Vlaanderen
Klasse.be

Specialist

IELS 2025: sterktes, maar ook ruimte voor verbetering

  • 5 mei 2026
  • 7 minuten lezen

Waar staan 5-jarige kleuters? De resultaten van het IELS-onderzoek schommelen: sterk in emoties benoemen, gemiddeld voor executieve functies, groeimarge voor beginnende wiskunde en taal.  

Katrijn Denies: “Het internationale IELS-onderzoek geeft een unieke en brede kijk in onze kleuterklassen. Het vertelt ons voor het eerst waar 5-jarige kinderen staan in beginnende wiskunde, taal, executieve functies en sociaal-emotioneel leren. Om dat te meten trok een begeleider mee de klas in, nam deel aan de dagstart en gidste kleuters daarna individueel naar speelse opdrachten op een tablet. In totaal bezochten we in Vlaanderen 200 scholen en 2400 kleuters.”

“Het onderzoek is een snapshot dat kinderen onderweg toont, niet aan de eindstreep van het kleuteronderwijs. Dat we informatie krijgen uit het kleuteronderwijs van 7 andere landen is een mooie bijvangst. En ook al zijn onderwijssystemen moeilijk te vergelijken – Vlaamse kinderen verzamelen al vanaf 2,5 jaar op school, sommige andere landen bieden stimulerende initiatieven aan maar kleven daar niet de noemer school op – toch geeft het perspectief en inspiratie. In Engeland loopt het over de hele lijn goed. Hoe creëren ze daar die sterke springplank voor alle kleuters?”

Een duik in de resultaten: hoe taalvaardig zijn onze kleuters?

Katrijn Denies: “Sommige kleuters doen het nog niet zo goed. 90% van de kinderen kent eenvoudige termen zoals ‘fiets’ of ‘bloem’. Eerlijk: eigenlijk willen we dat álle 5-jarigen die basiswoorden stilaan onder de knie hebben. Bij de moeilijkste woordenschat zakt de kennis naar 30%. Losse zinnen begrijpen zonder complexe grammaticale structuren, dat valt nog mee. Complexere zinnen of vragen beantwoorden uit luisterverhalen, niet. Minder dan de helft van de kleuters slaagt daarin. Nochtans lezen Vlaamse kleuterleraren vaak voor.” 

“Leraren zetten ook in op klankbegrip. En kleuters herkennen die klanken redelijk goed. Toch hoorden veel 5-jarigen het in Keulen donderen bij de term ‘klank’. We moesten dus eerst wat uitleg geven. Een pleidooi om schooltaalwoorden consequent te gebruiken, in alle domeinen.”


30% van de 5-jarigen slaagt er niet in om eenvoudige patronen af te werken of aan te wijzen wie als vierde in de rij staat

Wat is het beeld voor beginnende wiskunde?

Katrijn Denies: “10% van de kleuters struikelt bij het tellen tot 5 en kan het enige cijfer op een tekening nog niet onderscheiden. 30% slaagt er niet in om eenvoudige patronen af te werken of aan te wijzen wie als vierde in de rij staat. Lukt dat tegen het einde van de derde kleuterklas wel? Dat kunnen we niet uit IELS halen. We kunnen alleen vaststellen dat 5-jarige kleuters in andere landen verder staan.”

“Als de opdrachten abstracter worden, gaat het nog vaker mis. Nu: dat kleuters zomaar het correcte antwoord geven op 3 x 4 mogen we nog niet verwachten. Dat doen we absoluut niet. Werken met concrete situaties en hoeveelheden tot 10 blijft de richtlijn bij de nieuwe minimumdoelen. Ook al mikken die terecht net wat hoger voor beginnende wiskunde en mag je als school nog een stapje verder gaan.”

Hoe doen kleuters het op executieve functies en sociaal-emotioneel leren?

Katrijn Denies: “Prima! Vlaamse kleuterleraren besteden daar veel aandacht aan. Ze begeleiden kleuters tijdens overgangen in de daglijn en leren hun strategieën zoals ‘stop-denk-doe’ aan. Daarnaast leggen ze kinderen geregeld complexere instructies en opdrachten voor. Dat loont zeker. Op de 3 executieve functies – impulscontrole, werkgeheugen en mentale flexibiliteit – scoren onze kleuters even sterk als hun leeftijdsgenoten in andere landen.”

“Ons beste resultaat op IELS? Vlaamse kleuters herkennen en benoemen ontzettend vlot emoties. Zelfs als die afdwalen van het logische script. In een van de verhalen werd een meisje plots droevig op haar eigen verjaardagsfeest. Toch laten kinderen zich niet vangen door de verwachting dat zo’n feestje in principe alleen maar lachende gezichtjes oplevert. Daarnaast kunnen ze zich prima inleven in de gevoelens van anderen.”

“3 onderdelen van sociaal-emotioneel leren werden niet gemeten bij kleuters maar bevraagd bij leraren. Die schatten hun kleuters bijvoorbeeld in op vertrouwen en gedrag. We weten dat Vlaamse leraren gemiddeld strenger zijn op storend gedrag dan hun Nederlandse collega’s. Toch is het signaal zorgelijk: ongeveer 10% van de kleuters valt heel vaak klasgenoten lastig en vraagt voortdurend negatieve aandacht. Dat maakt lesgeven zwaar.”


Portret van Katrijn Denies

“Executieve functies en sociaal-emotionele vaardigheden zijn geweldige grondstoffen”

Katrijn Denies – onderwijsonderzoeker KU Leuven


Houden de scores op die 4 domeinen onderling verband?   

