Vlaanderen
Klasse.be
Illustratie over gesprekstips bij radicale uitspraken in de klas

Gesprekstips

Radicale uitspraken in de klas: 5 gesprekstips

  • 6 januari 2026
  • 5 minuten lezen

Hoe reageer je op polariserende, radicale of extreme uitspraken in de klas? Maarten Van Alstein (Vlaams Vredesinstituut) deelt 5 gesprekstips om grenzen te stellen en toch in gesprek te blijven.

1. Begrens en nodig uit voor een verder gesprek

Maarten Van Alstein, onderzoeker bij het Vlaams Vredesinstituut: “Confronterende of radicale uitspraken in de klas horen soms bij puberaal gedrag. Maar stevige of provocerende taal kan ook een teken zijn van groeiende en soms schadelijke polarisatie.”

“Schat eerst de ernst van de uitspraak in. Zijn de woorden haatdragend, racistisch of gewelddadig? Dan is er een grens overschreden en benoem je dat meteen duidelijk. Je maakt die inschatting als leraar zelf op het moment. Daarbij kan je verwijzen naar de klasafspraken, het pedagogisch kader van je school, de eindtermen en de wetgeving rond vrijheid van meningsuiting.”

“Grenzen stellen kan met een terechtwijzing, een straf of door een leerling even uit de situatie te halen. Belangrijk is dat je het gesprek openhoudt. De Nederlandse dialoogtrainer Leon Meijs ontwikkelde daarvoor een eenvoudige techniek: ‘begrenzen en uitnodigen’.”

“Gesprekstips bij radicale uitspraken in de klas: eerst benoem je helder welke woorden of uitspraken je onaanvaardbaar vindt, dat is het begrenzen. Een leerling zegt in de klas dat mensen met een allochtone achtergrond lui zijn. Als leraar counter je met: ‘Ik schrik van jouw opmerking en die kan kwetsend zijn, dat kan niet in de klas.’ Daarna nodig je de leerling uit om verder te praten: ‘Ik ben benieuwd waar je dat hebt gehoord. Kan je dat straks uitleggen? Nu werk ik graag de les af.’”

“Zo toon je dat je vooral struikelt over het taalgebruik, niet over de persoon. Je maakt duidelijk dat je oprecht wil begrijpen wat de leerling bedoelt en voelt. Die combinatie opent vaak onverwacht de deur naar meer nuance en begrip.”

2. Toon oprechte interesse

Maarten Van Alstein: “Achter polariserende of radicale uitspraken in de klas schuilen vaak emoties, zorgen of ervaringen. Een gesprekstip: door écht nieuwsgierig te zijn naar wat er onder de uitspraak zit, kan je een conflictsituatie ontmijnen. Je komt opnieuw in verbinding met de leerling en creëert ruimte voor een eerlijk gesprek.”

“Neem een leerling die zegt dat ‘alles corrupt is’ en dat democratie niets waard is. Als je hem meteen wegzet als ‘populist’ of ‘complotdenker’ en probeert te overtuigen dat hij ongelijk heeft, escaleert het snel.”

Overtuigen is vaak olie op het vuur. De verschillen nemen het gesprek over: ideologische overtuigingen, afkomst, religie, gedrag. De kans is groot dat het gesprek hard, defensief en vijandig wordt.”

“Stel open vragen als ‘Wat maakt dat je dat zo ziet?’ of ‘Wat heb je hierover gezien of gelezen?’ Zo nodig je de leerling uit om te vertellen wat er onder de oppervlakte leeft. Misschien voelt de leerling zich onveilig in zijn buurt, heeft de familie tevergeefs hulp gezocht en heeft die de indruk dat niemand naar hen luistert.”

“Open vragen focussen niet op feiten en details, maar op de betekenis die de leerling aan zijn overtuiging geeft. Daardoor kan je praten over verontwaardiging, angst, boosheid of machteloosheid zonder te blijven hangen in de extreme uitspraak zelf.”

