Gepubliceerd op
Zo doen zij het

Top in Vlaanderen voor begrijpend lezen … zonder methode

Het niveau begrijpend lezen van Vlaamse leerlingen lijkt in vrije val. Maar sommige scholen gaan tegen de trend in. Basisschool De Tuimelaar uit Schoten doet het volgens de Taalraad erg goed. “En dat zonder methode voor begrijpend lezen”, zegt directeur Elke Van der Auwera.

Directeur Elke Van der Auwera tussen kinderen

Je school deed mee met het PIRLS-onderzoek?

Elke Van der Auwera: “Ja, in het vierde leerjaar scoorden we goed, maar zijn we nog niet bij de absolute top in Vlaanderen. Van de 158 scholen zitten we in de top 20. Dat ziet er mooi uit, maar in hoeverre kan je scholen met elkaar vergelijken? Veel interessanter is de leerwinst na 2 jaar. Daar zitten we aan een zeer mooie 18,5%, terwijl het gemiddelde in Vlaanderen 9,4% is.”
 

Krijg je bij die resultaten ook een verklaring voor dat succes?

Elke Van der Auwera: “Als je de cijfers wat meer in detail bekijkt, zie je dat onze 2 zij-instromers, die na het vierde jaar naar onze school gekomen zijn, in het zesde het minst goed scoren. Dat is bizar, omdat het niet onze zwakkere leerlingen zijn, integendeel zelfs. Een sterke basis voor leesvaardigheid van onderuit blijkt dus essentieel om daarna te pieken.”

“Let op, we zijn een kleine school, percentages zien er snel spectaculair uit. Daarom legde ik de resultaten naast die van de OVSG-toetsen. Ook daar valt op dat we de laatste jaren voor het talige onderdeel meer dan 10% boven het Vlaamse gemiddelde scoren.”

“Toen ik de onderdelen apart vergeleek, zag ik dat we voor taal en wereldoriëntatie echt ver boven het Vlaamse gemiddelde uit steken. We gebruiken voor die onderdelen geen methode. Die hebben we wel nog voor wiskunde. Voor metend rekenen scoren we rond het Vlaamse gemiddelde, dat maar rond de 50% schommelt. Dat was toch een eyeopener. Volgend jaar zullen we daarom metend rekenen uit de methode lichten om te kijken wat dat oplevert.”
 

Jullie lijken erg op cijfers gefocust. Is het een bewuste keuze om je leerlingenpopulatie regelmatig op deze manier te testen?

Elke Van der Auwera: “Integendeel! We zijn als school net heel erg tegen testen om te testen. We hebben zelfs helemaal geen punten. Maar je moet als school wel op een slimme manier meten waar je mee bezig bent. Door sterktes en zwaktes in kaart te brengen, kunnen we heel gericht bijsturen. Net omdat we als school bewust kiezen om geen taalmethode te gebruiken, is het een noodzaak om daarvoor onafhankelijk testmateriaal te gebruiken.”
 

Waar zit dan de kracht van jullie aanpak?

Elke Van der Auwera: “We doen niet aan klassiek begrijpend lezen. Maar we hebben er natuurlijk wel een uitgesproken visie op. We geloven sterk dat lezen op een natuurlijke manier moet gebeuren. Mijn team is daar heel waakzaam voor. Zomaar een tekst lezen en daar vragen bij beantwoorden doen we zelden.”
 

Meisje kijk in bundel met krantenknipsels

Waar haal je je tekstmateriaal vandaan?

Elke Van der Auwera: “We werken 6 jaar lang met wekelijkse krantenrondes. Kinderen raadplegen thuis een nieuwsbron. In het eerste leerjaar zoeken kinderen in het begin een woord dat ze herkennen. Ze bekijken samen met de ouders waar het artikel over gaat. Het kind moet dan een eigen mening geven over die inhoud. In de krantenronde stelt het zijn topic voor. De andere kinderen stellen vragen.”

“Die aanpak bouwen we systematisch op. In het tweede jaar gaan we al wat dieper in op onderwerpen. In 3 en 4 bereiden de leerlingen hun praatje helemaal zelfstandig voor. In 5 en 6 gaan we bewuster op zoek naar bepaalde inhouden. Het belangrijkste is dat er in elk jaar een vorm van verwerking zit bij dat kranten lezen. De kinderen presenteren de artikels in hun eigen woorden en moeten een mening vormen.”
 

Is dat de sleutel tot goed leesonderwijs?

Elke Van der Auwera: “3 stappen zijn essentieel. Onze leerlingen moeten altijd eerst lezen, dan verwerken wat ze lezen door een mening te vormen of dieper op het onderwerp in te gaan en tot slot de inhoud op een andere manier teruggeven aan de groep. Vooral dat laatste is heel belangrijk. Kunnen weergeven of uitleggen wat je gelezen hebt, er iets mee doen. De kracht is dat het gaat om echte communicatie. Daarom lees je ook in het ‘echte leven’. Begrijpend lezen is meer dan een tekst lezen en vragen invullen.”

“Zodra je die filosofie aanhoudt, liggen de kansen om zinvol begrijpend te lezen voor het grijpen. Dankzij de krantenrondes spelen we makkelijk in op de actualiteit. Zo verbreedt het referentiekader van de kinderen. Bij de aanslagen in Brussel bijvoorbeeld gingen we meteen alle mogelijke kranten halen. In onze derde graad vergeleken we die. Welke berichten focussen op sensatie, wat is de feitelijke info? Wat zegt een buitenlandse krant?”
 

Trekken jullie die aanpak door naar andere domeinen?

Elke Van der Auwera: “Begrijpend lezen zit in ons lesrooster niet bij taal, maar voornamelijk bij wereldoriëntatie en domeinoverstijgende projecten die we vast inroosteren. Thema’s komen bijvoorbeeld uit een krantenartikel of verhaal. Een leerling uit het eerste leerjaar had gelezen dat je 2 liter water per dag moest drinken. In de ronde was er discussie of dat wel kon. Dat ga je dan onderzoeken. Hoeveel is dat nu eigenlijk? Daar komt metend rekenen bij kijken. Is dat niet te veel voor een kind? De kinderen schrijven een tekst over de bevindingen, stellen een projectboek samen, illustreren dat. In zo’n project zit lezen, schrijven, muzische vorming …”

Jongen leest in actuamap

“In de derde graad was er een project over verkiezingen. We startten bij de kranten om te kijken wat er leefde en werkten toe naar de stemtest. Stelling per stelling gaven we toelichting bij wat er stond. We kaderden het verschil tussen het Vlaamse en het federale niveau. Vanzelf stellen de kinderen vragen en ga je over inhoud praten. Vanuit die gesprekken verdiepen we. De kracht zit in dat onderzoek. We doen meer dan gewoon de stemtest afleggen. Daar mag het niet stoppen.”

“We bouwden aan de stemtest nog een mooi slotmoment. De kinderen legden in de kring uit wat ze van hun resultaat dachten en of het hen verbaasde. Ze lichtten toe of ze ook echt voor die partij zouden stemmen en waarom. Dat leverde levendige gesprekken op.”

“Bij elk aspect van wereldoriëntatie zit een vorm van presenteren: een voordracht, een presentatiemarkt of een gidsbeurt. Lezen is er altijd functioneel ingebed.”
 

Je maakt vaak de koppeling tussen lezen en schrijven of lezen en spreken. Is dat een bewuste keuze?

Elke Van der Auwera: “We doen zelden geïsoleerd aan lezen. In een eerste leerjaar moet het soms om kinderen te leren lezen. Maar voor de rest zit dat altijd verweven. Lezen doe je vanuit een onderzoekende houding. We vragen leerlingen om naast internetbronnen ook boeken te raadplegen. Die reflex krijgen ze vaak niet meer spontaan mee.”

“Dieper willen graven naar expertise is ook heel belangrijk. In de tweede graad was er een project over paddenstoelen. Leerlingen vroegen zich af of de paddenstoelen in onze tuin eetbaar waren. Dan stimuleren we hen om een expert op te bellen. Die man kwam naar de school. Hij was helemaal in de wolken over een uitzonderlijke zwam. “We gaan die bakken en opeten”, zei hij meteen. Dat was even slikken. Ik wilde niet meteen in de krant staan als de school die leerlingen vergiftigt. Maar ze waren overheerlijk. Het lijkt een omweg, maar kinderen hebben veel meer opgestoken over zwammen dan met invulblaadjes.”
 

Lezen moet dus altijd gepaard gaan met voldoende context?

Elke Van der Auwera: “Als je iets doet met wat je leest, moet je kritisch nadenken en komt die context vanzelf. Waar mis ik nog info, aan wie kan ik daar iets over vragen? We zijn daar veeleisend in. Op het einde van het zesde leerjaar maken de leerlingen een Tuimelwerk: een finaal onderzoek over een onderwerp naar keuze, begeleid door een leraar. Ze moeten daarvoor zelf hun bronnen zoeken. We moedigen aan om minstens 1 externe specialist te interviewen.”

“We werken daar maanden aan. Ouders en externen komen kijken naar de eindpresentatie. Dat levert fantastische resultaten op. We houden contact met de secundaire scholen om te weten waar onze leerlingen sterk in zijn en waar we moeten bijsturen. Dan valt op dat we minder goed zijn in de weetjes, zoals informatie over het koningshuis, maar onze leerlingen hebben een opvallend bredere algemene kennis. Ze kunnen heel goed informatie verwerken en zijn heel zelfstandig en mondig.”
 

Leerlingen krijgen veel vrijheid. Is het gevaar niet dat de moeilijkheidsgraad van de teksten niet afgestemd is op je leerlingen?

Elke Van der Auwera: “We houden dat wel in de gaten. Als leerlingen een tekst kiezen, checken we of ze bepaalde woorden begrijpen. We leren hen ook de betekenis op te zoeken. Een tekst is niet te moeilijk, zolang de leerling weet wat hij leest. Is dat niet zo, dan moet hij een andere bron zoeken. De kinderen leren dat inschatten, want ze weten dat ze vragen zullen krijgen van klasgenoten.”

“Je hebt leerlingen die best moeilijke teksten aankunnen. We hebben liever dat leerlingen vanuit interesse lezen, dan dat we groepjes leerlingen moeten verplichten teksten op een bepaald niveau te lezen. Zo dood je de nieuwsgierigheid.”

“Een tekst kan ook te eenvoudig zijn. Bij cultuurbeschouwing verdiepen leerlingen zich in de verschillende godsdiensten. Als we doorvragen, merken we soms dat een kind op basis van wat het gelezen heeft niet kan vertellen waar de Koran nu precies vandaan komt of wie die geschreven heeft. Op basis van die verdiepingsvragen zoeken leerlingen dan verder.”
 

Boekenkast specifiek voor duolezen

Volgens specialisten is er een verband tussen vlot technisch kunnen lezen en goed begrijpend lezen. Focussen jullie daarop?

Elke Van der Auwera: “We maken daar heel bewust tijd voor vrij. We oefenen hier in alle jaren in duo’s van oudere en jongere of sterkere en zwakkere lezers. Dat gebeurt 2 keer per week 25 minuten. De ene leerling leest luidop, terwijl de partner in stilte volgt. De oudere leerling stuurt bij en motiveert en leest zelf stukken voor. In de eerste graad komen grootouders ondersteunen.”

“Bij de jongste lezertjes, die nog hakken en plakken, neemt de oudere leerling al na enkele zinnen over en vertelt even verder. Hardop lezen gaat traag en is niet altijd fijn. Maar als de oudere leerling het tempo optrekt, komt het verhaal tot leven. We zorgen ook dat kinderen een vaste partner hebben met wie het klikt. En de jongste lezer mag het boek kiezen. Het geeft de oudere leerlingen voldoening dat de jonge lezer dankzij hun hulp vooruit gaat.”
 

Leesplezier blijkt een belangrijke factor. Stimuleren jullie dat nog op andere manieren?

Elke Van der Auwera: “Alle kinderen blijven hier ‘s middags eten. Regelmatig leest de juf voor terwijl de kinderen hun boterhammen opeten. Heerlijke sfeer is dat! “Of de kinderen vertellen over een boek in de ronde en maken zo anderen warm om een boek te lezen. Ze lenen hun boeken dan uit aan elkaar.”

“Kleine ingrepen hebben een groot effect. Onze kinderen komen na een pauze zelfstandig naar de klas. Onderweg kunnen ze nog even naar het toilet. Wie binnenkomt, neemt een boek en leest tot iedereen er is. Ze hebben dus altijd een boek bij zich. Zo lezen ze meermaals elke dag, al is het soms maar 10 minuten. Dat werkt motiverend. Vaak hebben ze geen zin om hun boek aan de kant te leggen. Het is stil en ze komen in een soort leesflow.”
 

Als scholen met hun leesbeleid aan de slag willen, waar raad je hen aan te beginnen?

Elke Van der Auwera: “Ga niet meer lezen om te lezen, maar integreer het in je onderwijs. De ingesteldheid van leraren is heel belangrijk. Ze moeten zelf nieuwsgierig zijn en zich constant inwerken in thema’s die zich aandienen. Mijn eerste advies is dus: stap af van methodes. Je maakt kinderen slaaf van hun boekje en motivatie verdwijnt als sneeuw voor de zon. Maar weet ook dat dat betekent dat je loeihard moet werken.”

“Wees ook een voorbeeld voor je leerlingen. Leraren die graag lezen en in de klas vertellen over boeken, stralen leesplezier uit. Ze moeten ook expertise hebben, zodat leerlingen voor advies bij hen terecht kunnen. Je leraren moeten dus graag en veel lezen.”

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 56.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...