als vakgroep aan de slag. Waar zitten de verschillen in evaluatie? En waarom?
  6.  

  7. Geef alle leerlingen voldoende tijd en een goede plek voor examens en/of toetsen. Refter, klaslokaal of stilteplek? Laat leerlingen zelf kiezen. Anders meet je niet alleen hoe ze de leerstof verwerkt hebben, maar ook hun talent om met tijdsdruk en lawaai om te gaan.
  8.  

  9. Bespreek op een leerlingencontact zijn bereikt versus niet-bereikt-kaart. Zo’n instrument voor zelfanalyse brengt op heldere en visuele manier zijn vooruitgang in kaart. En leert de leerling ook dat vergelijken met zichzelf in de tijd veel interessanter is dan kijken naar het klasgemiddelde.
  10.  

  11. Leer – net als je collega’s technische of beroepsvakken – je leerlingen goed inschatten hoe sterk hun eindproduct is. Van een houten tafel of elektrische leidingen kunnen leerlingen dat perfect. Van schrijfoefeningen vaak veel minder.
  12.  

  13. Vraag je collega Nederlands om criteria voor een goede spreekoefening op te stellen. Met die beoordelingslijst kunnen ook alle andere leraren aan de slag.
  14.  

  15. Betrek externe juryleden uit het werkveld bij presentaties, papers of opdrachten binnen hun vak. Bespreek welke evaluatiecriteria ze kunnen hanteren en speel die door naar de leerling. Ook een jury van leraren bij bv. een presentatie zorgt voor rijkere feedback.
  16.  

  17. Laat de werkgever van een vakantiejob, de hoofdleider van de jeugdbeweging, de oma voor wie ze klusjes doen … een korte referentie over je leerlingen schrijven. Zo krijgen zowel je leerlingen als jijzelf een beter zicht op hun competenties.
  18.  

  19. Geef tips aan je leerlingen bij taken. Bij de volgende, gelijkaardige taak staat een deel van de score op hoe leerlingen omgingen met die tips. Zo beloon je hoe leerlingen feedback verwerken. Ook feedback niet verwerken kan, zolang ze maar motiveren waarom.

Pik je Lerarenkaart op vóór 8 juli!*

  • Voor je klas en jezelf
  • Meer dan 1000 voordelen
  • Een zomer vol inspiratie
Waar ligt mijn Lerarenkaart?

*Opgelet: dit is je laatste kans om je Lerarenkaart 2019 af te halen