“Het gevolg? Je krijgt een gesprek tussen 2 mensen over ervaringen en grieven, geen wij-zij gesprek tussen 2 botsende ‘waarheden’. Het gesprek wordt minder een strijd. Je bouwt aan vertrouwen en dat is de basis voor elke vorm van begeleiding, preventie en groei.”


“Overtuigen is vaak olie op het vuur. Nieuwsgierigheid brengt verbinding”

Maarten Van Alstein – onderzoeker bij het Vlaams Vredesinstituut


3. Durf van mening verschillen

Maarten Van Alstein: “Het doel van een dialoog is nooit om de ander te overtuigen van zijn ongelijk. Soms is het al een enorme stap als je elkaar kan bevragen en een moeilijk onderwerp bespreekbaar krijgt. Een gesprek hoeft niet te eindigen in consensus. ‘Agree to disagree’ kan een sterk en gezond resultaat zijn, zeker bij jongeren die hun identiteit en overtuigingen nog volop vormen.”

“Door ruimte te laten voor verschil, toon je respect voor de autonomie van de leerling. Je maakt ook duidelijk dat dialoog iets anders is dan debat.”

“Stel: een leerling noemt genderdiversiteit ‘raar gedoe’. In plaats van hem meteen te corrigeren, nodig je hem uit om te vertellen wat hij precies bedoelt en waar dat gevoel vandaan komt. Als tijdens het gesprek blijkt dat hij onzeker is over de snelle veranderingen in de samenleving en bang is om iets verkeerd te zeggen dan kan je daar begrip voor tonen. Je bevestigt dat het oké is om vragen te hebben.”

“Een belangrijke gesprekstip bij radicale uitspraken in de klas is ook dat je niet tot dezelfde conclusie moet komen. Je sluit af met de afspraak dat jullie het niet eens hoeven te zijn, maar wel willen blijven luisteren en elkaar proberen te begrijpen. Zo’n gesprek bouwt een brug: verschil hoeft niet bedreigend te zijn. De leerling voelt zich gehoord en jij blijft de veilige, betrouwbare volwassene.”

4. Blijf beschikbaar

Maarten Van Alstein: “Niet elke leerling staat meteen open voor een gesprek. Maar je kan wel tonen dat je beschikbaar blijft. De vertrouwensrelatie is de basis van alles. Maak dat zichtbaar: een knikje in de gang, een open houding tijdens de les, een uitnodiging om even te blijven napraten of een korte, warme opmerking.”

“Die kleine gebaren bouwen aan vertrouwen zonder druk op te leggen. Door als volwassene geduldig en stabiel aanwezig te blijven, geef je een krachtig signaal: ‘Je hoeft het niet alleen te doen.’ In een wereld waarin jongeren zich soms uitgesloten of onbegrepen voelen, is die stille beschikbaarheid belangrijk.”

5. Signaleer je zorg

Maarten Van Alstein: “Polariserende of extreme uitspraken in de klas zijn bij adolescenten niet altijd een teken van ernstig gevaar. Jongeren zoeken grenzen op en experimenteren met identiteiten. Maar wat als je vermoedt dat er meer aan de hand is? Blijf dan niet alleen met die zorg rondlopen.”

“Heb je de indruk hebt dat het bij een leerling niet meer over heftige tegenspraak of verzet gaat, maar dat het zou kunnen gaan over een toenemende neiging tot gewelddadige radicalisering en extremisme? Overleg met collega’s, pedagogisch begeleiders of je directie. De onderwijskoepels en de Vlaamse overheid ontwikkelden de voorbije jaren duidelijke richtlijnen en aanspreekpunten voor scholen.”


Meer weten? In 3 nieuwe praktijkgidsen van Het Vlaams Vredesinstituut krijg je nog meer gesprekstips om radicale uitspraken in de klas met vertrouwen aan te vatten.

De AP hogeschool ontwikkelde een toolkit om polarisatie ook in de basisschool bespreekbaar te maken.

Lotte Kerremans

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter