Vlaanderen
Klasse.be

Zo doen zij het

Brede basiszorg: “Eén leraar kan niet alle ballen hoog houden”

  • 23 april 2026
  • 4 minuten lezen

In basisschool De Kleine Wereld in Asse evolueerde brede basiszorg van losse zorginterventies naar een teamgerichte aanpak. Met 3 leraren per leerjaar, routines en overleg kan 1 klas verschillende noden aan.

Basisschool de kleine wereld in Asse
Kristien Janssens, zorgcoördinator: “Taken verdelen we per team. Zo blijft de werkdruk behapbaar.”

Kristien Janssens, zorgcoördinator: “15 jaar geleden stond ik voor de klas in Brussel en zag ik hoe de zorgvragen bij leerlingen toenamen. Toen ik in deze school in de Brusselse rand terechtkwam, werd dat beeld scherper: meer kinderen met een zorgnood, maar tegelijk ook leerlingen die snakten naar extra uitdaging. 24 leerlingen, eens zoveel noden. En één leraar die alles moest torsen.”

“De directie gaf me ruimte om oplossingen te vinden. We moesten af van het idee dat je brede basiszorg in het lager onderwijs los van je klaswerking organiseert. Want zorg is geen taak voor de zorgcoördinator of de leraar. Maar een gedeelde opdracht die je als team aanpakt.”

Zonder stigma

Kristien Janssens: “Een eerste stap was co-teaching. Vandaag draagt elk leerjaar zijn werking met 3 mensen: 2 klastitularissen met elk hun klas en 1 vaste zorgleraar. 3 paar schouders onder dezelfde opdracht. Dat is het fundament van onze brede basiszorg in het lager onderwijs. Als leraar heb je niet langer het gevoel: ik moet alle rugzakjes in mijn eentje ondersteunen. Niet evident, we zochten lang naar een haalbare organisatie. De directeur puzzelde met uren, dacht out of the box, stelde sterke leerjaarteams samen.”

“De zorgleraar neemt voor de ene les de sterkste leerlingen mee terwijl de klasleraar focust op wie extra ondersteuning nodig heeft. Op andere momenten draaien we de rollen om of werken we in niveaugroepen.”

“Onze schoolruimte ondersteunt dat systeem. Klassen liggen naast elkaar, met een zorghoekje ertussen. Kinderen kennen het systeem en schuiven vlot naar naar een andere groep. Alle leerlingen zitten wel eens in de zorghoek, soms gewoon omdat ze dan meer spreekkansen krijgen. Zo verdwijnt het stigma rond zorg.”

“Is een leraar ziek, dan valt de basiszorg niet stil. De 3 collega’s van elk leerjaar kennen de leerlingen en hun noden. Ook praktische taken verdelen we per team: rekengroepen verdelen, pre-teaching voorbereiden bij begrijpend lezen, instructies differentiëren. Zo blijft de werkdruk behapbaar.”

Goed voor de groep

Kristien Janssens: “Wat we vroeger deden als basiszorg voor één kind op een apart bankje, bleek eigenlijk goed voor de hele groep. In elke klas hangt nu dezelfde daglijn. Ook vaste routines, zoals de boekentas maken, zijn voor iedereen zichtbaar. Leerlingen zien wat er moet gebeuren: brooddozen in de bak, agenda schrijven, dagstarter nemen … Die visuele structuur brengt rust voor elk kind.”

“Sommige kinderen gebruiken software zoals Sprint bij dyslexie of doen aan cirkelrekenen. Andere ondersteuning is klein en tastbaar: een maaltafelkaart, verlengde instructie, een prikkelarme plek. Samen bouwden we intussen een uitgebreide set hulpmiddelen op. Omdat we vaak met 2 paar ogen naar de klas kijken, voelen we ook sneller wanneer een kind wankelt. Zo kunnen we preventief ingrijpen, soms nog voor problemen aan de oppervlakte komen.”

Portret van Kristien Janssens
Kristien Janssens: “Het zou zonde zijn om in juni vast te stellen dat iets in januari al niet liep.”

Op- of afbouwen

Kristien Janssens: “Onze werking staat nooit stil. We gieten ze bewust in een cyclisch proces van evalueren en bijsturen. En overleggen met leerondersteuners en CLB. Het zou zonde zijn om in juni vast te stellen dat iets in januari al niet liep. Daarom bekijken we elke week tijdens overleg de niveaugroepen kritisch. Hoe ging het vorige week? Kan dit kind een stapje hoger zetten? Of heeft het opnieuw nood aan ondersteuning? Niveaugroepen liggen hier nooit voor een hele maand vast.”

“Dat cyclisch werken vertaalt zich ook in het verhogen of terugschroeven van zorg. Het overzicht met de aangeboden hulpmiddelen is een levend document en zit ook bij het rapport. Zodra een maatregel niet langer nodig is, strepen we die zichtbaar door. Zo volgen ouders het traject van hun kind.”

“Begin juli komen onze teams samen om de noden van elke leerling door te geven aan het team van het volgende leerjaar. Zo verliezen we geen tijd in september en krijgt elk kind wat het nodig heeft. Toch blijft het zoeken, want tijdens een zomer groeit het kind en niet voor alles is er meteen een pasklare oplossing. Maar onze gereedschapskist is intussen goed gevuld.”

Plannen en praten

Kristien Janssens: “De eerste stap om je brede basiszorg in het lager onderwijs te versterken? Communicatie en een sterke planning. Onze directie investeert bewust in overlegtijd. Terwijl vrijwilligers met de kinderen gaan zwemmen, zitten leraren samen. Elke week plannen we vaste momenten om de groepen voor de komende week te bepalen, op basis van toetsen en observaties. Daarnaast is er elke vrijdag zorgoverleg met de zorgcoördinator en het leerjaarteam.”

“De puzzel in het lessenrooster is complex. Maar de opbrengst is groot. Dat zien we in de resultaten van de Vlaamse toetsen, in het lage ziekteverzuim in ons team en vooral in het gevoel op de werkvloer. Niemand hoeft hier nog in zijn eentje alle zorgen van de wereld te dragen. Dat doen we samen. Dat is onze kracht.”

Lotte Kerremans

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter