“Investeer in de groepsdynamiek als je leerdoelen wil bereiken”
Maarten Van de Broek – expert groepsdynamiek
Duiding
Zorgt een sterke klasgroep ervoor dat elke leerling ook individueel beter presteert? Over je impact als leraar op die groepsdynamiek en waarom collective student efficacy meer is dan een fijne klassfeer: pedagoog Pedro De Bruyckere, expert groepsdynamiek Maarten Van de Broek en leraar Xander Verzelen.
Heeft de klasgroep invloed op de leerprestaties van individuele leerlingen? Stel de vraag aan een willekeurige leraar en die zal instemmend knikken. Jongeren zijn nu eenmaal gevoelig voor wat anderen denken en vinden. Vooral wanneer die anderen leeftijdsgenoten zijn. En dus herinnert bijna elke leraar zich klassen waar de groep een negatieve impact had en leerlingen ondermaats presteerden. Omdat er een hardnekkig pestprobleem opdook. Omdat leerlingen een richting kozen die niet bij hen paste. Of omdat een te groot deel van de klas met een spreekwoordelijke rugzak naar school kwam.
Net zo goed zijn er klassen waar leerlingen elkaar optillen. Waar een veilig klasklimaat aanwezig is, een goed rapport geen kritiek oplevert en leerlingen elkaar spontaan te hulp schieten als iemand achterophinkt. In zulke klassen groeit een yes we can-mentaliteit: de overtuiging dat je meer bereikt als iedereen samenwerkt. Of zoals Zwangere Guy rapt: “Tout seul on va toujours plus vite. Mais ensemble, on va beaucoup plus loin.”
Tegelijk blijft leren voor een aanzienlijk deel een individueel proces: op het einde van de rit moet elke leerling in je klas individueel de leerplandoelstellingen halen. Maar is het mogelijk dat leerlingen in een klas met een sterk geloof in het kunnen van de groep, ook elk apart beter presteren?
Niet enkel leraren zijn geneigd om te denken dat die stelling klopt. Het idee triggert ook onderzoekers. Alleen is onderzoek naar het onderwerp amper aanwezig. En dus blijft de wetenschap voorzichtig. Een term om de positieve impact van dat groepsgeloof te benoemen, circuleert wel al in onderzoekskringen: collective student efficacy. Dat begrip doet een belletje rinkelen bij wie vertrouwd is met het – wél uitvoerig onderzochte – collective teacher efficacy. CTE is de impact op leerprestaties van leerlingen door het gezamenlijke geloof van een schoolteam in zijn effectiviteit.
John Hattie, de Nieuw-Zeelandse onderzoeker die faam verwierf met ‘Leren zichtbaar maken’, noemt collective teacher efficacy de meest bepalende factor voor de leerprestaties van leerlingen. Je kan het nauwelijks een verrassing noemen dat hij met ‘Collective student efficacy. Developing independent and interdependent learners’ nu ook een boek publiceerde waarin hij het effect van zulke overtuigingen op leerlingniveau nagaat.
In eigen land is ook Pedro De Bruyckere, pedagoog en hoofd van Leerpunt, gefascineerd: “Collective student efficacy gaat over het gedeelde geloof van leerlingen dat ze samen meer kunnen leren. Dat een overtuiging op groepsniveau met andere woorden een positieve impact heeft op de individuele leercurve van elke leerling.”
“Maar ‘geloof’ laat zich niet zomaar meten. En bovendien: als collective student efficacy effectief een impact heeft op leerprestaties, dan wil je natuurlijk weten hoe leraren dat gedeelde geloof kunnen stimuleren. Dat lukt enkel als we onder de motorkap kijken, lees: verder onderzoek doen naar de impact van de groep op het individuele leerproces.”
Wie ‘groep’ en ‘leren’ in één zin gebruikt, komt onvermijdelijk uit bij de sociale leertheorie van psycholoog Albert Bandura. Tik hem in op Google en je botst op het Bobo-Doll experiment dat hem in een klap beroemd maakte. Het zou ons hier te ver leiden om dat experiment uit de doeken te doen, maar de claim van Bandura is helder: leren is gebaseerd op interactie met anderen in een sociale context. Als je gedrag van anderen observeert en je merkt dat het positieve resultaten geeft, dan ontwikkel je gelijkaardig gedrag.
