Zo doen zij het
“Als remediëring verplicht is, waarom verrijking dan niet?”
Remediëring is vaste prik, verrijking vaak extra. Niet zo in Middenschool Heilig Hart in Bree, ankerschool binnen het ondersteuningsbeleid voor cognitief sterk functionerende leerlingen. Zij maken van verrijking een verplicht spoor in hun basiszorg.
© Tine Schoemaker

Ilse Verhoeven: “Onze visie is leerlingen laten groeien, maar doen we dat echt voor álle leerlingen? Die simpele vraag stelde onze directeur, Bart Schepens, bij zijn start. Voor wie het moeilijker heeft, hadden we een goed uitgebouwde remediëring. Maar de groep cognitief sterk functionerende (CSF-) leerlingen groeide, en daar hadden we geen beleidsmatige aanpak voor. Af en toe deed een leraar iets, uit interesse of omdat die zelf een hoogbegaafd kind heeft.”
“Die kritische vraag was het begin van een traject dat losse initiatieven omzette in een gedragen beleid. Vandaag zijn we trots op onze heldere aanpak met 4 sporen: remediëring, leerplandoelen, verplichte verrijking en flexibel traject.”

4 sporen voor elk talent
- Remediëring: helpt leerlingen die tijdelijk extra ondersteuning nodig hebben om weer aan te sluiten bij de basisdoelen.
- Leerplandoelen: het fundament waarop leerlingen worden beoordeeld.
- Verplichte verrijking: elke leraar biedt per rapportperiode verplicht verrijking aan in de les en op evaluatiemomenten.
- Flexibel traject: voor leerlingen die nog meer uitdaging nodig hebben en spoor 3 niet voldoet. Dit is het enige spoor waarbij de leerling een aanbod buiten de eigen klas volgt.
Uitdaging is standaard
Ilse Verhoeven: “Elke leraar biedt vandaag verschillende verrijkingsopdrachten per rapportperiode aan. Die duidelijke verwachting volgt onze directeur op. Voor welk leerstofonderdeel en hoe, dat kiest de leraar zelf.”
“De taxonomie van Bloom helpt om opdrachten en vragen te ontwerpen die leerlingen stap voor stap tot dieper denken brengen. Leerdoelen staan gerangschikt van eenvoudig naar complex, van onthouden en begrijpen naar toepassen, analyseren, evalueren en creëren.”
“Verrijking aanbieden kan starten met iets kleins zoals een vrijblijvende extra vraag op een toets of examen. Die telt niet mee voor het jaartotaal, maar krijgt wel een code. Zo durven leerlingen veilig een uitdaging aan. Alle leerlingen mogen zich wagen aan de verrijkingsvragen, maar als hun focus is ‘de basis vlot afwerken binnen de tijd’, weten ze dat. En dat is helemaal oké.”
“Denksleutels zijn ook een toegankelijke manier om te verrijken. Ze doen leerlingen de leerstof vanuit een andere invalshoek bekijken en stimuleren dieper, creatief, kritisch en probleemoplossend denken. Die werkvorm is bekend in het basisonderwijs, maar ook bruikbaar voor leerlingen in het secundair.”
“Met de werkvorm Think Tac Toe kiezen leerlingen uit een keuzeraster 3 horizontale, verticale of diagonale opdrachten met uiteenlopende moeilijkheid, aanpak of denkvaardigheden rond dezelfde leerstof.”
“Digitale leerpaden waarbij leerlingen zelfstandig een adaptief pad op eigen tempo volgen met ingebouwde feedback, zijn voor meer ervaren leraren en vragen meer voorbereidingstijd.”
Geen ‘magje’ maar ‘moetje‘
Ilse Verhoeven: “Verrijking is ook voor de leerlingen niet vrijblijvend. Geen ‘magje’, maar ‘moetje’. Daarom krijgen ze op elk rapport een evaluatie van hun verplichte verrijking op maat in de vorm van lettercodes:
- A: verrijking wordt sterk verwerkt
- B+/-: verrijking wordt sterk verwerkt, maar er is nog (veel) ruimte om te groeien
- C +: basisleerstof wordt vlot verwerkt, geloof in jezelf en ga aan de slag met verrijking
- C-: basisleerstof wordt vlot verwerkt, maar de verrijking wordt nog niet opgepikt
- D: je focust op de basisleerstof
- X: geen verrijking deze periode
“Op elke klassenraad bespreken we de verrijkingscodes. Scoort een leerling voor veel vakken A? Dan bekijken we extra verrijking of instap in spoor 4, Flexibel traject. Bij een C+ kan een leraar de leerling net dat duwtje geven om die uitdaging aan te gaan of sluit de leerling aan bij de breintraining.”
© Tine Schoemaker

Flexibel traject op maat
Ilse Verhoeven: “Hoe beter de binnenklasdifferentiatie werkt, hoe minder leerlingen het vierde spoor nodig hebben. Voor die leerlingen maken we een lessentabel op maat. Dat lukt organisatorisch omdat we daar in de planning van het lessenrooster in september al meteen rekening mee houden.”
“Van een leerling in een flexibel traject verwachten we niet dat die helemaal zelfstandig een uitdagend pakket of vakversnelling verwerkt in een hoekje van de klas. Een mentor begeleidt en bespreekt met de leerling welk vak op minder tijd kan en welke vakken die extra wil uit STEM, economie-organisatie of een speciale module engineering of media & actualiteit.”
“In enkele coachinggesprekken per trimester overlopen mentor en leerling wat goed en minder goed loopt. En op het einde van het schooljaar volgt een evaluatiegesprek met het oog op de planning van het volgende schooljaar.”
“Executieve functies aanscherpen is essentieel. Want de leerling is de regisseur van zijn traject: die moet aan een leraar vragen of een toets wel nodig is of afspreken dat die later in de les arriveert door een evaluatie voor een ander vak. Leerlingen met faalangst of leerproblemen krijgen in het achtste uur breintraining met het model voor talentontwikkeling van Jan Kuypers.”
“Zo krijgen ze inzicht in wat hen tegenhoudt om hun potentieel aan te boren en tools om de zone van naaste ontwikkeling te bereiken. Pas bij uitdagende leerstof leer je doorzetten, hulp vragen en omgaan met kritiek.”
Gedeeld materiaal en expert-collega’s
Ilse Verhoeven: “Of ons systeem haalbaar is voor elke leraar? Ik ga niet ontkennen dat ons systeem van verplichte verrijking veel werk is. Maar we bouwen dat uiteraard op en je krijgt enkele jaren om te groeien. Startende leraren of nieuwe collega’s nemen we stap voor stap mee en we benadrukken dat ze de lat niet te snel te hoog mogen leggen.”
“Niet elke les telt in het begin 3 sporen en minstens 1 verrijkingsopdracht per rapport volstaat. Maar we streven naar zo veel mogelijk verrijkingskansen zodat de code op het rapport representatief is. Een keertje code X kan gerust, zeker voor de vakken van 1 uur komt die al eens van pas. ”
“Een probleem: de moeilijkere oefeningen in de handboeken volstaan niet en er is niet veel kwaliteitsvol verrijkingsmateriaal, zeker niet voor alle vakken. Daarom hebben we een goed gevulde bibliotheek en een digitaal platform met gedeeld materiaal en korte professionaliseringsvideo’s: hoe herken ik goed materiaal, hoe maak ik een digitaal leerpad in Google Classroom of Xerte?”
“Bovendien krijg je ondersteuning van je vakcollega’s en een kernteam dat gepokt en gemazeld is in omgaan met CSF-leerlingen. We zorgen ook voor teams waarin altijd een expert-collega met extra CSF-kennis zit. En we stimuleren collega’s om aan te schuiven bij een lerend netwerk rond CSF.”
Cognitief sterk functionerende leerlingen zijn geen luxeprobleem
Ilse Verhoeven
leerlingenbegeleider
Van visie naar praktijk
Ilse Verhoeven: “Natuurlijk schakelt niet elke collega op dezelfde snelheid, dat is normaal. Maar we zijn er bijna. De visie is gedragen en het werkt. Dat is het resultaat van timmeren aan de weg sinds 2019. We zijn niet per se vanuit een nood of een hoog aantal hoogbegaafde leerlingen gestart, maar simpelweg vanuit onze pedagogische visie: álle leerlingen laten groeien, met een hart voor talent.”
“Draagvlak creëerden we door erop te hameren dat hoogbegaafde leerlingen geen luxeprobleem hebben. 1 op de 10 cognitief sterk functionerende leerlingen met een IQ boven 120 is op het einde van het secundair 1 jaar blijven zitten. In het hoger onderwijs heeft 1 op de 3 cognitief begaafde leerlingen na 3 jaar 1 jaar studieachterstand. De problemen beginnen vaak al in het basisonderwijs: te weinig uitdaging. Zo lang ze niet in hun zone van naaste ontwikkeling zitten, ontwikkelen ze hun leervaardigheden onvoldoende.”
“Na een visie uitwerken en draagvlak creëren, pakten we de professionalisering van het team aan. De directeur haalde extra expertise binnen en stelde een kernteam – met de pedagogisch directeur en coördinator, CSF-expert, leerlingenbegeleiding – samen met een mandaat om de CSF-visie uit te werken en uit te dragen. Als ik er als CSF-expert en leerlingenbegeleider morgen niet meer ben, is onze aanpak duurzaam verankerd.”
Veel succes
Ilse Verhoeven: “Aan andere scholen raad ik aan om niet met de onderpresterende CSF-leerlingen te beginnen, omdat dat een moeilijke doelgroep is. Als je start met succesverhalen, creëer je sneller draagvlak. Neem uiteraard je directeur mee in alle stappen en zorg dat die genoeg kennis heeft over het thema. Haal expertise binnen op de juiste plek in je organogram via een aanwerving of extern advies en geef die een duidelijk mandaat. En uiteraard word je geen ‘school voor hoogbegaafden’. In onze 4 sporen is plek voor álle leerlingen.”
Log in om te bewaren






Laat een reactie achter