Schooltips
Samen sterk tegen radicalisering op school: 9 tips
Jongeren radicaliseren niet van de ene dag op de andere. En onderweg kan je hun overtuigingen veranderen, afzwakken of net versterken. Het Hannah Arendt Instituut geeft 9 tips zodat extreme radicalisering op school minder kans krijgt.
In de klas: wat kan je als leraar doen?
1. Stimuleer kritisch denken
Stimuleer leerlingen om kritisch en genuanceerd te denken. Adolescenten hebben vaak een zwart-wit wereldbeeld en zoeken eenvoudige oplossingen voor complexe problemen. Verleid hen om toch voorzichtig mee te stappen in die complexiteit. Breng expliciet het thema ‘identiteit’ ter sprake. Onze identiteit is een complex en veranderend gegeven. Een uitgesproken mening kan onze identiteit versterken, maar we hoeven er niet mee samen te vallen.
Nuance kan je ook inbrengen door ontmoeting te stimuleren. Op een duurzame en positieve manier in contact komen met groepen waar je vooroordelen over hebt, kan die vooroordelen nuanceren en helpt radicalisering op school te counteren.
2. Leer van mening verschillen
Zet in op een brede dialoogcultuur in de klas die leerlingen leert omgaan met allerlei vormen van verschil, of die nu levensbeschouwelijk, politiek of maatschappelijk zijn. Belangrijk is hoe je dat gesprek voert. Het doel is niet noodzakelijk om tot een consensus te komen. Soms is het resultaat agree to disagree, waarbij leerlingen erin geslaagd zijn naar elkaar te luisteren over een moeilijk onderwerp.
Een hulpmiddel als de ‘Struisvogeltool’ geeft een aanzet om constructief gesprekken over diepe meningsverschillen te voeren, gericht op ‘consent’ (begrip voor de groepsoplossing) in plaats van ‘consensus’ (iedereen is het eens). Ook de Edubox ‘Wij-zij-denken’ kan je daarbij helpen.
Vaardigheden om moeilijke gesprekken te voeren leer je het best aan in ‘vredestijd’. Wanneer een crisis of een actuele gebeurtenis de emoties plots hoog doet oplopen, beschik je over de tools om het gesprek gaande te houden.
3. Herken triggerpunten
Besteed voldoende aandacht aan zogenaamde ‘triggerpunten’: onderwerpen die een gesprek plotseling heel giftig, emotioneel en onredelijk kunnen maken, zelfs in een doorgaans tolerant klimaat. Denk aan discussies over de hoofddoek of genderneutrale toiletten.
Deze triggers herkennen is een eerste stap om te voorkomen dat een gesprek volledig ontspoort. Het doel is om een schoolklimaat te creëren waarin ook over deze diepe, principiële meningsverschillen op een respectvolle manier gesproken kan worden, zelfs als er geen overeenstemming wordt bereikt.
4. Ontloop het moeilijke gesprek niet
Bij moeilijke gebeurtenissen moet je leerlingen niet zozeer met argumenten overtuigen, maar hen leren om op een kritisch en gelaagd naar de wereld te kijken.
Een effectieve aanpak is gebaseerd op het model van onderzoekers Patist en Wansink. Dat streeft naar ‘veel inhoud en veel relatie’. Concreet betekent dit dat je als leraar de dialoog faciliteert, verschillende referentiekaders (wetenschappelijk, religieus, historisch) naast elkaar plaatst en de onderbouwing van standpunten onderzoekt, zonder zelf 1 waarheid op te leggen.
Vermijd de valkuil om simpelweg een ‘tegenverhaal’ (counter-narrative) te presenteren. Radicalisering is vaak een emotioneel, geen rationeel proces. Leerlingen proberen te overtuigen met feiten kan werken als brandstof en het probleem verergeren.
5. Kies de geschikte werkvorm
Wees je als leraar bewust van de bril waarmee je kijkt. Want je leerlingen kijken niet noodzakelijk op dezelfde manier naar een gebeurtenis. Presenteer andere referentiekaders als gelijkwaardig. Dat helpt leerlingen te begrijpen hoe verschillende groepen vanuit hun eigen geschiedenis en context de wereld zien.
