Vlaanderen
Klasse.be

Gesprekstips

Hoe praat je in de klas over oorlog?

  • Laatste wijziging: 27 augustus 2025
  • 7 minuten lezen

Bommen, raketten, doden: het geweld in Israël en de Palestijnse gebieden zorgt bij heel wat leerlingen voor vragen en angsten. Over het conflict praten op school? Expert Caroline Dejonghe geeft tips.

Portret Caroline Dejonghe

“Luister, stel oprechte vragen en nuanceer extreme uitspraken”

Caroline Dejonghe, lector Toegepaste Psychologie aan Thomas More

Moet je de oorlog eigenlijk wel bespreken op school?

Caroline Dejonghe: “Als leerlingen met vragen komen, kan je daar het best ruimte voor maken. En zelfs als er geen vragen komen, kan het zinvol zijn om het onderwerp aan te snijden in lagere en secundaire scholen. Want ook stille leerlingen kunnen in hun hoofd al doemscenario’s gevormd hebben.”

“Het conflict is voor veel kinderen en jongeren een ingrijpende gebeurtenis. Ze kunnen er niet omheen. Overal vangen ze dingen op: in gesprekken tussen ouders, op sociale media, via radio en tv. Het topic is zo aanwezig in de maatschappij dat het moeilijk wordt om het binnen de muren van de klas te negeren.”

Kleuters kan je daarentegen beter wél afschermen, omdat zij in een andere ontwikkelingsfase zitten.”

Wat begrijpt een leerling van oorlog?

2-4 jaar

Deze kinderen kunnen moeilijk een onderscheid maken tussen feiten en fictie. Je schermt hen het best nog zo veel mogelijk af.

4-6 jaar

Dit zijn kinderen uit de tweede en derde kleuterklas. Alles wat er gebeurt in de wereld betrekken ze op zichzelf. Als ze horen dat er elders bommen vallen, gaan ze ervanuit dat dat ook bij hen zal gebeuren. Probeer hen zo veel mogelijk af te schermen. Als ze toch zelf info vragen: bevraag wat ze weten, corrigeer en stel gerust.

6-10 jaar

Deze kinderen worden dikwijls wel al blootgesteld aan het nieuws, dat kan je moeilijk tegenhouden. Hun wereld wordt sterk bepaald door hun omgeving, dus als school speel je hier een belangrijke rol. Licht achtergronden toe, nuanceer en stel gerust.

10-12 jaar

Zij stellen de meeste vragen vanuit hun behoefte aan informatie. Beschrijf de situatie kort en feitelijk. Stel ook hier gerust om hun gevoel van veiligheid te bevestigen en herstellen. 

12-16 jaar

Pubers kunnen heel verschillend reageren. Sommigen zullen er misschien wat onverschillig bij blijven, anderen hebben al een uitgesproken mening. Oordeel niet en verken die meningen. Geef hen de ruimte om hun gevoelens te uiten, luister en maak duidelijk dat je ook in moeilijke tijden beschikbaar bent.

Oorlog: Wat vertel je wanneer?

Moet iedere leraar ermee aan de slag in de les?

Caroline Dejonghe: “Niet iedereen zal zich voldoende competent voelen om dieper op het thema in te gaan. Stel jezelf de volgende vragen: ‘Heb ik voldoende feitelijke kennis uit betrouwbare bronnen?’, ‘Neem ik als gespreksleider een open houding aan?’, ‘Kan ik mijn eigen emoties voldoende reguleren?’ en ‘Kan ik een veilig klasklimaat bewaren waarin leerlingen hun zorgen met respect voor elkaar kunnen uiten?’”

“Dat is een stukje zelfreflectie. Als je daaraan twijfelt, trek het dan niet zelf open. Daarmee doe je misschien meer kwaad dan goed. Pols in je team wie beter geplaatst is. Een vakleraar, maar evengoed iemand uit het zorgteam. Of een combinatie.”

Oorlog is een delicaat thema. Maar als leraar ken jij je leerlingen het best. Hou rekening met mogelijke gevoeligheden en bespreek het thema niet tussen de soep en de patatten. Het zou zonde zijn dat de schoolbel gaat als het gesprek net goed op gang gekomen is. Voorzie dus voldoende tijd om er diep genoeg op in te gaan.”

Hoe begin je aan zo’n gesprek?

Caroline Dejonghe: “Maak in de eerste plaats goede afspraken: we spreken met respect over elkaar, we laten elkaar uitspreken, we gebruiken geen beledigingen. Luister als leraar zonder oordeel en stel vooral open vragen. Laat kinderen en jongeren zelf vertellen wat ze al gezien, gehoord en gelezen hebben. Hoe voelen ze zich daarbij? Op die manier krijg je een beter beeld van hun noden. Gebruik de woorden die ze zelf in de mond nemen.”

“Willen ze toch meer informatie, dan blijf je als leraar beter bij de feiten en grote lijnen. Haal geen gruwelijke details boven, want dat kan de angst aanwakkeren. Laat bijvoorbeeld zelf geen foto’s van slachtoffers met bebloede hoofden zien. Als een leerling daar toch over begint, kan je polsen naar hoe die zich daarbij voelt. Wees als leraar neutraal en nuanceer uitspraken waar nodig. Extreme uitspraken als ‘alle Israëli’s zijn schoften’ of ‘alle Palestijnen zijn terroristen’ mag je niet laten passeren. Dat werkt polarisatie alleen maar in de hand.”

