Zo doen zij het
Flow Highschool vertrekt vanuit wat werkt
Wat als een nieuwe secundaire school zich helemaal baseert op de wetenschap over onderwijs en het tienerbrein? “Het moet evidence informed, simpel en haalbaar zijn.” De schijnwerper op 6 ingrepen in Flow Highschool in Peer.
Toen de scholengroep Sarah Candreva aansprak om de nieuwe secundaire school Flow Highschool op te starten, trok ze lerarenopleider Nele Adriaenssens aan de mouw om samen een pedagogische visie uit te werken gebaseerd op onderbouwde praktijken. De 3 pijlers van pedagoog Gert Biesta vormen de basis: ‘kwalificatie’ of kennis en vaardigheden, ‘socialisatie’ en ‘subjectificatie’ of ontwikkeling van een eigen identiteit. De eerste leerlingen van deze jonge school zitten nog maar in het tweede jaar en kunnen straks kiezen tussen dubbele en doorstroomfinaliteit.
© Tine Schoemaker

1. Lesblokken van 110 minuten
Sarah Candreva, directeur Flow Highschool: “Een nieuwe school starten zoals onderwijs het altijd al deed? Nee, wij kiezen voor lesdagen met 3 vakken van 110 minuten in plaats van 7 keer 50 minuten met wisselpauzes. We eindigen op weekbasis uiteraard op evenveel lestijd met de optelsom van die langere lesblokken, FLEX-uren en KRING-momenten.”
“De voordelen voor de leerlingen en leraren merken we elke dag: minder switchen tussen leerinhouden en klaslokalen, diepgaander leren, minder vergeten boeken en kilo’s in de boekentas, minder voorbereiding voor de leraren. Je kan maximaal 3 toetsen, 3 taken of 3 voorbereidingen in je agenda hebben staan.”
“Een eenvoudiger lessenrooster geeft minder springuren en structurele overlegmomenten zijn gemakkelijker in te plannen. Al ons overleg is vast ingeroosterd tijdens de schooluren. De leraren wiskunde zijn bijvoorbeeld op hetzelfde moment klasvrij.”

Nele Adriaenssens, lerarenopleider Hogeschool PXL: “We gebruiken onder andere de wetenschappelijke kennis van Jelle Jolles over het tienerbrein. Leerlingen in de eerste graad secundair hebben bijvoorbeeld moeite met focussen. We willen daarom de cognitieve overload beperken door maar 3 onderwerpen op een dag aan te bieden.”
“Ook gebaseerd op Jolles, starten de verplichte lesblokken op sommige dagen pas om 9 uur. Later op de ochtend kunnen jongeren zich immers beter concentreren. Tussen de lange lesblokken doen de leerlingen van Flow Highschool een korte klassikale wandeling van enkele minuten rond het schoolgebouw om de hersenen wat extra zuurstof te geven en te bewegen.”
© Tine Schoemaker

2. Elke les volgens dezelfde structuur
Sarah Candreva: “Of een tienerbrein zich in zo’n extra lange les kan concentreren? Al onze lessen verlopen volgens een vaste structuur en zijn gebaseerd op de 12 bouwstenen voor effectieve didactiek van Expertisecentrum Onderwijs en Leren (Thomas More). Elke leraar start eerst met het nut van de leerinhoud. Als het over wiskundige hoeken gaat, krijgen de leerlingen de opdracht hoeken in het dagelijks leven te zoeken: boodschappenzakken dragen, radslag bij turnen of een goed gemikt basketbalshot. Zo zijn ze gemotiveerder om droge wiskunde leerstof op te nemen.”
“Dan volgt een krachtige instructie. Leraren combineren volgens het dual coding principe woord en beeld. En we laten de leerlingen veel schrijven om het geheugen aan te scherpen. Wisbordjes zorgen ervoor dat iedereen actief meewerkt.”
“Daarna krijgt een deel van de klas nog verlengde instructie. De andere leerlingen kunnen in het stille gedeelte van de klas zelfstandig aan het werk met de basis- of verdiepende oefeningen. We kiezen bewust voor maar 2 differentiatiesporen ín de klas om het eenvoudig en haalbaar te houden voor onze leraren. Leerlingen die een te gemakkelijk spoor kiezen uit faalangst, helpen we over de drempel en duwen we met een beslissingsboom naar de moeilijkere oefeningen. We geven ook te allen tijde de boodschap: wij geloven in jou!”
Een tiener denkt maar 1 week vooruit
Sarah Candreva
directeur
“Volgende stap: verbreden en verankeren. Bij het voorbeeld van de wiskundige hoeken zoomen leerlingen in op kunstenaars die met hoeken werken. Zo verankeren ze de leerstof extra goed. Met een langer lesblok is er meer tijd om in de diepte te gaan en de leerstof goed te laten landen.”
“Het laatste onderdeel is altijd een exit ticket om te checken of het lesdoel is bereikt. Dat kan via een oefening, interactieve digitale quiz of een invulschema. De leerlingen reflecteren ook: heb ik opgelet, actief meegewerkt en wat moet ik eventueel nog doen? De leerlingen die de leerstof nog niet genoeg beheersen, krijgen meteen extra oefeningen tijdens een remediërend FLEX-blok. Als een groot deel van de klas onvoldoende scoort, herbekijkt de leraar natuurlijk zijn aanpak klassikaal.”
Nele Adriaenssens: “Voor al die onderdelen werkt Flow Highschool met beknopte kwaliteitskaarten en checklists voor de leraren: hoe stel je een exit ticket op, hoe doe je een driehoeksoudercontact, wat doe je in brede basiszorg? Zo doen we alles op de juiste en dezelfde manier. Onze leraren zeggen vaak: eindelijk iets wat werkt én werkbaar is. Iedereen krijgt interne opleiding van ervaren collega’s en waar nodig – net zoals onze leerlingen – groeigesprekken. Op welke taken of competenties scoor je 1, 2, 3 of 4? Waar heb je ondersteuning nodig? Waar wil je in groeien?”
© Tine Schoemaker

3. Evaluatiebeleid
Nele Adriaenssens: “Een tienerbrein is nog in volle constructie en werkt niet op dezelfde manier als dat van volwassenen. Een tiener denkt maximaal 1 week vooruit, alles daarna is verre toekomst. Daarom remediëren wij snel: binnen dezelfde week na een evaluatie. En Flow Highschool zet sterk in op feedback volgens de leidraden van Leerpunt. Jongeren hebben ook nog geen realistisch zelfbeeld. Daarom checken we met een exit ticket of ze de leerstof écht onder de knie hebben. We laten niemand los.”
“We maken in de klas een onderscheid tussen korte- en langetermijntoetsen. Een geïsoleerde toets over Franse woordenschat of 1 van de 5 delen van een module is iets helemaal anders dan een toets over de hele module waarbij ze linken leggen tussen alle hoofdstukken. Na 2 dagen verdwijnt de kennis uit het kortetermijngeheugen en is herhaling noodzakelijk. We zien zo ook duidelijk op het rapport welke leerlingen uitvallen op de kortetermijntoetsen, maar toch goed scoren op de langetermijntoetsen – of omgekeerd.”
We detecteren het profiel van elke leerling: korte of lange termijn
Nele Adriaenssens
lerarenopleider
Sarah Candreva: “We nemen in de eerste graad niet voor alle vakken examens af. Voor bepaalde vakken hebben we genoeg informatie uit de dagelijkse werking om te evalueren. Voor andere vakken is een examen nuttig om leerattitude te kweken of om het jaar daarna verder op te bouwen. Zo nemen we Engels alleen op het einde van het schooljaar af in een vaardigheidsexamen. En wiskunde en Nederlands komen dan weer elke examenperiode aan bod.”
“Na de examens leiden de leerlingen zelf het oudercontact, bij ons altijd een driehoeksgesprek tussen ouder, leerling en leraar. Dat wordt voorbereid na de examens, tussen klascoach en leerling. Ze stellen samen hun plus- en minpunten op. Met het dashboard in de hand nemen leerlingen zelf het woord en eigenaarschap, trots en goed voorbereid. Zo kunnen de ouders thuis ook sommige werkpunten ondersteunen.”
© Tine Schoemaker

4. Actie koppelen aan data
Sarah Candreva: “Waarom doet de ene klas het beter of is die leerling meer betrokken? Op de klassenraad bespreken we elke klas aan de hand van een datadashboard. We kijken in de spiegel, maar niet met een negatieve bril. Vooral: waar kunnen we mee aan de slag? Met welke klasinrichting of didactische ingrepen bevorderen we de concentratie en betrokkenheid van de leerlingen?”
“Exit tickets zijn ook een rijke databron om gericht door te verwijzen naar FLEX-uren. En de data rond korte en lange termijn brengen het studieprofiel van leerlingen in kaart. Dat helpt om zelfinzicht bij leerlingen te bevorderen.”
“Ik volg die acties goed op, heb structureel overleg met al mijn leraren en plan geregeld klasbezoeken in mijn agenda. Als we afspreken dat de volgende toets wiskunde anders kan, ga ik dat na en sturen we eventueel bij. We meten, doen, coachen, volgen op en groeien. Of ik daar genoeg tijd voor heb als directeur in een opstartende school? Tuurlijk, mijn leraren komen op de eerste plaats. Mijn inbox of administratie moeten dan maar even wachten.”
Elke les checken we of het lesdoel bereikt is
Sarah Candreva
directeur
“We houden het graag helder en werkbaar. Wij zijn allemaal op school van 9 tot 15.30 uur. In plaats van 21 of 22 lesuren hanteren we taakpercentages: 1 lesblok telt voor 10%, maar ook als klastitularis krijg je 10%. Dat maakt dat extra taken niet bovenop je lesuren komen.”
5. FLEX-blokken voor differentiatie en mentaal welzijn
Nele Adriaenssens: “Naast de 2 differentiatiesporen in de klas heeft Flow Highschool ook nog FLEX-blokken. Leerlingen die remediëring of uitdaging nodig hebben, kunnen daar ’s morgens en ’s avonds terecht. Elke vakleraar geeft wekelijks een remediërings- of verdiepingsmoment. De 3 leraren wiskunde verdelen bijvoorbeeld onderling de verdieping en verbreding en nemen verschillende klassen samen.”
“Leerlingen volgen verplicht minimaal 2 FLEX-blokken van telkens 45 minuten, de overige 4 FLEX-blokken zijn optioneel. Leerlingen weten op welke vaste momenten leren leren, inhaaltoetsen, wandelen met de schoolhond voor mentaal welzijn, extra uitdaging zoals schaken of Spaans zijn ingepland. En natuurlijk begeleiden de leraren vanuit het exit ticket de weg naar remediëring of uitdaging.”
“We zetten sterk in op leren leren. Na de eerste graad beheerst elke leerling een aantal technieken zoals Cornell samenvatting, mindmap, presentatie. Ze leren ze een voor een aan in het vak Nederlands, maar passen ze in elk vak concreet toe.”
© Tine Schoemaker

6. Aandacht voor soft skills en connectie
Nele Adriaenssens: “Ons lessenrooster is opgebouwd volgens de 3 taken van onderwijs van de pedagoog Gert Biesta. Je herkent ze aan de 3 kleuren in ons lessenrooster: groen voor ‘ik leer breed’, oranje voor ‘ik en de wereld en paars voor ‘ken jezelf’.”
Sarah Candreva: “In de KRING-momenten ’s morgens is er 2 keer per week 35 minuten tijd voor de leerlijn soft skills. Volgens de methode van Deep Democracy leren we in samenwerking met scholengroep Xpert om constructief met elkaar te praten over groepsdruk, klasafspraken of de waarden van de school. De planning en structuur van de week komt gedetailleerd aan bod, daar heeft elke tiener baat bij. En we oefenen op alles ordelijk in de gekleurde vakmappen wegsteken.”
“We besteden aandacht aan rust en routines in de klassen en gangen. Als de rode lamp brandt in het centrale open leercentrum is iedereen stil. Leerlingen krijgen zo veel mogelijk dezelfde personen op dezelfde momenten. Rust in je hoofd geeft meer ruimte voor leerstof en leuke dingen.”
“Tijdens het lesblok van 2 uur per week besteden we bij de eerstejaars aandacht aan studieoriënatie en tegelijkertijd de connectie tussen leraar en leerlingen, tussen leerlingen onderling. Leerlingen werken elke 6 weken in een module rond verschillende interessedomeinen en beroepen aan hun onderlinge relaties, executieve functies en studiekeuze. Zo kunnen ze gerichter de juiste studierichting kiezen.”
“De samenleving verandert, maar onderwijs evolueert niet voldoende mee. Om drop-outs te verminderen, moeten we ons onderwijs richten op wat werkt bij jongeren. We hebben geen tijd te verliezen. Als school heb je meer vrijheid dan je denkt.”
“Dat wij een nieuwe school konden opstarten met een team dat daarvoor koos en een lerarenopleider die wilde meedenken, maakt ons traject uniek. Toch kan iedere school kritisch naar zijn eigen werking kijken en ingrepen invoeren die bij de school passen. Start met de basics: wil je in je eigen les zitten? Is dit wat jongeren nodig hebben en motiveert? Bereik je je lesdoelen?”
“Het is niet omdat je iets al decennia doet, dat je dat op dezelfde manier moet blijven doen. Gooi niet alles om, maar maak slimme keuzes. Soms heb je daarbij externe begeleiding nodig, maar niet altijd. 2 lessen van 50 minuten samennemen en je lessenrooster anders opbouwen, vraagt geen gigantische puzzel. En connectie tussen leerlingen en leraren opbouwen kan ik ook als eerste stap aanraden.”
Sarah Candreva en Nele Adriaenssens vermelden graag ook Caroline Vrolix, Frank Plessers en het hele team om hun aanpak elke dag waar te maken.
Log in om te bewaren






Laat een reactie achter