Gepubliceerd op
Met je Lerarenkaart

Speculaas bakken in het Bakkerijmuseum – Veurne

“Ons broodje is al gebakken!”, lachen juffen Sharon, Kathy en Sofie. Dat deden ze vorig jaar in het broodatelier. Vandaag snuiven we samen met 17 buitengewone leerlingen de geur van speculaas op in het Bakkerijmuseum in Veurne.

leraar economie Kristof in het museum van de Nationale bank in Brussel

Een bonte bende, de jongens en meisjes uit OV1 en OV2 van buso De Zeeparel in Middelkerke. Allemaal, van 16 tot 24 jaar, hebben ze er zin in vandaag! De rustieke boerderij met zadeldak omgeven door fruitbomen en een kruidentuin is de perfecte locatie voor het Bakkerijmuseum. Jason glundert. “1 dag per week komt hij hier met dagcentrum De Rozewingerd uit Oostduinkerke het onderhoud van de tuin doen,” bevestigt juf Sharon.

Met witte bakkersmuts en blozende wangen – alle clichés zijn waar – verwelkomt huisbakker Kristof ons in zijn atelier. “Vandaag draait de workshop rond handvaardigheid en een toffe beleving. Als er hobbybakkers of families komen, steek ik er meer technieken in”, legt hij uit.

“Mutsen op, schorten aan en handen wassen!” Saai wordt het hier alvast niet. Juf Sofie laat niets aan het toeval over voor haar groep ASS’ers. Ze schrijft de namen van elk duo met potlood op het bakvel in hun bakplaat. De juffen lopen rond en steken af en toe een handje toe. Die willen natuurlijk straks een deel van de koek.

Speculoos of speculaas?

Er bestaan verschillende verklaringen voor de benamingen speculoos of speculaas. Komt het uit het Frans, of het Latijn? Of had het te maken met al of niet kaneel als ingrediënt, het peperdure kruid uit Nederland? Dat verschil kunnen wij toch niet ruiken, zou je denken. “Toch wel, ruik maar eens!” Wij maken het recept voor speculáás vandaag, mét kaneel dus!

“En wat is dat witte poeder: bloem of meel?” Jens denkt het verschil te kunnen proeven. Buiten aan de boerderij zagen we daarstraks een molen. Nia weet heel mooi uit te leggen dat die molen werkt met wieken die 2 stenen in beweging brengen. “Dat weet ik, daar heb ik al veel over geleerd!” Op een poster zien we graan dat wordt vermalen tot meel. Kristof toont wat ermee gebeurt als je het tot bloem zeeft.

huisbakker Kristof zeeft bloem

Koekjes van eigen deeg

Aan het werk nu! In onze potjes zit bruine en gewone suiker. In een grote kom staat al wat bloem klaar met wat zout en bakpoeder. “Jullie krijgen allemaal een klompje boter, daarmee meng je alle ingrediënten tot een mooie massa.” Timmy vindt het maar een plakboeltje, hij laat het kneedwerk aan teamgenoot Hanna over. “Jij mag ook je handen vuil maken, hé vriend!”. Juf Karen heeft het in de smiezen.

We doen er water bij. Jens en Mike zetten zich 100% in. “Over 20 seconden is het aan mij.” Goede afspraken maken goede vrienden. Kayleigh’s mengsel ziet er goed uit, Kristof gebruikt het als toonmodel. “Warm bloed!” dat is duidelijk volgens juf Sofie. Iedereen, klompjes deeg in de lucht! Dan zijn we klaar. “Nu moet dat 1 nachtje in de koelkast staan. Dus ik verwacht jullie morgen terug … Grapje, natuurlijk!”

We verzamelen rond de tafel met handgemaakte koekenmallen. Kristof toont ons hoe we vormpjes uit het deeg krijgen. Van klompje tot worstje, naar de mal met bloem. “Wat is dat dunne touwtje met die 2 houten blokjes?” Hij snijdt met de speculaasdraad het overtollige deeg weg en klopt met de mal zachtjes op de tafel. Het losgekomen speculaasfiguurtje legt hij voorzichtig op de bakplaat. Zo, dat gaat straks in de oven!

Hoor wie klopt daar, kind’ren?

Als pieten in het sintenpaleis zetten de teams zich in om de mooiste koekjes te maken. Dierenvormpjes, koks, Suskes en Wiskes … allemaal worden ze uit hun mal geklopt. “Kyary’tje, niet te hard hé meid, je zit al bijna door de tafel!”

Hier en daar verschijnen er zweetdruppeltjes op voorhoofden, en Jens’ emoties lopen hoog op als zijn vorm blijft kleven aan de mal. Geen paniek, we doen het gewoon opnieuw en dan lukt het perfect. “Ik wil er nog eentje maken!” roept hij. Maar het is tijd om alles op de bakplaat te leggen. De teleurstelling is af te lezen op zijn gezicht.

We nemen een lunchpauze van 20 minuten in de cafetaria. Iedereen heeft zijn picknick mee. Ik ben blij dat ik de mijne vergeten ben en de versgebakken ovenkoeken kan proeven. “De sfeer zit goed”, aldus juf Sofie.

“We hebben de leerlingen goed voorbereid. Met een daglijn en foto’s van het museum, de locatie en hoe we er met de bus geraken. Dit jaar hebben we er geen uren bij vermeld, en zijn ze merkbaar relaxter.” De bus nemen, handvaardigheid en sociale omgang: het zijn de elementen die deze leerlingen meepikken op hun traject naar dagbesteding in een dag- of woonzorgcentrum, of een beschutte werkplaats.

huisbakker Kristof in het bakkerijmuseum

Wie zoet is, krijgt lekkers

Een grote chocolade vrouwensculptuur verwelkomt ons bij de start van de rondleiding in het museum. Daarnaast pronkt een speculaasmal in de vorm van Sinterklaas. Onderaan staan 3 kinderen afgebeeld. Kristof vertelt de legendes die daarover bestaan.

Of de Sint de kinderen behoed heeft tot kinderpaté verwerkt te worden dan wel van de prostitutie heeft gered, zullen we nooit zeker weten. We volgen Kristof naar de kelder. Er liggen doordruk kleurplaten voor de jongere bezoekers, speculaasplanken en een grote speculaasrol die juf Sharon herkent – ze komt zelf uit een bakkersfamilie.

Hoe de bakkers in de vorige eeuw zonder elektriciteit toch al dat lekkers konden maken, lijkt ons een raadsel. “Als dit een ijskast is, waar haalde de bakker het ijs dan vandaan in de zomer?” Niet van de Noordpool, wel uit de ijskelders van de kastelen in de buurt, legt hij uit. Dan haalt hij 2 stokken boven, geen Chinese! “Wie heeft er iets op zijn kerfstok?” blijkt een uitdrukking uit de bakkersstiel. Maar er zijn vandaag geen stoute kindjes bij …

Het is koekjestijd! Terug in het atelier zoeken we de bakplaat met onze namen erop, onze creaties nemen we in een zakje mee naar huis. Mieke is zo fier als een gieter. “Ik steek ze in mijn brooddoos, dan gaan ze zeker niet stuk!” “Komen we nog eens terug, mevrouw?” “Volgende keer doen we het chocoladeatelier!” Hopelijk mag ik dan ook weer mee.

beeld uit het bakkerijmuseum

Over Bakkerijmuseum

In het Bakkerijmuseum kan je met leerlingen uit het lager en secundair onderwijs een brood-, speculaas-, of chocoladeatelier volgen. Aansluitend leer je tijdens een rondleiding in het museum met welke voorwerpen en machines de Belgische brood- en banketbakkers in de 20ste eeuw werkten. Het atelier en de rondleiding zijn goed voor 1,5 uur leerplezier. In de cafetaria kan je picknicken of proeven van ambachtelijk lekkers.

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 56.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...