Kristof Das:
docent UCLL en begeleider Campus MAX Middenschool, Tessenderlo
Tips
Van chaos bij de lesstart tot niet aflatend gebabbel: hoe ga je om met storend gedrag in de klas? Gedragsexpert Kristof Das antwoordt op 6 vragen van leraren. En helpt je om vanaf morgen meer rust te brengen in je klas.

docent UCLL en begeleider Campus MAX Middenschool, Tessenderlo
Kristof Das: “Vaak gehoorde misvatting: autoriteit is iets wat je hebt, of niet hebt. Dat klopt gelukkig niet. Elke leraar kan leren hoe je rust brengt in de klas. Als je in de spiegel durft kijken en ‘het probleem’ niet volledig buiten jezelf legt. Want wie de onrust in zijn klas louter verklaart door te zeggen dat met die leerlingen geen land te bezeilen valt, ontzegt zichzelf op die manier de kans om er wat aan te doen.”
“Maar toegeven dat je je klas nog niet onder controle hebt: in heel wat lerarenkamers is het helaas nog een taboe om te praten over hoe omgaan met storend gedrag in de klas. Open kaart spelen en vragen durven stellen is géén zwaktebod. Je besteedt je autoriteit niet uit maar zet net een cruciale eerste stap om die te claimen. Want wie vragen stelt, vindt ook antwoorden.”
Naïma, leraar wiskunde: “Als starter in het onderwijs krijg je vaak te horen dat je in het begin niet streng genoeg kan zijn. Maar kan té streng zijn geen averechts effect hebben waardoor de klas zich plots tegen jou keert?”
Kristof Das: “Steeds terugkerende misvatting: dat je als leraar 2 petjes hebt, ‘streng’ en ‘begripvol’. En dat je, afhankelijk van de situatie, dus streng of begripvol reageert. Dat klopt niet. Leraren hoeven niet streng te zijn. Ze moeten duidelijk zijn. Want wie duidelijk is, kan tegelijk ook warm zijn. Die zoektocht om op een authentieke manier verbinding te maken met je leerlingen en tegelijk grenzen te bieden, eindigt nooit. Maar je kan er wel elke dag sterker in worden.”
“Mijn advies aan Naïma: hou vol. Niet streng beginnen en dan lossen, maar al op je eerste dag duidelijk en gestructureerd starten. Pas zeker op met ‘laatste waarschuwingen’. Eigenlijk geef je een aantal kansen om ongewenst gedrag te stellen. Eens de grens bereikt is, volgt de laatste waarschuwing en pas daarna de straf. Zo vertel je impliciet dat ongewenst gedrag in zekere mate toegestaan is en werk je in de hand dat de situatie escaleert.”
Stan, meester vijfde leerjaar: “Ik vind de leerlingen in mijn klas oprecht fijne kinderen. Alleen babbelen ze te veel. Het begint vaak met wat onschuldig geroezemoes maar eindigt met ik die me boos maak. Als iemand eens een woordje zegt, reageer ik niet meteen omdat ik anders voortdurend mijn uitleg moet onderbreken. Maar als ik wacht, loopt het vaak uit de hand. Hoe voorkom ik dat?”
Kristof Das: “Je reflex om niet meteen je les stil te leggen en leerlingen aan te spreken, is terecht. ‘Zwijg even’, ‘stil nu’, ssssjt’, ‘opletten alsjeblieft’: als je vaak verbaal corrigeert, moet je continu je eigen instructie onderbreken. Zo leid je ook de leerlingen af die wél opletten. En haken ze af omdat je uiteenzetting zijn samenhang verliest.”
“In heel wat situaties kan je rust brengen zonder woorden. Aankijken, naderen, aanraken: met die 3 tussenstappen hou je het tempo in je les. Kijk de leerling die babbelt dus eerst nadrukkelijk aan. Laat desnoods een pauze, zodat duidelijk is: ‘Ik zie wat je doet’. Want stilte zegt vaak meer dan woorden.”
“Als dat niet helpt, blijf dan lesgeven en benader die leerling. Dat lukt enkel als je voor een klasopstelling kiest waarbij je je vlot door het hele lokaal kan bewegen. En je niet toestaat dat jassen en tassen in het gangpad slingeren. Werkt ook dat niet? Leg even een hand op de schouder van de leerling in kwestie terwijl je verder lesgeeft. En leg je les pas in laatste instantie stil om het gedrag ook met woorden te markeren.”
Diane, leraar muzische vorming: “Ik heb 2 lesuren na elkaar dezelfde klas tweedejaars. Een moeilijk moment vind ik de korte pauze tijdens de leswissel. Als ik mijn leerlingen loslaat, loopt het gauw mis: veel lawaai, ‘fikfakken’ in de klas, tekenen op het bord, de klasdeur sluiten … De leerlingen amuseren zich. Maar ik voel me leeggezogen en heb de grootste moeite om ze daarna weer bij de les te krijgen.”
Kristof Das: “Je verwachtingen tijdens de leswissel zijn voor je leerlingen niet duidelijk. Eigenlijk is je instructie: ‘Doe maar wat’. Zeker jongere leerlingen kunnen nog niet om met die vrijheid. Hou die leswissel dus stevig in handen. Samen ‘galgje’ spelen? Prima, maar je spreekt met de groep wel af hoe dat moet lopen.”
“Alternatief, als dat praktisch haalbaar is: vraag op school na wat kan en schep heel kort een luchtje met je leerlingen. Spreek een duidelijke routine af om de klas weer binnen te komen: in stilte naar binnen, zonder praten achter de stoel, dan gaan zitten. Zo neem je het lesbegin stevig in handen en ervaren jij én je leerlingen de leswissel ook effectief als een deugddoende pauze.”
“‘Pikken tieners het wel als je routines met ze inoefent, vinden ze dat niet kinderachtig?’ Ik snap die bedenking. Maar wie lesgaf tijdens corona, herinnert zich vast hoe snel we er toen in slaagden om allemaal samen nieuwe afspraken na te leven. Door ze overal zichtbaar te maken, in te oefenen en zelf het goede voorbeeld te geven. Dat is met storend gedrag niet anders.”
Ine, juf eerste leerjaar: “Een meisje in mijn klas komt uit een kwetsbare thuis. Ze vraagt enorm veel van me: ze roept letterlijk om aandacht, onderbreekt anderen, stelt voortdurend vragen en volgt instructies onvoldoende op. Dat zorgt voor chaos. Hoe vermijd ik dat dit ten koste gaat van mijn andere leerlingen, die net zo goed mijn aandacht verdienen?”
Kristof Das: “Ine botst op de grenzen van haar draagkracht. Enerzijds wil ze individuele aandacht bieden aan een kind dat psychologische ondersteuning nodig heeft. Anderzijds heeft ze een klas vol kinderen die zonder haar sturing ook verloren lopen. Dit is een tekenend voorbeeld van hoe we onderwijs soms te sterk vanuit een psychologische bril bekijken. En daardoor uit het oog verliezen welke impact we hebben met iets wat we als leraar wél in handen hebben: onze pedagogische aanpak.”
“Die start met een groepsplan, waarbij je duidelijkheid en structuur biedt aan je hele klas. En duidelijke klasafspraken maakt. Mijn 4 regels? We zijn op tijd, we hebben ons materiaal bij, we zijn vriendelijk voor elkaar en we volgen aandachtig de les. Zo zijn je verwachtingen duidelijk en weten je leerlingen bijvoorbeeld hoe ze op een gepaste manier een vraag stellen tijdens de les.”
“De kans is reëel dat de nood van dit meisje daarmee niet verholpen is en je toch verhoogde zorg moet inschakelen. Maar omdat je die afspraken hebt, kost het je minder tijd om in de rij op weg naar de klas al even met haar vooruit te kijken: ‘Waar haal je je materiaal voor je gaat zitten? Tijdens de les kan je met een blik of een gebaar naar een specifieke afspraak verwijzen. En aan het einde van de dag overloop je welke afspraken ze al goed naleefde, en wat nog beter kan. Ingrepen die weinig tijd kosten, maar wel iets opleveren als je ze volhoudt.”
Danny, leraar Elektriciteit: “Ik liet een leerling niet mijn klas in omdat hij zijn materiaal niet bij had. Hij werd onbeleefd, dus stuurde ik hem naar de leerlingbegeleiding. De dag erna zat hij weer in mijn les en zei hij triomfantelijk dat hij geen straf had gekregen. Op zo’n moment voel ik me echt belachelijk, en machteloos. Wat zou jij in mijn plaats doen?”
Kristof Das: “Enerzijds helpt het om kritisch te kijken naar wat je zelf anders kan doen. Om te beginnen: bereikt je sanctie het doel dat je voor ogen hebt? Passen je leerlingen hun gedrag aan als je ze nog voor de lesstart aan de deur zet, laten ze hun materiaal effectief minder vaak thuis? Of bereik je meer door duidelijk te maken hoe vervelend je dat vindt zonder meteen een sanctie uit te delen?”
“Zo vermijd je dat je elk conflict meteen ‘uitbesteedt’ en voelen leerlingen dat ze aan jou verantwoording moeten afleggen. Noodzakelijk als je een goede band met je leerlingen wil, want connectie en correctie horen samen. Ga ook zeker in gesprek met de leerlingenbegeleider. Luister naar diens kant van het verhaal, leg uit hoe jij je bij deze situatie voelt. En spreek af hoe je dit in de toekomst vermijdt en jij ‘eigenaar’ van het conflict blijft.”
Toon, leraar PAV: “Ik geef les in alle klassen van 3 tot 7. Ik durf van mezelf zeggen dat ik sterk ben in klasmanagement. Maar met één klas zesdejaars gaat het telkens mis. Ze negeren me straal, babbelen constant, draaien met hun ogen, spreken tegen bij een opmerking … Actieve werkvormen in duo of in groep zien ze als een kans om te babbelen. Bij individueel werk blijft hun blad leeg. En als ik ingrijp – andere plaatsen, een sanctie – worden ze ronduit onbeleefd en keert de hele klas zich tegen me. Ik hoor van collega’s dezelfde geluiden.”
Kristof Das: “Forming, storming, norming en performing: veel leraren zijn vertrouwd met het belang van de ‘gouden weken’ en de 4 fasen van groepsvorming. Jouw klas is een groep die zich in die vierde fase van performing bevindt. We noemen dat in deze situatie ook wel een ‘negatief performende klas’: een klas die in de lerarenkamer de titel ‘probleemklas’ meekrijgt.”
“Die situatie keer je niet met halve maatregelen. Vergelijk groepsvorming met beton: dat moet een tijd uitharden voor het zijn stevigheid krijgt. Maar eens die fundering er ligt, breek je ze niet zomaar op, tenzij je de grote middelen inzet.”
“Tegenover deze sterke groep heb je een sterk team van leraren nodig. Maak samen met collega’s afspraken. Treed samen op. Splits desnoods tijdelijk de klas, of start met ondersteuning van een collega je les op. Allesbehalve eenvoudig in tijden van lerarentekort, maar het kan, als je samen out of the box denkt.”
“Met volgehouden inspanningen kan je het proces van groepsvorming resetten en aan een positieve klasgroep bouwen. Dat de ‘hele klas’ zich tegen je keert, is vaak een verkeerde indruk. De meeste leerlingen vinden het aangenamer om naar school te komen als de les rustig verloopt en ze niet voortdurend met conflicten of lawaai af te rekenen hebben. Markeer dus ook positief gedrag en complimenteer wie zich wél aan de regels houdt.”
Log in om te bewaren
Laat een reactie achter