Vlaanderen
Klasse.be

Schooltips

Van solo naar samen: “Onze miniteams houden leraren aan boord”

  • 27 maart 2026
  • 6 minuten lezen

2 jaar geleden belandde basisschool Sint-Jozef in Evere in een ‘perfecte storm’: in de zomer op zoek naar 6 nieuwe leraren. “We gooiden het roer helemaal om. Miniteams houden onze school vandaag op koers.”

Jan: “Leraren gaan hier aan de slag omdat ze niet meer alleen op een eiland willen werken.”

Jan Devleeschouwer, directeur: “Een combinatie van zwangerschappen, carrièreswitches en mensen die dichter bij huis wilden werken: van ons volledige kleuterteam bleef nog maar één gediplomeerde kracht over. In onze lagere school vielen 2 klassen zonder leraar. Nieuwe collega’s vinden was niet makkelijk. Wie inging op de vacature was bijna altijd zij-instromer: gemotiveerd, maar vaak nog zonder het juiste diploma.”

Evelien Moens, pedagogisch directeur: “Vroeger kon je als school kiezen uit meerdere sollicitanten, nu zijn zij het die kiezen uit 10 scholen. Ons gebouw is bovendien oud, de klassen zijn klein en de lerarenkamer zit in de kelder. Daarmee sta je niet meteen bovenaan niemands lijstje.”

Jan: “We maakten de som: 5 starters, 3 leraren met maximaal 2 jaar ervaring en 7 ervaren leraren. En we stelden ons ook de vraag: wat als we de starters als het ware louter de sleutel geven van hun eigen klas? Dan verdrinken ze meteen. En gaan de leerlingen mee kopje‑onder. Dus besloten we onze werking om te gooien.”

Op koers met miniteams

Jan: “We werken vandaag met 3 miniteams. Team Speelhuis met de instappers tot en met tweede kleuterklas. Team Springkasteel waarin de derde kleuterklas tot en met tweede leerjaar zitten en team Boomhut met de leerlingen van het derde tot en met zesde leerjaar.”

Evelien: “Elk miniteam is een kleine ‘school in de school’: met per team klasleraren, een ervaren leraar als teamcoach en een vaste leraar‑ondersteuner. Je staat er nooit alleen voor. Dat is de kern. Het miniteam draagt samen verantwoordelijkheid voor zijn hele leerlingengroep. Ze bepalen samen hun werking, prioriteiten en volgen ook de leerresultaten op. Wie vult de rapporten aan? Wie is aanwezig op het oudercontact? Dat regelen de teams onderling. Vroeger zat veel kennis in het hoofd van één leraar. Nu zit die in het team.”

Evelien: “De miniteams bepalen samen hun doelen en volgen ook de leerresultaten op.”

Jan: “De klassen functioneren ook niet als eilandjes: als het mogelijk is, werken de leerlingen samen. Zo werkt team Speelhuis met hun kleuters rond gezamenlijke thema’s die ze ook samen uitwerken. Team Springkasteel verdeelt onderling vakken en organiseert gezamenlijke activiteiten zoals voorleesmomenten en hoekenwerk. Ook binnen team Boomhut worden verschillende vakken verdeeld.

Eén keer per week werken ze met een dagcontract en een rekenmoment dat over de klassen heen georganiseerd wordt. Tijdens dat uur oefenen de leerlingen op hun eigen niveau en tempo, zodat elk kind gericht kan groeien.”

Evelien: “Die organisatie is flexibel, maar niet vrijblijvend. Parallelle uurroosters en gedeelde afspraken zorgen voor stabiliteit. Overleg is in deze werking essentieel en plannen de teams minstens één keer per week in. Iedereen werkt volgens dezelfde principes rond lesopbouw en doelen. Daardoor kan een collega snel inspringen bij ziekte of een opleidingsmoment. Teams lossen problemen vaker zelf op, wij blussen duidelijk minder brandjes als directie.”

Jan: “De leraar-ondersteuner is geen externe hulp, maar een vast lid van elk miniteam. Extra hulp bij hoekenwerk in het tweede? Of bij een teloefening in de derde kleuterklas? Dat kan. In Team Boomhut neemt de ondersteuner anderhalve dag per week het zesde leerjaar over. Zo kan de klasleraar van die klas, een zij-instromer, zijn opleiding afronden.”

Evelien: “Ook talenten worden binnen het miniteam doelgericht ingezet. Zo trekt een sportieve collega de zwemlessen voor meerdere klassen. Een tweetalige leraar geeft dan weer Frans over verschillende leerjaren heen. In dit systeem is dat makkelijk en het geeft energie in het team.”

De teamcoach aan het roer

Jan: “Centraal in elk miniteam staat de teamcoach. Dat is een ervaren leraar die ook zorgcoördinator is. Die is zo veel mogelijk aanwezig op de klasvloer en bewaakt de onderwijskwaliteit, de zorg, organiseert het overleg én ondersteunt de starters.”

Evelien: “Die aanvangsbegeleiding is structureel en ook echt nodig om starters en zij-instromers aan boord te houden. Het zijn geen losse tips tussendoor, maar geplande overlegmomenten. Vorig schooljaar maakten teamcoaches wekelijks de planning samen met de beginnende leraren. Ze bepalen ook samen de thema’s, selecteren doelen en bespreken evaluaties.”

Jan: “We investeren ook in interne vormingsmomenten: hoe voer je een moeilijk oudergesprek, hoe werk je met digitale tools, hoe stel je realistische doelen? Starters krijgen ruimte om te oefenen en niet om in hun eentje met de job te worstelen.”

Evelien: “Vroeger hoorden we: ‘Ik werk in deze school’. Nu: ‘Wij werken aan deze school’.”

Woelig water

Evelien: “Vanuit mijn expertise bij EduNext wilde ik graag aan de slag met miniteams. Idealiter starten met één miniteam en jaar na jaar evalueren en eventueel uitbreiden. Maar de realiteit haalde ons in en we besloten toch te springen.”

“Meteen de grote verandering dus. We betrokken de volledige ploeg om te observeren of leerlingen, ook met zorgnoden, baat hadden bij het nieuwe systeem. Dat vergrootte het draagvlak. Nu merken we al een enorme shift. Vroeger hoorden we: ‘Ik werk in deze school’. Nu: ‘Wij werken aan deze school’. Er is veel meer openheid: klasdeuren staan open over de teams heen, leraren gaan bij elkaar hospiteren om van elkaar te leren.”

Jan: “Die verbondenheid gaat verder. We maakten de lerarenkamer in de kelder tot onze uitvalsbasis. Alle collega’s vind je daar. Elke vrijdag gaan we samen iets drinken. Zelfs onze poetsvrouw springt spontaan bij de kleuters bij als ze ziet dat het druk is. Dat kan je niet vragen, dat groeit vanuit die wij-cultuur.”

Evelien: “We zien duidelijke voordelen: beslissingen worden breed gedragen, starters groeien sneller en leerlingen krijgen meer ondersteuning en differentiatie. Ook afwezigheden vangen we vlotter op. Maar het blijft balanceren. Ervaren leraren nemen soms te veel op en bij meerdere afwezigheden staat het systeem onder druk.”

“Voorlopig merken we nog weinig effect van onze inspanningen in de resultaten van de leerlingen: de uitslagen op de Vlaamse toetsen en de KOALA-taalscreening zijn nog vergelijkbaar met vroeger. Dat is frustrerend voor een schoolteam dat zo hard zwoegt. Maar het scherpt de focus aan: we zijn nu met het Centrum voor Taal en Onderwijs een traject gestart om ons technisch lezen onder de loep te nemen. We gebruiken data om onze koers bij te sturen. Het mooie is dat de discussie nu ook op teamniveau leeft: ‘Wat gaan we doen om die lat hoger te leggen?’.”

Jan: “Ook de infrastructuur blijft een uitdaging. De klassen van 5 en 6 zijn eigenlijk te klein voor deze manier van werken. Maar we zien dat de nieuwe structuur sollicitanten aantrekt. Mensen gaan in onze school aan de slag omdat ze niet meer alleen op een eiland willen werken. We hunkeren wel nog naar meer continuïteit in het korps, dat blijft hier in Brussel een uitdaging.”

Lotte Kerremans

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter