Specialist Gepubliceerd op

6 tips: zo blijven onderwijsvernieuwingen wél plakken

Reageer

Log in om te bewaren.

Delen

Aan nieuwe ideeën geen gebrek in scholen. Maar als die ene enthousiaste leraar vertrekt, de subsidies wegvallen of de directeur nieuwe prioriteiten stelt. Lap, de onderwijsvernieuwing in je school dooft uit. Wat is er nodig om écht draagvlak te creëren? Virginie März, assistent professor Onderwijskunde van de UC Louvain, zocht het uit.

onderwijsvernieuwing: assistent professor Onderwijskunde Virginie Marz
  1. Meer draagvlak? Kijk naar informele relaties

  2. Virginie März: “Het organogram van je school geeft geen correct beeld van de echte contacten onder collega’s. Nochtans zijn het precies die informele linkjes die zorgen voor kennisdeling en zo een draagvlak voor een verandering en onderwijsvernieuwing in je team creëren. Daarom moet je een zicht hebben op die informele netwerken en volstaat het louter aanstellen van een expert ook niet om een succesvolle onderwijsvernieuwing door te voeren. Soms moet je ook aan het netwerk durven morrelen zodat niet steeds dezelfde collega’s samenwerken.

    voorbeeld:
    Een directeur stelde vast dat de docenten weinig een beroep deden op de zorgleraar als ze vragen over handelingsgericht werken hadden. De informele expertise bleek bij een andere leraar te vinden, die toevallig ook mama was van een kind met autisme. Bij haar klopten collega’s wel aan, want zij had praktijkervaring. Die twee collega’s samenbrengen om een actieplan rond geïntegreerde zorg uit te werken, bleek de juiste zet.
     

  3. Let op voor eilandjes van vernieuwing

  4. Virginie März: “Vaak verdiept een aantal enthousiaste leraren zich in een thematiek en geven ze zo een vernieuwing mee vorm. Wie niet in het clubje zit, is dan vaak niet op de hoogte van wat de collega’s in het ontwerpteam precies ontwikkelen. Dat is gevaarlijk, want daardoor voelen ze zich minder aangesproken en is er minder draagvlak.”

    Hoe je zulke eilandjes voorkomt? “Door van bij het begin je ontwikkelingen te delen met het bredere team. Naast hun ontwerptaak hebben deze groepen dus ook een relationele taak. Zeker bij klasoverschrijdende thema’s. Benut de kennis van collega’s en betrek hen ook actief en in een vroeg stadium. Zo zullen ze meer eigenaarschap over de vernieuwing ervaren.”

    voorbeeld:
    Enkele leraren ontwikkelen in het kader van Positive Behaviour Support een nieuw beloningssysteem voor leerlingen. Ze willen draagvlak in het team creëren en besluiten om de andere collega’s snel en actief te betrekken. Tijdens een personeelsvergadering stelt de werkgroep de krijtlijnen voor. Wanneer delen we de beloningsmunten uit? Wat is de uiteindelijke beloning? Over die vragen hebben alle leraren zich gebogen.

     

  5. Benut jong (en minder jong) geweld

  6. Virginie März: “Wie gaat met een vernieuwing aan de slag? Bijna automatisch denk je daarvoor aan senior leerkrachten. Maar zo blijft er een enorm potentieel aan startende leraren onderbenut. Die komen met een frisse blik en nieuwe inzichten een school binnen en kunnen routines en tradities in vraag stellen. Ook leraren op het einde van hun loopbaan worden vaak ‘ontzien’. Laat je door hen inspireren in plaats van te focussen op wat die twee groepen nog niet of niet meer kunnen.”

    voorbeeld:
    Tijdens functioneringsgesprekken met jonge collega’s zoomt de directeur van een basisschool niet meer enkel in op wat er moeilijk gaat in de klas. Hij vraagt ook naar hoe de hele school en het team zich zouden kunnen ontwikkelen. De directeur laat zo merken dat hij hun expertise waardeert. Tegelijkertijd neemt hij de indruk weg dat startende leraren steevast van ervaren collega’s moeten leren. Andersom kan net zo goed. Zijn nieuwe aanpak geeft jonge leraren een enorme boost.

     

  7. Sta stil bij de rol van eenvoudige tools

  8. Virginie März: “Een school? Dat zijn de leraren, de leerlingen, de schoolleider. Vaak vergeet je in dat plaatje de cruciale rol van eenvoudige dingen als handboeken en leerlingvolgsystemen. Zulke tools kunnen ook de kennisdeling en -uitwisseling binnen je school faciliteren. Ze kunnen mensen letterlijk rond de tafel brengen en nieuwe connecties creëren.”

    voorbeeld:
    Na de invoering van de baso-fiche zag je plots meer samenwerking tussen leraren die voordien minder contact hadden. Ze moesten immers informatie uitwisselen om dat document op te stellen. In die fiche zijn bovendien bepaalde vragen wel en andere niet opgenomen: dat creëert meteen een visie op zorg die de aanleiding kan zijn voor een nieuw gesprek binnen het team.

     

  9. Zoek expertise eerst in de school

  10. Virginie März: “Scholen hebben de neiging om onmiddellijk de expertise rond onderwijsvernieuwing elders te zoeken. Het is beter om eerst naar het potentieel binnen de school te kijken en daarin te investeren.

    Welke rol vervullen nascholers en pedagogisch begeleiders dan nog? Zij zorgen er het best voor dat hun expertise zo snel mogelijk in het team terechtkomt en dat de leraren zelf kennis gaan ontwikkelen en delen. Ze coachen dat proces en zien erop toe dat ze snel gemist kunnen worden. Langer ondersteunen levert niet per se betere resultaten op, leren studies ons.”

    voorbeeld:
    Een eenmalige workshop over STEM-didactiek? De schoolleider begreep dat die niet het gewenste effect zou hebben. Hij trok een expert aan voor een inleidende workshop en vroeg meteen aan enkele leraren om een leergemeenschap op te richten. Ze kregen coaching bij het maken van lesmaterialen en hadden een klankbord om ervaringen uit te wisselen. Zo was ook het probleem van financiering (geen middelen voor een langdurig traject) van de baan en werd de nieuwe expertise snel gekoppeld aan concrete lesideeën.

     

  11. Laat de schoolleider spelverdeler zijn

  12. Virginie März: “De directeur is als een spelverdeler: hij of zij staat in voor een mooi samenspel. Hij kan leraren laten samenwerken die vanuit de officiële functieverdeling elkaar niet vanzelfsprekend opzoeken. Hij stimuleert leraren om kennis te delen, om elkaar inhoudelijk te inspireren. Hij geeft docenten het vertrouwen, en dus de tijd en de ruimte, om aan vernieuwing te werken door hen vrij te roosteren. Hij stuurt aan op samenwerkingen binnen en over de schoolmuren heen.”

    voorbeeld:
    De vakwerkgroep voor aardrijkskunde in een kleine school bestaat uit 2 collega’s. Het is voor hen een helse opdracht om alle ontwikkelingen in hun vakgebied bij te houden. Om ze nieuwe zuurstof te geven, stelt de directeur voor om buiten het team een collega te zoeken met wie ze kunnen samenwerken. De directeur hoort graag wat hij kan doen om dat contact tot een succes te maken. Er ontstaat zo een vruchtbare kruisbestuiving met andere collega’s binnen de scholengemeenschap.

 


Virginie März werkte voor dit onderzoek samen met Femke Geijsel, Lisa Gaikhorst en Rob Mioch in opdracht van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek.

logo Veranderwijs.nu

Dit artikel kwam tot stand in een samenwerking tussen Veranderwijs en Klasse.
Veranderwijs wil innovatieve onderwijspioniers samenbrengen en inspireren. Kriebelt het bij jou ook om iets nieuws uit te proberen? Of experimenteerde je al? Op www.veranderwijs.nu kan je ideeën vinden en uitwisselen.