“UDL gaat uit van het principe dat alle leerlingen kunnen leren en dat jij daar als leraar in gelooft”
Marijke Wilssens, onderzoeker Arteveldehogeschool
Specialist
Bij UDL of Universal Design for Learning ontwerp je je les zo dat die meteen toegankelijk is voor elke leerling. Marijke Wilssens (Arteveldehogeschool) licht het principe toe aan de hand van 6 vragen.
Marijke Wilssens: “Met UDL of Universal Design for Learning ontwerp je je les van bij het begin voor alle leerlingen. Zo voorkom je dat je achteraf aparte aanpassingen moet doen voor wie het moeilijk heeft of sneller leert. Het principe komt uit de architectuur: diensten en gebouwen moeten zo ontworpen worden zodat ze voor iedereen toegankelijk zijn.”
“In het onderwijs kan je dat ook toepassen. In plaats van een les te ‘bouwen’ voor de gemiddelde leerling en achteraf aan te passen, maak je een les die vanaf het begin rekening houdt met variatie. Variatie is de norm. Dat lukt al met een kleine aanpassing, zoals de leerinhoud zowel op papier als in video aanbieden.”
Marijke Wilssens: “Binnen Universal Design for Learning (UDL) bied je leerstof op verschillende manieren aan, laat je leerlingen op hun eigen manier tonen wat ze kennen en zorg je voor motivatie en betrokkenheid.”
“UDL vertrekt van 3 principes die een sleutelrol spelen in ons leerproces. Het eerste principe is: ‘Waarom leren leerlingen?’ Motivatie en betrokkenheid zijn hier de spil. Motiveer leerlingen in jouw les door keuzes te bieden, relevantie te verhogen en uitdagingen aan te passen aan hun interesses.”
“Het tweede principe legt de focus op: ‘Wat leren leerlingen?’ Hier gaat het om hoe we informatie waarnemen en verwerken. UDL stimuleert leraren om leerstof op verschillende manieren aan te bieden, bijvoorbeeld via tekst, beeld en audio.”
“’Hoe leren leerlingen?’ is het laatste principe. Leerlingen plannen, handelen en tonen wat ze geleerd hebben. UDL vraagt om variatie in actie en expressie. Zo kunnen leerlingen hun kennis laten zien op verschillende manieren: door een spel- of tekenopdracht bij kleuters of via een mondelinge presentatie, poster of video bij oudere leerlingen.”
“Universal Design for Learning vormt zo de lijm tussen de verschillende eilanden waar je als leraar vaak op inzet. Je kan met deze 9 richtlijnen rekening houden bij het opstellen van je les.”

Marijke Wilssens, onderzoeker Arteveldehogeschool
Marijke Wilssens: “In het onderwijs botsen we dagelijks op een enorme diversiteit in de klasgroepen. Wie heeft een koptelefoon nodig? Wie extra tijd? Wie moet even bewegen? UDL is inclusief en vermindert de noodzaak voor individuele, ad-hocaanpassingen. Het integreert ondersteuning voor iedereen.”
“UDL is ook proactief: je neemt barrières om te leren al weg in het ontwerp zelf, zodat de nood aan individuele aanpassingen kleiner wordt. Als je je onderwijs UDL-proof maakt, merk je dat leerlingen zelfstandiger leren participeren, wat hen en jou ademruimte geeft.”
“Onderzoek toont aan dat hoge verwachtingen stellen aan alle leerlingen een krachtige hefboom is voor leren. UDL gaat expliciet uit van dat principe: alle leerlingen kunnen leren, en jij als leraar gelooft daarin. Dat betekent niet dat iedereen exact hetzelfde doet of dezelfde uitkomst bereikt. Maar wél dat je van niemand a priori denkt dat die iets niet zal kunnen.”
Marijke Wilssens: “Leraren hebben al veel ‘vernieuwingen’ zien passeren. UDL, weer iets nieuws, zal dit wel werken? Lange tijd was er nog geen zuiver wetenschappelijk bewijs voor de effecten van UDL, alleen voor de onderliggende richtlijnen. Recente metastudies tonen wél consistent aan dat UDL een positief effect heeft op leerprocessen, betrokkenheid en participatie. De effecten op leerresultaten zijn minder eenduidig. Veel hangt af van de context en van hoe doordacht en systematisch je UDL toepast”.
“De kerngedachte dat je een leeromgeving zo ontwerpt dat zo veel mogelijk leerlingen er zonder extra aanpassingen in kunnen participeren, is tijdloos. De term UDL geeft er een naam en een kader aan, maar de ambitie is al oud: onderwijs dat niemand buitensluit.”
“UDL vraagt je om een grondhouding: de overtuiging dat diversiteit in je klas de norm is, dat elke barrière die je wegneemt voor één leerling een voordeel is voor velen, en dat je dat niet alleen hoeft te dragen.”

Marijke Wilssens, onderzoeker Arteveldehogeschool
Marijke Wilssens: “Een handboek of methode is voor veel leraren een reddingsboei: het geeft zekerheid dat alle doelen gedekt zijn, dat je niets mist, dat je kan aantonen wat je gedaan hebt. Dat is waardevol.”
“Maar je materiaal is niet je volledige leeromgeving. Er is een reëel gevaar dat je een uitvoerder van de methode wordt en je eigen vakmanschap uit handen geeft. En handboeken zijn lang niet altijd UDL-proof.”
“Neem een wiskundevraagstuk of tekst over een boottocht. Begrippen zoals ‘bakboord’ kunnen een barrière vormen. Dan toets je geen wiskunde of taal meer, maar voorkennis. En dat is nooit de bedoeling. Als kritische lezer van je methode durf je soms een oefening over te slaan, aan te passen, of te vervangen.”
“Maak je een lesvoorbereiding vanuit UDL, dan kan je leerlingen ook de kans geven om zelf oefeningen of toetsvragen te ontwerpen. Dat waardeert hun expertise, bevordert hun zelfregulatie en werkt enorm motiverend.”
Marijke Wilssens: “Belangrijk is: je hoeft het niet alleen te doen. Sterker nog: als je het alleen probeert te doen, vergroot de kans op mislukking. UDL vraagt een teaminspanning.”
“UDL sluit sterk aan bij de inclusieve pedagogie van de Schotse onderzoekster Lani Florian. Daarbij breid je wat beschikbaar is voor sommige leerlingen, uit naar de hele klasgroep volgens 3 principes. Het eerste is: ‘Yes they can’: alle leerlingen kunnen leren, zonder uitzondering. Dan volgt: ‘Yes I can’: als leraar neem ik de verantwoordelijkheid om dat leren mogelijk te maken. En ten slotte: ‘Yes we can’: we doen het als team, want niemand kan dat alleen.”
“Maar hoe overtuig je collega’s? Begin met het kleine, zichtbare en concrete: met één aanpassing in één les. Denk aan een keuze die je leerlingen geeft. Een stappenplan dat je voor iedereen uitlegt. Een toets waarvoor je 2 formats voorziet of waarbij leerlingen zelf mogen kiezen welke vragen ze beantwoorden om 10 punten te behalen.”
“Deel dan wat je observeert met collega’s en andere partners: hoe reageerden leerlingen? Wat werkte? Wat niet? Die gedeelde reflectie is de motor van een lerende schoolcultuur. En als je die gesprekken gaande houdt, merk je dat collega’s misschien ook iets gaan proberen. Niet omdat je hen overtuigde met cijfers, maar omdat ze de praktijk zagen werken.”
“UDL is dus geen rigide checklist, maar een visie die uitgaat van vakmanschap en de overtuiging dat elke barrière die je wegneemt voor één leerling, een voordeel is voor velen.”
Zin om aan de slag te gaan? In deze video geeft Marijke handige gespreksstarters voor jouw team.
Log in om te bewaren
Laat een reactie achter