Vlaanderen
Klasse.be

Actueel

Verkiezingen 2024: wat willen Vlaamse partijen met onderwijs?

  • 3 mei 2024
  • 17 minuten lezen

Op 9 juni 2024 stemmen we voor het Vlaams Parlement. Wat zijn de onderwijsplannen waarmee de Vlaamse politieke partijen naar de verkiezingen trekken? Klik en lees de antwoorden op 5 vragen die Klasse hun stelde.


Hoe wil je partij de kwaliteit van het onderwijs in Vlaanderen verbeteren?

De PISA-resultaten geven aan dat de onderwijskwaliteit op het vlak van kennis van het Nederlands en wiskunde al jaren in dalende lijn is. We moeten de ambitie hebben om dit te keren en ons onderwijs opnieuw te laten aansluiten tot de internationale top 3.

  • Verlaging van de leerplicht naar 3 jaar. Vandaag gaan 8000 leerlingen niet of onvoldoende naar school.
  • In de nieuwe eindtermen basisonderwijs moet de klemtoon op kennis van het Nederlands en wiskunde liggen omdat daar de fundamenten worden gelegd voor de latere schoolloopbaan.
  • Investeren in hoger onderwijs. De komende jaren zal het aantal studenten toenemen door de demografische evolutie.

We stoppen de vermaatschappelijking van het onderwijs. Om ons onderwijs opnieuw kwaliteitsvol te maken moet het weer naar de kern: overdracht van kennis en daarop gestoelde vaardigheden. Iedere leerling een sterke basis, met focus op Nederlands en wiskunde. Na het basisonderwijs willen we leerlingen snel en efficiënt toeleiden naar een richting die past bij hun capaciteiten en interesses.

  • In het curriculum van het basisonderwijs de focus op Nederlands, wiskunde en wetenschappelijke geletterdheid; de kar niet overladen met minder schoolse onderwerpen. Eindtermen moeten kwantitatief sober, maar kwalitatief ambitieus, toetsbaar en evalueerbaar zijn.
  • Meer en betere professionalisering van leraren: zorgen voor meer kwaliteitsvolle aanvangsbegeleiding van beginners en meer mogelijkheden voor verdere professionalisering van meer ervaren leraren.
  • Zorgen voor een herwaardering van het vaktechnisch onderwijs in tso en bso door de eigenheid en eigenwaarde ervan duidelijker te maken in curriculum en onderwijspraktijk.

Voor de N-VA ligt de focus op de essentie en excellentie in het onderwijs.  Dankzij de Vlaamse toetsen is er een instrument om sneller en gerichter in te grijpen waar het misloopt. Die willen we uitbreiden opdat echte outputcontrole mogelijk wordt. Wie goed presteert krijgt meer vrijheid in de aanwending van middelen. Scholen die slecht presteren, krijgen ondersteuning.

  • We ontwikkelen minimumdoelen voor de lerarenopleidingen, zodat het duidelijk is wat van een afgestudeerde leerkracht kan worden verwacht.  
  • We passen artikel 24 van de Grondwet aan zodat de vrijheid van onderwijs niet langer een argument is wanneer objectief blijkt dat de kwaliteit onder druk staat. De vrijheid behoort toe aan scholen en leerkrachten.
  • We moedigen scholen aan om verder te gaan dan de minimumdoelen. Doorstroom naar en in het hoger onderwijs en kansen op de arbeidsmarkt moeten ook informatie geven over de output van een school.

De kwaliteit van het onderwijs staat of valt met sterke leerkrachten. We maken het beroep aantrekkelijker en herwaarderen leerkrachten in hun rol met minder regels en meer autonomie. Kennisoverdracht moet weer een prominentere plaats krijgen. Scholen weten zelf hoe ze zich moeten organiseren en de hoogste leerkwaliteit kunnen bieden. Daarom is de vrijheid van onderwijs zo belangrijk.

  • Minimale eindtermen met focus op kennisoverdracht. We bestrijden de planlast en keuren enkel leerplannen goed met meer ambitieuze doelen.
  • We maken een volwaardig lerarenloopbaanpact waarbij leerkrachten ondersteund worden op de werkvloer (met onder meer onderwijsassistenten, leerondersteuners).
  • We zorgen voor voldoende werkingsmiddelen, maar minder gekleurde middelen. Schoolbesturen moeten meer zelf kunnen bepalen hoe ze de middelen het best inzetten.

Kwaliteit staat centraal in ons onderwijsprogramma. Elk kind heeft het in zich om te schitteren. Onze scholen kreunen, na meerdere jaren (centrum-) rechts beleid, onder verschillende crises: lerarentekort, financiële problemen, prestatiedruk en dalende scores. PVDA keert dat om met investeringen, meer handen voor de klas, hervormingen en progressief beleid.

  • We tekenen een pad uit voor klassen van maximaal 15 leerlingen tot het tweede leerjaar en 20 daarna. Te grote klassen creëren extra druk op leerkrachten en leerlingen.
  • We maken werk van renovatie en nieuwbouw. Daarbij verkiezen we samenwerking met lokale besturen boven de dure samenwerking met de private sector.
  • We gaan de strijd aan met de sociale kloof, met een brede basisvorming tot 16 jaar en een centraal aanmeldingsregister dat elk kind een plek in de buurt garandeert.

Groen staat voor kwaliteitsvol onderwijs dat iedereen meeneemt, van de kleuterklas tot het volwassenenonderwijs. We willen dat elke leerling de school verlaat met voldoende kennis en vaardigheden. Dat vraagt genoeg sterke leerkrachten die zich blijven ontwikkelen, met hoge verwachtingen voor elk kind en extra aandacht voor wie dat nodig heeft.

  • Investeren in professionalisering van leerkrachten doorheen de volledige loopbaan. We geven hun genoeg tijd en budget voor opleiding en intervisie.
  • Een sterk, rijk curriculum, met veel aandacht voor taal, rekenen en wetenschap, én kennis over burgerschap, relationele en seksuele vorming en cultuur.
  • Ondersteuning voor scholen om kwaliteit waar te maken voor elke leerling, bijvoorbeeld met meer zorguren en ruimte voor differentiatie in de klas.

Hoogstaand onderwijs is de sterkste motor voor gelijke kansen. En de eerste 6 levensjaren van een kind zijn cruciaal. Ons voorstel: al vanaf het eerste levensjaar een sterke focus op de kennis van het Nederlands. En één bevoegde minister: de Minister van het Kind.

  • We focussen sterk op het niveau van het Nederlands en zorgen dat elk kind een stevige basis krijgt, door te investeren in het basisonderwijs.
  • We hervormen de zomervakantie: door 2 weken van de zomervakantie te verschuiven naar de krokus- en de herfstvakantie verbeteren we de leerprestaties.
  • We versterken de leermiddelen waarmee leerkrachten aan de slag kunnen door hiervoor een écht kwaliteitskader op te stellen.

Hoe wil jouw partij de job voor leraren haalbaar houden en het beroep aantrekkelijker
maken?

Leerkracht zijn is vandaag een uitdagende job met heel wat taken en verantwoordelijkheden waar veel leerkrachten het moeilijk mee hebben. Maar liefst 3 op de 10 startende leerkrachten stappen binnen de 5 jaar uit het beroep. We moeten niet alleen meer mensen warm maken voor het onderwijs. We moeten hen vooral warm houden door betere ondersteuning

  • Het laatste jaar van de lerarenopleiding moet volledig toegespitst worden op het vergaren van praktijkervaring om de praktijkschok te vermijden.
  • Minder planlast: 8 op de 10 leerkrachten ervaren vandaag planlast. Laat leerkrachten terug lesgeven. Minder regels en inzet van technologie moeten de planlast met 30% verminderen.
  • Loopbaanpact: de loopbaan van een leerkracht is zo vlak als een biljartlaken. Met een lerarenloopbaanpact willen we daar meer reliëf in aanbrengen.

Leraren moeten weer meester worden over hun klas en, met de eindtermen als houvast, de touwtjes in handen nemen van het vak dat zij ten volle (moeten) bemeesteren. Ze krijgen daarom voldoende autonomie, met daartegenover professionaliteit als fundament. De overheid moet werk maken van betere arbeidsomstandigheden en een moderner statuut dat meer flexibiliteit toelaat.

  • Betere arbeidsomstandigheden: inzetten op planlastreductie en scholen meer knowhow en tools geven inzake klasmanagement en ordehandhaving.
  • Evolueren van een lesopdracht naar een schooljaaropdracht om ook de prestaties buiten de pure lesuren te valideren en om meer flexibiliteit te kunnen creëren in de opdracht en de lerarenloopbaan.
  • Een hervorming van het huidige te rigide benoemingsstelsel richting een meer eigentijds en flexibeler model dat jonge leraren doorgroeikansen alsook directies meer ruimte geeft.

Voor de N-VA moeten leerkrachten zich kunnen focussen op hun kerntaak: lesgeven. We willen de maatschappelijke status van het beroep verder opwaarderen met een toelatingsexamen voor alle lerarenopleidingen, behalve voor wie al een diploma hoger onderwijs op zak heeft. Een beginnende leerkracht bouwt dienstanciënniteit op in elke school waar die werkt.

  • Ons motto is: laat de leerkracht lesgeven. De N-VA wil een dam opwerpen tegen het afwentelen van steeds nieuwe, maatschappelijke opdrachten op de scholen.
  • Er komt een nultolerantie tegen geweld en bedreigingen aan onderwijspersoneel.
  • Om de planlast verder terug te dringen, krijgen leerkrachten de autonomie om papieren/documenten die geen meerwaarde hebben voor de onderwijskwaliteit en hun functioneren, te negeren.

We ontwikkelen samen met vakbonden en schoolbesturen een new deal (lerarenloopbaanpact) voor de leraar. Ze verdienen een modern hr-beleid en meer respect. Dat betekent voor cd&v dat we sterke profielen aantrekken, ze tot volle ontplooiing laten komen en ze voldoende perspectief bieden om er een lange loopbaan te ontwikkelen.

  • Startende leerkrachten moeten de garantie krijgen op een voltijdse tewerkstelling. Ervaren leerkrachten krijgen een bijblijf-bonus om hun expertise verder te ontwikkelen.
  • We valoriseren kandidaat-zij-instromers beter door hen meer anciënniteit te laten meenemen, een meeloopstage aan te bieden en in te zetten op mentorship.
  • Met een planlastencalculator maken we schrapsessies mogelijk om  leerkrachten te ontlasten van onnodige administratie die ontstaat.

Minder werkdruk is cruciaal. Een derde van de startende leerkrachten stopt binnen de 5 jaar. Meer dan 7 op de 10 leerkrachten zijn ontevreden over de werkdruk, en een derde riskeert een burn-out. Dat zijn zorgwekkende cijfers die alleen zullen verslechteren met het toenemende lerarentekort. Daar willen we iets aan doen met onze ‘drietrapsraket’.

  • We geven startende leerkrachten een inwerkjaar waarin ze extra begeleiding krijgen met meer tijd om voor te bereiden, aan hetzelfde loon als gewone leerkrachten.
  • We verhogen de anciënniteit voor zij-instromers en de lonen van bachelors. We verlagen de planlast voor leerkrachten, zodat ze meer tijd hebben voor lesgeven.
  • We bieden oudere leerkrachten loopbaanperspectieven met pensioen op 65, landingsbanen en mentorrollen waarbij ze starters begeleiden.

Het lerarentekort legt grote druk op scholen. Jonge leerkrachten en zij-instromers stromen snel uit. De komende jaren willen we werk maken van een herwaardering van het lerarenberoep, met maatregelen om de hele loopbaan aantrekkelijk te maken. We hebben extra aandacht voor de begeleiding van starters en noden op het einde van de loopbaan.

  • Een aangepast statuut voor starters: zowel jonge starters als zij-instromers krijgen werkzekerheid, minder uren voor de klas en meer begeleiding.
  • Meer kansen voor samenwerking, bv. via co-teaching. Zo kunnen leerkrachten taken verdelen in de klas en expertises delen.
  • Een volwaardige opleiding voor directeurs en meer beleids- en administratieve ondersteuning, vooral in het basisonderwijs.

Goed onderwijs begint bij een sterke leerkracht voor elke klas. Vandaag staan er te weinig leerkrachten voor de klas, waardoor kinderen uren in de studie zitten. Voor Vooruit is het lerarenberoep aantrekkelijker maken een absolute prioriteit. We herzien het statuut van leerkracht en zorgen voor een modern hr-beleid:

  • We verminderen de planlast door onnodig papierwerk terug te dringen: zo kunnen leerkrachten zich focussen op hun leerlingen en het leerproces.
  • We vervangen de lesopdracht door een ‘schoolopdracht’: zo tellen we alle taken, naast het lesgeven, mee en kan je tussen takenpakketten differentiëren.
  • We versterken de lerarenopleiding, begeleiden starters beter en zorgen voor aangepaste opleidingen voor zij-instromers.

Hoe wil je partij het onderwijs futureproof maken?

We moeten technologie gebruiken en omarmen, zonder er helemaal afhankelijk van te worden. Technologie moet vooral dingen vergemakkelijken en administratieve lasten doen dalen. Daarnaast kan het ook leerlingen helpen en zo bijdragen tot gelijke kansen. Onze leerlingen moeten wel zelf ook nog dingen kunnen en kennen zonder toestel.

  • AI-beleid als hulpmiddel voor beter onderwijs: lesvoorbereidingen, onderwijs op maat van de individuele leerling, planlast verminderen
  • Lerarenopleidingen: digitale geletterdheid moet deel uitmaken van de lerarenopleiding. Als de leerkracht niet over de competenties en kennis van nieuwe technologie beschikt wordt het moeilijker om die kennis over te dragen.
  • Ecosysteem Edtech en onderwijs: door de snelle evolutie op vlak van Edtech, moeten de industrie en onderwijs nauw samenwerken om kwalitatieve standaarden te zetten.

Hoewel maatschappij en technologie evolueren, blijft de basis hetzelfde. ‘21ste-eeuwse’ competenties als computationeel denken en mediawijsheid zijn niet nieuw. Wel zijn er door digitalisering en AI meer mogelijkheden. Die moeten dus vooral meer doordacht kwaliteitsvol geïntegreerd worden. Naargelang de doelgroep en de richting eerder als middel dan wel als expliciet doel.

  • Integratie van AI als doel in STEM-richtingen en als middel bij instructie in niet-STEM-richtingen, op maat van andere doelen en het leerlingenpubliek.
  • ICT-teams op school versterken door implementatie van het nieuw model van teamgerichte ICT-coördinatie, met onderscheid tussen technisch ICT-coördinatoren en pedagogisch ICT-coördinatoren.
  • Sterkere bruggen bouwen tussen bedrijven en scholen, o.a. bij delen van technologische expertise en infrastructuur.

Met Digisprong hebben we een grote stap voorwaarts gezet in de noodzakelijke digitalisering van ons onderwijs gezet. Dat moeten we blijven doen, maar we trappen niet in de val dat alles digitaal moet. Hoe complexer de wereld wordt, hoe belangrijker de basiscompetenties. Blijven inzetten op kennis en vaardigheden is uiterst belangrijk om kritisch en mediawijs om te gaan met digitale hulpmiddelen.

  • Technologische innovatie moeten we omarmen, maar de regie blijft uiteraard bij de leerkrachten. Technologische innovatie moet in functie van het leerproces staan, niet omgekeerd.
  • Door innovatie op een onderbouwde manier te implementeren in ons onderwijs moet de kwaliteit van ons onderwijs verder toenemen.
  • Alle leerkrachten moeten vlot toegang blijven hebben tot bruikbare informatie zoals de recente visietekst over AI en permanente bijscholing zoals de bootcamps 2.0.

Leerkrachten moeten ten volle aanvullend gebruik kunnen maken van digitale leermiddelen, maar moeten vooral zelf kunnen beslissen of dat een meerwaarde is voor hun lesmethodiek en voor de kennisoverdracht. Scholen moeten zelf een actief beleid kunnen voeren over de grenzen van digitale middelen op school (bv. gebruik smartphones).