“Leerlingen leren dus niet enkel bij door de instructies van de leraar op te volgen en zelfstandig te oefenen”, vertaalt Pedro De Bruyckere dat inzicht naar de klas. “Ze verwerven ook kennis en vaardigheden door de successen en fouten van klasgenoten te observeren. Die waardering voor het collectieve is interessant. We organiseren ons onderwijs immers niet individueel, maar in groep.”
“Doen we dat enkel omdat onderwijs 1-op-1 financieel niet haalbaar is en we onmogelijk voor elke leerling een leraar vinden? Of ook omdat je sommige zaken nu eenmaal enkel in interactie met anderen leert: een vreemde taal spreken, met elkaar in discussie gaan, samenwerken en zoveel meer?”
© Yuri Andries

Dat je leerlingen groepeert in klassen, leidt er niet vanzelf toe dat ze van elkaar leren en hun zelfeffectiviteit toeneemt. Bandura zag voorwaarden voor zijn sociale leertheorie: 4 pijlers die bepalen of de klasgroep een positieve impact heeft op de leerprestaties van individuele leerlingen.
Pedro de Bruyckere somt ze op: “Het klimaat in de groep, eigen succeservaringen, successen van anderen en onderlinge aanmoedigingen. Als we ‘onder de motorkap’ willen kijken om te achterhalen hoe we via de klasgroep elke leerling kunnen versterken, kom je bij die mechanismen uit.”
Een leraar die met plezier de motorkap van zijn klas licht, is Xander Verzelen van RHIZO Hotelschool Kortrijk. Of zeg liever ‘chef Verzelen’, want als praktijkleraar leert hij jongeren in de tweede graad en derde graad Restaurant en Keuken (dubbele finaliteit) de kneepjes van het vak.
“Elke dag serveren we tussen 20 en 40 couverts in het restaurant van onze school. We ontvangen betalende gasten die een gastronomische maaltijd verwachten: een uitdagende taak die enkel lukt als we er als team voor gaan. Dat maak ik mijn leerlingen vanaf dag 1 duidelijk. Ik heb iedereen nodig, als 1 team. Want zit de chemie in de groep verkeerd, dan proeven onze gasten dat op hun bord.”

Maarten Van de Broek – expert groepsdynamiek
Maarten Van de Broek geeft vormingen voor leraren rond groepsdynamiek. Hij merkt dat het thema veel aandacht krijgt. “Heel wat scholen zetten in op de ‘gouden weken’. Maar werken aan een veilige klasgroep blijft een rode draad doorheen het schooljaar. Veel leraren beseffen ook dat ze moeten blijven investeren in groepsdynamiek als ze hun leerdoelen willen bereiken. Een praktijkleraar zoals Xander voelt die nood nog veel scherper. In een theorievak kan je leerlingen vaker individueel laten leren. Maar in de keuken draait alles in de soep als de verstandhouding scheef zit.”
“Dat mijn klas een levensecht doel krijgt, werkt enorm motiverend”, duidt Xander. “Tegelijk legt dat van bij de start van het schooljaar druk. Liggen 2 leerlingen met elkaar in de clinch, dan hebben we niet altijd de ruimte om dat meteen uit te praten. Dat hoeft ook niet altijd: als ze schouder aan schouder in de keuken staan om groenten te snijden, lost de spanning soms vanzelf op.”
“Klopt”, knikt Maarten. “Natuurlijk moet je oppassen dat je conflicten niet onder de mat veegt, want dan keren ze eens zo hard terug. Maar dat betekent niet dat je voortdurend met je klas in gesprek moet over de onderlinge verstandhouding. Vaak kan je er al doende aan werken, door bij de voorbereiding van je les niet enkel je leerplandoelen vast te leggen, maar je ook af te vragen hoe je aan de klasdynamiek werkt via je werkvorm, de plaatsen in de klas of de samenstelling van groepen.”
