“Brede basiszorg werkt dankzij co-teaching en leergroepen”
Hilde Rombouts,
directeur ’t Blokje, Loenhout
Zo doen zij het
Slechts 37% van de gewone basisscholen en 33% van de gewone secundaire scholen in Vlaanderen voldoen aan de verwachting voor onderwijskundig beleid, blijkt uit de Onderwijsspiegel 2025. Inspecteur Ward De Boe licht toe. Dat het een samen-verhaal is, illustreren 3 directeurs.
Ward De Boe, inspecteur: “’Waarom hebben we een laptop als leraren die amper inzetten in de les’, verzuchten leerlingen soms. De leraren wiskunde van de eerste graad gebruiken de laptop regelmatig, die van de tweede en derde graad nauwelijks. Ze delen geen schoolbrede visie noch afspraken over digitale didactiek. Een concreet voorbeeld van een verbeterpunt in het onderwijskundig beleid van de school.”
“Nog problematischer: leraren van verschillende leerjaren behandelen dezelfde doelen en thema’s in hun lessen, zonder verticale opbouw of overleg. Er ontbreekt een leerlijn. Bij een goed onderwijskundig beleid spreken leraren af. Zo ontstaat er samenhang en komen alle doelen aan bod.”
“Soms verwart men visie met onderwijskundig beleid. Je visie zegt iets over je waarden en je ambities als school: waartoe moet ons onderwijs leiden? Wat zijn de fundamenten van onze aanpak? Hoe daagt onze specifieke context onze visie uit? Daar horen deelvisies bij, zoals ‘Hoe kijken we naar leerlingenbegeleiding?’ of ‘Welke visie hebben we op het bevorderen van gelijke kansen?’ Cruciaal is dat je schoolvisie landt in een strategische planning met concrete en evalueerbare doelen.”
Onderwijskundig beleid is een samen-verhaal, niet alleen een zaak van de directeur
Ward De Boe
inspecteur
“Die doelen sturen het onderwijskundig beleid aan. Is het je doel kleuters een rijke woordenschat te laten ontwikkelen bijvoorbeeld, dan moet je ook stilstaan bij heel praktische onderwijskundige vragen: ‘Welke opbouw voorzien we doorheen de kleuterschool in het woordenschataanbod, welke afspraken maken we over de presentatie van die woordenschat en hoe bieden we kleuters vanaf hun instap tot de overgang naar het eerste leerjaar rijke kansen om die te gebruiken?’ Daar maak je het best afspraken over in je kleuterteam.”
“Onderwijskundig beleid is een samen-verhaal, niet alleen een zaak van de directeur of het beleidsteam. Ondersteuning van het beleid is wel belangrijk: professionaliseringskansen, stimulerende feedback aan leraren, klasbezoeken om na te gaan of afspraken tot op de klasvloer gaan leven, vakgroepen die een coördinerende functie hebben …”
“Onderwijskundig beleid is ook nooit af: je blijft het cyclisch evalueren op basis van leerwinst, welbevinden, studievoortgang … Je stuurt het bij en borgt het zodat waardevolle afspraken deel gaan uitmaken van het spontane dagelijkse handelen op school. Het referentiekader voor onderwijskwaliteit (OK) is bij dat proces van kwaliteitsontwikkeling een goede leidraad.”

Hilde Rombouts,
directeur ’t Blokje, Loenhout
Hilde Rombouts: “Toen de gemeentelijke lagere school en de vrije basisschool van Loenhout fusioneerden, kregen we de kans om ons onderwijs te strippen en opnieuw vorm te geven. We wilden niet op 100 dingen tegelijk springen maar op wat wij hier nodig hebben. Dus bevroegen we onze leraren over alle facetten van het kind: cognitief, emotioneel, relationeel.”
“Leerlingenbegeleiding vonden we cruciaal. Elk kind leert anders, maar moet ook weerbaar zijn om mee te draaien in een veranderlijke maatschappij. Dat koppelden we terug naar het schoolbestuur. Zo kwamen we uit bij de 3 pijlers van ons beleid: zorgSaam onderwijzen, dus teamwerk, zorgSaam leven en een sterke interne en externe organisatie en communicatie.”
“Om vanuit brede basiszorg de werkvloer te versterken, kozen we voor co-teaching. We maakten kleuter- en leergroepen van dezelfde leeftijd. Elke leergroep bestaat uit 50 à 55 leerlingen, heeft 3 aparte lokalen ter beschikking en wordt vertegenwoordigd door een subteam van 3 leraren. Co-leraren bewegen zich vrij over de heterogene A-basisgroep en B-basisgroep van hun leergroep. Alle leraren zetten eigen talenten en expertise in binnen hun leergroep.”
“Natuurlijk is er frequent overleg met de zorgcoördinator en hebben we een leerlingvolgsysteem. Maar nog belangrijker is de dagelijkse uitwisseling tussen de leraren van een leergroep over lesdoelen, taakverdeling en observaties. Samen houden ze in het oog wie achterop hinkt. Die leerlingen werken ze in de miniklas of via preteaching bij, zodat ze zo snel mogelijk weer bij de heterogene groep kunnen aansluiten. Wie sneller loopt, krijgt uitbreiding.”
“De subteams versterken elkaar op de werkvloer. Leraren dragen klasmanagement samen, geven snelle feedback en evalueren constant wat werkt bij elk kind. Mijn rol? Ik wandel geregeld klassen binnen en volg de teamagenda’s op. Daarnaast prikkel ik met mooie anekdotes in de nieuwsbrief en reserveer ik tijd op vergaderingen om samen onze werking tegen het licht te houden en afspraken over de teams te bewaken. Zo hopen we dat elk kind zelfzeker en met een brede basis naar het secundair vertrekt.”

Ruben Vanrusselt,
directeur GO! Atheneum Martinus Bilzen
Ruben Vanrusselt: “In 2018 kreeg onze school een onvoldoende van de doorlichting, ook voor onderwijskundig beleid. Op enkele jaren tijd was de school enorm gegroeid, de bestaande structuren voldeden niet meer. We hadden nood aan een nieuwe, meer gedragen visie. Ouders, leerlingen, leraren en leden van de raad van bestuur zaten mee rond de tafel. Vanuit de nieuwe visie kwam onder andere een doelstelling rond evaluatie en feedback.”
“We wilden vermijden dat leerlingen na een examen thuis zeggen: ‘dat was helemaal niet zoals we het gezien hebben in de klas.’ Daarom doen we sinds 2018 met het hele team aan leerplanstudie. We bewaken de driehoek leerplannen-lesmomenten-evaluatie. Die moeten op elkaar afgestemd zijn. Dat botste eerst op weerstand, want het is veel werk. Maar toen corona uitbrak, wisten onze leraren heel goed welke doelen ze al geëvalueerd hadden en wat ze konden laten vallen.”
“Iedereen volgt nu hetzelfde tijdspad. In september bespreken leraren de beginsituatie van leerlingen, in december vergelijken ze de evaluatiecriteria van de kerstexamens. En we hebben een examencheck om te controleren of een examen conform het ‘atheneum Bilzen’ is. Meet het examen de leerplandoelstellingen? Scoort het goed qua leesbaarheid en opbouw in moeilijkheid?”
“Het beleidsteam keek het eerste jaar alle examens na aan de hand van onze examencriteria. De jaren erop kregen vakgroepen en leraren zelf die controlereflex. Ze geven nu feedback op elkaars examen. De examens evolueerden naar hetzelfde format, we konden de aparte werkgroep opdoeken. Maar het beleidsteam blijft helder communiceren: de dienstnota voor de kerstexamens vertrekt net voor de herfstvakantie. We kregen een pluim voor onze inspanningen: bij de doorlichting van 2023 zaten we weer helemaal in het groen.”

Gerrit Ceuppens,
adjunct-directeur Pius X, Antwerpen
Gerrit Ceuppens: “Er komt veel op ons af: onderwijsvernieuwingen, een veranderende stad, multimedia in de klas … Leraren voelden zich een speelbal van externe eisen. Waar lagen onze prioriteiten? Wat konden we nu even laten liggen? We hadden nood aan een plan met doelen voor de komende 5 jaar.”
‘’Tijdens 12 uiteenlopende ‘sprokkelmomenten’ verzamelden we ervaringen en suggesties van alle betrokkenen bij de school: leerlingen, medewerkers en ouders. Van ‘Waar wil ik naartoe met onze school’ tot ‘Wat leren we uit data over onze school(omgeving)?’ We lieten ouders, leraren en leerlingen onder andere een SWOT-analyse invullen van Pius X.”
“De climax van dat jaar was onze G1800: per lokaal debatteerden leerlingen van alle leerjaren over de school, begeleid door een leraar. Een regiegroep van leraren, zorgleraren en IT’ers puurde uit al die gegevens 5 ambities voor ons toekomstplan: beter samenwerken in onze grote school, meer oog hebben voor de schoolloopbaan van leerlingen, omgaan met diversiteit, digitalisering en evaluatie. Voor elk van de ambities stelde de regiegroep een viertal doelen op, op basis van wetenschappelijk onderzoek en onze eigen data.”
“Om concrete en meetbare acties te ontwikkelen, richtten we professionele leergemeenschappen op. Basisvoorwaarde voor elke actie: ze moet merkbaar effect hebben op de klasvloer. Om na te gaan of dat ook daadwerkelijk gebeurt, doorloopt elke actie consequent een PDCA-cyclus. Wordt het effect onvoldoende bereikt? Dan sturen we bij.”
“Met elke leraar die zich kandidaat stelt, voeren we een gesprek. Het is een vrijwillig, maar behapbaar engagement. Het toekomstplan mag niet in de weg staan van je lesopdracht. Na een jaar hebben we meer kandidaten dan plaatsen.”
“Om een vangnet te hebben voor die leergemeenschappen, hebben we een aantal leraren opgeleid tot procescoach. Zij nemen elk 1 leergemeenschap onder hun vleugels en zetelen in regiegroep 2, samen met 3 directieleden. Zo houden we overzicht, stemmen we acties op elkaar af qua timing en haalbaarheid.”
“We laten ons begeleiden door academici en pedagogische begeleiders. Maar onze belangrijkste consultants zijn de leraren, leerlingen en ouders van de school. Alle betrokkenen komen echt aan het woord. De school dragen we samen.”
Log in om te bewaren
Laat een reactie achter