Gepubliceerd op
Zo doen zij het

Welke werkvormen werken echt in afstandsonderwijs? Leraar Li’s doet de test

Leraar Li's werkvormen voor Klasse
Leraar Li’s test voor Klasse werkvormen uit die voor haar nieuw zijn. “Ik laat me graag inspireren door blogs, boeken of podcasts, maar blijf vaak zitten met de vraag: hoe werkt dat dan in de praktijk?”
 


Werkvorm 1: leerlingen alert houden met een interactieve videoles

Waarom?

Li’s Verheyden: “Het is moeilijker om leerlingen te motiveren voor opdrachten op afstand. Ze missen directe feedback. Of ze wachten op de verbetersleutel in de plaats van zelf aan de slag te gaan. Met een interactieve videoles verplicht ik ze om wél actief mee te denken: regelmatig stopt de videoles en moeten ze vragen beantwoorden over wat ze net hebben geleerd.” Bekijk de video.

Hoe doe je het?

  1. Neem je stem op terwijl je lesgeeft voor je scherm
  2. “Je hoeft niet van nul te beginnen voor zo’n interactieve video. Ik vertrek van mijn bestaande lessen. In Powerpoint neem ik mijn stem op, terwijl ik uitleg geef bij de slides. Alsof ik gewoon voor de klas sta dus. Op het einde sla ik die opname op als videobestand.”

  3. Maak je les interactief: voeg vragen toe
  4. “Het filmpje zet ik op het gratis platform ‘Edpuzzle’. Op die site kan je je video onderbreken door vragen toe te voegen. Ik stel kennisvragen over wat ik net heb verteld. Of ze moeten de leerstof toepassen op een casus. Ik stel ze ook vragen over studiestrategieën en laat ze feedback geven.”

  5. Geef meteen feedback in de video
  6. “De leerlingen moeten de vraag beantwoorden, voor ze de les verder kunnen afspelen. Daarna krijgen ze feedback: dan vertel ik in de video wat mogelijke antwoorden waren. Zo zien ze meteen of ze op het juiste spoor zaten.”

  7. Gebruik hun antwoorden in een herhalingsles
  8. “Die directe feedback betekent voor mij ook een tijdsbesparing: achteraf hoef ik niet alle antwoorden individueel te beoordelen. Ik antwoord wel altijd op vragen die ze nog stellen aan het einde van de les, ofwel via Edpuzzle zelf, ofwel in de klas. En af en toe een geef ik extra uitleg waar nodig, of een compliment bij een sterk antwoord. Zo voelen leerlingen dat hun inbreng er toe doet.

    Ik krijg dankzij al die antwoorden wel een goed beeld van hun leer- en denkproces. Dat gebruik ik daarna in mijn lessen: dan bespreek ik samen met hen welke antwoorden de beste waren en wat er nog miste in andere antwoorden. Op die manier herhaal ik de leerstof en zet ik hen opnieuw aan het denken.”

 

Werkvorm geslaagd?

Li’s: “Ik ben heel blij met deze werkvorm. Het voelt authentiek, omdat het zo dicht mogelijk bij een normale klassituatie blijft. Ik merk dat mijn leerlingen mijn wakend oog over hun schouder voelen: ze vullen vragen grondig in, beter dan in hun werkboeken. De directe feedback motiveert hen dus om actief mee te denken.

Een nadeel is dat ik niet altijd kan voorspellen welke redeneerfouten ze zullen maken. Dan merk ik pas bij het lezen van hun antwoorden, dat ze iets nog niet begrepen hebben. Die inzichten gebruik ik om de les voor volgend schooljaar te herwerken.

Ik ga deze werkvorm ook gebruiken in ‘gewoon’ contactonderwijs: terwijl leerlingen op hun eigen tempo de interactieve videoles verwerken, heb ik mijn handen vrij om leerlingen te ondersteunen die extra uitleg nodig hebben.”

 


Werkvorm 2: toetsen vlot nabespreken door feedback vooraf op te nemen

Waarom?

Li’s: “De nabespreking van een toets vind ik een vervelend moment. Het is chaotisch in de klas: leerlingen zijn meer bezig met hun punten en die van hun klasgenoten, dan met de feedback die ik geef. En het is niet efficiënt: iedereen moet luisteren naar de volledige bespreking, ook van leerstof die voor hen duidelijk is.

In afstandsonderwijs is de aandacht vasthouden bij zo’n bespreking nog moeilijker. Daarom neem ik mijn feedback nu vooraf op, vraag per vraag. Leerlingen beluisteren enkel de feedback die ze nodig hebben.”

Hoe doe je het?

  1. Verbeter de toetsen en noteer veelgemaakte fouten
  2. “Eerst verbeter ik zoals anders alle toetsen. Voor elke vraag houd ik bij welke fouten leerlingen maakten en hoe ik punten toekende.”

  3. Neem je stem op terwijl je feedback geeft
  4. “Per vraag neem ik een audioclip op, waarin ik uitleg welke elementen er in het antwoord moeten zitten. Ik leg ook uit waar ik punten voor afgetrokken heb, welk type fouten ik gezien heb en welke redeneerfouten leerlingen gemaakt hebben.”

  5. Leerlingen beluisteren je feedback
  6. “Leerlingen beluisteren alleen de feedback voor de vragen die ze fout hadden. Dat werkt motiverender en kost minder tijd. Bij klassikale verbetermomenten is er discussie:”Waarom heeft hij of zij op die vraag een half punt meer dan ik?” Door individueel te luisteren naar de feedback, zijn ze enkel met zichzelf bezig en krijgen ze veel sneller inzicht in hun eigen fouten.”

  7. Leerlingen maken een foutenanalyse
  8. “Leerlingen analyseren hun resultaat, op basis van de aantekeningen op hun toets en de audioclips. Moeten ze meer tijd besteden aan een onderdeel? Of moeten ze op zoek naar een andere studiemethode? Die werkpunten sturen ze naar mij door, zodat ik zeker weet dat ze de feedback verwerkt hebben.”

 

Werkvorm geslaagd?

Li’s: “De nabespreking van een toets is essentieel, want alleen zo leren leerlingen uit hun fouten. In afstandsonderwijs is het al een hele opgave om toetsen af te nemen. De nabespreking schiet er vaak bij in door tijdgebrek, dus dit systeem was nodig.

Niet alle leerlingen slagen er vanaf de eerste keer in om een goede foutenanalyse te maken. Daar moet je hen in coachen, opnieuw een tijdsinvestering dus. Maar eentje die veel leerwinst oplevert.

Ook deze werkvorm kan ik in de klas gebruiken. Geen chaos meer, maar rustige leerlingen die, ieder voor zich met een koptelefoon, bezig zijn met hun eigen werkpunten.”

 


Werkvorm 3: sociale vaardigheden trainen met een interviewtaak

Waarom?

Li’s: “Door corona valt veel sociaal contact weg. Dat probeer ik voor een stukje op te vangen met interviewopdrachten. Zo werken leerlingen aan hun sociale vaardigheden, leren ze kritisch nadenken en de leerstof grondig te analyseren.”

Hoe doe je het?

  1. Kies een onderwerp voor het interview
  2. “Inspiratie voor een thema haal ik uit de les. Ik laat ze bijvoorbeeld vragen stellen aan hun ouders over ons sociale zekerheidssysteem. Dat brengt die theorie tot leven. Bij andere interviews draait het niet om de leerstof, maar moeten ze vooral hun interviewtechnieken en sociale vaardigheden oefenen. Bijvoorbeeld bij een interview met een grootouder over zijn of haar jeugd.”

  3. Zet je leerlingen aan het werk
  4. “Een huisgenoot interviewen is praktisch het meest haalbaar. Toch vraag ik ze ook soms om een van hun grootouders te interviewen, eventueel vanop afstand. Leerlingen voor wie dat niet lukt, breng ik in contact met mensen die ik zelf ken. Of ze interviewen een grootouder van een klasgenoot.”

  5. De leerlingen maken een verslag
  6. “De antwoorden verwerken de leerlingen in een verslag. Ze koppelen de input van hun familieleden aan de theorie uit de les. Zo verwerken ze de leerstof op een dieper niveau en scherpen ze hun analytische vaardigheden aan.”

 

Werkvorm geslaagd?

Li’s: “Als ik hun verslagen lees, zie ik dat de leerlingen op een andere manier naar de leerstof kijken na zo’n interview. Door er thuis over te spreken, leren ze een eigen mening vormen. Het werkt ook motiverend: droge theorie over de sociale zekerheid wordt plots voer voor boeiende discussies aan de keukentafel.”

 



Leraar Li’s Verheyden testte nog meer werkvormen in haar klas. Zoals de oefentoets en de structuurcross. Bekijk alle video’s uit de reeks op het Youtube-kanaal van Klasse.

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 58.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...