Specialist Gepubliceerd op

Leerlingen motiveren: 8 vragen aan expert Maarten Vansteenkiste

Reageer

Log in om te bewaren.

Delen
leraar Karel Willem

Werken beloningsstickers? En is intrinsieke motivatie altijd beter? Maarten Vansteenkiste, professor aan de vakgroep ontwikkelings-, persoonlijkheids- en sociale psychologie (UGent), beantwoordt 8 vragen waar leraren, directeurs en CLB-medewerkers … mee rondlopen.
 

  1. Moet elke leerling voor elk vak gemotiveerd zijn?

  2. “Nee, dat hoeft niet. Maar ook leerlingen die niet meteen enthousiast of intrinsiek gemotiveerd zijn voor je vak, kan je toch proberen te motiveren. Door de relevantie, nutswaarde en persoonlijke betekenis van de leerstof zo groot mogelijk te maken.”

    “Koppel daarom je les aan de leefwereld van de kinderen. Geef niet zelf de theorie over fairtrade of economie, maar haal een lokale boer voor de klas die vertelt hoe hij appels teelt of een fietsenmaker uit de buurt die uitlegt hoe hij zijn zaak runt. Probeer een thema te concretiseren en waardevol te maken voor de leerlingen, bijvoorbeeld door te vertrekken van een probleem dat de ze zelf ook ervaren.”
     

  3. Waarop kan ik inzetten om leerlingen te motiveren?

  4. “Je kan inzetten op hun basisbehoefte aan autonomie, verbondenheid en competentie. Ik geloof sterk dat zoiets beter lukt als 4 à 5 leraren een jaar lang een groep leerlingen begeleiden en de verschillende vakken verzorgen. Want een leraar aardrijkskunde met 10 tot 12 klassen kan zijn leerlingen nooit allemaal echt kennen.”


    Soms maken leerlingen 300 toetsen per jaar. Stel dat je volwassen werknemers even vaak evalueert, hoe graag kom je dan nog werken?

    Maarten Vansteenkiste - UGent

    “Sluit met je lessen aan bij de actualiteit en gebruik spelelementen, bijvoorbeeld bij het remediëren. Laat leerlingen zelf op zoek gaan naar de meest gemaakte fouten op een schrijftaak. Dan trekken ze op ontdekkingstocht, spelen ze zelf leraar en staan ze aan het roer van hun leerproces. Dat motiveert en helpt ze om inzicht te krijgen in welk type fouten ze maken.”
     

  5. “Ik overweeg beloningsstickers. Is dat een goede methodiek om extra te motiveren?”

  6. “Ik heb mijn twijfels. Zolang je met stickers strooit, zal je gewenst gedrag krijgen. Maar zodra je stopt, kan dat meteen wegvallen. En cours de route fnuik je ook het plezier en interesse die een kind mogelijk had voor je lesinhoud.”

    “Met beloningsstickers verleg je de focus op de beloning. Vaak gaat zo’n sticker ook samen met positieve feedback: ‘Je deed het echt goed, Mila, en daarom verdien je een sticker’, maar een verbale schouderklop heeft hetzelfde competentieversterkende effect zonder de nadelen van de sticker. Zet dan niet alleen het resultaat in de verf, maar ook de vooruitgang die een leerling maakt.”

    “Als een vader voetbaltickets belooft als zijn zoon 3 keer goede cijfers voor wiskunde haalt, hebben leraren toch sterke twijfels bij die manier van motiveren? Dat geldt eigenlijk ook voor beloningsstickers. We riskeren zelfs dat zo’n kind cijfers of kleuren uitgomt of vervalst om de tickets binnen te halen. Of spiekt. Hoeveel leerrendement heb je dan gehaald?”

     

  7. “Welk effect hebben punten op motivatie?”

  8. “Een cijfer is een observeerbare weergave van een product. Maar evalueren betekent ook procesgerichte feedback geven. Vertellen wat goed was, wat beter kon. En hoe dan. Zwakke cijfers zonder feedback kunnen de motivatie van leerlingen onderuit halen – je zal maar veel moeite moeten doen voor een 7 – en versterken de sociale vergelijking. ‘Hoeveel heb jij’ of ‘welk cijfer scoorde jouw kind op wiskunde?’ Slechte cijfers vertellen dat je niet competent bent en vergroten je falen uit.”

    “Scholen zitten soms in een doorgeslagen testcultuur. Ik hoorde dat leerlingen secundair soms tot 300 toetsen per jaar maken. Dat zorgt voor veel stress. VSK klaagde dat ooit terecht aan. Stel dat je volwassen werknemers 300 keer evalueert op hun job. Hoe graag kom je dan nog werken? Dan smeek je je baas toch om je met rust te laten zodat je gewoon je job kan doen.”

     

  9. “Kan mijn feedback nefast zijn voor motivatie?”

  10. “Ja. Zeker als je uitsluitend focust op het product. Of op je eigen ontgoocheling: ‘Maar een 6? Ik had beter verwacht.’ Om te motiveren moet je feedback ook inzetten op verbondenheid. Ik pleit daarom voor kindgesprekken, los van rapporten of cijfers. Waar je leerlingen een aantal topics meegeeft waaruit ze mogen kiezen (wat loopt goed, wat vind je lastig, wat verwacht je van leraren, wat wil je bereiken …).”


    Als je zelf gepassioneerd bent door een thema, is je voorbereiding grondiger en creatiever

    Maarten Vansteenkiste - UGent

    “Geef ze tijd om 2 vragen voor te bereiden en zit dan samen voor een goed gesprek. Inzetten op de persoonsgebonden ontwikkeling van het kind is een fundamenteel onderdeel van lesgeven. Als je met die gesprekken ook echt iets doet, win je die ‘verloren’ tijd ruim terug aan verhoogd leerrendement.”

     

  11. “Is intrinsieke motivatie altijd beter?”

  12. “Intrinsieke motivatie is een van de gewenste soorten motivatie. Je hebt ook ‘geïdentificeerde motivatie’. Leerlingen zijn dan niet per se geboeid door de leerstof, maar snappen wat ze met de leerstof zijn. Duaal leren of werkplekleren speelt daarop in. Leerlingen leren in bedrijven en daar snappen ze meteen hoe ze de leerstof later in hun beroepsleven kunnen toepassen.”

     

  13. “Is motivatie besmettelijk? Thema’s die mij enthousiast maken, motiveren die mijn kleuters meer?”

  14. “Ja. Onderzoek bevestigt dat. Zelfs non-verbaal gedrag straalt af op je leerlingen. Je stem, intonatie wordt opgepikt door de leerlingen en dat werkt aanstekelijk. Maar ook als je zelf positief spreekt over een opdracht, les of thema nemen ze dat over. Ben je enthousiast vogelspotter? Maak er een thema van in je kleuterklas. Als je zelf gepassioneerd bent door een thema, zal je voorbereiding grondiger en creatiever zijn.”

     

  15. “Hoe maak ik mijn klaslokaal motiverend?”

  16. “Visualiseer zaken, activiteiten. Leraren in kleuteronderwijs en buitengewoon onderwijs slagen daar heel goed in. Ze vinden aansluiting bij de kinderen. Door werkjes uit te hangen, maar ook omdat kinderen eigen materiaal mogen meenemen naar de klas. Een les ruimtevaart? Gegarandeerd neemt een van de kleuters een boekje van Kaatje mee waarin Kamiel naar de maan wil. En daar lezen ze dan uit voor.”

    “Vanaf het eerste leerjaar wijzen leraren sneller naar het leerplan: ‘We hebben geen tijd voor extra’s’. Terwijl er veel kansen onbenut blijven. Misschien meer dan ooit met de culturele rijkdom in je klas.”