Klastips Gepubliceerd op

Zo maak je komaf met kabaal in je klas

2 reacties

Log in om te bewaren.

Delen

“Stout zijn mijn leerlingen niet, maar ze praten vooral heel veel.” Beginnende leraren krijgen de klas moeilijk stil. Is het een kwestie van ervaring of zit het in de genen?  3 starters leggen hun situatie voor. Doorgewinterde mentoren An Luyten en An Robeys geven tips.


Ik reageer vaak te laat op gebabbel, dan krijg ik er geen woord meer tussen.

Stefanie - leraar in de 1ste graad A-stroom

An Luyten: “Een paar leerlingen praten stilletjes, maar merken dat je er niet op reageert. Door niets te doen geef je (ongewild) de boodschap dat praten is toegestaan. De praters blijven praten en al snel houden ook medeleerlingen het niet meer stil. Zo worden geruis en rumoer … lawaai. Het vergt meer energie om te reageren op 5 leerlingen dan op 2.

Als algemene regel: hoe vlugger je reageert, hoe minder kabaal er komt. Stel je de vraag: is er rumoer omdat leerlingen actief aan het werk zijn of is er te weinig interesse, concentratie?

  1. Overstem nooit het geluid van de klas. Straal rust uit. Praat niet te luid of te snel.
  2. Geef geen instructies tot iedereen stil is.
  3. Betreed het domein van de leerlingen: loop door de klas, spreek babbelaars van dichtbij rustig aan.
  4. Breng rustmomenten in je les: lezen, individuele oefeningen, videofragment …
  5. Maak lawaai zichtbaar voor kinderen. Geef aan hoeveel lawaai gepast is voor de opdracht. Download en print een lawaaimeter. Of meet de decibels in de klas en voer een bewustwordingsgesprek.

Straf doet hen niet zwijgen. Ik werk al met een beloningssysteem en heb samen met hen klasafspraken opgesteld.

Elise - leraar in het 6de leerjaar

An Luyten: Straffen heeft inderdaad een kleiner effect dan belonen. Door goed gedrag te belonen, voorkom je een negatieve spiraal. Beloon kleine successen en leg de lat niet te hoog. Hou de relatie positief. Wanneer je klas 5 minuten rustig werkt, kan je hen al verbaal belonen. Zo begrijpen ze welk gedrag je van hen verwacht.

Leerlingen leren veel van de beloningen die klasgenoten krijgen. Als ze merken dat anderen voor een bepaald gedrag beloond worden, zullen ze geneigd zijn hun gedrag bij te sturen.”

An Robeys: Respect is het sleutelwoord. Als jij toont dat je de leerlingen respecteert, dan ga je in 99 % van de gevallen ook gerespecteerd worden door hen. Informeer na de les eens naar de vrije tijd van een leerling. Ze appreciëren het wanneer de leraar echte interesse toont voor hun bezigheden.

Neem een leerling die vaak en veel stoort apart. Ga een niet-belerend gesprekje aan. Hoe komt het dat die leerling zich zo gedraagt? Probeer begrip op te brengen en je in zijn of haar situatie te verplaatsen. Leg uit wat het storende gedrag bij jou teweegbrengt. De leerling zal versteld staan dat je naar hem/haar wil luisteren.”

  1. Reageer zo klein mogelijk op overtredingen door de leerlingen aan te kijken of even je vinger op de mond te leggen.
  2. Doorloop je les met vaste rituelen. Laat bijvoorbeeld leerlingen op jouw teken gaan zitten.
  3. Vermijd dode momenten, zorg voor afwisseling in werkvormen. Geef duidelijke moet- en mag-taken. Leerlingen die lekker bezig zijn, hebben geen tijd voor kabaal.
  4. Geef leerlingen op een positieve manier een andere plaats: “Je wordt daar te veel afgeleid, kom even hier zitten.”
  5. Humor kan een gespannen situatie ontladen. Lach met de situatie, niet met de personen.
  6. Schrijf eens een positieve nota. Communiceer vanuit de ik-boodschap.

In een drukke computerles dreigde ik ermee om de hele klas een extra taak te geven. Dit maakte (even) indruk, maar het gefluister begon al snel opnieuw.

Hilde - zij-instromer, leraar in de 2de graad secundair

An Robeys: “Het is belangrijk dat je inzicht krijgt in de situatie, want dat is een eerste stap in het vinden van een oplossing voor de drukte. Wanneer en waar doet het kabaal zich voor? Lesuren in de namiddag zijn vaak luidruchtiger dan in de voormiddag. Sommige klaslokalen hebben ook een minder goede inrichting. Wanneer leerlingen niet veel bewegingsruimte krijgen, zullen ze drukker met elkaar omgaan.

Bovendien heerst er in iedere groep een bepaalde sfeer die typerend is voor die klas. Hebben de leerlingen net een drukke activiteit achter de rug? Zijn de examens in aantocht? Al die situationele factoren dragen bij tot de ‘drukte’ van een klasgroep.”

  1. Geef leerlingen strategische plaatsen in de klas: haal babbelaars uit elkaar en plaats de ‘clowns’ van de klas op de hoeken. In een computerklas geef je vaste plaatsen.
  2. Wees consequent: hou je aan de gemaakte afspraken.
  3. Organiseer je les goed. Geef eerst instructies en zet de leerlingen dan pas aan het werk. Computers of tablets laat je pas opstarten zodra leerlingen weten wat er van hen wordt verwacht.
  4. ICT-lessen lopen vaker in het honderd door allerlei technische problemen. Schakel een computervaardige leerling in om medeleerlingen op weg te helpen.
  5. Pas je werkvormen aan de klasgroep aan. Vang hun aandacht met een interessant lesbegin. Maak ze nieuwsgierig.