  • We verkennen en ondersteunen de mogelijkheden van VR(Virtual Reality/Augmented Reality), simulatie en AI in onderwijs.
  • We waken erover dat leermiddelen zoals invulboeken of EdTech ruimte laten voor de creativiteit van leraar en leerling, en niet de (commerciële) druk op leraren doet toenemen.
  • We investeren meer in de lerarenopleiding omdat deze de basis is voor de kwaliteit van ons onderwijs op lange termijn.

Om scholen futureproof te maken, moeten we digitale hulpmiddelen betaalbaar maken voor iedereen. Heel wat gezinnen vinden het moeilijk om naast dure schoolboeken ook nog laptops of tablets te betalen. Ook moeten we leerkrachten en schoolbesturen beter ondersteunen. Dat vraagt om meer begeleiding en bijscholing voor leerkrachten.

  • We maken digitalisering in de klas betaalbaar. Hoge kosten voor laptops voor leerlingen en scholen verminderen we door permanent meer middelen vrij te maken.
  • Digitalisering integreren we in lerarenopleiding en bijscholingen, met meer nadruk op ontwikkeling van digitale vaardigheden van leraren in de klas.
  • We bieden extra ondersteuning aan scholen voor het opstellen van een ICT-beleid en het verbeteren van de infrastructuur.

Goed onderwijs bereidt voor op de toekomst en gaat mee met de tijd. Internet, computers, AI of virtual reality: digitale technologie kan een meerwaarde hebben in het onderwijs. Het is vooral belangrijk dat leerkrachten en leerlingen leren hoe ze die kunnen inzetten. We maken onderwijs ook futureproof door te bouwen aan duurzame infrastructuur.

  • Digitale technologie, zoals artificiële intelligentie, en mediawijsheid opnemen in het curriculum én in professionalisering van leerkrachten.
  • Een helder smartphonebeleid op school: geen algemeen verbod, maar wel goede afspraken die tot stand komen in dialoog met leerlingen.
  • Voldoende middelen voor scholen om digitale middelen aan te kopen en te onderhouden, en om schoolgebouwen klimaatneutraal te maken.

Technologie en AI zijn niet meer uit onze samenleving weg te denken. Dat heeft op verschillende sectoren een impact. Vooruit wil daarom werken aan een strengere regulering van AI op Europees niveau. En een onafhankelijk raadgevend comité voor data-ethiek in België. Daarnaast nemen we ook maatregelen ter ondersteuning van het onderwijs:

  • We ondersteunen scholen in de omgang met nieuwe technologieën zoals artificiële intelligentie en zetten ze in ter ondersteuning van leerkrachten.
  • We ondersteunen leerkrachten door ze te professionaliseren op vlak van effectieve digitale didactiek.
  • We steunen scholen bij het opstellen van een beleid rond digitalisering in hun school.

Welk antwoord kan onderwijs volgens jouw partij bieden op maatschappelijke
uitdagingen?

De wereld verandert. Veranderingen brengen uitdagingen met zich mee. We moeten mensen daar niet proberen van af te schermen. Integendeel. Onderwijs moet hen erop voorbereiden. Daarom moeten we onderwijs versterken, omdat onderwijs mensen sterker maakt. We moeten van uitdagingen, zoals superdiversiteit en klimaat, opportuniteiten maken.

  • Samenleven is een werkwoord. Samenleven lukt wanneer we elkaar begrijpen en respecteren. Dat betekent normen en waarden uitleggen. Tegelijk voeren we een zero-tolerancebeleid tegen racisme.
  • Raising the bar, closing the gap. Sociaal zwakkeren kunnen mee met sterke leerlingen dankzij bijspijkerklassen, met maaltijden en andere steun.
  • Leerkrachten en leerlingen moeten weten hoe mentale problemen te herkennen en ermee om te gaan. We professionaliseren die aanpak.

Om het steeds diversere leerlingenpubliek te integreren moet ons onderwijs een sterke leidcultuur uitstralen en voor anderstaligen intensiever inzetten op het Nederlands. Onderwijs kan niet volledig compenseren voor nadelige thuissituaties, maar door een kostenbewust beleid houden we de schoolfactuur voldoende laag. Mentaal welbevinden pakken we preventief beter aan door leerlingen weerbaarder te maken.

  • Echt bindende taaltesten invoeren op het einde van de derde kleuterklas en aparte intensieve taalbadklassen in het lager onderwijs.
  • Een naar studierichting gedifferentieerde maximumfactuur instellen in het secundair onderwijs.
  • Multimodaal gebruik van de schoolinfrastructuur beter faciliteren: vrijetijdsactiviteiten (sportclub, kunstacademie, jeugdbeweging,…) meer integreren op de schoolcampus.

Ons onderwijs moet elke jongere de kans geven om talenten te ontwikkelen. Het is de springplank voor een sterkere positie in de samenleving. Maar leerkrachten zijn niet verantwoordelijk voor alle maatschappelijke uitdagingen. Het is niet omdat scholen de plek zijn waar jongeren samenkomen, dat ze alles moeten oplossen. De NV-A wil meer nadruk leggen op ouderlijke verantwoordelijkheid.

  • Wanneer scholen vaststellen dat kinderen geen gelijke onderwijskansen krijgen omdat hun ouders niet aan hun verantwoordelijkheid kunnen of willen beantwoorden, dan kunnen zij dat discreet melden aan lokaal sociaal beleid.
  • In situaties waarbij men bijvoorbeeld geen facturen kan betalen of niet in staat is in het Nederlands te communiceren met de school, kan het lokaal sociaal beleid ondersteuning bieden, maar evengoed financieel optreden.
  • Indien nodig, laten we sociale voordelen rechtstreeks toekomen bij de school.

Kwaliteitsvol onderwijs creëert inclusie, sociale mobiliteit, welvaart en veerkracht. Die maatschappelijke rol is essentieel, en leerkrachten zijn niet blind voor de sociale problematiek in de klas, maar ze zijn geen maatschappelijk assistent. We moeten ook tendensen als schaduwonderwijs (bv. dure bijlessen) tegengaan door te zorgen dat de kwaliteit van het onderwijs hoog genoeg is.

  • Leerlingen en leerkrachten moeten een recht op deconnectie hebben buiten de schooluren (bv. Smartschool).
  • Belang van Nederlands: samenwerking met volwassenenonderwijs zodat taalintegratietrajecten voor leerlingen en ouders beter op elkaar zijn afgestemd.
  • Uitrollen van het concept Brede School  in heel Vlaanderen.  Brugfiguren nemen daarbij een cruciale rol in, als verbinding tussen school en gezinnen.

Kwalitatief en kansrijk onderwijs pakt sociale uitdagingen aan, bevordert gelijkheid en weerspiegelt diversiteit. Ons onderwijs moet alle leerlingen de kans geven om hun potentieel volledig te ontwikkelen. Om dat te bereiken breiden we de lerarenopleiding verder uit, bieden we meer psychologische hulp op school aan, en werken we aan betaalbaarheid.

  • We versterken de lerarenopleiding met focus op omgaan met superdiversiteit, aanpakken van armoedeproblematiek en lesgeven in grootstedelijke scholen.
  • Het mentaal welzijn van leerlingen verhogen we door meer toegankelijke psychologische hulp op school aan te bieden.
  • Onderwijs voor iedereen maken we betaalbaar met een maximumfactuur in het middelbaar onderwijs en sterker sociaal beleid, inclusief gratis warme maaltijden.

Onderwijs heeft een cruciale maatschappelijke rol: het is dé motor tegen ongelijkheid. We gaan voor onderwijs met aandacht voor maatschappelijke thema’s en voor het welzijn van elk kind. Zo bereiden we jongeren voor op de toekomst. Het is de taak van het beleid om scholen te ondersteunen en hen bijvoorbeeld te helpen om armoedebeleid te voeren.

  • Leerkrachten opleiden om met diversiteit om te gaan. We maken van scholen veilige plekken waar discriminatie en racisme geen plaats hebben.
  • Scholen meer mogelijkheid geven om personeel met andere expertises aan te werven, zoals psychologen, orthopedagogen of brugfiguren.
  • Maatschappelijke thema’s zoals burgerschap, klimaat, diversiteit, duurzaamheid en relationele vorming een plaats geven in het curriculum.

Kinderen en jongeren moeten de beste versie van zichzelf kunnen worden. Daarvoor moeten ze in het onderwijs een eerlijke kans krijgen om de richting van hun dromen te volgen en hebben ze ook toegang tot buitenschoolse activiteiten en -opvang.

  • We voorzien gratis, gezonde schoolmaaltijden: om te beginnen voor alle kinderen in het basisonderwijs.
  • We zetten in op brede scholen: door  activiteiten buiten de schooluren te organiseren, kunnen kinderen zich ontplooien én hun taalniveau opkrikken.
  • We maken een duidelijk kader rond het zorgbeleid in scholen: daarbij krijgen alle scholen voldoende middelen om zorg te bieden en te differentiëren.

Welk ander thema vindt je partij prioritair voor de volgende legislatuur?

De komende 10 jaar zal door de demografische evolutie het aantal studenten aan onze universiteiten en hogescholendoor met 13% stijgen. Om de historische onderfinanciering van het hoger onderwijs en het toenemend aantal studenten op te vangen zullen we volgende legislatuur dan ook extra moeten investeren in ons hoger onderwijs.

  • Correct toepassen van het financieringsdecreet zodat het aandeel basisfinanciering (nu amper 43%) wordt opgetrokken.
  • Hoger onderwijs zal internationaal zijn of niet: daarom trekken wet het percentage anderstaligen opleidingen op en versoepelen we de taalvoorwaarden voor buitenlandse topdocenten. Studenten moeten alle kansen krijgen om te internationaliseren.
  • Investeren in de onderwijsinfrastructuur om aan de noden van 21ste eeuw te kunnen voldoen op het vlak van pedagogie en energie -efficiëntie.

Té veel anderstalige leerlingen – zowel ‘doorstromers’ uit kleuteronderwijs als ‘zij-instromers’ in lager onderwijs – kennen té weinig Nederlands. Een adequater beleid naar deze doelgroep blijft prioriteit. Verder willen we inzetten op het probleem van ongekwalificeerd schoolverlaten, dat vandaag recordhoogtes kent. Dat doen we door:

  • Meer in te zetten op preventie en begeleiding; een belangrijk knipperlicht is problematisch spijbelgedrag.
  • Meer in te zetten op tweedekansonderwijs via versterking van het volwassenenonderwijs.
  • Werk te maken van kwalificerende trajecten op de werkvloer (leerjobs, individuele beroepsopleidingen, etc.).

De afgelopen bestuursperiode is onder impuls van de N-VA gericht ingegrepen in ons onderwijs. De onderwijstanker begint te keren. We moeten doorzetten op het ingeslagen pad om ook rust te brengen tot op de klasvloer. De N-VA biedt garantie op een blijvende focus op onderwijskwaliteit en het leren opnieuw centraal in het hele Vlaamse onderwijs.

  • Samen met leerkrachten blijven we werk maken van inhoudelijk sterk onderwijs op basis van de gelegde fundamenten: de Vlaamse toetsen, de KOALA-proeven, Leerpunt, focus op de kern, decreet leersteun, Digisprong.
  • We geven het vertrouwen aan leerkrachten. Zij moeten gesteund worden in hun taak en we zetten alles op alles om de aantrekkelijkheid en het aanzien van het beroep te verbeteren.
  • De kerntaak van het onderwijs is kennisoverdracht. Nederlands en wiskunde vormen de basis voor alle andere vakken.

De vrijheid van onderwijs is voor cd&v een van de beste garanties voor kwaliteitsvol onderwijs. De overheid mag die rol niet op zich nemen door staatspedagogie af te kondigen, blind te rationaliseren in afstudeerrichtingen of door tot op de eurocent te bepalen hoe een school of leerkracht zich moet organiseren. De overheid faciliteert zodat scholen op een ernstige manier hun werk kunnen doen.

  • We beschermen specifieke studierichtingen als Grieks-Latijn of een specialisatiejaar in het tso. Het is niet omdat de klas kleiner is, dat het aanbod minder waardevol is voor onze samenleving of het werkveld.
  • Scholen die aan bepaalde voorwaarden inzake capaciteit, beleidsplanning en kwaliteitszorg voldoen, stellen we vrij van bepaalde verplichtingen.
  • Ouders responsabiliseren en leerkrachten respecteren. De engagementsverklaring is een belangrijk instrument voor een goede relatie tussen school en ouders.

Wat je in onderwijs investeert, verdien je maatschappelijk dubbel en dik terug. Via een miljonairstaks van 2% op vermogens boven 5 miljoen euro en 3% op vermogens boven 10 miljoen euro, treffen we enkel de rijkste 1% in onze samenleving. Dat zou minstens 8 miljard euro per jaar opleveren, waarvan een deel gaat naar de herfinanciering van ons onderwijs.

  • We herstellen de dienstverlening van het openbaar vervoer, investeren in meer aanbod en verlagen de prijzen. Bussen en trams van De Lijn worden op termijn zelfs gratis.
  • We richten een openbare bank op zoals in Duitsland die de kosten voor renovaties volledig voorschiet. Gezinnen betalen de bank terug via de besparing op hun energiefactuur.
  • Wonen is een recht. We verplichten projectontwikkelaars om één derde betaalbare koopwoningen en één derde sociale huurwoningen te voorzien in elk groot project.

Groen heeft één duidelijke prioriteit: elk kind eerlijke kansen geven op school. Daarom willen we ongelijkheid aanpakken. Je traject op school mag niet bepaald worden door je portemonnee of de plaats waar je geboren bent. We nemen drempels weg, zoals hoge schoolkosten, en geven extra ondersteuning aan scholen waar de uitdagingen het grootst zijn.

  • Gratis schoolmateriaal voor elk kind, ook in het secundair onderwijs. We geven scholen de nodige werkingsmiddelen om materiaal aan te kopen. 
  • Meer gerichte financiering voor scholen met veel kwetsbare leerlingen. Zo kunnen scholen kiezen voor kleinere klasjes en meer gerichte begeleiding. 
  • Een voedzame, lekkere en duurzame schoolmaaltijd voor elk kind. Voor kinderen van ouders die moeilijk rondkomen, is die maaltijd gratis.

Het niveau van ons onderwijs blijft dalen. De kennis van het Nederlands gaat achteruit. Leerlingen zitten uren in de studie en leerkrachten vallen uit door werkdruk. Grote investeringen en echte hervormingen zijn nodig om ons onderwijs opnieuw naar het topniveau van weleer te brengen. 

  • We voorzien gratis, gezonde schoolmaaltijden: om te beginnen voor alle kinderen in het basisonderwijs.
  • Rationalisering van het secundair onderwijs: een klasje met 3 leerlingen en enkele straten verder nog een klasje met 3, die luxe hebben we niet meer.
  • De herwaardering van ons praktijkgericht onderwijs met lagere facturen: kinderen en jongeren moeten studeren op basis van talenten, niet centen.

Nele Beerens

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


C

Caroline steen

16 mei 2024

Is er ook maar ėén partij die aandacht geeft voor de oudere leerkrachten en een eventuele eindeloopbaanregeling? Daar wordt nooit iets over gezegd of aandacht aan besteed.

Reageren
S

Susy Vandesande

16 mei 2024

Spijtig dat er nooit gesproken wordt en weinig aandacht is voor het Buitengewoon Secundair Onderwijs. Ik werk al jaren als zij-instromer in het BuSO Type 2 OV1, mijn basisopleiding is ergotherapeut. Ik ben een leerkracht die een lagere verloning krijgt dan de anderen, ondanks mijn professionele kennis, ervaring en vaardigheden. Een beginnende zij-instromer verdient snel al meer als ik met mijn 16 jaar dienst in dit onderwijs. Daarvoor heb ik 13 jaar ervaring en anciënniteit opgebouwd in de privésector in dezelfde doelgroep. Helaas word ik daarvoor niet beloond. Er wordt op die manier veel frustratie gezaaid. Dat vind ik spijtig.

Reageren

Laat een reactie achter