Gepubliceerd op
Klastips

Kleuterklas zonder strafstoel of beloningsstickers

Juf Hanne van kleuterschool De Gummi’s doet het in haar klas zonder strafstoel of beloningsstickers. “Veel praten met de kleuters en het positieve benadrukken werken veel beter dan het klassieke straffen en belonen.”

Juf Hanne leest boek met 2 leerlingen

Hanne Janssens, kleuteronderwijzer in de derde kleuterklas van De Gummi’s in Antwerpen, volgde enkele opleidingen over ‘Nieuwe Autoriteit’. De kerngedachte van die theorie? Kracht in plaats van macht. Dat vertaalde Hanne naar haar kleuters. “Die nieuwe manier van omgaan met kinderen werkt. Ik sta nu anders en veel rustiger voor de klas.” Ze heeft 8 tips over straffen en belonen voor in de klas en op de speelplaats.

 

  1. De juf is niet de baas

  2. Hanne Janssens: “Vroeger vond ik dat ik de baas was en dat mijn kleuters moesten luisteren en doen wat ik zeg. Anders kregen ze straf. Dat is de ‘oude’ autoriteit. Ik ga nu op zoek naar het waarom van ongewenst of storend gedrag. En vooral wat kan ik doen om dat gedrag te beïnvloeden? Ik kijk meer naar zichzelf en naar welk effect mijn gedrag heeft op de kinderen. Ik ben zeker niet minder streng dan vroeger, maar pak het op een andere manier aan nu: rustiger en duidelijker.”

     

  3. Weg met die strafstoel

  4. Hanne Janssens: “Ik gebruik geen strafstoel meer, maar een stopstoel. Op de speelplaats wordt dat een stopstip. In plaats van een kind te straffen omdat het iets van een ander stuk heeft gemaakt, laat ik het tot rust komen. Als de kleuter gekalmeerd is, ga ik er rustig mee praten: waarom werd hij zo boos en hoe kunnen we het goedmaken?”

    Een beloningsssyteem is voor mij ook een laatste redmiddel. Natuurlijk werkt een beloningsstickertje, maar alleen op korte termijn. Dat is ook bij een klassieke straf zo. Maar ik investeer liever in gedrag veranderen op lange termijn.”

     

  5. Babbelen met je kleuters

  6. Hanne Janssens: “Ik neem de tijd om het waarom van ongewenst gedrag te achterhalen. Als een kleuter een toren omver duwt en daardoor hoogoplopende ruzie ontstaat, laat ik iedereen eerst rustig worden. Dan probeer ik de 2 kanten van het verhaal te achterhalen en laat de kinderen vertellen. Wat is er gebeurd? Hoe komt het dat de toren stuk is?”

    “Als iedereen heeft kunnen ventileren, laat ik ze zelf een oplossing bedenken om weer samen te kunnen spelen. Sorry zeggen is voor mij niet voldoende. Ik vraag altijd: ‘Wat kan je nog doen om het goed te maken?’ Dat is even wennen. Een idee bedenken is niet eenvoudig voor kleuters, zeker niet voor anderstalige kinderen. Ik help en stuur, geef ideeën. En na een tijdje vinden ze wel iets: een tekening maken of een knuffel geven. Ik vraag ook aan het andere kind of die dat een oké vindt.”


    Smeed het ijzer als het koud is en vermijd dat een ruzie escaleert.

    “Achteraf pols ik nog eens of de oplossing die ze bedachten werkt. Dat vinden ze heel aangenaam. Aanwezig zijn is een belangrijke pijler in de Nieuwe Autoriteit. Op de speelplaats sta je bijvoorbeeld niet aan de kant, maar loop je rond en speel je al eens mee.”

    “Dat vraagt natuurlijk tijd. Maar vaak duurt het maar enkele minuutjes. Wordt het langer, bijvoorbeeld bij een conflict, zorg ik eerst dat de andere kinderen bezig zijn en ga ik terug naar de ruziënde kinderen. In het begin vroeg die manier van werken meer energie, maar nu heb ik het in de vingers. En naarmate het schooljaar vordert, worden de kinderen dat ook gewoon.”

     

  7. Benadruk het positieve

  8. Hanne Janssens: “Ik negeer vaak ongewenst gedrag en benadruk liever het gewenste gedrag van andere kinderen. Bijvoorbeeld: als iedereen in de kring moet zitten en er lopen er nog 5 rond, riep ik vroeger: ‘Iedereen zitten!’ Nu zeg ik: ‘Kijk eens hoe die en die al flink in de kring zitten. Super!’ Resultaat: die 5 kinderen zitten veel sneller in de kring.”

    “En zo krijgen de leerlingen die flink hun best doen, ook een compliment. Als ik het positieve benoem tegenover mijn leerlingen of hun ouders, zie ik ze groeien en stralen. Heerlijk is dat!”

     

  9. Smeed het ijzer als het koud is

  10. Hanne Janssens: Vermijd dat een ruzie escaleert. Eerst moet iedereen – ook de juf – kalmeren. Dan pas kan je het probleem vastpakken en erover praten. Als je zelf niet rustig bent, vererger je de situatie. Zo heb ik onlangs een kindje gewoon rustig bij de arm gepakt en naar de stopstoel gebracht. ‘Ik ben nu te boos. Ik ben erg geschrokken. Straks praten we hierover.’ Ik heb alle kindjes aan het werk gezet en dan op ooghoogte met het kind gaan praten. Gebruik ik-boodschappen en vertel gerust wat storend gedrag met jóu doet.”

     

  11. Minder regels op de speelplaats en in de klas

  12. Hanne Janssens: “Op de speelplaats hebben we 4 regels, in de klas ook 4 en in de gang 2. Dat kunnen kinderen onthouden. Maak ze visueel met foto’s of pictogrammen en hang ze op. Zo kan je er altijd naar verwijzen. Vroeger had elke collega zijn eigen regels of manier van straffen op de speelplaats. Nu laten we de kinderen eerst rustig worden op de rode stopstip en daarna nemen we het kind mee naar de affiche met de regels en doen we een babbeltje.”

    Juf Hanne leest boek met 2 leerlingen

    ”Durf hulp te vragen aan een leerling: hoe kan ik jou helpen?”

  13. Schrijf een wij-verhaal

  14. Hanne Janssens: “De methodiek van de Nieuwe Autoriteit pas je samen toe: met collega’s, leerlingen én ouders. Zeker bij agressief gedrag moet je als team de neuzen in dezelfde richting hebben: dit tolereren wij niet. Ik hoop dat we in de toekomst in elke kleuterklas van onze school dezelfde klasregels hebben. Durf ook aan een collega of je directeur toe te geven dat je het soms niet meer weet. Zo kan je samen een probleem aanpakken.”

    “In theorie maak je de klasafspraken het best ook samen met je leerlingen, maar ik doe dat niet omdat ze nog te jong of niet talig genoeg zijn. Maar ik bespreek ze bij de start van het schooljaar wel uitgebreid met de kleuters. Durf gerust ook hulp te vragen aan een leerling: ‘Hoe kan ik je helpen om minder snel boos te worden? Wat kunnen we samen uitproberen?’ En laat een kind mee beslissen en zelf keuzes maken: ‘Wil je naar buiten mét je jas of blijf je binnen?’”

    “Bij ons is het nog te moeilijk om anderstalige ouders te betrekken bij die nieuwe manier van werken, maar ik probeer sommige ouders tips te geven over hoe ik het in de klas aanpak. Als ze bijvoorbeeld thuis ook met een stopstoel aan de slag gaan, zou dat geweldig zijn.”

     

  15. Wees consequent

  16. Hanne Janssens: “Heel de methode lijkt simpel, maar dat is ze niet. De grootste valkuil is consequent zijn. Op maandag lukt dat me goed, maar tegen vrijdag, als ik moe ben of slecht geslapen heb, is dat moeilijker. Soms flap ik er op zo een moment een straf uit die ik niet kan waarmaken. Dreigen dat een kind niet mee naar de zoo mag de dag nadien omdat die niet stopt met babbelen, is niet echt realistisch maar wel menselijk, niet?”

Nog geen abonnement op Klasse Magazine?

  • Krijg 4 dikke magazines voor maar € 10.
  • In december ontdek je hoe je conflicten kan aanpakken binnen je team.
  • Je Lerarenkaart 2019 valt gewoon in je brievenbus.
Ik word nu abonnee

*Betaal vóór 25 oktober.
Rechthebbende abonnees krijgen dan zeker hun Lerarenkaart thuisbezorgd.