Gepubliceerd op
Specialist

Onderpresterende leraar: als je collega het laat hangen

Staat de klas van je collega voortdurend op stelten? Daagt ie zelden op op het schoolfeest? Of weigert hij of zij samen te werken? Loth Van Den Ouweland deed samen met professor Jan Vanhoof onderzoek naar onderpresterende leraren.

Loth Van Den Ouweland deed samen met professor Jan Vanhoof onderzoek naar onderpresterende leraren

Erger je je aan een onderpresterende collega? Je bent niet alleen. Bijna 7 op de 10 leraren kunnen een recent voorbeeld geven van een collega die volgens hen onderpresteert. De meest voorkomende ergernissen: omgaan met diversiteit en differentiatie in de klas, samenwerken, afspraken nakomen, administratieve taken opvolgen, bijdragen aan werkgroepen, projecten en schooltaken. Klasse duikt met onderzoeker Loth Van Den Ouweland (UAntwerpen) en professor Jan Vanhoof in haar doctoraat. “Leraren reageren verontrustend weinig op een onderpresterende collega.”

 

Wat doet een onderpresterende leraar niet goed?

Loth Van Den Ouweland: “ In dit onderzoek gebruikte ik een ruime definitie: een onderpresteerder is een collega die zijn of haar job niet goed doet voor de leerlingen, het team of de school. Het gaat niet alleen over leraren die al jaren zwaar onderpresteren, maar even goed leraren die op een belangrijk deel van de job of tijdelijk tekortschieten. En belangrijk, het zijn de collega’s die aangeven of iemand onderpresteert of niet.”

 

Kan een leraar eerlijk beoordelen welke collega onderpresteert?

Loth Van Den Ouweland: “Natuurlijk is dat geen objectieve beoordeling, maar leraren zien wel beter dan de directeur hoe collega’s functioneren. En ze beseffen heus wel dat een verschillende visie op goed leraarschap niet per se betekent dat een collega geen goede leraar is.”

Jan Vanhoof: “Een leraar kan als een onderpresteerder beschouwd worden op de ene school en niet op een andere school. Want elke school legt andere accenten. De ene school draagt diversiteit hoog in het vaandel en legt de verwachtingen op dat vlak een pak hoger. Een andere school doet hetzelfde voor clusterwerking of ouderparticipatie.”

 

In welke soort school tref je meer onderpresterende leraren?

Loth Van Den Ouweland: “Scholen waar leraren weinig samenwerken en de deuren gesloten blijven, zijn de ideale bodem voor onderpresteerders. Hoe meer je van elkaar afhankelijk bent, hoe meer collega’s reageren op ondermaatse prestaties. Je mag niet denken: als mijn leerlingen goed scoren in mijn klas, is er geen probleem. Leerlingen scoren en voelen zich toch het best overal goed? Een team moet gedeelde doelen hebben. Onderwijs is teamwerk.”


Je moet als team gedeelde doelen hebben. Onderwijs is teamwerk.

Loth Van Den Ouweland

Jan Vanhoof: “We mogen inderdaad niet alleen de onderpresterende leraar zelf met de vinger wijzen, maar moeten ook kijken naar de cultuur van een school. Als een school weinig investeert in professionele dialoog, dan praat een team weinig over wat een goede leraar is en hoe je een betere kan worden. Collega’s mogen dus niet alleen over praktische afspraken overleggen. Een directeur kan die professionele dialoog stimuleren door een vakgroep een aantal vragen of opdrachten mee te geven. Welke doelen wil de vakgroep bereiken? Wat zijn de verwachtingen voor dit schooljaar?”

 

Wat is de impact van een onderpresterende leraar op een school?

Jan Vanhoof: “Een onderpresterende leraar heeft uiteraard effect op het welbevinden en de leerprestaties van de leerlingen. Uit onderzoek over schooleffectiviteit blijkt dat leerlingen aanzienlijke leerachterstand kunnen oplopen op het einde van het secundair als ze onderpresterende leraren hadden in de lagere school. Een leerling zal maar pech hebben dat hij bij een leraar zat die ondermaats functioneert.”

Loth Van Den Ouweland: “De leerlingen zijn het slachtoffer, maar het team ondervindt ook schade. Want collega’s raken geïnfecteerd met negatieve gevoelens van oneerlijkheid en onrechtvaardigheid. De teamsfeer daalt en collega’s krijgen meer werk. Dat weegt op een team. Opmerkelijk: leraren in mijn onderzoek geven aan dat een onderpresterende collega geen invloed heeft op zijn eigen functioneren. Ze vinden niet dat ze hun eigen lat laten zakken.”

 

Hoe reageer je het best op een onderpresterende collega?

Loth Van Den Ouweland: Spreek je collega aan, geef advies of schakel hulp in van collega’s of je directeur. Zo verandert er tenminste iets. Je collega negeren of vermijden, taken overnemen of zwijgen, zijn minder goede manieren van reageren.”

Jan Vanhoof: “Nog fundamenteler: reageer met respect. De onderpresterende collega moet zich gerespecteerd voelen. Anders draait je reactie uit op een conflict en slaag je er niet in om samen een oplossing te zoeken voor het onderpresteren.”

portret Loth Van Den Ouweland

Loth Van Den Ouweland: “Onderpresteren aanpakken is een gedeelde verantwoordelijkheid.”

Mag je ook een keertje niet reageren?

Loth Van Den Ouweland: “Te veel leraren reageren niet op onderpresteren. Dat is verontrustend. Want niet reageren, helpt niemand vooruit. De leerlingen zeker niet. En de onderpresterende leraar ook niet, want die beseft zo misschien niet eens wat hij of zij verkeerd doet. Bovendien ontstaan er bij het team frustraties. Collega’s zijn echt het beste geplaatst om te reageren, idealiter met de steun van hun directeur.”

Jan Vanhoof: “Sociale druk is een krachtig instrument in teams. Het zet mensen in beweging. Door te zwijgen geef je geen duidelijke boodschap vanuit het team.”

 

Welke afwegingen maken leraren in hun hoofd vooraleer ze wel of niet reageren?

Loth Van Den Ouweland: “Leraren vragen zich af of ze het mandaat en verantwoordelijkheid hebben om te reageren en of hun reactie nut heeft. Als je overtuigd bent dat die oudere collega alleen maar aan zijn pensioen denkt en niet meer bereid is om nog bij te leren, doe je niks. Of als je school een duidelijk diversiteitsbeleid heeft, weet je wat niet door de beugel kan en spreek je een collega aan op een kwetsende opmerking tegen een leerling. Als je weet dat je directeur het helemaal oké vindt dat je een onderpresterende collega aanspreekt of advies geeft, doe je dat vaker en gemakkelijker. Startende leraren denken dan weer dat ze maar beter wachten tot ze vastbenoemd zijn voor ze hun mond open doen.”

Jan Vanhoof: “Natuurlijk is het niet gemakkelijk om naar je directie te stappen. Maar als je als organisatie onderpresteren wil aanpakken, moet je dit wel benoemen. Er gewoon over praten met collega’s, helpt om je frustraties te ventileren maar brengt uiteindelijk weinig zoden aan de dijk. De onderpresteerder, de school en de leerlingen worden er niet beter van. Een tip: ga samen met een collega naar je directeur, dat vergemakkelijkt de stap.”

 

Wat helpt leraren om vaker te reageren op een onderpresterende collega?

Loth Van Den Ouweland: “Meer in team werken. Hoe meer samenwerking, hoe meer iedereen zich verantwoordelijk voelt om te reageren. Als je intensief samenwerkt en een nauwe relatie hebt met die onderpresterende collega, is het gemakkelijker om een open gesprek aan te gaan. Daarin ga je samen op zoek naar de oorzaak en aanpak. Want als er meer teamdialoog is, voelen collega’s meer het mandaat om elkaar aan te spreken.”


De school moet een duurzaam HR-beleid uitwerken met duidelijke verwachtingen.

Jan Vanhoof

“Als co-teaching normaal is en de deuren figuurlijk en letterlijk openstaan, is er op een positieve manier meer sociale controle. Je ziet van elkaar hoe je lesgeeft. Zo kan je je collega gemakkelijker een suggestie geven om het anders te doen en toekijken of die je advies ter harte neemt. Natuurlijk moet de onderpresteerder ook wíllen veranderen.”

 

De directeur heeft ongetwijfeld een essentiële rol?

Loth Van Den Ouweland: “De directeur is ontzettend belangrijk om onderpresteren aan te pakken. Hij heeft een voorbeeldfunctie en bepaalt de cultuur van een school. Als hij onderpresteren blauwblauw laat, doet de leraar dat ook. Zijn of haar team moet weten dat ze mogen, moeten, kunnen reageren op een onderpresterende collega. Onderpresteren aanpakken is een gedeelde verantwoordelijkheid. Leraren denken te vaak: dat is een taak voor de directeur.”

Jan Vanhoof: “De directeur en het schoolbestuur moeten een duidelijke visie en beleid hebben om onderpresteren te voorkomen. Wat zijn onze criteria voor een performante leraar? Welke lat moet iedereen halen? Hoe organiseren we een gesprekkencyclus om feedback te geven op ieders functioneren? Zo’n prestatiemanagement waarbij je duidelijke verwachtingen communiceert, is nog zeldzaam in onderwijs. Een directeur heeft daar te weinig tijd, instrumenten en ondersteuning voor. Dat neemt niet weg dat er voor 360 graden feedback door collega’s of leerlingen wel al mooie tools zijn.”

“Slechts om de 4 jaar een verplicht evaluatiegesprek doen in plaats van regelmatige feedback, brengt geen zoden aan de dijk. De school moet een duurzaam HR-beleid uitwerken met een cyclus van functionerings- en evaluatiegesprekken. Regelmatige feedback van directeurs en collega’s en van externe prikkels als leerlingenbevragingen of gestandardiseerde tests stimuleren leraren om het goed te blijven doen of zelfs beter. Daar schieten we vandaag tekort: hoeveel leraren horen waar ze echt goed in zijn en hoe ze die competenties nog meer kunnen inzetten voor de school? Dat komt alle leraren ten goede, niet alleen de onderpresteerders.”

 

Pik je Lerarenkaart op vóór 8 juli!*

  • Voor je klas en jezelf
  • Meer dan 1000 voordelen
  • Een zomer vol inspiratie
Waar ligt mijn Lerarenkaart?

*Opgelet: dit is je laatste kans om je Lerarenkaart 2019 af te halen