Klastips Gepubliceerd op

Boost executieve functies: 11 tips

Reageer

Log in om te bewaren.

Delen

Hoe beteken je als leraar echt iets voor kansarme kinderen? “Leer hen vaardigheden als problemen oplossen, omgaan met gevoelens, instructies onthouden…”, zeggen docent kleuteronderwijs Sanne Feryn en prof. orthopedagogiek Dieter Baeyens. “Die zogenaamde executieve functies kan je ontwikkelen van in de kleuterklas.”

  1. Zorg voor een warm, responsief klimaat

    Dat werkt voor kinderen in armoede als een buffer tegen de negatieve, vergiftigende invloed van stress.

  2. Gebruik spiegelspraak

    Laat een kind zich bewust worden van zijn of haar gedrag door concreet te benoemen wat je ziet: “Jamal, je bent Evi aan het duwen. Je hebt het precies wat moeilijk om in de rij te wachten.” Of voeg er een vraag aan toe: “Jade, ik zie dat je rechtstaat. Heb je een vraag?“ Of in plaats van “Goed gedaan”, zeg je “Wauw Adam, ik zie dat je veel kleuren gebruikt hebt in je schilderij, waarom heb je die kleuren gekozen?“

  3. Leer de STOP-DENK-DOE-strategie

    Leer kinderen om even te stoppen, na te denken en dan pas te doen of het antwoord te geven. Zo daag je hen uit om de tijd te nemen om na te denken of een andere oplossing te bedenken.

  4. Creëer rust

    Integreer een stop-bankje in je klas en laat de leerling daar even tot rust komen als hij erg van streek of boos is en denk samen met de leerling na over een conflict of probleem.

  5. Beweeg

    Bewegen is goed voor de ontwikkeling van het brein. Specifieke bewegingsactiviteiten dagen de ontwikkeling van de executieve functies uit: ‘Als de muziek stopt, sta je stil en word je een standbeeld dat beide handen in de lucht steekt.”

  6. Doe alsof je het antwoord niet weet

    Als een kind een probleem heeft met een opdracht, geef dan niet meteen het pasklare antwoord. Denk samen na, stel vragen zoals “Ken jij nog een andere manier om …” of “Wat zouden we kunnen doen om …” en help het op weg.

  7. Denk luidop mee

    “Heb jij honger? Ik voel dat ik ook een beetje honger heb en ik wil mijn appel eten, maar ik weet dat ik eerst mijn handen moet wassen.”

  8. Begeleid de overgangsmomenten

    Binnenkomen in de klas, tussendoortjes, jassen aantrekken … zijn momenten die veel regulering vragen van kinderen. Geef jij duidelijke instructies? Zijn er niet te veel overgangsmomenten? Duren ze niet te lang?

  9. Werk met peers en buddy’s

    Een vriend bij wie een kind zich goed voelt en kan helpen om een opdracht vlotjes uit te voeren.

  10. Geef zelf het goede voorbeeld

    Beheers je impuls om sms’jes te lezen tijdens de les of wacht bij het handen wassen zelf je beurt af of speel mee en toon hoe je samen speelt en je aan de regels van het spel houdt.

  11. Gebruik een daglijn

    Met een daglijn kan je samen met kinderen vooruit- en terugblikken.