“Voorgerecht, hoofdgerecht, dessert: groepjes leerlingen nemen elk een gang op zich”, vertelt Xander. “De samenstelling van de groepen wisselt, de taakverdeling ook. Elke week benoem ik een andere leerling tot chef. Die leerling-chef coördineert de service. ‘4 keer hoofdgerecht vis voor tafel 2!’: ik verwacht dat de hele klas antwoordt met ‘Ja, chef!’ Luid en duidelijk, zodat de gasten in de zaal horen dat er een team in de keuken staat. En mijn leerlingen aan elkaar tonen: ik volg jouw instructies op.”
De hele klas laten samenwerken, is niet voor elk vak haalbaar. En dat hoeft ook niet: met meer alledaags groepswerk, waarbij leerlingen in kleinere groepen een opdracht tackelen, kan je net zo goed de klasdynamiek versterken. Al ziet Maarten hoe zulke werkvormen vaak nog vastlopen op een onduidelijke rolverdeling. “Wie is waar verantwoordelijk voor? In de keuken van Xander kan de samenwerking slagen omdat de afspraken helder zijn.”
“Een keuken heeft immers een duidelijke hiërarchie. Dat leerlingen constant van rol wisselen, is ook sterk. Zo werken ze met elke klasgenoot eens intensiever samen en groeit de onderlinge waardering. Niet enkel voor wat ze gemeenschappelijk hebben, maar nog belangrijker: voor hun verschillen.”
“Als dát lukt, kan een groep via forming, storming en norming de laatste fase van groepsvorming bereiken: performing. Je volledige potentieel benutten is een mooi streefdoel voor elke klas, maar vanzelfsprekend is het allerminst. Want het misverstand leeft dat elke klasgroep meteen alle fases van groepsvorming doorloopt.”
“Als je te weinig rekening houdt met de fase waarin je groep zich bevindt, valt je les in duigen. Logisch dat een groepsopdracht mislukt of spreekoefeningen bovenmatig veel stress opleveren als leerlingen nog op zoek zijn naar hun positie in de klas.”
© Yuri Andries

Even terug naar Albert Bandura en zijn pijlers voor sociaal leren. Naast een sterk klasklimaat noemt hij ook succes een bepalende factor: zowel zelf succes ervaren binnen een groepstaak als zien hoe anderen in je groep succesvol zijn. “Op die factoren heb je als leraar een erg directe impact”, ziet Maarten. “Een duidelijke en behapbare instructie, voldoende oefenkansen, concrete feedback: zo geloven je leerlingen dat wat jij vraagt, binnen hun bereik ligt. Leg je de lat buiten het bereik van je leerlingen, dan haken ze af.”
“Zonder mijn hulp lopen leerlingen nog verloren in de keuken”, weet Xander. “Pas in de derde graad zijn ze er stilaan klaar voor om zelfstandig te werken. Dus bied ik opstapjes: met de leerling-chef overloop ik het stappenplan dat ik opstel voor elk menu. Als de saus schift, suggereer ik een oplossing. En wanneer de bestellingen in het 100 lopen, spring ik bij. Soms kost het bloed, zweet en tranen, maar we krijgen áltijd eten op tafel. Wat er anders kon, bespreken we na de service. Dan neem ik elke leerling meestal ook even apart.”
“Tijdens de service geef ik vooral feedback op de taak: zit de kruiding van je soep goed, vergeet je de tomaten niet te marineren? Als ik de aandacht vestig op de leerling die het aandurft om te experimenteren met het garnituur, zie je anderen denken: als die dat kan, dan is dat voor mij óók haalbaar. Op zulke momenten stuwt een raak compliment je hele klas vooruit.”