Katrijn Denies: “Ja. Executieve functies en sociaal-emotionele vaardigheden zijn onderliggend aan alles. Zonder die bagage kunnen kinderen geen deel uitmaken van een groep en komen ze niet tot leren in onder meer taal en wiskunde. Het zijn geweldige grondstoffen waar Vlaamse kleuterleraren terecht op inzetten.”

“Meer aandacht voor taal en beginnende wiskunde mag niet ten koste gaan van van executieve functies en emoties. Want dan pleeg je roofbouw op je sterktes. De sleutel zit in de integratie van die domeinen met taal, beginnende wiskunde en wetenschap.”

Zijn er grote onderlinge verschillen tussen kinderen en scholen?

Katrijn Denies: “Om dat te meten, zetten we 100 kinderen op een rij en bekijken we het scoreverschil tussen de kleuter op de tiende en negentigste plek. Die spreiding is in Vlaanderen relatief klein. Weinig kleuters zakken helemaal door de vloer, maar we missen ook echte uitschieters. Doen scholen ertoe? Zeker, ze verklaren 20% tot 25% van de scoreverschillen. Dat is lager dan in de meeste andere landen: IELS geeft geen bewijs dat bepaalde Vlaamse scholen ver vooroplopen en andere zwaar achterophinken.”

“Als we onderzoeken welke kind-factoren de ontwikkeling vertragen, zien we klassiekers zoals sociaaleconomische kwetsbaarheid, weinig kinderboeken in huis, andere thuistaal en late geboortemaanden. Leraren geven aan dat meisjes het beter doen op sociaal-emotionele aspecten. Dat is geen perceptie, maar strookt met hun normale ontwikkeling. Op taal en wiskunde doen 5-jarige jongens en meisjes het even goed.”

“In vergelijking met andere landen weegt de sociaaleconomische status op die prille leeftijd heel zwaar door. Dat heeft verregaande consequenties. Kleuterleraren botsen bij kinderen uit kansarmere gezinnen op de grenzen van ons onderwijssysteem. Raakt dat hun academisch optimisme? Voor 30% van de kleuters zien ze het in elk geval somber in: succes op school wordt moeilijk.”

“Kleuterleraren benoemen daarmee de harde feiten uit ons schoolsysteem. Ze weten wie vaker vroegtijdig uitvalt en kennen de patronen. Maar als je vanuit die vrees voor een achterstand bepaalde kleuters ‘beschermt’ door ze over te slaan bij doordenkvragen, krijgen ze niet de kans om hun moeilijke start te ontstijgen. Voor alle duidelijkheid: onderwijs is maar een radertje en kan die grote sociale kloof niet alleen verkleinen. Daarvoor moet de hele samenleving aan zet.”


Portret van Katrijn Denies

“Warme relaties en rijk aangeklede klaslokalen mogen nooit uit kleuteronderwijs verdwijnen”

Katrijn Denies – onderwijsonderzoeker KU Leuven


IELS opende de deuren van de kleuterklas. Wat moeten kleuterleraren vooral blijven doen? En wat vraagt extra aandacht?

Katrijn Denies: “Als je het mij vraagt, verdienen kleuterleraren allemaal een grote ruiker bloemen en vooral bakken steun. Ze werken met hart en ziel, geven kleuters warmte en kleden hun klaslokalen rijk aan met authentieke materialen. Dat is zo krachtig, dat mag nooit uit ons kleuteronderwijs verdwijnen. Bovendien kennen leraren hun vak: ze weten wat rijke taalinteracties en executieve functies zijn.” 

“Het stapje vooruit? Hoge verwachtingen aanhouden en de kennis die ze hebben net iets doelbewuster inzetten. Dat vraagt rust en meer mensen in de kleuterklas. Want simpel is het niet: een klas vol piepjonge kinderen spelend aan het leren houden, terwijl eentje zijn vinger pijn doet en een andere naar het toilet moet. Bovendien signaleren directeurs in IELS dat ze moeilijk vervangingen en onderwijsprofessionals met het juiste schooldiploma vinden.”

“Misschien kan Engeland inspireren? Daar leidt een leraar de klas terwijl een ‘teacher assistant’ ondersteunt. Die doet veel meer dan jassen ritsen. Die werkt mee aan rijke interacties en remedieert kinderen die wat extra tijd nodig hebben.”

IELS keek ook naar de samenwerking met ouders. Moeten zij meer mee in het bad?

Katrijn Denies: “Ouders zijn welkom op school, vertellen directeurs in IELS. Maar we nodigen ze minder vaak uit om bij te dragen in de klas. Bovendien geven Vlaamse ouders aan dat ze hun kinderen weinig prikkelen in het dagelijkse leven. Tijdgebrek speelt wellicht: tweeverdieners en alleenstaande ouders die hard werken om rond te komen. Maar misschien willen ze ook geen fouten maken en laten ze die prikkels liever over aan school.”

“Ouders moeten het leren zeker niet overnemen. Maar werk je in de klas rond ruimte? Tip dan dat ze in de bibliotheek nog een plank vol boeken over dat thema vinden, want thuis voorlezen is belangrijk. Als kleuters de letter ‘p’ leerden, kunnen ouders hun kind vragen om dieren op te sommen die starten met diezelfde letter of misschien zelfs een woordketting vormen.”

“En als je in de klas koeken bakte, kan je ouders laten weten dat hun kleuter kan vertellen hoe je suiker weegt. Zo dragen we allemaal samen ons steentje bij in de ontwikkeling en het welzijn van ons grootste kapitaal: onze kleuters.”


IELS staat voor ‘International Early Learning and Child Well-being Study’. Het is een vergelijkend onderzoek van de OESO bij 5‑jarigen op 4 domeinen. In Vlaanderen werd het uitgevoerd door KU Leuven en Hogeschool PXL. Lees het volledige rapport op Onderwijs Vlaanderen.

Bart De Wilde

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter