Zo doen zij het Gepubliceerd op

Klas op stelten: hoe kreeg juf Kim de rust terug?

6 reacties

Log in om te bewaren.

Delen

2 jaar geleden zetten 26 kinderen het eerste leerjaar op stelten. “De minste vonk zorgde voor onrust”, zegt juf Kim Feremans. Samen met haar zorgcollega Elisabeth Van De Walle brengt ze stap voor stap de rust en structuur terug. En krijgt de klas uiteindelijk mee.
 

Juf Elisabeth: “2 schooljaren geleden zitten er 26 kinderen in ons eerste leerjaar van basisschool Via Louiza in Antwerpen. Een heel dynamische, diverse klasgroep: licht ontvlambare karakters, kinderen met leerstoornissen, anderstalige nieuwkomers. De minste vonk zorgt voor onrust en discussie. Als leraar moet je voortdurend storend gedrag bijsturen. Daardoor kom je moeilijk toe aan lesgeven. Ook op de speelplaats blijft samenspelen moeilijk.”

 Juf Kim over rust en structuur in de klas

Kim Feremans: “Het put je uit, als je op alle prutsen moet reageren”

Juf Kim: “2 leraren haken nog voor de kerstvakantie af. Ik sta op dat moment in het tweede leerjaar en stel voor om – als ervaren leraar – de klas over te nemen. Ik weet dat ik op de steun van het hele team kan rekenen. En we pakken het positief aan.”

“Hoofddoel is een klasomgeving te creëren die rust en structuur uitstraalt. Met een aantal collega’s halen we het klaslokaal leeg, herschikken de banken, kopen nieuwe kasten en laten de wanden bewust sober. Zorgjuf Elisabeth komt me 6 uur per week ondersteunen.”

“Zo kan ik me focussen op klasmanagement. Ik maak samen met de kinderen nieuwe afspraken, zoals ‘we gaan respectvol met elkaar en de juf om’, ‘we luisteren naar elkaar’, ‘we aanvaarden elkaar’. Ik hang die afspraken zichtbaar op in de klas. Zo kan ik ze consequent bewaken.”
 

Juf Elisabeth: “We geven de kinderen vaste plaatsen. We voorzien een time-outplek in de gang. We brengen ook regelmaat in de lessen: wiskunde en Nederlands in de voormiddag, vrijere momenten in de namiddag. Elke ochtend mogen ze een kwartier lezen in een boek naar keuze. Zo weten ze onmiddellijk wat gedaan als de lesdag begint en zitten ze niet op hun stoel te draaien.”

“En we bewaken onze grenzen. Want de kinderen proberen natuurlijk voortdurend: ‘Bij de andere juf mocht dat wel!’ Maar dat negeren we. En als ze te veel aandacht vragen of blijven babbelen, wachten we tot het opnieuw stil is. Pas dan gaan we verder met de les.”
 

Juf Kim: “Die eerste maand is emotioneel en psychisch zeer zwaar. Ik krijg de klas niet onmiddellijk mee. Soms ga ik net niet wenend naar huis. Ik probeer zen te blijven, ook al maken de kleinste akkefietjes dat ik soms kook vanbinnen. Roepen is niet de juiste oplossing, want de kinderen spiegelen zich aan jou.”

“Maar het put je uit, als je op alle prutsen moet reageren. Kleine ingrepen helpen dan: we maken per kind een doos met potlood en gom die de kinderen in hun bank bewaren. Zo hebben ze onmiddellijk hun materiaal als de les start en moeten ze niet beginnen rommelen.”

“Ik plooi me terug op puur onderwijzen. Ik geef anders les: sober, sec, zonder toeters en bellen. Niet te veel aangepaste werkvormen, niet te veel hoekenwerk, want dat leidt af en dan dreigt het weer te escaleren. Maar het blijft zoeken en proberen. Als een beloningssysteem niet werkt: weg ermee.”

“En dan merk ik na een maand een gunstige evolutie in de groep. Er is meer rust en structuur, meer effectieve leertijd. De leerlingen leren alle letters en beheersen de basis voor wiskunde. Dat geeft me een boost en voldoening. Het doet me ook deugd dat ik mijn hart kan luchten bij mijn collega’s en steeds kan rekenen op hun hulp.”


We straffen de kinderen nooit. Want dat wekt nog meer frustratie op.

Kim Feremans - juf eerste leerjaar

Juf Elisabeth: “Eis niet van jezelf: ‘Tegen dan moet het in orde zijn’. Maar neem de tijd om de kinderen te leren kennen. Anders ga je eraan ten onder. Belangrijk: we geven de kinderen een schouderklop als ze goed werken. Daarvan fleuren ze op.”

“Kim en ik voelen elkaar goed aan. Een blik is voldoende om in te grijpen. De kinderen snappen dat ze niet te veel moeten proberen bij ons. Ze voelen de structuur, de stabiliteit, de regels. Want hoe meer evenwicht er komt in de klas, hoe meer de flinke leerlingen zich manifesteren.”
 

Juf Kim: “We straffen de kinderen nooit. Want dat wekt nog meer frustratie op. Wel op de speelplaats, als er een conflict met agressie is. Maar wat op de speelplaats gebeurt, blijft op de speelplaats. Dat conflict mag je de klas niet binnenhalen. Zo creëer je een veilige cocon waar je kan lesgeven.”

“En je moet blijven geloven in de kinderen. Anders zeggen die: waarom zou ik nog moeite doen, die heeft me toch opgegeven? Want we hebben ook goeie momenten. Een voorstelling voor de ouders lukt bij die klas wonderwel. Omdat ze zich dan mogen uitleven. De kunst is ze net voldoende vrijheid te geven. Zo ervaren die kinderen succes. Dat heeft een positief effect op de klas. En ze zijn je daar dankbaar voor.”
 

Juf Elisabeth: “Uiteindelijk hebben we het gered door authentiek, onszelf te blijven voor de klas. Er is geen wondermiddel om te overleven. Maar als je gelooft in je eigen aanpak, sta je sterker voor de klas. Ook al moet je die aanpak dikwijls bijsturen.”

Dit artikel heeft als onderwerp Dit artikel is interessant voor een