“Stel de leerlingen ook gerust. Dat kan door ze context en perspectief te bieden. Duid bijvoorbeeld op de wereldkaart aan waar de oorlog zich afspeelt. Leg uit dat het om een jarenlang conflict over grond gaat: over wie waar mag wonen en wie daar de baas is. Benadruk de zeldzaamheid van zo’n gebeurtenis: de meeste landen willen helemaal geen oorlog voeren en verzetten zich ertegen. Benoem ook het positieve, de solidariteit: veel mensen helpen de slachtoffers waar ze kunnen.”

Je wil niet dat de schoolbel het gesprek abrupt beëindigt: voorzie genoeg tijd

Caroline Dejonghe
Lector Toegepaste Psychologie

Wat als je geen antwoord hebt op bepaalde vragen?

Caroline Dejonghe: “Dat kan altijd gebeuren. Geef in dat geval zeker geen vaag of onjuist antwoord. Anders zal de fantasie van kinderen het daar overnemen. Wat dan wel? Benoem het gewoon: zeg dat het een interessante vraag is, maar dat je het zelf ook niet weet. Afhankelijk van de leeftijd kan je daarna eventueel samen die informatie opzoeken. Of je kan beloven om er later op terug te komen.”

Er circuleert ook veel fake news op sociale media. Hoe pak je dat aan?

Caroline Dejonghe: “Kinderen komen soms in contact met het nieuws via kanalen waarmee je als leraar zelf minder vertrouwd bent. Op TikTok bijvoorbeeld circuleren filmpjes met nepnieuws. Vraag de leerlingen wat ze gezien hebben en ga na of die bronnen wel betrouwbaar zijn.”

“Reik zeker zelf ook goede bronnen op maat aan. Met jongere leerlingen kan je samen naar Karrewiet of het NOS Jeugdjournaal kijken. Oudere jongeren kunnen ook op sociale media toegankelijke bronnen vinden, zoals het Instagramaccount van @nws.nws.nws.”

Voor leerlingen die zelf ooit gevlucht zijn voor oorlog, kan dit conflict een trauma bovenhalen

Caroline Dejonghe
Lector Toegepaste Psychologie

Het conflict blijft duren, de beelden worden harder. Hoe ga je om met gevoelens van machteloosheid in de klas?

Caroline Dejonghe: “De gruwelijkheden kan je niet verbloemen, maar vestig de aandacht ook op de vele mensen die de situatie willen keren. Dat verhaal van hoop mogen we zeker niet verliezen. BV’s, influencers, zangers op festivals durven zich uitspreken. Dat heeft ook een valkuil: in welke mate nemen jongeren uitspraken over zonder kritisch na te denken?”

“Ook dan kan je het gesprek aangaan. De boodschap ‘Ik ben voor vrede’ zou centraal moeten staan. Benadruk vooral dat niemand dit zou mogen meemaken. Alle getroffen groepen verdienen onze steun. Iedereen mag een mening hebben, maar we blijven met respect over elkaar praten.”

“Peuters, kleuters, kinderen van het eerste en tweede leerjaar scherm je beter af van heftige beelden van uitgemergelde kinderen. Bij oudere kinderen kan het heilzaam zijn om met de school iets te doen: een koekjesverkoop of carwash om geld in te zamelen, bijvoorbeeld. Dat geld kunnen ze doneren aan een hulporganisatie. Zo hoeft het de leerlingen zelf niks te kosten, want niet iedereen heeft misschien de mogelijkheid om zelf te doneren. Samen iets ondernemen geeft ze ook een gevoel van controle terug.”

Wat als de emoties in de klas toch hoog oplaaien?

Caroline Dejonghe: “Emoties moeten een plek krijgen in het gesprek. Opgekropte gevoelens uiten zich anders misschien via negatief gedrag of een verminderde focus. Erken de gevoelens van je leerlingen, maar grijp ook in als dat nodig is. Het huidige conflict kan voor bepaalde leerlingen een trigger zijn: jongeren die zelf gevlucht zijn uit een land in oorlog, bijvoorbeeld. Zo’n trauma kan plots naar boven komen. Denk ook aan kinderen die familie hebben in het conflictgebied en bang zijn dat die familie iets overkomt.”  

“Wanneer een leerling helemaal overspoeld raakt door emoties, zal dat de rest van de klas ook van de kaart brengen. Je kan voor die leerling beter individuele ondersteuning voorzien. Een persoonlijk gesprek met een zorgcoördinator kan helpen. Blijf die leerling als leraar ook verder observeren: wees alert voor gedragsveranderingen en voorzie nazorg waar nodig.”

Hoe rond je zo’n gesprek af?

Caroline Dejonghe: “Laat de leerlingen niet achter met een te zwaar of beteuterd gevoel. Dan zouden ze erover kunnen blijven tobben. Maak de overstap naar de orde van de dag, maar geef aan dat je beschikbaar blijft voor hen.”

Simon Verbist

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


R

Rudi Dierick

12 oktober 2023

Misschien ook doelgericht alle mythes en feitelijke onwaarheden over conflicten op een sobere, maar goed gefundeerde manier opsporen en weerleggen? Het sterke geloof in mythes (van eender welke strekking) blijkt immers sterk bevorderlijk voor radicalisering.

Reageren

Laat een reactie achter