Vlaanderen
Klasse.be

Zo doen zij het

Sterk spellingonderwijs: elk correct woord een overwinning

  • 27 januari 2026
  • 6 minuten lezen

Foutloos spellen in het Nederlands? Niet ouderwets maar essentieel, vindt GO! scholengroep 20. Leraar Tamara vertelt hoe ze voor spelling de puntjes op de i zet. Directeur onderwijskwaliteit An duidt de stijgende scores dankzij hun sterk spellingonderwijs. 

An Eeman, directeur onderwijskwaliteit: “Sterk spellingonderwijs is essentieel om elk kind basisgeletterd te maken. Dus vulden onze leraren plichtsbewust tijdens de uren taal alle opdrachten uit de werkboeken in. Maar toen we binnen de scholengroep de resultaten van de LVS-toetsen onder de loep namen, schrokken we. De helft van onze leerlingen behaalde het gewenste niveau niet. Dat patroon kwam terug in alle leerjaren van al onze scholen. Dan kan je niet rond de belangrijke vraag: waar loopt het mis?” 

An Eeman, directeur onderwijskwaliteit over hun nieuwe spelling aanpak
An Eeman, directeur onderwijskwaliteit: “We stellen 2 doelen: hogere scores op spellingtoetsen en minder fouten op andere schrijftaken.”

Papegaaienwerk

An Eeman: “Een logopedist, een directeur, een zorgcoördinator en ik: dat kwartet maakte tijd om naar oorzaken te speuren. We zochten uit of spelling nog voldoende tijd kreeg in de klas (ja), lazen onderzoek over effectieve spellingdidactiek en legden die inzichten naast onze werkboeken. We donderden bijna van onze stoel.”

“Eigenlijk schiet 80% van de oefeningen zijn doel voorbij. Onder de noemer ‘spelling’ moeten leerlingen woorden kopiëren of invullen in zinnen. Papegaaienwerk waarmee je woordenschatkennis oefent. Maar waardoor je spellingdidactiek verwatert.” 

“Die vaststelling vroeg om actie voor een sterk spellingonderwijs. We ontwierpen onthoudboekjes en stelden een leerlijn op. Die start bij klankletterkoppelingen en fonemisch bewustzijn in de kleuterklas en eindigt bij stevige dictees in het zesde leerjaar. Elke collega weet wat leerlingen al gezien hebben, wat ze de volgende jaren op hun bord krijgen.”

Dubbel doel

An Eeman: De kerngroep formuleerde ook een dubbel doel. Structureel inzetten op spelling moet hogere scores op spellingtoetsen opleveren en minder fouten op andere schrijftaken. Moeilijker te meten, die transfer, maar spellingregels mogen geen bijzaak worden als leerlingen sprookjes schrijven.”

“Belangrijk: onze leraren gebruikten we als toetssteen vóór de nieuwe aanpak van start ging. Wat vinden jullie van onze keuzes? Wat hebben jullie nog nodig aan materiaal of professionalisering? En waar willen jullie aanpassingen: een bepaalde regel in onze Nederlandse taal vroeger in het jaar of later?” 

Tamara Marginet, leraar tweede leerjaar over hun nieuwe spelling aanpak
Tamara Marginet, leraar tweede leerjaar: “Je lesgewoontes loslaten, is altijd een tikje lastig.”

Zuivere focus

Tamara Marginet, leraar tweede leerjaar: “Dat spellen voor sommige leerlingen moeilijk liep, wist ik. En bij bepaalde oefenreeksen in de werkboeken plaatste ik vraagtekens. Maar die zwakke scores voor dit specifieke onderdeel binnen taal zag ik niet aankomen.” 

“Je lesgewoontes loslaten, is altijd een tikje lastig. Dat de kerngroep kwam met een onderbouwd voorstel voor sterk spellingonderwijs, hielp. Net als de digitale voorraadkast aan materiaal waaruit we voor onze lessen kunnen putten. Nog mooi: die duidelijke lijn brengt ons team dichter bij elkaar. We overleggen zowel binnen de school als met collega’s uit de scholengroep, delen oefeningen en geven elkaar feedback.” 

“Onze spellinglessen draaien – net als begrijpend lezen en rekenen – op regelmaat en structuur. Elke dag spenderen we 25 minuten aan spelling. We werken ongeveer 2 weken aan een nieuwe spellingregel. De eerste week focussen we op die ene regel met wisbordjes en directe feedback. Week 2 integreren we ‘oudere’ leerstof. We gaan niet voor half werk. Leerlingen moeten de regel helemaal onder de knie hebben.” 

Snelle duim

Tamara: “Op maandag introduceer ik de nieuwe spellingregel. Daarna oefenen we samen op wisbordjes. Het dagelijkse dictee is een effectieve werkvorm: een spellingles moet focussen op het omzetten van klanken naar letters. Ik spreek luidop de woorden uit, kinderen noteren en verwoorden de regel.”  

“Hun antwoorden laat ik niet afkoelen. Correct? Met een snelle duim geef ik individuele feedback. Staat er een foutje, dan fluister ik: ‘Denk je nog eens aan de regel?’ Vooraan in de klas hangt die een tijdje uit als hulp in de vorm van een pictogram. Meestal corrigeren ze zichzelf. Lukt dat niet, dan modelleer ik nog eens of legt een klasgenoot uit hoe je het woord noteert.” 

“Ons sterk spellingonderwijs draagt direct bij aan rijke woordenschat. ‘Wat is het behang, juf?’ Die vraag speel ik door aan een klasgenoot: ‘Een rol papier die je met lijm aan de muur kleeft.’ Zie ik de leerling nog fronsen, dan vul ik de definitie aan of flits ik een video op het digibord. ‘Ach, dat is een anker! Het houdt boten tegen om niet af te drijven.’ Leerlingen schrijven het woord dat bij de prent en regel past. Daarna maken we de oversteek naar zinnen. En sprokkelen leerlingen in hun leefwereld woorden die onder die regel vallen.” 

Leraar Tamara Marginet tijdens een instructiemoment van een spellingsregel
Tamara Marginet: “Onze nieuwe aanpak met duidelijke instructie, veel oefening en directe feedback werpt zijn vruchten af.”

Geen spiegelbeeld

Tamara: “In de tweede week vullen we het spellingwerk aan met oefeningen van de voorbije maanden. Regels combineren en aanduiden op een visueel overzicht, dwingt ze om dieper na te denken. Kwamen dit jaar al aan bod: o.a. woorden op -en, woorden met aai/ooi/oei en de koppels ij/ei en nk/ng. Leerlingen moeten in een woord zoals ‘vonk’ de reflex onderdrukken om een /g/ te schrijven. ‘Je hoort die klank toch?’ Met een rijm zetten we de regel vast: ‘De -n en -k zitten op een bank. De -g mag er niet tussen, anders kunnen ze niet kussen.’”

“Tijdens de instructiemomenten kijken mijn leerlingen gericht naar het bord. Omdat ze elkaar minder storen, maar vooral omdat leren spellen beter lukt als de neuzen letterlijk in dezelfde richting staan. Iedereen kan dan mooi mijn handgebaar volgen. Zo voorkomen we dat leerlingen in spiegelbeeld schrijven.” 

Dun potloodstreepje

An Eeman: “Onze nieuwe aanpak met duidelijke instructie, veel oefening en directe feedback werpt zijn vruchten af. Ruim 80% van onze leerlingen scoort vandaag goed op de LVS-toetsen voor spelling. Streepje naast ons eerste doel? In potlood, want we moeten borgen en blijven streven naar die paar procentjes beter.” 

“Natuurlijk gebeurt het nog wel eens dat een klas uit onze scholengroep uitschuift op de LVS-spellingtoets. Dan bespreek ik dat met de zorgcoördinator. Die kent het reilen en zeilen van de school en komt soms met hele logische redenen die losstaan van onze taaldidactiek. ‘Die klas heeft dit schooljaar al 4 leraren gehad. We missen continuïteit.’ Ligt de verklaring niet meteen voor het grijpen? Dan maakt de zorgcoördinator samen met de leraar een foutenanalyse en zoeken we samen verder.” 

“Via de PDCA-cirkel volgen we onze keuzes op en blijven we alert voor verbeterpunten. We merkten nog meer effect als we spelling verbinden met andere leergebieden. Tijdens wereldoriëntatie vragen onze leraren bijvoorbeeld: ‘Zoek in de tekst een woord dat onder de spellingregel van deze ochtend valt’ of ‘Hoe weet je dat ‘strand’ eindigt op een -d?’ Je moet het woord verlengen om dat te controleren, weten leerlingen intussen.”  

Leerling maakt een dictee voor spelling
Tamara Marginet: “Er gaat evenveel tijd naar spelling, maar de resultaten zijn stukken beter.”

Extra bandbreedte

Tamara Marginet: “Is onze ommezwaai ontzettend vernieuwend? Niet echt. Maar wel heel effectief: er gaat evenveel tijd naar spelling, maar de resultaten zijn stukken beter. De gestructureerde lesaanpak helpt mij en de kinderen. Elk moeilijk woord dat ze correct op papier krijgen, voelt als een overwinning. Ze willen graag progressie maken, houden van uitdagingen en directe feedback.”  

“Zoals die jongen die in september met grote, scheve halen wel 2 wisbordjes nodig had om een woord te noteren. Nu loopt het veel vlotter: zijn handschrift is leesbaar, blijft mooi tussen de lijntjes. Door al het oefenen kost schrijven hem technisch veel minder moeite. Dat lijkt bandbreedte te scheppen voor de spellingregels. Want die heeft hij steeds beter in de vingers.” 

Bart De Wilde

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter