Vlaanderen
Klasse.be

Zo doen zij het

Zo verspreid je taalexpertise naar alle collega’s op school  

  • 27 maart 2026
  • 8 minuten lezen

Met minimale aanpassingen maximale resultaten, tonen wat je doet en collega’s in de rol van leerling laten kruipen. Zo krijgt Joke hen na haar opleiding taalcoach mee in het vernieuwde taalbeleid.

Juf Joke en juf Lara in de klas met hun leerlingen
Lara De Vos, juf tweede leerjaar (rechts): “Het maakt een verschil dat we dit als collega’s samen doen.”

Zeef heeft een lange klank, juf. Dus leg ik 2 zwarte schijfjes naast elkaar!” Ambre is razend enthousiast over haar juiste antwoord. De banken in de klas van juf Joke, het eerste leerjaar, liggen vol witte en zwarte damstenen die de spelling van de woorden visualiseren.  Het merendeel van de leerlingen in de Sint‑Jozefschool in Ukkel spreekt thuis Frans. 

Joke Wets: “Ze worstelen met tweetekenklanken, klinkers verenkelen bij een  open lettergreep en medeklinkers verdubbelen bij een meervoud. Dat ging er de laatste jaren steeds moeilijker in, en de resultaten van spellingtesten werden steeds slechter. Dat moest anders.” 

Daarom volgde zorgcoördinator Roos een opleiding taalcoach, georganiseerd door Eureka Leuven. Ze kwam daar zo enthousiast van terug dat ze samen met hen, UCLL en scholengemeenschap TweeBergen het project BRU-taal indiende bij Leerpunt. Telkens 2 leraren van 6 scholen uit de scholengemeenschap konden zo ook de opleiding taalcoach volgen. Voor de Sint-Jozefschool namen juf Joke van het eerste en meester Sam van het vijfde leerjaar deel.  

De taalcoaches van de verschillende scholen vormden samen met Eureka en UCLL een lerend netwerk – of zoals zij dat noemen: een academische werkplaats. Dat zorgde voor een ommekeer in de aanpak van het taalbeleid op school én een razendsnelle verbetering in de spellingvaardigheid van de leerlingen.

Joke: “We leerden in de opleiding taalcoach onder andere die damstenen inzetten voor spelling: je ziet of een leerling het woord ‘jaar’ maar met 1 klinker spelt en kan meteen feedback geven. Bovendien zijn ze universeel inzetbaar en werken we er in de hele lagere school mee, ook voor zinsbouw in het vijfde leerjaar bijvoorbeeld.”

Klinkerrijen & koorlezen  

Oe – eu – ie – ui!” galmt het door de klas. Alle kinderen staan achter hun bank, en terwijl ze in koor de tweeklanken declameren, tikken ze achtereenvolgens hun voet, neus, knie en buik aan. Joke lacht: “We laten de leerlingen zo systematisch klinkerrijen opzeggen, want om te memoriseren moet je automatiseren. We doen dat ‘multisensorieel’: de kinderen gebruiken meerdere zintuigen. Zo blijft een klank beter hangen en kunnen ze er tijdens spellen of schrijven op terugvallen, want je lichaam heb je altijd bij.” 

Tijdens de opleiding taalcoach oefenden de deelenemers ook leestechnieken  in, zoals lettergrepig lezen.  Joke: “Dan tik je als leraar mee op tempo, en lezen de leerlingen de woorden per lettergreep, en niet letter per letter. Daarnaast doen we aan koorlezen, waarbij je veilig  feedback kan geven zonder 1 specifiek kind aan te duiden: ‘Ik hoor iemand die een korte a leest in plaats van een lange aa, we herbeginnen.’”   

Het zijn misschien geen nieuwe technieken, maar de school was die didactische aanpak een beetje uit het oog verloren.  Joke: “We bekeken ook kritisch onze taalmethode. We lazen vaak teksten waar de leerlingen weinig voeling mee hadden. Dan werd het ‘lezen om te lezen’, en dat motiveert niet. Nu gebruiken we rijkere teksten die meer aansluiten bij hun leefwereld, waardoor het leesplezier verhoogt, en technisch en begrijpend lezen veel vlotter gaan. De leerlingen zijn ook zelfzekerder wanneer ze luidop lezen.” 

Juf Joke en Juf Lara met hun leerlingen
Joke Wets, juf eerste leerjaar (links): “Het is niet méér werk, maar slimmer werk.”

Intervisie inspireert  

Joke: “Het was erg waardevol om met 12 collega’s van verschillende scholen taalexpertise op te bouwen. We volgden samen de opleiding tot taalcoach en ondersteunden elkaar tijdens intervisies, begeleid door UCLL. Er groeide er een gelijkwaardige samenwerking tussen onderzoekers, leraren, zorgcoördinatoren en directies, altijd met ruimte voor eigen inbreng en bijsturing. Zo bouw je een lerend netwerk op, want je vraagt aan je collega’s waar zij op vastlopen. Dat stelt je gerust: je beseft dat jouw problemen met spelling en leesvaardigheid herkenbaar zijn. ”

“Door te overleggen, kennis over taalbeleid uit te wisselen, materialen en successen te delen, inspireer je elkaar. Je koppelt terug over wat wél werkt en wat niet, en zo leer je van elkaar. En als je dan effect ziet bij je leerlingen, kan je elkaar ook overtuigen dat de nieuwe aanpak loont. Het zorgt er ook voor dat je nieuwe dingen durft uitproberen. En het heeft ons binnen de scholengemeenschap intensiever laten samenwerken.”   

Het enthousiasme van juf Joke en meester Sam werkt ook aanstekelijk in hun school. In de lerarenkamer klampt juf Lara van het tweede leerjaar hen aan. Ze is benieuwd hoe ze het taalbeleid op school mee kan helpen bijspijkeren. Lara De Vos:  “Juf Joke vroeg of ze de klinkerrijen mocht komen uittesten in mijn klas. Ik volgde de les mee tussen mijn leerlingen en merkte: dit is laagdrempelig, ik hoef mijn les niet zoveel te veranderen. Ik zag ook de instant positieve impact op mijn leerlingen.”  

Leraar wordt leerling  

Joke:  “Toon wat je doet, in plaats van erover te vertellen,  dan beseffen collega’s hoe en waarom iets simpels als een damsteen effectief kan zijn. Ze leren niet de ‘pure theorie’, maar doen handelingsgerichte kennis op die ze onmiddellijk in de les kunnen inzetten.” 

Lara: “We hebben sowieso een cultuur op school waar we vlot met elkaar in dialoog gaan over onze lesaanpak. Aan juf Joke vraag ik soms om tijdens de middagpauze een miniles te geven over hoe ik een methodiek moet inzetten. Of ik vraag om in haar les te komen kijken.” 

Na de eerste testlessen koppelden juf Joke en meester Sam op de personeelsvergadering terug over wat werkte, wat niet en waarom. Daarna gaven ze workshops. Lara: “Dat was erg leerrijk: als je in de rol van leerling kruipt, snap je veel beter waarop die botst tijdens een les spelling. Door het zelf te ervaren, blijft wat je hebt geleerd geen dode letter en pas je de nieuwe manier van werken onmiddellijk zelf toe in je klas. Je deelt op jouw beurt succesverhalen en maakt zo weer andere collega’s warm voor de nieuwe aanpak.” 

Niets wordt opgelegd van bovenaf, het zijn collega’s die elkaar in het verhaal meenemen. Lara: “Het maakt een verschil dat we dit als collega’s samen doen. We worstelen op school allemaal met dezelfde problemen en willen het beter maken voor de leerlingen.

Juf Joke stelde me ook gerust: ‘Als ik in je klas kom testen en het werkt niet, dan kijken we waar het fout loopt en doen we iets anders.’ Niet alles lukt ook onmiddellijk in elke klasgroep. Dan parkeer je het even en neem je het later weer op. Maar als het wel lukt, en je ziet de leerlingen enthousiaster en zelfzekerder worden over taal, dan ben je nog meer overtuigd.”

Klein beginnen

De nieuwe taalaanpak brengt nauwelijks extra voorbereidingen of werkdruk mee. Joke: “Het is niet méér werk, maar slimmer werk: laagdrempelige aanpassingen met een groot effect. De damstenen zijn goedkoop, kant-en-klaar materiaal; het blad met de klinkerrijen wordt in een mum van tijd dagelijkse routine. Heerlijk om te zien hoe de leerlingen ze al spontaan beginnen te fluisteren zodra ze de klas binnenkomen.” 

Lara: “Je hoeft je hele manier van lesgeven niet op zijn kop te zetten om vooruitgang te boeken. Begin met iets kleins, waar je je het best of het zekerst bij voelt. Zo begon ik met de klinkerrijen, voegde daarna de damstenen toe aan mijn lessen en checkte ondertussen geregeld bij juf Joke of ik alles op de juiste manier deed. Voor je het beseft, heb je de nieuwe aanpak geïmplementeerd.” 

Joke: ‘Natuurlijk zijn niet alle collega’s in één keer overtuigd. Maar dat betekent niet dat ze niet mee wíllen. Sommigen hebben meer tijd nodig voor verandering, durven niet ineens hun aanpak omgooien, willen eerst zien of de nieuwe aanpak werkt. Dat begrijp ik helemaal. Focus je daarom eerst op de collega’s die het wel willen uitproberen. Als andere collega’s zien dat het werkt, zullen zij ook meer geneigd zijn om nieuwe methodieken toe te passen.”  

Leerlingen met damstenen in de klas
Juf Joke: “Ook in het vijfde leerjaar werken we voor zinsbouw met damstenen.”

Positivi-tijd

De worsteling met spelling en technisch lezen was een bekommernis van het hele team.  Joke: “Daardoor wordt de nieuwe aanpak gedragen door de hele school. Als je merkt dat een grote groep leerlingen de spellingregels niet meer beheerst, moet je je basisdidactiek in vraag durven stellen. En als je door kleine veranderingen veel meer leerlingen mee krijgt, moet je achteraf veel minder remediëren. Didactiek en zorg kan je dus niet uit elkaar trekken.” 

Lara:  “We praten nu meer over taal binnen ons lerarenteam dan tevoren. En wat opvalt: vroeger ging het vooral over frustraties rond wat niet werkte in de klas, en nu praten we vooral over nieuwe ideeën die we willen uitproberen. Onze gesprekken in de lerarenkamer zijn veel positiever geworden, en dat geeft goesting. Van probleemgericht denken zijn we naar oplossingsgericht werken gegaan.” 

Voorwaarde voor succes? Tijd.  Joke: “Vorig jaar werd ik als taalcoach op gezette tijden vrijgeroosterd om de nieuwe didactiek uit te proberen bij de collega’s en door te geven. Ik trok naar andere klassen terwijl mijn leerlingen L.O.-les hadden, of de zorgleraar nam even mijn klas over. Niet altijd evident in tijden van personeelstekort, besef ik. Daarom is het zo belangrijk dat de directeur en de zorgcoördinator mee zijn met je verhaal. Zonder Roos was er geen project BRU-taal.

Van daaruit geven we het taalbeleid op school opnieuw vorm, stap voor stap. We begonnen met spelling, nu werken we aan begrijpend lezen, en in de toekomst willen we ook mondelinge taalvaardigheid versterken.”

Kers op de taart voor Joke: “We zien een enorme stijging in de spellingresultaten van onze leerlingen. In schooljaar 2023‑2024 behaalde in de hele school 16 procent van onze leerlingen een A-score (het hoogste niveau) op de LVS-toetsen. In schooljaar 2025‑2026 is dat 40 procent!”  Lara: “Eerst heerste ongeloof: konden de leerlingen op die korte tijd zo’n vooruitgang boeken? Ja, dus. En het ongeloof sloeg om in euforie. De leerlingen zulke leersprongen zien maken, dat motiveert nog het meest.”

Wouter Bulckaert

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter