Zo doen zij het Dit artikel behoort tot de reeks Differentiëren Gepubliceerd op

Differentiatie op 4 sporen: “De leerlingen voelen zich begrepen”

6 reacties

Log in om te bewaren.

Delen

In de Sancta Maria Basisschool werken alle leraren met een 4-sporenbeleid om vlot te differentiëren in de klas. De leerlingen werken in hun eigen tempo en leren hun niveau inschatten. In de zesde klas van juf Himsha zijn ze er helemaal mee weg. Bekijk de video.

Ieder mens kiest zijn eigen pad in het leven. Waarom zou dat in de klas anders moeten zijn?

Himsha Vanhaecke - Leraar zesde leerjaar, Sancta Maria Leuven
 

Klassikale instructies

“Ik begin de les met de instructie van het eerste vak”, vertelt Himsha Vanhaecke, leraar in het zesde leerjaar. “Ik overloop de theorie en de oefeningen. Ik houd mijn uitleg zo kort mogelijk. Daarna schakel ik onmiddellijk over naar de instructie van het volgende vak. Dan gaan de leerlingen zelf aan de slag met oefeningen.”

“Ze mogen vrij kiezen met welk vak ze starten. Die vrijheid zorgt ervoor dat ze zelf nadenken hoeveel tijd ze aan welk vak spenderen, waar ze sterk in zijn en waar ze het moeilijker mee hebben.”
 

Oefeningen op ieders niveau

Op het bord van juf Himsha staan per vak 3 oefeningen, dat zijn de eerste 3 sporen.

  • Spoor 1: Deze oefeningen zijn voor de leerlingen die het moeilijk hebben met de leerstof. Ze hebben vaak nog wat extra hulp nodig van de leraar of co-teacher.
  • Spoor 2: Basisoefeningen voor leerlingen die de leerstof goed begrijpen.
  • Spoor 3: Oefeningen voor leerlingen die de leerstof helemaal onder de knie hebben. Zij hebben nood aan extra uitdaging.

Naast de 3 sporen op het bord is er voor sommige vakken nog een vierde spoor.

  • Spoor 4: Oefeningen voor leerlingen met een individueel curriculum. Dat kan zowel curriculumdifferentiatie zijn naar boven toe als naar beneden.

De leerlingen mogen zelf kiezen welke oefeningen ze maken. “In het begin van het schooljaar verloopt dat nog wat moeilijker. Eerst overschatten sommige leerlingen zich, anderen onderschatten zichzelf dan weer. Maar ze voelen snel aan welk spoor het best bij hen past.
 

Hoe begin je eraan?

“Het is als leraar niet eenvoudig om er onmiddellijk mee te starten. Bouw het rustig op en uiteindelijk is het een meerwaarde voor de leerling en de leraar. Begin met 1 vak, wiskunde is daarvoor ideaal. Als dat goed lukt, voeg dan een tweede vak toe. En als iedereen de methode goed onder de knie heeft kan je gerust met 4 vakken door mekaar werken”.