Vlaanderen
Klasse.be

Zo doen zij het

Brede basiszorg: “Zorg voor je leerlingen. Én voor elkaar”

  • 24 april 2026
  • 5 minuten lezen

Hoe bied je leerlingen gepaste zorg zonder zelf kopje onder te gaan? Sint-Bavohumaniora ging van intensieve individuele ondersteuning naar brede basiszorg voor elke leerling. Zo houden leerlingbegeleiders Gilles en Katelijn zorg haalbaar.

portret van Katelijn Uyttenhove in de klas van Sint-Bavo Gent
Leerlingbegeleider Katelijn Uyttenhove: “Bedenkingen van leraren over onze aanpak vertrekken niet vanuit onwil, maar vanuit betrokkenheid.”

De ‘groentjes’ van Sint-Bavo zijn een begrip in Gent. Vroeger een uniformschool voor meisjes, vandaag een gemengde school. Met nog steeds dat kenmerkende groene uniform. Stap voor stap werd de school een spiegel van onze diverse maatschappij. Ook de aanpak van zorg evolueerde mee met de tijd. Meer oog voor zorgnoden, meer individuele begeleidingsplannen. Maar ook: meer werkdruk, en leraren die zich afvroegen hoe ze voor hun leerlingen konden blijven zorgen zonder zelf te kraken.

“Kunnen we de toegenomen individuele begeleiding en bijbehorende administratie afbouwen zonder de zorg voor onze leerlingen terug te schroeven?” Leerlingbegeleiders Gilles en Katelijn zochten samen met hun collega’s naar oplossingen. “Het antwoord bleek te liggen in: meer hulp toegankelijk maken voor elke leerling. Individuele maatregelen die nu in verhoogde zorg zaten, brachten we terug naar basiszorg voor iedereen.”

Gilles Devilder, leerlingbegeleider en leraar aardrijkskunde tweede graad: “Dat voelt ergens contra‑intuïtief: als je méér doet, heb je toch nóg meer werk? Een verandering is pas succesvol als iedereen mee is. En bij een idee dat zo lijkt te botsen, telt dat dubbel. Daarom startten we vorig jaar onder begeleiding van Arteveldehogeschool en met de steun van Leerpunt een werkgroep op rond brede basiszorg. Met directie, leerlingbegeleiders en leraren. Een collega uit elke vakgroep, van de eerste tot de derde graad, van wiskunde tot geschiedenis.”

Katelijn Uyttenhove, leerlingbegeleider en leraar geschiedenis eerste graad: “We verzamelden onderzoek, plozen de literatuur uit, discussieerden en gingen op zoek naar een duidelijke visie. De leraren vertaalden die ideeën met hun vakgroep naar concrete ingrepen op de klasvloer. Zo voelden mensen zich gehoord, en minstens zo belangrijk: hun input hielp om voorstellen bij te sturen en compromissen te vinden die voor iedereen haalbaar waren.”

Terechte bedenkingen

Gilles Devilder: “Een heel zichtbare aanpassing: we schaften de meertijdklas bij examens af. Geen extra tijd voor enkelingen, maar meer tijd voor iedereen. Niet door nóg een uur examentijd eraan te plakken, maar door te knippen in de examenvragen. Daarnaast geven we bij vakken zoals aardrijkskunde en geschiedenis langere examenteksten vooraf mee. Vroeger een ingreep voor leerlingen met leesmoeilijkheden, vandaag in de brede basiszorg een kans voor elke leerling.”

“We verwachten ook dat elke leraar zijn lesmateriaal online aanbiedt. Geen extra inspanning voor die ene leerling die er vanwege een leerstoornis of een aanslepende ziekte niet in slaagt om zelfstandig notities te maken. Maar een brede keuze die ook goed uitpakt voor wie een dagje afwezig is.”

Onze troef: hier geeft elke
leerlingbegeleider ook les

Katelijn Uyttenhove
leerlingbegeleider en leraar geschiedenis eerste graad

Katelijn Uyttenhove:  “Je kan eindeloos discussiëren over zulke keuzes. ‘Ons examen is niet meer representatief’, ‘Ik weiger de lat lager te leggen’, ‘Waarom zouden ze nog de moeite doen om te noteren?’: volstrekt terechte bedenkingen die niet vertrekken vanuit onwil, maar vanuit betrokkenheid. Belangrijk om dat te blijven zien. Soms schuift het hele team mee, soms blijkt een compromis de oplossing. Zo hield de vakgroep wiskunde in de derde graad vast aan een langer examen.”

“Als je je aanpak in kaart brengt, merk je pas hoe sterk sommige collega’s al vanuit die filosofie op brede basiszorg werken. Met eigen ogen zien dat het bij collega’s lukt, dat de kwaliteit van je les overeind blijft en leerlingen niet achteroverleunen: het bleek vaak doorslaggevend om de sprong te wagen.”

Leven en leren

Katelijn Uyttenhove: “We bevragen onze leerlingen met een leef- en leermeter. De leefmeter peilt naar mentaal welzijn en vormt het vertrekpunt voor gesprekken die elke klastitularis met zijn leerlingen heeft. Niet om problemen te zoeken waar er geen zijn, wel om te weten wat je leerlingen bezighoudt. Opgroeien lukt zelden zonder bluts of buil. Door bijvoorbeeld tijdens het wekelijkse klasuur in de eerste graad gericht te investeren in psychosociaal welzijn, kunnen we daar steun bieden vóór de hulpkreet komt. En heel wat problemen oplossen voor ze je boven het hoofd groeien.”

“Tweede zwaartepunt: het leerproces. Met onze leermeter brengen we de studiemethode van onze leerlingen in kaart. Die vragenlijst is de aanzet om te werken aan leerstrategieën en metacognitie. Geen oefeningen op het droge, maar vaardigheden die we toepassen op de leerstof. Dat lukt enkel omdat leraren die leerateliers zelf in handen nemen. Wat er ook voor zorgt dat het hele team dezelfde taal spreekt. En leerlingen van eerste tot zesde en in verschillende vakken technieken zoals de Cornell-samenvatting aangereikt krijgen.”

Gilles Devilder: “Ook de band met ouders halen leraren zelf aan. Onze ambitie is om élke ouder op het oudercontact te krijgen. Wie niet inschrijft, krijgt een telefoontje van de klastitularis. Ouders zijn je belangrijkste bondgenoot wanneer een leerling worstelt, en het loont om van bij de start aan die band te werken.”

“‘Mijn kind heeft 3 tekorten, wat gaan jullie daaraan doen?’: we zetten als school alles op alles zodat elk kind zich goed voelt en bijleert. Maar dat lukt enkel als die betrokkenheid thuis verder leeft. We verwachten van ouders dat ook zij hun rol spelen. Dat ze zich constructief opstellen naar de leraren van hun kind, interesse tonen voor wat hun zoon of dochter op school beleeft en thuis ook grenzen stellen.”

portret Leelingbegeleider Gilles De Vilder in zijn klas in Sint-Bavo Gent
Leerlingbegeleider Gilles Devilder: “Wat is de taak van de leraar, wat niet? Dat debat leeft in onze lerarenkamer.”

Springen en omdenken

Gilles Devilder: “Waar eindigt basiszorg? Wat is de taak van de leraar, wat niet? Dat debat leeft in onze lerarenkamer. Natuurlijk maken we nog individuele begeleidingsplannen en is er in verhoogde zorg ruimte voor voorleessoftware of andere hulpmiddelen. Maar we bekijken die samen met de leerling, laten ons in de eerste plaats leiden door wat die leerling op dat moment nodig heeft, en minder door labels en diagnoses.”

Katelijn Uyttenhove: “Onze troef: hier geeft elke leerlingbegeleider ook les. Zo weet je waarover je spreekt. Je botst bij brede basiszorg op dezelfde hindernissen als collega’s. En niemand ziet je als de spreekwoordelijke stuurman aan wal. Als leerlingbegeleider ben je gewend om vanuit zorg te denken. Hangt een leerling het uit in de klas, dan spring je sneller van ‘dit lukt niet’ naar ‘wat heeft deze leerling nodig om zijn gedrag te veranderen?’ En: ‘wat heb ik nodig om dat te realiseren?’ Dat omdenken is allesbehalve vanzelfsprekend.”

“Toch merken we nu dat leraren met meer vertrouwen de zorg voor hun leerlingen opnemen. En dat we als team steeds makkelijker de stap maken naar: wat heeft deze leerling nodig? Absoluut een investering, maar je voorkomt wel dat je in je eentje brandjes blust. En dat is een zorg minder voor ons allemaal.”

Seppe Goossens

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter