Gepubliceerd op
Duiding

Zwiert PISA-topper Singapore de boeken aan de kant?

In Singapore, de stadstaat met 8 inwoners per m2, reiken niet alleen de flats tot aan de wolken. De onderwijsambities zijn er minstens even hoog. Maar behoudt het land zijn toppositie in de rankings als ook 21ste-eeuwse vaardigheden meetellen? Klasse-redacteur Kyra en fotograaf Katoo zoeken het uit.

“Het Westen heeft het niet door, maar in Singapore voltrekt zich een stille onderwijsrevolutie“, zegt OESO-topman Andreas Schleicher in 2018 in The Economist. Dat de Aziatische stadstaat al jaren alle internationale onderwijsrankings (PISA, TIMSS, PIRLS) aanvoert, is geen geheim. In het Westen leeft het beeld dat Singapore die toppositie dankt aan prestatiedruk, buitenschoolse bijles en kennis drillen. Maar klopt dat wel?
 

PISA als spiegel

Die ‘stille revolutie’, loopt opvallend parallel met de ontwikkelingen binnen de OESO. Die meet vanaf nu niet alleen hoe 15-jarigen wereldwijd scoren op taal, wiskunde en wetenschappen, maar ook op andere vaardigheden.

Zo bevat de meest recente PISA-test, waarvan de resultaten 3 december 2019 worden bekendgemaakt, een onderdeel financiële geletterdheid en global competence. En in 2021 is het de beurt aan creativiteit. Deze onderdelen zijn optioneel. Lang niet alle onderwijssystemen nemen ze op in hun PISA-test. Vlaanderen nam bijvoorbeeld enkel financiële geletterdheid op, wegens fundamentele bedenkingen bij de methodologie van het onderdeel global competence.

Singapore liet zijn leerlingen wél testen op beide onderdelen. Past de stadsstaat zijn onderwijs niet gewoon aan om OESO-koploper te blijven?

Leerlingen werken met tablet - Singapore

“Prestatiedruk en kennis drillen. In hoeverre klopt dat westerse beeld van Singapore?”

“Wij houden PISA inderdaad in de gaten”, zegt Sng Chern Wei, adjunct-directeur Curriculum van het Ministerie van Onderwijs in Singapore, “maar gebruiken de test eerder als spiegel. Uitblinken in internationale rankings is niet het doel, wel: economisch meetellen.”

“Om de 3 jaar brengen we kleine wijzigingen aan in het curriculum. Om de 6 jaar doen we een grotere hervorming. We zetten steeds meer in op 21ste-eeuwse vaardigheden, waarvan financiële geletterdheid en global competence deel uitmaken. Via PISA meten we het effect, en de resultaten veranderen ten goede.”

Klasse bezocht 3 Singaporese scholen met uiteenlopende profielen. Hoe bereiden zij hun leerlingen voor op de toekomst?
 

School 1:

Thuistalen en zelfzeker communiceren

Onze Grab – de Aziatische Uber – is op weg naar basisschool St. Hilda’s in Tampines, Oost-Singapore. Een wijk van eindeloze rijen flats, waar speelpleintjes hekken hebben en parkeerplaatsen slagbomen. Uit de ramen hangt wasgoed op lange stokken.

Mijn eerste indruk als we de schoolparking op rijden, is een niet te missen Bijbelcitaat. The fear of the Lord is the beginning of wisdom (Proverbs 9:10). St. Hilda’s, in 1934 gesticht door een Britse aartsdiaken, stoelt nog altijd op christelijke waarden. En daarin zijn ze niet de enige. Tijdens onze autorit passeren we campussen met sportvelden, zwembaden en namen als ‘St. Andrews’ en ‘St. Stevens’.

“In de koloniale tijd was Singapore onderdeel van Maleisië en een belangrijke handelspost. Iedereen richtte er scholen op, van Britse missionarissen tot Chinese zakenlui. Er waren christelijke, boeddhistische en moslimscholen. Lesgeven gebeurde in tal van talen: Engels, Maleis, Chinese talen, Indiase talen …”, vertelt directeur Daphné Yeoh terwijl ze kopjes Oolong thee inschenkt.

“In 1965 werd Singapore onafhankelijk en Engels de officiële taal. Maar Mandarijn, Maleis en Tamil bleven behouden als schoolvak. Leerlingen kiezen welke van die 3 moedertalen ze volgen, die keuze is meestal gebaseerd op hun eigen afkomst.”

Het ‘Hildan Ambassador Programme’, dat het Ministerie van Onderwijs met dit schoolbezoek graag in de kijker zet, koppelt de lessen moedertaal aan global competence. “Via groepswerk en presentaties nemen onze leerlingen de actualiteit onder de loep. Voor ‘Project Asean’ bezoeken ze ook onze partnerscholen in buurlanden als China, Thailand en Vietnam voor een culturele uitwisseling. Zo leren ze zelfzeker communiceren, een belangrijke 21ste-eeuwse vaardigheid.”

Klinkt veelbelovend. Maar de les Mandarijn die we te zien krijgen, is een klassiek onderwijsleergesprek uit het handboek, gevolgd door een groepswerk. Terwijl in Brussel klimaatspijbelaars door de regen marcheren, buigen 30 Singaporese leerlingen zich onder zoevende ventilatoren over de vraag: “Hoe kunnen we onze ouders aanzetten om minder voedsel te verspillen tijdens Chinees nieuwjaar?”

Het is een sterke les taalvaardigheid en zeker geen woordjes blokken, zoals het cliché voorstelt. Maar als ik het lokaal verlaat, denk ik toch: is dit het nu?
 

School 2:

STEM-project stimuleert ondernemingszin

“In Queenstown dragen de straten namen van Britse prinsen. Maar na de Tweede Wereldoorlog was het leven in deze satellietstad allesbehalve vorstelijk. De bevolking woonde in sloppen, waarvan een brand in de jaren 60 een groot deel wegvaagde.”

Vandaag is de school van Peter Tan omringd door kantoorgebouwen, met op de achtergrond het getril van drilboren en de metro. “Er schiet hier het ene na het andere project uit de grond. En dat zijn al lang geen krotten meer. Vanaf de hoogste flat heb je zicht over het hele eiland. De goedkoopste appartementen kosten er 110.000 Singapore dollar (70.000 euro).”

Peter is directeur van Queensway. Zijn secundaire school zag het licht in de jaren 60, vlak voor de onafhankelijkheid. In de nieuwe natie moest iedereen participeren om de economie te moderniseren. En dus stampte Singapore massaal scholen uit de grond.

Overdag werken en ‘s avonds naar school of omgekeerd, was in die tijd geen uitzondering. Dat legde de basis voor een belangrijk kenmerk van het Singaporese onderwijssysteem: meritocratie. Niet je afkomst, maar je inzet is wat telt.

Queensway draagt ondernemingszin hoog in het vaandel. Dat demonstreren STEM-leraar Jimmy Ong Meng Guan en zijn derdeklassers. Speciaal voor Klasse laten zij op een half uurtje zien wat ze normaal in een half jaar leren: hoe je van PVC-buizen een onderwaterrobot bouwt.

Een andere school, een ander vak en – zo blijkt – een heel andere aanpak. Wanneer de leerlingen hun vaartuigen in een opblaaszwembadje te water laten, tollen ze vooral rondjes om hun eigen as. Terwijl zijn tieners discussiëren over hun aanpak, observeert leraar Jimmy vanaf de zijlijn. “Niet te snel ingrijpen. Zo ontwikkelen leerlingen creativiteit en doorzettingsvermogen.”


Een perfectionist wil altijd 100% scoren. In Singapore krijg je al vanaf 70% een A

Peter Tan - directeur Queensway

Succes door volharding is het motto van Queensway”, vertelt Peter Tan. “We hadden ooit een leerling uit een Indiaas dorp. Hij was nog nooit naar school geweest en sprak Tamil met zo’n sterk accent dat zelfs de leraren Moedertalen hem niet verstonden. Maar hij zette door. Volgde de normale studierichting, ging naar een polytechnisch college en deed zijn legerdienst. Nu studeert hij aan de universiteit.”

Werkt dat streven naar excellentie geen prestatiedruk in de hand? Daar moet Peter smakelijk om lachen. “Hoe kom je daarbij? Excellentie is toch niet hetzelfde als perfectie? Een perfectionist wil altijd 100% scoren. Maar in Singapore krijg je al vanaf 70% een A, het hoogst haalbare cijfer. Wie excelleert, haalt het beste uit zichzelf. En ja, dat vraagt een gezonde dosis stress. Maar wat is het alternatief?”

Ik volg zijn redenering, maar helemaal overtuigd ben ik niet. Tot ik de derde school op ons lijstje binnenstap.
 

School 3:

Holistisch onderwijs

“Toen ik mijn zoon voor de eerste keer naar school bracht, galmde het op de binnenplaats. Echo, echo!” lacht Clement Cheong. Zijn woorden weerkaatsen niet langer. 7 jaar later is de tropische binnentuin van basisschool Palm View tot bloei gekomen.

Zelf ging Clement naar een basisschool met een lange traditie, die hij omschrijft als ‘taai’ en ‘rigide’. “Kinderen van oud-leerlingen kregen er voorrang bij de inschrijvingen. Voor je een voet over de drempel zette, waren er al verwachtingen. Dat wilde ik niet voor mijn kinderen.” En dus koos de jonge vader voor een nagelnieuwe wijkschool.

Een die niet alleen vooruitgangsgezinde ouders, maar ook massa’s leraren aanspreekt. “7 jaar geleden hadden we de kandidaat-leraren voor het uitkiezen,” vertellen directeur Ming Kum en onderdirecteur Saadiyah Wylde als we over de balkons wandelen. “Uit 100 sollicitanten kozen we de 15 beste. Samen met hen, en met ouders en leerlingen, gaven we het pedagogisch project van Palm View vorm.”

Ming Kum leunt tegen de balustrade. “Je wist al dat scholen in Singapore naschoolse recreatieve activiteiten aanbieden? Sport, muziek, scouting … vullen het curriculum aan, zodat leraren het kind in al zijn interesses en talenten evalueren.” Ze wijst op de volleyballers beneden ons. “Wij organiseren die onder schooltijd.”

De zogenaamde co-curricular activities helpen leerlingen 21e-eeuwse vaardigheden ontwikkelen, zoals veerkracht, moed en kunnen samenwerken. Leraren krijgen de tijd en ruimte om deze activiteiten samen uit te denken.

Palm View combineert ook verschillende manieren van leren tijdens de les. Juf Dai Ping laat leerlingen hun taalkennis toepassen via drama. Dat dit meer is dan een toneelstukje opvoeren in het Mandarijn, blijkt als we plaatsnemen op de achterste banken van haar klas.

Op een speelse manier leren de kinderen over mimiek, lichaamstaal en emoties. Ze moeten samenwerken en zichzelf presenteren. En het filmpje dat Dai Ping als instap gebruikt, over een jongen die een extreem plan bedenkt om de aandacht van zijn drukbezette ouders te trekken, stimuleert kritisch denken en klasdiscussies.

Bovendien inspireert Dai Ping zélf. “Ze is een perfect rolmodel voor wie een vreemde taal leert”, stoeft vakgroephoofd Rave Tay, terwijl zijn collega verlegen lacht. “Omdat ze als Chinese expat nog beperkt Engels spreekt, moeten leerlingen echt hun best doen om zich verstaanbaar te maken. Tegelijk toont ze hen dat fouten maken oké is, want zelf is ze ook lerende.”

Palm View krijgt heel wat buitenlandse bezoekers over de vloer. Een signaal dat de Singaporese overheid holistisch onderwijs, vorming van het hele kind, wil promoten? Maar hoe representatief is deze innovatieve aanpak?
 

Uitdagingen voor de toekomst

Het valt me op dat geen enkele Singaporese leraar die ik spreek, het belang van 21ste-eeuwse vaardigheden in vraag stelt. Heeft het Ministerie van Onderwijs, dat ons bezoek tot in de puntjes voorbereidde en ons vergezelde bij elk schoolbezoek, ze daarop geselecteerd?

Toegegeven, het ministerie was een dankbare informatiebron bij het totstandkomen van deze reportage. Maar tijdens onze scholentour dacht ik ook regelmatig: waar eindigt behulpzaamheid en waar begint controle? In hoeverre moet je rekenen op sociaal-wenselijke antwoorden met een PR-girl op je hielen?

Hoewel Singapore op papier een democratie is, is de People’s Action Party in de praktijk groot genoeg om elke legislatuur te regeren zonder coalitie. Adjunct-directeur Sng Chern Wei geeft toe dat dit langetermijnhervormingen vergemakkelijkt.

Maar hij wijst ook op de grootte van het landje (721 km2). “De lijnen tussen beleid en praktijk zijn hier kort: om de 3 maanden overleg ik met álle directeurs. Bovendien is bijna iedereen op het ministerie, inclusief ikzelf, begonnen voor de klas.”

Geen leraar of directeur die het beleid openlijk in twijfel trekt, wijzen ze wel op een pijnpunt bij de hervormingen. Als we vragen naar de grootste uitdaging bij het focussen op 21ste-eeuwse vaardigheden, krijgen we overal hetzelfde antwoord. “Ouders.”

Om hun kind voor te bereiden op het Primary School Leaving Exam dat het verdere onderwijspad bepaalt, zetten ouders alles op alles. Sommigen doen een jaar vrijwilligerswerk op de school van hun keuze, zodat hun kind voorrang krijgt bij de inschrijvingen. Anderen tasten diep in de buidel voor een plekje op een dure privéschool. En veel ouders sturen hun kind naar buitenschoolse bijles, soms nog voor het leerplichtig is.

Mama Christine Lee

mama Denise: “Ouders in Singapore zijn heel betrokken. Als hun puber naar vrienden trekt, vallen ze in een zwart gat.”

Clement Cheong, de papa die we spraken op Palm View, gaf al aan dat zijn holistische kijk op opvoeding eerder uitzonderlijk is. Christine Lee, die in de ouderraad van Queensway zit en naar eigen zeggen “geen tijgermoeder” is, vertelt hetzelfde.

“Veel ouders in Singapore hebben maar 1 kind. Ze zijn heel betrokken bij onderwijs: moeders nemen examenverlof of stoppen zelfs helemaal met werken. Als hun puber in het secundair meer naar vrienden trekt, vallen ze in een zwart gat. Met de ouderraad sleuren we hen erdoor met activiteiten, samen koken bijvoorbeeld.”

Het Ministerie van Onderwijs wil af van die focus op examens. Bij de toelating tot de universiteit tellen inmiddels ook motivatie, praktische proeven en co-curricular activities mee.

Maar waarom hameren dan nog zoveel ouders op hoge cijfers? Waarom zijn leraren dan niet kritischer? Met die vragen gaan we te rade bij Charlene Tan, professor Bestuurskunde aan het National Institute of Education.
 

Vult Singapore 21st century skills anders in?

Het onderzoek van Charlene Tan richt zich onder meer op de Chinese wijsgeer Confucius, een tijdgenoot van Socrates en een van de belangrijkste Oosterse filosofen. “Confucius was de eerste in China die onderwijs voor de massa promootte, want: ‘Geen enkel gebrek is erger dan een gebrek aan onderwijs’. Dat zien we nog altijd terug in de bezorgdheid van Oost-Aziatische ouders.”

Professor Charlene Tan

professor Charlene Tan: “Als het aankomt op creativiteit, zijn onze leerlingen eerder evolutionair”

“Al zie ik ook een tegenbeweging, zeker bij de middenklasse. Technische hogescholen winnen aan populariteit, en bemiddelde ouders zijn relaxter: raak je niet binnen op een universiteit in Singapore, dan ga je toch gewoon naar het buitenland?”

Professor Tan kan ook de, in onze westerse ogen, volgzame houding van de leraren verklaren: “Het Oosten kende geen Verlichting die het liberaal humanisme centraal zette. In Azië staat het individu niet los van de groep. Je streeft niet alleen je eigen belang na, maar ook het collectief belang.”

Aha, knikken fotograaf Katoo en ik naar elkaar, daarom hebben leraren in Singapore zo weinig disciplineproblemen. “Meer harmonie en respect”, knikt professor Tan. “Maar als het aankomt op creativiteit en kritisch denken, zijn onze leerlingen eerder evolutionair dan revolutionair. Oost bouwt voort op wat er is, terwijl West de status quo uitdaagt.”

“Ik praat natuurlijk over systemen, niet over individuen. En het een is niet beter dan het ander. Het gaat er niet om wie de beste is, maar wat we kunnen leren van elkaar.”
 

Nieuwe vragen

Terwijl ons vliegtuig opstijgt en de schepen in de haven van de miljoenenstad speelgoedbootjes worden, laat ik de uitleg van Charlene Tan bezinken. Ik keer terug naar België met antwoorden, maar ook met nieuwe vragen.

Misschien moet PISA niet alleen een spiegel maar ook een venster zijn? Maar hoe meet je 21ste-eeuwse vaardigheden in een internationaal vergelijkend onderzoek, als Oost en West ze verschillend invullen?

Aan de andere kant: is dat een reden om dan helemaal niet te vergelijken, en dus ook niets te leren van elkaar? Zegt PISA eigenlijk iets over de kwaliteit van een onderwijssysteem in zijn geheel? En zal Singapore de lijst blijven aanvoeren?

Op 3 december 2019 weten we het.

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 56.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...