Jongeren voelen zich vaak onrechtvaardig behandeld of zijn ontgoocheld in de samenleving. Een een-op-een-gesprek is dan niet altijd mogelijk. Door na te denken over werkvormen, kan je meerstemmigheid in de klas binnenbrengen om extreme radicalisering op school af te blokken. Via Deep Democracy komt ook de minderheidsstem aan het woord. Zo werkte een school na de aanslagen in Brussel met collages, waarin alle leerlingen hun gevoelens konden uitdrukken. Die emoties kregen een plaats en zo kwam er via een omweg een genuanceerdere dialoog op gang die de ‘wij-zij’-dynamiek doorbrak.
6. Geef het goede voorbeeld, in woord en daad
Als leraar ben je een rolmodel. Een kwetsende opmerking gevolgd door een snelle: ‘Het was maar een grapje’? Daarmee ondergraaf je de dialoog in je klas. Bovendien spiegelen leerlingen zich aan jou en beïnvloedt dat hun gedrag.
Daarom mag je als leraar actief grenzen stellen. Door consequent en duidelijk op te treden, laat je zien welke waarden in de klas en op school gelden. Dat is minstens zo belangrijk als een positieve boodschap uitdragen. Je nodigt uit tot dialoog maar geeft ook helder aan binnen welk speelveld die dialoog moet blijven. Zo blijf je polarisatie en radicalisering op school een stapje voor.

Op school: wat je als team doet
7. Erken de leefwereld van elke leerling
Wanneer een school een minuut stilte of een andere vorm van herdenking organiseert, merken leerlingen vaak op dat andere, voor hen belangrijke gebeurtenissen geen aandacht krijgen. Dat kan leiden tot frustratie of het gevoel dat hun leefwereld niet erkend wordt.
Werk daarom aan een schoolbeleid waarin je leerlingen actief betrekt. Geef ze de kans om mee te bepalen wat aandacht verdient. Luister naar hun ervaringen en perspectieven. Wees je als schoolteam ook bewust van je eigen referentiekader: dat bepaalt mee wat je ziet én wat je dreigt te missen. Door leerlingen een stem te geven in klasgesprekken en de leerlingenraad, toon je dat hun betrokkenheid ertoe doet en dit gaat radicalisering op school tegen.
Een positief schoolklimaat waar leerlingen zich welkom, (h)erkend en veilig voelen, draagt bij aan preventie. De preventiepiramide van Johan Deklerck helpt je om acties uit te tekenen op verschillende niveaus.
8. Werk een gedragen zorgbeleid uit
Goede leerlingbegeleiding is een kerntaak op schoolbeleidsniveau, niet voor de individuele leraar. Een effectief zorgbeleid bij radicalisering focust op 2 pijlers: de vertrouwensrelatie behouden en de veiligheid van de leraar waarborgen.
Wanneer een leerling zich openstelt tegenover een leraar, is die vertrouwensband waardevol. Hou die relatie vast, ook als je externe hulp inschakelt. Een leerling doorsturen schaadt het vertrouwen maar kan nodig zijn.
Tegelijk mag geen enkele leraar alleen blijven staan met een zorgwekkend signaal. Bepaalde vormen van extremisme en radicalisering kunnen zich zeer persoonlijk op een leraar richten. Voorzie daarom een duidelijke procedure: bij zorgen of bedreigingen komt een kernteam snel samen. Zo wordt de verantwoordelijkheid gedeeld en is de leraar beschermd tegen persoonlijke aanvallen.
Betrek ook de ouders: vaak waarderen ze de steun van de school.
9. Stel duidelijke en gedragen grenzen
Grenzen werken alleen als ze duidelijk en consequent zijn. Als elke leraar zijn eigen regels hanteert, raken leerlingen in de war. Formuleer daarom op schoolbeleidsniveau welke grenzen gelden en waarom.
Leg altijd de reden achter een regel uit: zo begrijpen leerlingen en de ouders dat een afspraak niet willekeurig is, maar bijdraagt aan respect en veiligheid. Pas de regels consequent toe voor álle leerlingen, om willekeur en onrechtvaardigheid te vermijden.
Jongeren verkennen hun overtuigingen en grenzen. Een school die dialoog stimuleert en duidelijke kaders biedt, voorkomt dat die zoektocht polariseert en extreme radicalisering op school een plaats vindt.
Log in om te bewaren






Laat een reactie achter