Gepubliceerd op
Specialist

Straffen en belonen: 12 tips en inzichten

Alweer boeken vergeten en onbeleefde reacties? Communicatie- en organisatiedeskundige Marit Goossens geeft 12 tips over straffen en belonen om je klas weer meester te worden.

Communicatie- en organisatiedeskundige Marit Goossens over straffen en belonen
  1. Autoritair zijn werkt niet meer

    Marit Goossens: “’Vroeger waren leerlingen vriendelijk en beleefd, tegenwoordig zijn ze mondiger’, hoor ik vaak. Maar onze jongeren zíjn niet veranderd, ze krijgen vandaag gewoon meer ruimte. We hebben ze zelf assertiever en verbaler gemaakt. Autoritair optreden werkt niet meer. Zelfs heel wat goede leraren met veel ervaring merken dat hun strategie van straffen en belonen geen effect meer heeft. Ze sakkeren op de leerlingen en leggen in eerste plaats de schuld bij hén.”

    “Het ligt aan allebei: leerling én leraar. Leraren kruipen te vaak in de macht, ze willen de baas zijn, boven de leerling staan. Natuurlijk moet je begrenzen en mag je straffen. Hóe je dat doet, heeft een groot effect op het gedrag van je leerlingen. Met het vingertje in de lucht zeggen leraren dingen als: ‘Jij moet nu eens eindelijk leren opletten!’, ‘Je moet wel je hand opsteken!’, ‘Zou je niet beter leren luisteren?’. Met zulke uitspraken krijg je een ongezonde wisselwerking. Dan geraak je in een machtsstrijd met je opstandige leerlingen.”
     

  2. Je eigen gedrag beïnvloedt het gedrag van je leerlingen

    Marit Goossens: “Beseffen dat je eigen gedrag dat van je leerlingen beïnvloedt, is een deel van het geheim van een goede klik met je klas. Stel jezelf de vraag: welk effect heb ik op iemands gedrag? Als een leerling agressief is, overschrijdt die een duidelijke grens en kan je een straf overwegen. Maar leraren straffen soms ook voor kleine ergernissen: boeken of taken alwéér vergeten, klikken met de balpen, praten met de buur … Hoe je in zo’n situatie reageert bepaalt mee het gedrag van je leerling.”

    Leraren gedragen zich vaak net hetzelfde als hun leerlingen: onbeleefd, brutaal of onvriendelijk. Ze gebruiken ook ironie en sarcasme. Zinnetjes als: ‘Heb je het nu nog altijd niet begrepen?’, ‘Vind je dat nu zelf leuk?’, ‘Als je in een vierde zit moet je dat toch al kunnen?’, ‘Hoe vaak heb ik je al gezegd dat …’, ervaren leerlingen als moralistisch, veralgemenend en zetten hen tegen je op. Wees je ervan bewust dat zulke reacties net uitdagend gedrag uitlokken.”

  3. Blijf altijd rustig maar kordaat

    Marit Goossens: “Je komt krachtig over als je rustig, vriendelijk maar kordaat praat, los van je emoties en ergernissen. Neem niet alles persoonlijk wat leerlingen zeggen of doen. Dan word je emotioneel en verlies je energie. Als je de irritaties laat opstapelen, barst je ineens uit en straf je vanuit die emotie. Rustig en kordaat je irritatie benoemen als je ze voelt opkomen is veel krachtiger.”

    “Geef heel duidelijke, concrete ik-boodschappen. Vermijd omfloerste boodschappen als: ‘Allez, is het nu gedaan, stop daarmee!’ Benadruk ook wat het ongewenste gedrag met jou doet. Ga ook niet in discussie met je leerlingen. Stel geen vragen als: ‘Is het duidelijk, heb je het nu eindelijk begrepen?’ Je geeft je boodschap 1 of 2 keer en je gaat verder met je les. Maak of breek ook bewust oogcontact. Tempo houden is noodzakelijk. Zo krijgen ze geen ruimte om een spel met je te spelen.”

  4. Geef nooit straf tijdens de les

    Marit Goossens: “Geef nooit een straf tijdens de les, maar bekijk na de les welke straf je wil geven. Je zegt op het moment zelf dat er een straf hoort bij het ongewenst gedrag, en je bepaalt achteraf pas de concrete straf die in verhouding is met het ongewenste gedrag. Bij de ene leerling is dat een stevig gesprek, bij de andere een reflectieve schrijfstraf.”

    Zo blijf je ook consequent en geef je zelden emotionele straffen. Na enkele duidelijke interventies kan je zeggen: ‘Als jij ervoor kiest om te blijven praten met je buur, kies jij voor een sanctie’. Zo geef je ze meer verantwoordelijkheid, behandel je hen als gelijkwaardige partners, zonder je gezag als leraar af te geven.


    Door leerlingen te betrekken bij de afspraken verhoog je hun engagement en verantwoordelijkheid

    Marit Goossens - Organisatiedeskundige
  5. Maak bij de start een lijstje verwachtingen

    Marit Goossens: “Stel bij het begin van het schooljaar een lijstje op van je verwachtingen – maximaal 5 à 7. Bijvoorbeeld: ‘Ik wil dat je elke les je boek en een schrift met lijnen in A4-formaat bij hebt’.

    De verwachtingen die jij hebt mag je niet evident vinden. Jij mag absoluut verwachten dat leerlingen beleefd en in orde zijn, actief meewerken, zich rustig houden, daarom kúnnen ze dat niet allemaal al. Leerlingen zitten in een leerproces. Het is jouw taak om ze daarin mee te pakken. Ze hebben jouw ondersteuning nodig.”

  6. Maak samen met je leerlingen afspraken

    Marit Goossens: “Je kan samen met je leerlingen afspraken maken over hoe zij willen dat de les verloopt: hand opsteken bij een vraag, stil zijn terwijl je oefeningen maakt, de ander laten uitspreken … Na elke les kan je kort evalueren wat vlot of moeilijker liep. De volgende les geef je daar dan extra aandacht aan. Door leerlingen te betrekken bij de afspraken verhoog je hun engagement en verantwoordelijkheid.”

    “Hang die afspraken op in de klas, neem desnoods naar elke klas in het secundair je flap mee. In plaats van een regel tot treurens toe te herhalen, kan je gewoon wijzen naar de afspraak op de muur. Maak het ook visueel, dat onthouden onze hersenen veel beter. En fris ze af en toe kort op.”

  7. Start strenger en vier daarna de teugels

    Marit Goossens: “Bij de start van het schooljaar maak je je verwachtingen expliciet, maak je concrete afspraken. Zodra je leerlingen goed weten wat de grenzen zijn, kan je wat losser zijn zonder inconsequent te worden. Je kan daar geen vast aantal weken op kleven. Dat hangt af van je klas, je persoonlijkheid en de schoolcultuur. Besteed voldoende aandacht aan kennismaking. Dat is cruciaal om connectie met je leerlingen te maken.”

  8. Wees zuinig met klassikaal straffen

    Marit Goossens: “Gebruik een klassikale straf enkel als allerlaatste redmiddel. Want voor de leerlingen die niets verkeerd hebben gedaan, is dat onrechtvaardig. Er zijn andere manieren om de groep verantwoordelijkheid te maken. Er begint bijvoorbeeld iemand te fluiten telkens als je je rug draait. In plaats van iedereen te straffen, ga je vijf minuten naar buiten en geeft ze zo de tijd om als groep te kiezen: óf ze stoppen met het ongewenste gedrag, óf ze kiezen voor een klassikale straf.”


    Je kan niet te veel belonen, wel te veel beloningssystemen maken

    Marit Goossens - Organisatiedeskundige
  9. Kies een nuttige straf

    Marit Goossens: “Als je straft, laat het dan een waardevolle straf zijn. In plaats van iets 50 keer klakkeloos over te schrijven, kies je beter voor een reflectieve schrijfopdracht. Want een straf heeft pas waarde als ze gepaard gaat met reflectie en begeleiding. Een constructief individueel (herstel)gesprek met een leerling kan wonderen doen. Een film of tekst over het ongewenste gedrag is een meerwaarde. Als je op de juiste manier straft of beloont, krijg je langdurige gedragsverandering.”

  10. Benadruk het positieve

    Marit Goossens: “Straffen en belonen gaan hand in hand. Maar haal toch eerst die groene en dan pas die rode pen boven. Zo zijn leerlingen gemotiveerder om het gewenste gedrag te vertonen. Benadruk het positieve meer dan het negatieve, maar verstop het negatieve ook niet. Een negatieve boodschap moet je heus niet sandwichen tussen 2 positieve.”

  11. Kies 1 beloningssysteem

    Marit Goossens: Je kan niet te veel belonen, wel te veel beloningssystemen maken waardoor je een overaanbod creëert. Kies uit alle methodieken eentje die het beste bij jou past. Of vertrouw op je buikgevoel en gezond verstand. Stickers of complimenten als beloning zijn ook maar een middel om je effect te bereiken.”

    Een beloning moet ook authentiek en oprecht zijn. Bij sommige leerlingen zien leraren het potentieel niet meer om te belonen. Een leerling heeft soms te veel labels gekregen. Die ìs lui, die ìs een babbelkous. Als leerlingen jaren die uitspraken horen, gaan ze zich daar ook naar gedragen.”

  12. Investeer in een sanctiebeleid

    Marit Goossens: “Een school heeft een duidelijk en concreet beleid nodig met basisafspraken die alle personeelsleden moeten volgen. Als team teken je het best ook samen een trapsgewijs sanctiebeleid uit op basis van gradaties van ongewenst gedrag. Dat geeft duidelijkheid, draagvlak en beperkt de weerstand. Binnen zo’n beleid kan een leraar wel zijn eigen stijl hebben. Maar leraren, leerlingen en ouders moeten weten: als dit gebeurt, volgt er een sanctie.”
     

  13. Facebook live
    Online debat
    Tijdens een live debat beantwoordde Marit vragen van leraren die worstelen met klasmanagement, straffen en belonen. Herbekijk hieronder of lees de commentaren op de
    Facebookpagina van Klasse.

    Wie is Marit Goossens?

    • coacht als communicatie- en organisatiedeskundige al 25 jaar scholen, leerlingen en ouders bij studie- en gedragsproblemen
    • geeft trainingen over straffen en belonen, groepsdynamische processen, klassenraden, communicatie op het rapport, moeilijke gesprekken met ouders, crisiscommunicatie …

    Lees meer
    Een uitgebreid interview kan je lezen in Klasse Magazine van september 2018. Dat kan in de lerarenkamer of neem een abonnement

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 51.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...