Bewijs je leerlingen wel een dienst door vooral successen zichtbaar te maken? Leidt dat niet tot zelfoverschatting, laat je kansen onbenut om te leren uit fouten? “Natuurlijk moet je ook werkpunten benoemen”, nuanceert Maarten. “En natuurlijk streef je naar een open feedbackcultuur waarin leerlingen elkaar constructief kunnen aanspreken op wat niet goed loopt. Maar vraag je wel af: is mijn klas daar klaar voor? Of geef ik kritiek, zoals Xander in sommige situaties verkiest, beter onder 4 ogen?”
Dat je met positieve feedback je leerlingen laat groeien, spreekt voor zich. Maar – weer even naar Bandura – er hangt nog een vierde voorwaarde vast aan sociaal leren. Social persuasion noemt Bandura het: dat je leerlingen elkaar ervan overtuigen dat iets mogelijk is. Makkelijker voor leerlingen die in rechte lijn door onderwijs trekken dan voor leerlingen die zelf luidop zeggen dat ze ‘maar’ bso zijn.
Ook dat mechanisme vindt Xander onder de motorkap van een klasgroep die goed functioneert. “Ik stuur de leerling-chef na de service bij elke tafel langs om de gasten te vragen wat die ervan vonden. Ze vinden dat best spannend, dus ga ik mee. ‘Je dessertje was top’, ‘de soep miste pit’: de leerling-chef neemt complimenten en werkpunten mee naar de keuken en speelt ze door aan zijn klasgenoten. Samen kritiek en lof incasseren, daar worden ze als team sterker van. Zo geloven ze elke dag een beetje meer: als we samenwerken, komen we er wel.”
“Als ik wil dat leerlingen kritiek kunnen geven en aanvaarden, dan moet ik tonen hoe ik dat aanpak. Walk your talk, zo simpel is het. En dus neem ik ze mee wanneer ik mijn collega Dirk mijn nieuwe gerechtje laat proeven. Ik wéét dat hij naast positieve ook negatieve punten zal aanhalen. En ik excuseer me wanneer mijn collega Ciska, die het zaalteam leidt, me erop wijst dat een bestelling niet klopt. Zo zien leerlingen dat ook ik fouten maak, en dat ik bereid ben om eruit te leren.”
“Wat we zo ook tonen: hoe wij een hecht lerarenteam vormen en alle neuzen hier in dezelfde richting staan. Mijn klas slaagt er enkel in om een goede service te draaien als ze goed samenwerken. En ons lerarenteam kan enkel goed onderwijs bieden als we samen school maken.”

Pedro De Brucykere – onderwijspedagoog
Pedro knikt enthousiast: “Een waterdichte handleiding om elke klasgroep om te toveren tot een droomklas die barst van collectief geloof? Collective student efficacy zal niet zomaar al zijn geheimen prijsgeven. En fatalisme ombuigen naar gedeelde ambitie, is een werk van lange adem en vele handen. Hoe je de principes van sociaal leren concreet maakt, is voor elke klas weer anders. Maar rolmodellen werken, dat weten we. Zowel de voorbeeldrol van de leraar als die van medeleerlingen.”
“Daarom is het niet zo gek om te denken: als een lerarenteam gelooft in zijn impact, zal ook de klasgroep de overtuiging koesteren dat je samen meer bereikt. De kans bestaat met andere woorden dat er een verband is tussen collective teacher efficacy en collective student efficacy.”
“Verkennend onderzoek biedt ons voorzichtige – ik herhaal: voorzichtige – aanwijzingen in die richting. Maar om dat verband hard te maken, is veel meer onderzoek nodig. Wat we wél met zekerheid kunnen zeggen: je kan de impact van je voorbeeldrol als leraar onmogelijk overschatten.”
“Dat blijft me inderdaad verrassen”, besluit Xander. “Wanneer een oud-leerling een anekdote van jaren geleden opvist en zegt: ‘Chef, dát moment, weet je nog? Toen snapte ik plots waar koken écht om draait.’ Vaak kunnen we ons zulke momenten niet meer precies voor de geest halen. Maar al voelde je dan en daar niet hoe bepalend die situatie was: leerlingen die zien hoe hun leraar met overtuiging doet wat die doet, vinden sneller de kracht om in zichzelf te geloven.”
Log in om te bewaren
Laat een reactie achter